Kerninhoud
Een organisatie is een doelgericht samenwerkingsverband
Bestaat uit:
o Input (middelen, mensen, info)
o Throughput (processen)
o Output (diensten/ resultaten)
Open systeem wisselwerking met omgeving
Subsystemen:
o Technisch systeem
o Sociaal systeem
o Managementsysteem
Link met maatschappelijk werk
Organisaties in welzijn zijn sterk afhankelijk van:
o Overheidssubsidies
o Maatschappelijke noden
o Wetgeving
Maatschappelijk werkers functioneren binnen meerdere systemen:
o Cliëntensysteem
o Organisatiesysteem
o Beleidsniveau
Je werkt als maatschappelijk werker noot “los”, maar altijd binnen
structuren.
Toepassing op stageplaats
Input: opvoeders, subsidies, infrastructuur, jongeren
Throughout: begeleiding, dag structuur, overlegmomenten
Output: ontwikkeling jongeren, schoolresultaten, welzijn
Open systeem:
Samenwerking met scholen
CLB
Ouders
Jeugdhulpverlening
“Het internaat functioneert niet geïsoleerd, maar in constante
wisselwerking met onderwijs en jeugdhulp.”
, Voorbeeld van een volledig mondeling antwoord
“Een organisatie kan bekeken worden als een systeem. Dat betekent dat
het een geheel is van samenhangende onderdelen die samenwerken om
een doel te bereiken. Volgens de systeemtheorie bestaat een organisatie
uit input, throughput en output.
De input zijn de middelen die binnenkomen, zoals personeel, middelen,
infrastructuur en informatie. Throughout zijn de processen binnen de
organisatie, zoals overlegmomenten, begeleiding en administratie. De
output zijn de resultaten, bijvoorbeeld de begeleiding van cliënten of
maatschappelijke impact.
Organisaties zijn open systemen, wat betekent dat ze voortdurend in
wisselwerking staan met hun omgeving. Zeker in het maatschappelijk
werk is dit belangrijk, omdat welzijnsorganisaties afhankelijk zijn van
subsidiëring, regelgeving en maatschappelijke noden.
Als ik dit toepas op mijn stageplaats, internaat De Koekoek, zie ik duidelijk
dat het internaat een open systeem is. De input bestaat uit opvoeders,
jongeren, subsidies en infrastructuur. De throughput zijn de
begeleidingsmomenten, teamvergaderingen en dagelijkse structuur. De
output is de ontwikkeling en stabiliteit van de jongeren.
Ook is er een sterke wisselwerking met scholen, CLB en ouders. Het
internaat functioneert dus niet geïsoleerd.
In mijn groepswerk zagen we ook dat de organisatie die wij onderzochten
sterk afhankelijk was van externe factoren, zoals beleidskeuzes. Dat
bevestigt het idee van een open systeem.
Als maatschappelijk werker is het belangrijk om systeemgericht te denken,
omdat je nooit enkel met een individu werkt, maar altijd binnen een breder
organisatorisch en maatschappelijk kader.”