Deel 1: geest, gedrag en de psychologische wetenschap
Wat is psychologie?
Psychologie is meer dan geestelijke aandoeningen en psychoanalyse.
Letterlijk: de studie van de geest
Psychologie= de wetenschap van gedrag en geestelijke processen. Vooral de relatie
tussen deze twee.
Gedrag: externe waarneembare processen:
- Praten, lopen
- Ook dingen kopen, pesten, ontslag nemen, …
Geestelijke processen: interne geestelijke processen:
- Denken, voelen
- Ook onthouden, afkeer voelen, motivatie
Kennis omtrent psychologie wordt gebruikt in…
- Onderwijs, vb. CLB
- Bedrijfsleven, vb. advies over aanwerving van personeel
- Sport, vb. mental coach
- Gevangenissen, vb. advies over vrijlating van gedetineerden
- Politiek, vb. voorspellen van stemgedrag
- Reclame: vb. voorspellen hoe een campagne een bepaalde doelgroep maximaal
bereikt
- Marketing: vb. voorspellen van koopgedrag
- Gezondheidszorg: diagnose en behandeling van geestesziekten, maar ook vb.:
patiënten begeleiding bij palliatieve zorg
Psychologie vs. psychologisch gebabbel
Pseudopsychologie= niet-onderbouwde psychologische aannamen die zich als
wetenschappelijke waarheid voordoen
Vb. astrologie, grafologie (=schriftkunde), waarzeggerij
Psychologie vereist stevig wetenschappelijk bewijs als onderbouwing van beweringen.
Falsifieerbaar= we moeten tegenbewijs kunnen gaan zoeken, hoe vaker je geen
tegenbewijs vindt hoe groter de kans dat het klopt.
Kritisch denken (=kern)
- Wat is de bron van informatie? Waar heb je het gelezen?
- Hoe extreem is de bewering? Hoe extremer de beweging hoe groter da kans op
onbetrouwbaarheid.
- Wat is het bewijsmateriaal?
- Kan de bewering beïnvloed zijn door vooroordelen of denkfouten?
- Kan de bewering vanuit alternatieve invalshoeken beschouwd worden?
1
,Belangrijke perspectieven over geest en gedrag
- Biologisch perspectief
- Cognitief perspectief
- Behavioristisch perspectief
- Perspectieven vanuit de gehele personen
- Ontwikkelingsperspectief
- Sociocultureel perspectief
Biologisch perspectief
- Gedrag wordt bepaald door: hersenen, zenuwstelsel, hormoonstelsel, genen
- Onderzoeksdomein: neurowetenschap (hersenen t.o.v. gedrag), evolutionaire
psychologie
o Neurowetenschap: de psychologie die zich bezighoud met het brein, en de relatie
daarvan met het gedrag.
o Evolutionaire psychologie: psychologische aspecten van de menselijke geest en
menselijk gedrag worden vanuit het oogpunt van de evolutietheorie verklaard.
- Gebaseerd op: René Descartes (17e eeuw)
Voorbeeld:
- Bij slaaptekort blijkt het brein sterker te reageren op mogelijke winst en zwakker te
reageren op mogelijk verlies. Ze gaan minder kritisch denken en daardoor slechtere
beslissingen nemen doordat ze er minder over nadenken.
- Altruïsme (=iemand helpen zonder dat het iets oplevert) is en typisch menselijke
eigenschap. (vb. tijdens corona klappen voor de zorgsector)
Cognitief perspectief (kijken naar het denken, de hersenen)
- Gedrag bepaald door iemands uniek patroon van percepties, interpretaties,
verwachtingen, overtuigingen en herinneringen
- Basisidee: we zijn informatieverwerkingssystemen
- Gebaseerd op:
o Wilhelm Wundt (structuralisme)
1979: eerste psychologische labo ontstaan van de psychologie
Fundamentele psychologie (gedragingen van anderen toepassen aan jouw
persoonlijkheid of karakter)
o William James (functionalisme) waarom heeft iemand pijn?
Toegepaste psychologie (het uitvoeren van psychologische methoden en
technieken om mensen te begeleiden en te helpen bij conflicten, problemen
of andere dingen waar zij tegenaanlopen)
voorbeeld:
- Introspectie (1897): mensen beschrijven hun directe zintuigelijke en emotionele
reacties op verschillende prikkels.
- Brain imaging (2015): mensen vertonen belangrijke gelijkenissen in hun breinactiviteit
wanneer ze eenzelfde emotie ervaren. Vb. bij MRI-scanner waar je brein kan volgen.
- Gestaltpsychologie: stroming in de psychologie uit jaren ’20-’30. Reactie op het
structuralisme, daar aangenomen wordt dat perceptie bestaat uit een reeks
afzonderlijke sensaties
2
,Behavioristisch perspectief (bestudeert enkel het gedrag)
- Gedrag wordt bepaald door: de prikkels in de omgeving en eerdere gevolgen van
gedrag.
