DENKKADERS IN DE
ORTHOPEDAGOGIE
HOOFDSTUK 1: FUNDAMENTEN
KWETSBAARHEID
Þ Vanuit verschillende domeinen van kwetsbaarheid worden kaders en modellen toegepast op
actuele thema’s en authentieke hulpverleningscontexten
® We richten ons naar alle mensen die zich in een kwetsbare positie bevinden
5 DOMEINEN VAN KWETSBAARHEID
® Alle domeinen beïnvloeden elkaar
Bv. Een man heeft een hemiplegie door hersenletsel (fysieke kwetsbaarheid). Doordat zijn leven van
de ene op de andere dag veranderd is, kampt hij met een depressieve gemoedstoestand (psychische
kwetsbaarheid). De man heeft het moeilijk met plannen en organiseren (cognitieve kwetsbaarheid) en
woont omwille van het hersenletsel in een leefgroep (omgevingskwetsbaarheid). Hij kan niet meer
gemakkelijk deelnemen aan de maatschappij doordat hij in een rolstoel zit (sociale kwetsbaarheid).
Bv. mensen in de context van armoede:
§ Slechte woonst à omgevingskwetsbaarheid
§ Schaamte omwille van eigen situatie à psychische kwetsbaarheid
§ (Door schaamte) minder buitenkomen à sociale kwetsbaarheid
1
, § Ze werken heel hard voor hun geld te verdienen en kunnen hiermee hun lichaam gaan
vermoeien of ze hebben geen geld voor naar de dokter/ tandarts te gaan (fysieke gezondheid)
QUALITY OF LIFE EN ONDERSTEUNINGSDENKEN
VERMAATSCHAPPELIJKING VAN DE ZORG
= de juiste kansen en mogelijkheden creëren om mensen in een kwetsbare positie met de nodige
‘ruggensteun’ in de samenleving een volwaardige rol te laten spelen.
o 2 begrippen ontstaan:
1. Community care: personen met een beperking ondersteunen in de samenleving
2. Vermaatschappelijking van de zorg: zorg van personen met een psychische
problematiek in de samenleving te brengen
® Begrippen worden door elkaar gebruikt en in de verschillende sectoren
o Door vermaatschappelijking van de zorg willen ze grotere organisaties (bv. Zevenberge)
kleiner maken zodat de kwetsbare groepen meer in de samenleving geïntegreerd worden
o 2 invalshoeken:
A. Individueel proces
® Streven van Cliënt om zoveel mogelijk deel uit te maken van de samenleving
B. Collectief proces
® De vermaatschappelijking van de zorg zelf
® Reorganisatie van hulpverlening en deïnstutionalisering van de zorg
o Er kunnen 4 mogelijk positieve resultaten voorkomen:
§ Het ontstaan van een ‘warmer’ Vlaanderen
§ Een meer inclusievere samenleving
§ Het streven naar een krachtgerichte hulpverlening
§ Verwijzing naar de budgettaire context
o Gaat uit van:
§ (Het recht hebben op een) kwaliteit van leven
§ Autonomie
§ Eigen regie
§ Eigen kracht
§ Eigen verantwoordelijkheid
§ Zelfredzaamheid
® De vermaatschappelijking mag geen doel zijn, enkel een middel om te komen tot het
recht (en realiseren) van kwaliteit van leven
HET ONDERSTEUNINGSMODEL
o Sluit aan bij de vermaatschappelijking van de zorg
o Hangt samen met een andere manier van kijken naar mensen in het algemeen
® Burgerschap wordt als mensbeeld gezien
o Sleutelbegrip: ondersteuning i.p.v. zorg of hulp
® Altijd gericht en op maat van een individu in de samenleving
® Flexibel à ondersteuning kan per gebied verschillend zijn of in loop van leven
fluctueren
® Steeds persoonsgericht en omgevingsgericht
® Sociale netwerk staat centraal
® Doel: individu een goede kwaliteit van leven te geven
2
,VIJF CONCENTRISCHE CIRKELS
1. Ondersteuning vertrekt eerst vanuit de kracht en het potentieel van de persoon zelf
2. Hiernaast kunnen de natuurlijke hulpbronnen worden aangesproken à familie en vrienden
(het sociale netwerk)
3. Informele steun kan komen van buren, medeleerlingen, collega’s, kennissen, vrijwilligers
Sociale netwerk te weinig ondersteuning bieden? à Professionele hulpbronnen (door overheid
georganiseerd) in werking treden
4. Algemene zorg en dienstverlening zoals huisarts. Thuiszorg, dienst algemeen welzijn, kind
en gezin, scholen...
