FINANCIËLE GEGEVENS
Projectcoördinatie en -ontwikkeling: op zoek gaan naar geschikte, rendabele locaties en
hierover studies uitvoeren voor investeerders.
Afschrijving= niet-kaskost je moet er niets op betalen
VOORRAADWIJZIGING
= begin- en eindvoorraad vergelijken
- EV > BV: stijging voorraad
o AK HG in de loop van het boekjaar die niet verkocht geraakt zijn in hetzelfde BJ.
o De niet verkochte goederen mogen niet als kost opgenomen worden in het BJ
KP aangekochte goederen.
- EV < BV: daling voorraad
o We hebben de onverkochte voorraden die we in de vorige boekjaren hebben
aangekocht nu ook verkocht in het huidige boekjaar KP verkochte goederen
1
,H4: DE JAARREKENING
= belangrijkste bron van informatie
Een onderneming is groot indien twee of meer van volgende drempelwaarden worden
overschreden:
- Personeelsbestand van 50 VTE
- Omzet van 9 miljoen euro
- Balanstotaal van 4,5 miljoen euro
Als maximaal 1 drempelwaarden wordt overschreden moet er een verkort model
gerapporteerd worden (er moet dan bv. geen omzet weergegeven worden maar TW)
Jaarrekening bestaat uit:
- Balans
- Resultatenrekening
- Toelichting en waarderingsregels
- Sociale balans (vanaf 220 VTE)
- Jaarverslag van het bestuursorgaan en het commissarisverslag
BALANS
= overzicht van alle bezittingen van de onderneming en hoe die gefinancierd zijn.
(momentopname)
Activa ↔ passiva
RESULTATENREKENING
= geeft informatie over de evolutie in de loop van het jaar, meer bepaald over alle kosten
en opbrengsten die in dat jaar werden gerealiseerd.
Indeling van de RR:
Verkoop
- Grondstoffen (COGS)
- DDG
= toegevoegde waarde
- Bezoldigingen
= EBITDA (Earnings Before Intrest, Taxes, Depreciation and Amortization)
- Afschrijvingen
- Waardevermindering (+ waardevermeerdering)
= EBIT (Earnings Before Intrest and taxes)
- Intresten
- Belastingen
= Netto-winst / resultaat na belastingen
Bedrijven van verschillende landen vergelijken: belastingen en intrest weghalen (EBIT)
niet kijken naar netto-winst
Resultaat na belasting= het resultaat dat door de onderneming kan worden uitgekeerd
aan de aandeelhouders als dividend, of aan anderen, zoals bestuurders, het personeel of
andere belanghebbenden. Het resultaat kan ook in de onderneming worden gehouden in
de vorm van reserves of overgedragen resultaat.
2
, H6: FINANCIËLE ANALYSE
RATIOANALYSE
LIQUIDITEIT
NETTO-BEDRIJFSKAPITAAL
=geeft weer of de onderneming voldoende middelen op lange termijn (permanent
vermogen) heeft om de activa op lange termijn (vaste activa) te financieren.
= permanent vermogen (EV + schulden > 1 jaar) – vaste activa
= vlottende middelen (29/58) – schulden op KT (42/48)
Is er voldoende activa dat op KT de kortlopende schulden kunnen terugbetalen
Hoeveel geld er meer binnen komt dan buiten gaat
>0
Een groot NBK kan wijzen op veel vorderingen en voorraden (bv. in de bouwsector)
- Positief: permanent vermogen > vaste activa
o De onderneming moet dan voor een deel beroep doen op het vreemd vermogen
(KT passiva) om de LT activa (VA) te financieren.
- Negatief: permanent vermogen < vaste activa
BEHOEFTE AAN NETTO-BEDRIJFSKAPITAAL
= voorraden + vorderingen – leveranciers
Nagaan of de onderneming vanuit de exploitatie financiering nodig heeft, of ze
financiering gebruikt en hoe ze gebruik kan maken van de automatische financiering door
de bedrijfspassiva
Automatische financiering= de mate waarin betalingsuitstel toegestaan door de
leveranciers, de aankoop van voorraden en het betalingsuitstel opgenomen door de
klanten kan overbruggen.
NBK > behoefte aan NBK: overschot aan financiële middelen (meer cash dan
financiële schulden op KT)
NBK < behoefte aan NBK: tekort aan financiële middelen (de onderneming is verplicht
om beroep te doen op de financiële schulden op KT)
CURRENT RATIO
Vlottende middelen
= -------------------------------------
Schulden < 1 jaar (VV op KT)
- Drukt het NBK uit in een ratio
- ≥ 1 (dan is het NBK positief)
- Hoeveel groter de vlottende middelen zijn dan de schulden op KT
3