MANAGEMENT - MACRO ECONOMIE
Macro economie
1. Deontologische norm
• Vastgelegd door De Raad van Beheer van de AInB
→ op 14/9/1994
→ samen met de definitie ‘interieurarchitect’
Een interieurarchitect is een persoon die door zijn opleiding in staat is dit beroep uit te
oefenen. Hij is een specialist in technische, esthetische en budgettaire zin en ziet toe op
de goede uitvoering van zijn ontwerpen. Hij is tevens de vertrouwensman van zijn
opdrachtgever, en zal hem naar best vermogen bijstaan
• Opleiding en diploma ‘interieurarchitect’
→ sinds het onderwijsdecreet van 28/11/1991
• AInB = Associatie voor Interieurarchitecten België
→ beroepsvereniging
→ geen verplicht lidmaatschap
* want ‘interieurarchitect’ is geen beschermde beroepstitel
• Geen verplichting de deontologische norm te volgen
→ want niet verplicht lid van de beroepsvereniging
EXAMENVRAAG: Zijn interieurarchitecten verplicht de deontologische norm te volgen?
Deontologie = ethische theorie
→ bevat regels, plichten, verplichtingen en verboden
Deontologie is een ethische theorie die stelt dat de moraliteit van een
handeling gebaseerd moet zijn op regels of plichten, in plaats van de
gevolgen ervan. Het woord "deontologie" is afgeleid van het Griekse
"deon," wat "plicht" of "verplichting" betekent. Volgens deontologische
ethiek zijn bepaalde handelingen moreel verplicht of verboden,
ongeacht hun uitkomst.
In deontologie is bijvoorbeeld het liegen altijd verkeerd, zelfs als het in
een bepaalde situatie betere gevolgen zou kunnen hebben, zoals het
beschermen van iemand. De nadruk ligt dus op de intrinsieke morele
waarde van de handeling zelf, in plaats van op de resultaten die die
handeling voortbrengt.
,2. Deontologie voor architecten
Deontologie voor architecten verwijst naar de ethische regels en professionele
gedragsnormen die architecten moeten volgen in hun werk. Deze regels en normen zijn
gericht op het waarborgen van eerlijkheid, verantwoordelijkheid, en integriteit in de
beroepspraktijk van architectuur. Ze zijn vaak vastgelegd in gedragscodes of
deontologische richtlijnen die worden opgesteld door beroepsorganisaties of, zoals in
België, door de Orde van Architecten.
• De Orde van Architecten
→ beroepsorganisatie
→ verplicht lidmaatschap
*verplicht lid van beroepsorganisatie, beroepsvereniging niet
• Kan volgende aspecten omvatten:
Verantwoordelijkheid naar de samenleving
Architecten hebben een plicht om bij te dragen aan de kwaliteit van de gebouwde
omgeving en het welzijn van de samenleving. Dit kan betekenen dat ze rekening
moeten houden met duurzaamheid, veiligheid en het esthetisch behoud van de
omgeving.
Verantwoordelijkheid naar de opdrachtgever
Architecten moeten eerlijk en transparant zijn tegenover hun opdrachtgevers, hun
belangen respecteren, en duidelijke afspraken maken over de reikwijdte van het werk,
de kosten en de tijdslijnen. Ze moeten altijd handelen in het belang van de klant,
zonder onnodige vertragingen of kosten.
Verantwoordelijkheid naar het milieu
Veel gedragscodes voor architecten bevatten tegenwoordig regels over duurzaam
bouwen en het verminderen van de ecologische voetafdruk van projecten. Dit omvat
het gebruik van milieuvriendelijke materialen en energie-efficiënte ontwerpen.
Eerlijkheid en integriteit
Architecten moeten in hun beroepspraktijk eerlijk zijn en geen misleidende informatie
geven. Ze mogen geen belangenconflicten hebben die hun beslissingen beïnvloeden
of hun onafhankelijkheid in gevaar brengen.
Professionele competentie
Architecten moeten hun vakkennis en vaardigheden voortdurend bijhouden om
kwalitatief werk te leveren en moeten alleen projecten aannemen waarvoor ze
voldoende gekwalificeerd zijn.
, Respect voor collega’s
Architecten moeten samenwerken en respectvol omgaan met andere professionals in
hun vakgebied. Dit omvat eerlijke concurrentie en het respecteren van intellectueel
eigendom, zoals ontwerpen of concepten van anderen.
*Deontologie voor architecten zorgt ervoor dat ze verantwoordelijk omgaan met hun vak
en de impact die hun werk heeft op mensen, de gemeenschap en het milieu. Door zich
aan deze regels te houden, behouden ze het vertrouwen van het publiek en dragen ze bij
aan de verbetering van de leefomgeving.