5. Gespecialiseerde hulpverlening zoals multifunctionele centra, CLB, dagcentra...
Þ Steun van sociale vangnet moet in eerste instantie gericht zijn op de persoon in of met zijn
sociale netwerk
Þ Vraagt verandering van zorgsysteem en professionele begeleiders
Þ Ondersteuning is gericht op (positieve) ervaringen in gewone situaties (dus zowel verandering
van individu als verandering van omgeving)
QUALITY OF LIFE (QOL)
o Persoon staat centraal
® Er wordt gekeken naar hoe de persoon zelf zijn situatie/ leven ervaart
o Is een contextueel begrip à het is afhankelijk van de context, geschiedenis en beleving van
de persoon
o Belangrijkste doelstelling van de hulpverlener = kwaliteit van leven behouden en/of verbeteren
o 3 benaderingen
a. Objectieve benadering
Þ Men ziet kwaliteit van leven als de som van een aantal (objectief meetbare)
goede levensomstandigheden
3
, Bv. arbeidssituatie en in-komen, gezondheid, vrijetijdsactiviteiten
® Als men bij wijze van spreken een fijne en goed betaalde job heeft,
redelijk gezond is en zelf kan kiezen wanneer men gaat sporten, dan zou
er objectief sprake zijn van een goede kwaliteit van leven
b. Subjectieve benadering
Þ Men kan de kwaliteit van leven enkel achterhalen door het bevragen van de
betrokken persoon zelf.
Þ De ervaring van de persoon staat centraal
Bv. dezelfde objectieve omstandigheden kunnen door verschillende mensen
anders ervaren worden
c. Interactionele benadering
Þ De mate van overeenstemming tussen de persoon en de omgeving (=
goodness of fit)
Þ Levenskwaliteit is optimaal wanneer individuele noden en wensen vervuld zijn
o Person-centred planning = 5 verwezenlijkingen waar HV op dienen te richten om QoL te
bevorderen:
- Aanwezigheid in de samenleving; recht op volwaardige deelname aan gewone leven
(met nodige ondersteuning)
- Recht hebben om waardevolle relaties uit te bouwen met anderen en gerespecteerd &
gewaardeerd worden door anderen
- Keuze hebben om kleine en grote beslissingen te kunnen nemen & invloed uitoefenen
op wat er in je leven gebeurt
- Competenties bevorderen; erkend en ondersteund worden in je groeimogelijkheden
en in mogelijkheid om deel te nemen aan leeftijdsadequaat en zinvolle activiteiten,
ongeacht de noodzakelijke ondersteuning
- Het recht hebben om gerespecteerd en gewaardeerd te worden voor wie men is.
o Domeinen
A) Being = wie men is
B) Belonging = hoe men zich verhoudt tot zijn omgeving
C) Becoming = realiseren van persoonlijke doelen en aspiraties
D) Mattering = ertoe doen, van betekenis zijn
4 KERNPRINCIPES
Multi-dimensionaliteit; 8 levensdomeinen
4
ORTHOPEDAGOGIE
HOOFDSTUK 1: FUNDAMENTEN
KWETSBAARHEID
Þ Vanuit verschillende domeinen van kwetsbaarheid worden kaders en modellen toegepast op
actuele thema’s en authentieke hulpverleningscontexten
® We richten ons naar alle mensen die zich in een kwetsbare positie bevinden
5 DOMEINEN VAN KWETSBAARHEID
® Alle domeinen beïnvloeden elkaar
Bv. Een man heeft een hemiplegie door hersenletsel (fysieke kwetsbaarheid). Doordat zijn leven van
de ene op de andere dag veranderd is, kampt hij met een depressieve gemoedstoestand (psychische
kwetsbaarheid). De man heeft het moeilijk met plannen en organiseren (cognitieve kwetsbaarheid) en
woont omwille van het hersenletsel in een leefgroep (omgevingskwetsbaarheid). Hij kan niet meer
gemakkelijk deelnemen aan de maatschappij doordat hij in een rolstoel zit (sociale kwetsbaarheid).
Bv. mensen in de context van armoede:
§ Slechte woonst à omgevingskwetsbaarheid
§ Schaamte omwille van eigen situatie à psychische kwetsbaarheid
§ (Door schaamte) minder buitenkomen à sociale kwetsbaarheid
1
, § Ze werken heel hard voor hun geld te verdienen en kunnen hiermee hun lichaam gaan
vermoeien of ze hebben geen geld voor naar de dokter/ tandarts te gaan (fysieke gezondheid)
QUALITY OF LIFE EN ONDERSTEUNINGSDENKEN
VERMAATSCHAPPELIJKING VAN DE ZORG
= de juiste kansen en mogelijkheden creëren om mensen in een kwetsbare positie met de nodige
‘ruggensteun’ in de samenleving een volwaardige rol te laten spelen.
