De verouderende long
1 FYSIOLOGIE
Elke cel heeft zuurstof nodig
- Zuurstofopname
o Hart
o Longen
o Vasculair systeem
- Veroudering veranderingen verhoogd risico cardiorespiratoire aandoeningen
o Structureel
o Functioneel
o Herstelprocessen
Transportsysteem
- Lucht via hoge luchtwegen in longen
- Zuurstof opgenomen in bloed
- Zuurstof diffusie doorheen weefsels in lichaam
- Pomp = hart
Bronchiaalboom (model van Weibel)
- Geleidende zone G0-G16
o Extrathoracale regio
o Tracheobronchiale regio
- Gasuitwisselingszone = G17- 23
- 23 generaties
o G0-4
o G5-16
Staat in voor de slijmproductie
snellere verstoppingen, waardoor er een
hypoventilatie plaats vindt
o G17- 23
Geen slijmproductie, enkel gasuitwisseling
Elastic recoil
- Bovenste luchtwegen: tracheaal kraakbeen
- Lagere luchtwegen: elastic recoil
o Longen willen kleiner worden
o Ribben willen groter worden
- Diepe actieve inademing
- Bij ouder worden -> ↓ elasticiteit van de longen
,Gasuitwisseling in alveoli
- Alveoli omgeven door capillair netwerk
- Alveo-capillaire gasuitwisseling
- = diffusie
- Wet van Fick
o ∆𝑁/∆𝑡=𝐾∗𝐴∗∆𝑃/∆𝑥
N= hoeveelheid gas;
t= tijd;
K= Krogh’s diffusie
coëfficiënt;
A= oppervlakte;
x= dikte membraan;
P= partiele druk of concentratieverschil
o De diffusiesnelheid moet snel genoeg zijn -> vooral belangrijk bij inspanningen!
Hoe lager de opp van de alveoli -> hoe minder gasuitwisseling
Dikte van het membraan -> hoe dikker, hoe moeilijker de gasuitwisseling
Zuurstof transport in bloedvaten
- Hemoglobine – RBC = erytrocyten
- Hematocriet = verhouding van RBC in bloed aanwezig
o Vrouw +/- 40%, man +/-45%
o Bij ouderen: bloedarmoede bij een tekort aan hematocriet
, 2 NORMALE VEROUDERING
- Universeel (iedereen krijgt ermee te maken)
- intrinsiek
- progressief
- irreversibel
2.1 STIJGING RV
- Oorzaak:
o Elasticiteit daalt
o Verandering in oriëntatie collageenvezels
- Gevolg:
o Alveolaire ductus vergroot daling
Gasuitwisselingsoppervlakte (+/- 1/3)
o Gedaalde elastische recoil
o Verminderde expiratoire Flow
o Dynamische hyperinflatie
o Air trapping- stijging dode ruimte
Er blijft lucht vastzitten doordat de dode ruimte groter wordt
2.2 VERANDERINGEN SURFACTANT
- toename oppervlaktespanning
- alveoli sluiten minder goed
- air trapping bij expiratie
1 FYSIOLOGIE
Elke cel heeft zuurstof nodig
- Zuurstofopname
o Hart
o Longen
o Vasculair systeem
- Veroudering veranderingen verhoogd risico cardiorespiratoire aandoeningen
o Structureel
o Functioneel
o Herstelprocessen
Transportsysteem
- Lucht via hoge luchtwegen in longen
- Zuurstof opgenomen in bloed
- Zuurstof diffusie doorheen weefsels in lichaam
- Pomp = hart
Bronchiaalboom (model van Weibel)
- Geleidende zone G0-G16
o Extrathoracale regio
o Tracheobronchiale regio
- Gasuitwisselingszone = G17- 23
- 23 generaties
o G0-4
o G5-16
Staat in voor de slijmproductie
snellere verstoppingen, waardoor er een
hypoventilatie plaats vindt
o G17- 23
Geen slijmproductie, enkel gasuitwisseling
Elastic recoil
- Bovenste luchtwegen: tracheaal kraakbeen
- Lagere luchtwegen: elastic recoil
o Longen willen kleiner worden
o Ribben willen groter worden
- Diepe actieve inademing
- Bij ouder worden -> ↓ elasticiteit van de longen
,Gasuitwisseling in alveoli
- Alveoli omgeven door capillair netwerk
- Alveo-capillaire gasuitwisseling
- = diffusie
- Wet van Fick
o ∆𝑁/∆𝑡=𝐾∗𝐴∗∆𝑃/∆𝑥
N= hoeveelheid gas;
t= tijd;
K= Krogh’s diffusie
coëfficiënt;
A= oppervlakte;
x= dikte membraan;
P= partiele druk of concentratieverschil
o De diffusiesnelheid moet snel genoeg zijn -> vooral belangrijk bij inspanningen!
Hoe lager de opp van de alveoli -> hoe minder gasuitwisseling
Dikte van het membraan -> hoe dikker, hoe moeilijker de gasuitwisseling
Zuurstof transport in bloedvaten
- Hemoglobine – RBC = erytrocyten
- Hematocriet = verhouding van RBC in bloed aanwezig
o Vrouw +/- 40%, man +/-45%
o Bij ouderen: bloedarmoede bij een tekort aan hematocriet
, 2 NORMALE VEROUDERING
- Universeel (iedereen krijgt ermee te maken)
- intrinsiek
- progressief
- irreversibel
2.1 STIJGING RV
- Oorzaak:
o Elasticiteit daalt
o Verandering in oriëntatie collageenvezels
- Gevolg:
o Alveolaire ductus vergroot daling
Gasuitwisselingsoppervlakte (+/- 1/3)
o Gedaalde elastische recoil
o Verminderde expiratoire Flow
o Dynamische hyperinflatie
o Air trapping- stijging dode ruimte
Er blijft lucht vastzitten doordat de dode ruimte groter wordt
2.2 VERANDERINGEN SURFACTANT
- toename oppervlaktespanning
- alveoli sluiten minder goed
- air trapping bij expiratie