(termen goed kennen!)
EXAMENINFO
- Begrippen goed kennen!
- Elementen uit rijen en kolommen matchen (vb. uitspraken aan mensen matchen ...)
- In juiste volgorde zeggen
- Boek niet nodig!
- Naam van auteurs kennen (familienaam)
ONTWIKKELING VAN HET KIND
KENNISMAKING EN HISTORIEK
KENNISMAKING
Ontwikkelingsfasen: prenataal – babytijd – peuter-en kleutertijd – schooltijd –
adolescentie – ontsluikende volwassenheid – volwassenheid – ouderdom
HISTORIEK
(hoort niet thuis in schema hieronder); Newton ‘Standing on the shoulders of giants’ =
als ik verder gekeken heb dan anderen, dan is dat omdat ik op de schouders vn reuzen
stond men bouwt op eerdere inzichten
Naam Welke Link functie
‘fase’
Ariès / / Ontdekker ‘het kind’ als vwp vn onderzoek
Bestudeerde oudere schilderijen (kijken
hoe kind afgebeeld w) volwassenen
lichaam, gelaatskenmerken;
miniatuurvolwassenen
Kinderen beschouwd als volw. Vanaf 6-7 j
Locke Vroege / Empirisme; ervaring, opvoeding, legt
denkers nadruk op belang vn ervaring
Tabula rasa; iedereen kan alles w (leeg
blad)
Ziet kind als passieve ontvanger vn
omgevingsinvloeden; versch van andere
denkers geven actievere rollen aan kind
Kinderen kunnen ‘gevormd’ w tot eig alles
Empirisme = grondslag behaviorisme
Rousseau Vroege / Nativisme; kinderen w geboren met
denkers aangeboren talent, niet als tabula rasa
Bij goede verzorging; vanzelf bereik volle
potentieel
Alles ‘ligt klaar’, moet enkel ontvouwen
(opvoeding speelt minimale rol) kind w
, nt gezien als passief, mr als ACTIEF
neemt selectief dingen op uit omgeving
Darwin Start vd / Evolutietheorie: evolutie vanuit
weten- primitieve tot complexere levensvormen
schappelijke Link tssn ontogenese (ontw vn
ontwikkelings individuen) & fylogenese (hoe de soort
-theorie zelf ontw heeft) => ontw individuen lijkt
op evolutie vn sooorten
Onderzocht eigen zoon (babybiografie)
Basis vr wetenschappelijke studie vn
ontwikkeling
Hall Start vd Inspiratie Ontogenese als herhaling van
weten- door Darwin fylogenese
schappelijke Genetisch potentieel is aanwezig en
ontwikkelings ontwikkeling gaat dn autom., ontvouwt
-theorie autom
Paste wetenschappelijke meth toe op
kinderen, start wetensch studies vn
kinderen (Child Study Movement)
Gesell Start vd Leerling Hall ‘father of child development’
weten- Bestudeerde kinderen via observ. &
schappelijke ouderinterv
ontwikkelings
-theorie Focus: maturatie, beperkte rol vn ervaring
Alle kinderen doorlopen zelfde stadia
Werkte verder uit wat Hall had (mbv
versch methodes)
Gesell development schedules =
ontwikkelingstest die w gebruikt om kijken
hoe ver kinderen staan in bep
ontwikkelingsdomeinen (motorisch)
Informeerde ouders over
verwachtingen
Ontwikkeling loopt motorisch gezien:
globaal specifiek in 2 richtingen
Van hoofd voeten; cefalocaudaal
Eerst ceontrole over hoofd, dan
romp en dan voeten & benen
Centrum buitenkant: proximodistaal
Eerst controle schouders &
bovenarm, daarna handen &
vingers
Montesso Start vd / Kinderen leren op natuurlijke manier;
ri weten- rijpingsprocessen
schappelijke Overtuigt vn aanpak mbv zelfredzaamheid
ontwikkelings
-theorie Leer het ze zelf doen (als kind)
Binet Start vd Eerste intelligentietest
weten- Stimuleerde interesse in individ. Versch in
schappelijke ontwikk
ontwikkelings
-theorie
, Terman Start vd Paste werk Paste test aan vr Am. Context (en uitbreid)
weten- Binet aan Terman Study of the Gifted; onderzoek
schappelijke kind. In ontwikkeling aandacht vr
ontwikkelings intelligentie (vooral aandacht genetisch,
-theorie weinig omgeving)
= langslopende longitudinale studie
Hollingwo Start vd Voortbouwe Studie intelligentie (focus:
rth weten- nd op werk hoogbegaafdheid)
schappelijke Terman Unieke uitdagingen vr slimme kinderen
ontwikkelings
-theorie Erkende genetische basis vn verschillen in
intelligentie
Alle wetenschappers hierboven; gemeenschappelijk doel; kindertijd bestuderen
Start wetenschappelijke studie v ontwikkeling
- Eerst; vooral genetisch eerste naam = genetische psych.
