Biologie
Deel 1 handboek pagina 14-24
Biodiversiteit
aantal verschillende soorten organismen in een bepaald gebied
→ woestijn : biodiversiteit is kleiner
→ regenwoud : biodiversiteit is groter
Determineren
het aantal waargenomen soorten planten en dieren een naam geven
Inventariseren
aantal organismen tellen, schatten en de verspreiding van de waargenomen
soorten in kaart te brengen
Binomiale naamgeving → Binaire/binomiale namenclatuur
elk organisme heeft een Latijnse wetenschappelijke naam van 7 delen
- 1e deel: geslachtsnaam → hoofdletter
- 2e deel; soortaanduiding/soortnaam → kleine letter
wetenschappelijke naam wordt cursief geschreven
NA wet. naam: eerste letter van de naam van de onderzoeker
Biotische invloeden
biologisch wateronderzoek
bestuderen van levende organismen die aanwezig zijn en elkaar beïnvloeden
op verschillende manieren
(voedselconcurrentie, concurrentie om licht en zuurstofgas)
Bio-indicator
Levend wezen dat door zijn aan- of afwezigheid een maat vormt voor de
kwaliteit van zijn omgeving
Macro-invertebraten
Ongewervelde dieren die met het blote oog waarneembaar zijn
Plankton
microscopische kleine organismen die rondzweven en -bewegen in water.
Fytoplankton en zoöplankton vormen een groep van eencellige en
meercellige organismen die de basis zijn v.d. voedselketen in het water
, nog plankton
→ in niet-verontreinigd water komen veel soorten voor (grote biodiversiteit)
Van elk soort zijn er weinig exemplaren. In vervuild water komen weinig
soorten voor (kleine biodiversiteit) maar van elk soort veel exemplaren
Waterplanten
→ water als bio-indicator
het voorkomen van bepaalde plankton geeft info over de hoeveelheid
voedingsstoffen in het water. In verontreinigd water zijn bv EXTRA
voedingsstoffen onder de vorm van mest toegevoegd. In zilver water
daarentegen zitten geen of weinig EXTRA voedingsstoffen
PLANKTONNEN
- wimperdiertjes
Zeer voedselrijke omgeving
- oog flagellaten
voedselrijke omgeving
- groenalgen
- kiezelalgen
matig voedselrijke omgeving
- sieralgen
- goudalgen
voedselarme omgeving
Abiotische invloeden
3.1 temp / 3.2 zuurstofgas
→ de temperatuur bepaalt de maximale hoeveelheid oplosbaar zuurstof gas
in het water
● oplosbaarheid van zuurstof gas daalt bij een stijgende temperatuur
● temperatuur van het water hoger dan 25° C
→ te weinig zuurstof in het water voor levende organismen zoals vissen
● 5 mg/l zuurstof is een minimum voor een goede ademhaling van vissen
→ bij 3 mg/l sterven de vissen
Deel 1 handboek pagina 14-24
Biodiversiteit
aantal verschillende soorten organismen in een bepaald gebied
→ woestijn : biodiversiteit is kleiner
→ regenwoud : biodiversiteit is groter
Determineren
het aantal waargenomen soorten planten en dieren een naam geven
Inventariseren
aantal organismen tellen, schatten en de verspreiding van de waargenomen
soorten in kaart te brengen
Binomiale naamgeving → Binaire/binomiale namenclatuur
elk organisme heeft een Latijnse wetenschappelijke naam van 7 delen
- 1e deel: geslachtsnaam → hoofdletter
- 2e deel; soortaanduiding/soortnaam → kleine letter
wetenschappelijke naam wordt cursief geschreven
NA wet. naam: eerste letter van de naam van de onderzoeker
Biotische invloeden
biologisch wateronderzoek
bestuderen van levende organismen die aanwezig zijn en elkaar beïnvloeden
op verschillende manieren
(voedselconcurrentie, concurrentie om licht en zuurstofgas)
Bio-indicator
Levend wezen dat door zijn aan- of afwezigheid een maat vormt voor de
kwaliteit van zijn omgeving
Macro-invertebraten
Ongewervelde dieren die met het blote oog waarneembaar zijn
Plankton
microscopische kleine organismen die rondzweven en -bewegen in water.
Fytoplankton en zoöplankton vormen een groep van eencellige en
meercellige organismen die de basis zijn v.d. voedselketen in het water
, nog plankton
→ in niet-verontreinigd water komen veel soorten voor (grote biodiversiteit)
Van elk soort zijn er weinig exemplaren. In vervuild water komen weinig
soorten voor (kleine biodiversiteit) maar van elk soort veel exemplaren
Waterplanten
→ water als bio-indicator
het voorkomen van bepaalde plankton geeft info over de hoeveelheid
voedingsstoffen in het water. In verontreinigd water zijn bv EXTRA
voedingsstoffen onder de vorm van mest toegevoegd. In zilver water
daarentegen zitten geen of weinig EXTRA voedingsstoffen
PLANKTONNEN
- wimperdiertjes
Zeer voedselrijke omgeving
- oog flagellaten
voedselrijke omgeving
- groenalgen
- kiezelalgen
matig voedselrijke omgeving
- sieralgen
- goudalgen
voedselarme omgeving
Abiotische invloeden
3.1 temp / 3.2 zuurstofgas
→ de temperatuur bepaalt de maximale hoeveelheid oplosbaar zuurstof gas
in het water
● oplosbaarheid van zuurstof gas daalt bij een stijgende temperatuur
● temperatuur van het water hoger dan 25° C
→ te weinig zuurstof in het water voor levende organismen zoals vissen
● 5 mg/l zuurstof is een minimum voor een goede ademhaling van vissen
→ bij 3 mg/l sterven de vissen