aandachtsdriehoek) [2]
Rouw is een proces dat volgt op een verlieservaring. Een persoon laat in zijn leven vele dingen achter
zich.
Verlies: ‘Het besef dat er een einde is gekomen
aan de bestaande hechtingsrelatie met geliefde
mensen en/of andere vertrouwde
levensonderdelen.’
Bijvoorbeeld:
- Overlijden;
- Ziekte;
- Rijpingsprocessen;
- Echtscheiding;
- Relatiebreuk;
- Traumatisering;
- Ongeluk
- Ontslag;
- Ouderdom en je eigen sterven;
- Andere ingrijpende veranderingen.
Het behoeftegericht transitiemodel geeft aan dat rouw een proces is dat uit drie fases bestaat, de
zgn. transitiecurve.
Het woord transitie verwijst naar de persoonlijke verandering die plaats vindt tijdens rouw. Het
woord behoefte verwijst naar wat een persoon
tijdens rouw nodig heeft. Het woord gericht verwijst
er naar dat ondersteuning vanuit het sociaal netwerk
als door de verpleegkundige aansluit bij de
behoeften tijdens rouw.
1
, Het behoeftegericht transitiemodel onderscheidt op hoofdlijn drie behoeften die mensen tijdens
rouw hebben:
- Survivalbehoeften (biologisch): verlies veroorzaakt een ontregeling in de fysieke
levensfunctie; er ontstaan lichamelijke en situationele behoeften die verband houden met
ons fysieke voortbestaan survival. Er ontstaat survivalstress als deze biologische
behoeften niet of onvoldoende vervuld zijn;
- Affectieve behoeften (sociaal): verlies veroorzaakt een ontregeling van de affectieve
levensfunctie. Van de bestaande liefdes- en sociale relaties; er ontstaat behoefte aan
nabijheid, warmte, empathie etc. Er ontstaat affectieve stress als deze sociale behoeften
(nog) niet vervuld zijn;
- (Zelf)reflectie- en zelfsturingsbehoeften (psychologisch): verlies veroorzaakt een ontregeling
van het bestaande, cognitieve, gedragsmatige en narratieve functioneren. Er ontstaat
behoefte aan mentale ordening, relativeren, probleemoplossing, assertiviteit, een nieuwe
identiteit, zingeving en zelfontplooiing. Er ontstaat cognitieve stress als deze mentale
behoeften niet of onvoldoende vervuld zijn.
Biopsychosociaal: de fysieke toestand hangt samen met onze psychische toestand, maar ook met de
sociale situatie waarin we leven.
Rouw wordt ook opgevat als een proces dat met enige regelmaat opnieuw kan worden doorlopen in
relatie tot dezelfde verlieservaring. Er kan verliesopleving ontstaan. Dit wordt getriggerd door
prikkels.
- Cyclische prikkels: omstandigheden en gebeurtenissen die periodiek terugkeren, zoals
verjaardagen. Onder verjaardagen vallen alle vieren waarbij een chronologische mijlpaal
wordt bereikt;
- Lineaire prikkels: geven later oplevingsreacties. Gebeurtenissen die samenhangen met het
bereiken van een bepaalde tijd, leeftijd of toestand. Het betreft eenmalige gebeurtenissen.
Oplevingsreacties ontstaan doordat men in het huidige leven iets meemaakt dat de of het
verlorene oproept;
- Incidentele prikkels:
kunnen betrekking hebben
op concrete objecten die
doen denken aan het
verlies, symbolische
objecten, objecten die
verlies en hereniging in
zich houden en muzikale
prikkels.
2