- Basisidee: we reageren op onze omgeving op basis van leerprincipes.
- Gebaseerd op: (begin 20e eeuw) gaan sterk uit van enkel het gedrag te gaan
onderzoeken
o John B. Watson: “de eeuwige cruciale vergissing is het geloof dat (…) wat we
voelen als we handelen de oorzaak van ons handelen is”
legde de nadruk op het uiterlijk, observeerbaar gedrag en reacties van
mensen op gegeven situaties, i.p.v. op de innerlijke, mentale staat waarin
mensen zich bevinden.
o B.F. Skinner: ontdekte het belang van consequenties van gedrag “mensen doen
dingen omdat ze geleerd hebben dat vergelijkbaar gedrag positieve
consequenties heeft”
Je kan mensen veel leren, als je het gewenste gedrag beloont: succes
stimuleert succes.
Voorbeeld:
- Een werknemer gaat beter presteren wanneer hij beloond wordt met een
salarisverhoging voor goede prestaties op het werk.
- Tijdens een kijkstage leert een student bij door te kijken hoe iemand iets doet en wat
het resultaat hiervan is.
Perspectieven vanuit de gehele personen (verschillen tussen mensen)
- Gedrag wordt bepaald door:
o Processen in het onbewuste (psychodynamische psychologie)
o Aangeboren behoefte om te groeien (humanistische psychologie)
o Unieke persoonlijkheidskenmerken
- Basisidee: proberen de gehele persoon te verklaren en niet slechts bepaalde
onderdelen (vb. aandacht of emotie)
- Gebaseerd op:
o Sigmund Freud (psychoanalyse)
Volgens hem is de sleutel tot een gezonde persoonlijkheid een balans tussen
ID, ego en superego. Als het ego in staat is om adequaat te bemiddelen
tussen de eisen van de werkelijkheid, het ID en het superego, ontstaat er een
gezonde en goed afgestemde persoonlijkheid.
o Carl Rodgers & Abraham Maslow (humanistische)
De bijdrage van Maslow bestaat vooral uit het formuleren van een
persoonlijkheidstheorie terwijl bij Rodgers het accent meer ligt op de
psychotherapie.
o Oude Grieken (karaktertrekken & temperament)
Hippocrates: gaat uit van 4 lichaamsvloeistoffen die verschillen tussen
mensen en deze link hij aan bepaalde ziektes (slijm, bloed, zwarte gal, gele
gal). De verschillen waren ook terug te zien in het gedrag.
3
, Voorbeeld:
- Onderzoeksvraag: kan gedrag verklaard/of voorspeld worden door iemands
persoonlijkheid?
- Veronderstelling: agressie bij basketbal spelers kan voorspeld worden door een meting
van expliciete en impliciete persoonlijkheid te combineren.
- Studieopzet (veldstudie):
o Expliciete agressieve persoonlijkheid: vb. ben je iemand die snel boos wordt?
o Impliciete agressieve persoonlijkheid. Vb. Amerikaanse auto’s zijn de afgelopen
15 jaar beter geworden. Fabrikanten begonnen betere auto’s te maken toen ze
marktaandeel verloren aan de Japanse. Veel Amerikaanse kopers dachten dat
buitenlandse auto’s van betere kwaliteit waren. Wat is de meest logische
conclusie op basis van deze informatie?
Japanners wisten 15 jaar geleden meer over het bouwen van goede auto’s
dan Amerikanen (neutraal)
Amerikaanse autofabrikanten bouwden 15 jaar geleden auto’s die te snel
versleten, zodat ze geld konden verdienen aan de verkoop van onderdelen
(agressief)
o Observatie van agressief gedrag tijdens een basketbalmatch
o Bevindingen: een combinatie van expliciete agressieve neigingen en impliciete
agressieve neigingen zal leiden tot openlijk agressief gedrag.
Ontwikkelingsperspectief (cognitieve en biologische processen)
- Gedrag wordt bepaald door: de interactie tussen erfelijkheid en omgeving
- Basisidee: mensen veranderen als gevolg van een interactie tussen erfelijke
eigenschappen en de omgeving, die zich het hele leven door uit in voorspelbare
patronen.
- Nature – nurture discussie
o Een discussie rond de oorsprong van de eigenschappen van een individu
o Nature: alle eigenschappen van het individu zijn bepaald door aanleg (vb. het
genetisch materiaal)
o Nurture: alle eigenschappen van het individu zijn bepaald door opvoeding, vooral
door de leefomgeving
Voorbeeld:
- Hoe langer kinderen en adolescenten in lockdown hebben gezeten hoe groter de
vertraging in hun cognitieve ontwikkeling
o Mondmasker kan de ontwikkeling in de weg staan doordat als je een taal leert je
iemands mond niet mag zien
4