- Later; meer aandacht context: genetische psych. ontwikkelingspsych.
- Nieuwe statistische methodes en onderzoeksparadigmas (vragenlijsten...) betere
ordening & meer verantwoorde conclusies trekken (Hall & Binet vooral)
- Theorievorming: meer klemtoon op opvoeding & ervaringen
Door pedagogiek: beklemtoont rol vn opvoeding
& behaviorisme: invloed van ervaringen
Eenzijdige visie ‘ontwikkeling = erfelijk’: bijgesteld (ontwikkelingspsych.)
Tot 20ste eeuw: focus kindertijd
- Geleidelijke interesse in andere fasen, vanuit andere disciplines
Sociologie (adolescentie; meer jongeren haden kans om nr school te gaan, bleven
langer weg in wereld vn volwassenen interessant subject vn onderzoek) ,
geneeskunde (veroudering) (volwassenheid lang onderbestudeerd; “volwassene
evolueren nauwelijks”)
- Deeldisciplines los vn elkaar (kinderpsychologie, adolescentiepsychologie,
gerontologie...) ontwikkelde zich los vn elkaar, pas recent een
levensloopperspectief voorgesteld
THEORETISCHE PERSPECTIEVEN
KERNVRAAGSTUKKEN
ONTWIKKELING: CONTINU OF DISCONTINU?
CONTINU
- Ontwikkeling loopt geleidelijk
- Kwantitatieve verschillen, meer en complexer, vaardigheden en kenmerken
veranderen in omvang/complexiteit
- Prestaties op bepaald niveau vloeit voort op vorige niveaus
DISCONTINUÏTEIT
- Ontwikkeling verloopt in stapjes/stadia
- Kwalitatieve verschillen
, - In nieuwe fasen; nieuwe manieren vn vb begrijpen/reageren
- Elk stadium levert kenmerken op dat anders is dan gedrag in eerdere stadia
KRITIEKE PERIODE OF GEVOELIGE PERIODE
KRITIEKE PERIODE
- Periode in ontwikkeling waarin blootstelling aan bepaalde stimuli NOODZAKELIJK is
uitblijving; onomkeerbare gevolgen
- Mr sommige blootstellingen berokkenen juist schade
- Bepaalde gebeurtenissen knn ernstige onomkeerbare gevolgen hebben
Vb. impact besmetting zwangere vrouw onomkeerbare gevolgen kind
GEVOELIGE PERIODE
- Periode in ontwikkeling waarin men extra ontvankelijk is vr optreden/uitblijven stimuli
- Optimale periode voor aanlering vaardighede
- MAAR als nt gebeurt in die periode kan nog in latere periodes gebeuren
Vb: jong; beter 2e taal leren, wil niet zeggen dat het later nt meer kan (gaat gwn
moeilijker)
Sneller gevoelige periodes dn kritieke er is grotere placticiteit in ontwikkeling dn men
eerst dacht (mate waarin een ontwikkelend organisme veranderlijk is; vb. kinderen knn
latere ervaringen gebruiken om eerdere achterstand in te halen geen blijvende schade
oplopen wnr in eerdere periodes iets belangrijk gemist)
UNIVERSEEL TRAJECT OF VELE MOGELIJKE TRAJECTEN
UNIVERSEEL TRAJECT
- Iedereen volgt zelfde manier
- Zelfde opeenvolging stadia
- Iedereen maakt stadia rond zelfde leeftijd mee
VELE MOGELIJKE TRAJECTEN
- Unieke combinaties vn persoons-en omgevingskenmerken spelen rol vele trajecten
NATURE OF NURTURE
NATURE
- Ontwikkeling = resultaat vn geleidelijk ontvouwen genetische informatie
Alles al aanwezig in genen; ontwikkeling = proces vn rijping
- Nativisme
NURTURE
- Ontw bepaald dr omgeving & ervaringen
- Empirisme
THEORIEËN
Naam Welke Link Functie
‘theorieën’