o 2 begrippen ontstaan:
1. Community care: personen met een beperking ondersteunen in de samenleving
2. Vermaatschappelijking van de zorg: zorg van personen met een psychische
problematiek in de samenleving te brengen
® Begrippen worden door elkaar gebruikt en in de verschillende sectoren
o Door vermaatschappelijking van de zorg willen ze grotere organisaties (bv. Zevenberge)
kleiner maken zodat de kwetsbare groepen meer in de samenleving geïntegreerd worden
o 2 invalshoeken:
A. Individueel proces
® Streven van Cliënt om zoveel mogelijk deel uit te maken van de samenleving
B. Collectief proces
® De vermaatschappelijking van de zorg zelf
® Reorganisatie van hulpverlening en deïnstutionalisering van de zorg
o Er kunnen 4 mogelijk positieve resultaten voorkomen:
§ Het ontstaan van een ‘warmer’ Vlaanderen
§ Een meer inclusievere samenleving
§ Het streven naar een krachtgerichte hulpverlening
§ Verwijzing naar de budgettaire context
o Gaat uit van:
§ (Het recht hebben op een) kwaliteit van leven
§ Autonomie
§ Eigen regie
§ Eigen kracht
§ Eigen verantwoordelijkheid
§ Zelfredzaamheid
® De vermaatschappelijking mag geen doel zijn, enkel een middel om te komen tot het
recht (en realiseren) van kwaliteit van leven
HET ONDERSTEUNINGSMODEL
o Sluit aan bij de vermaatschappelijking van de zorg
o Hangt samen met een andere manier van kijken naar mensen in het algemeen
® Burgerschap wordt als mensbeeld gezien
o Sleutelbegrip: ondersteuning i.p.v. zorg of hulp
® Altijd gericht en op maat van een individu in de samenleving
® Flexibel à ondersteuning kan per gebied verschillend zijn of in loop van leven
fluctueren
® Steeds persoonsgericht en omgevingsgericht
® Sociale netwerk staat centraal
® Doel: individu een goede kwaliteit van leven te geven
2
,VIJF CONCENTRISCHE CIRKELS
1. Ondersteuning vertrekt eerst vanuit de kracht en het potentieel van de persoon zelf
2. Hiernaast kunnen de natuurlijke hulpbronnen worden aangesproken à familie en vrienden
(het sociale netwerk)
3. Informele steun kan komen van buren, medeleerlingen, collega’s, kennissen, vrijwilligers
Sociale netwerk te weinig ondersteuning bieden? à Professionele hulpbronnen (door overheid
georganiseerd) in werking treden
4. Algemene zorg en dienstverlening zoals huisarts. Thuiszorg, dienst algemeen welzijn, kind
en gezin, scholen...
5. Gespecialiseerde hulpverlening zoals multifunctionele centra, CLB, dagcentra...
Þ Steun van sociale vangnet moet in eerste instantie gericht zijn op de persoon in of met zijn
sociale netwerk
Þ Vraagt verandering van zorgsysteem en professionele begeleiders
Þ Ondersteuning is gericht op (positieve) ervaringen in gewone situaties (dus zowel verandering
van individu als verandering van omgeving)
QUALITY OF LIFE (QOL)
o Persoon staat centraal
® Er wordt gekeken naar hoe de persoon zelf zijn situatie/ leven ervaart
o Is een contextueel begrip à het is afhankelijk van de context, geschiedenis en beleving van
de persoon
o Belangrijkste doelstelling van de hulpverlener = kwaliteit van leven behouden en/of verbeteren
o 3 benaderingen
a. Objectieve benadering
Þ Men ziet kwaliteit van leven als de som van een aantal (objectief meetbare)
goede levensomstandigheden
3
, Bv. arbeidssituatie en in-komen, gezondheid, vrijetijdsactiviteiten
® Als men bij wijze van spreken een fijne en goed betaalde job heeft,
redelijk gezond is en zelf kan kiezen wanneer men gaat sporten, dan zou
er objectief sprake zijn van een goede kwaliteit van leven
b. Subjectieve benadering
Þ Men kan de kwaliteit van leven enkel achterhalen door het bevragen van de
betrokken persoon zelf.
Þ De ervaring van de persoon staat centraal
Bv. dezelfde objectieve omstandigheden kunnen door verschillende mensen
anders ervaren worden
c. Interactionele benadering
Þ De mate van overeenstemming tussen de persoon en de omgeving (=
goodness of fit)
Þ Levenskwaliteit is optimaal wanneer individuele noden en wensen vervuld zijn
o Person-centred planning = 5 verwezenlijkingen waar HV op dienen te richten om QoL te
bevorderen:
- Aanwezigheid in de samenleving; recht op volwaardige deelname aan gewone leven
(met nodige ondersteuning)
- Recht hebben om waardevolle relaties uit te bouwen met anderen en gerespecteerd &
gewaardeerd worden door anderen
- Keuze hebben om kleine en grote beslissingen te kunnen nemen & invloed uitoefenen
op wat er in je leven gebeurt
- Competenties bevorderen; erkend en ondersteund worden in je groeimogelijkheden
en in mogelijkheid om deel te nemen aan leeftijdsadequaat en zinvolle activiteiten,
ongeacht de noodzakelijke ondersteuning
- Het recht hebben om gerespecteerd en gewaardeerd te worden voor wie men is.
o Domeinen
A) Being = wie men is
B) Belonging = hoe men zich verhoudt tot zijn omgeving
C) Becoming = realiseren van persoonlijke doelen en aspiraties
D) Mattering = ertoe doen, van betekenis zijn
4 KERNPRINCIPES
Multi-dimensionaliteit; 8 levensdomeinen
4