3. Architect
• Interieurarchitect ≠ architect
• Rust op 3 pijlers
Het alleenrecht om zaken uit te voeren omwille van
diploma
Monopolie → op het tekenen van plannen
- voor omgevingsvergunning
- voor constructieve werken
→ op de controle van de uitvoering van de werken
Wie mag zicht architect noemen?
Titel- en functiebescherming
Wie mag het beroep uitoefenen?
Onverenigbaarheid met De architect kan niet architect en aannemer zijn op
aannemers hetzelfde moment
EXAMENVRAAG: Wat zijn de 3 of 5 pijlers waar een architect op rust?
• De wet van 1939
→ bepaalt het professionele leven van architecten
→ Belgische wet die de titel en het beroep van architect reguleert
→ van groot belang voor de architectuur in België
- bepalen toegang tot het beroep
- bepalen plichten van architecten
*belangrijkste elementen:
1) monopolie op het tekenen van plans
2) monopolie op de controle van de uitvoering van de werken
3) de onverenigbaarheid met aannemers
4) titelbescherming
5) functiebescherming
→ titel- en functiebescherming verplicht architect deontologie te volgen
*gecontroleerd door de Orde van architecten
, De wet van 1939 en de wet van 1963 stelt dat architecten onafhankelijk moeten zijn van
elke invloed die hun professionele oordeel kan aantasten. Dit betekent dat een architect
geen persoonlijk of financieel belang mag hebben in de bouwwerken waarvoor hij of zij
verantwoordelijk is. De architect moet vrij zijn van commerciële banden met aannemers,
leveranciers, of andere partijen die invloed kunnen uitoefenen op de uitvoering van de
werken.
De onafhankelijkheid van architecten is essentieel om de kwaliteit, veiligheid en
eerlijkheid in de bouwsector te waarborgen. Architecten hebben de verantwoordelijkheid
om hun technische expertise objectief in te zetten en de belangen van hun
opdrachtgevers op de eerste plaats te zetten. Als architecten commercieel betrokken
zouden zijn bij andere partijen zoals aannemers of leveranciers, zou dit hun
professionele oordeel en de kwaliteit van de werken kunnen beïnvloeden.
• De wet van 1963
De Wet van 26 juni 1963 betreft de herziening van bepaalde bepalingen van de wet van
1939 op het beroep van architect in België. Deze wet introduceerde enkele belangrijke
wijzigingen en verduidelijkingen in de regelgeving over het beroep van architect, zoals
dat werd vastgelegd in de wet van 1939.
→ bepaald dat vanuit de onverenigbaarheid de onafhankelijkheid volgt
- dat ze niet architect en aannemer tegelijk mogen zijn
→ voorziet het oprichten van de Orde van Architecten
- controleert wie het beroep mag uitvoeren (uitvoeringsbescherming)
- wie het beroep architect uitvoert moet ingeschreven worden bij de orde
- niet om de belangen te verdedigen van de architect
*beroepsverenigingen doen dat wel (bv: NAV)
- mensen die klacht indienen doen dat bij de orde
De wet van 1963 voorziet in het oprichten van een Orde van Architecten. Die heeft tot
taak de voorschriften van de plichtenleer voor het beroep van architect te bepalen en
deze te doen naleven. Ze houdt toezicht op de eer, de discretie en de waardigheid van
de leden van de Orde in de uitoefening van hun beroep.
De Orde kreeg meer middelen en bevoegdheden om toezicht te houden op de
ethische en professionele uitoefening van het beroep. Dit hield onder meer in dat de
Orde strikter kon optreden bij schendingen van de deontologische code en dat ze een
prominente rol kreeg in de bescherming van de kwaliteit van de bouwsector.
De Orde van architecten omvat al de personen die op één van de tabellen van de Orde
of op een lijst van stagiairs zijn ingeschreven.
Niemand mag in België het beroep van architect in welke hoedanigheid ook uitoefenen
als hij niet op één van de tabellen van de Orde of op een lijst van stagiairs is
ingeschreven
De wet van 1963 breidde het tuchtrecht uit en versterkte de maatregelen die genomen
konden worden tegen architecten die inbreuk maakten op de deontologische regels of
hun beroepsplichten verzaakten. Dit hielp om de kwaliteit en het vertrouwen in de
architectenpraktijk verder te waarborgen.
Macro economie
1. Deontologische norm
• Vastgelegd door De Raad van Beheer van de AInB
→ op 14/9/1994
→ samen met de definitie ‘interieurarchitect’
Een interieurarchitect is een persoon die door zijn opleiding in staat is dit beroep uit te
oefenen. Hij is een specialist in technische, esthetische en budgettaire zin en ziet toe op
de goede uitvoering van zijn ontwerpen. Hij is tevens de vertrouwensman van zijn
opdrachtgever, en zal hem naar best vermogen bijstaan
• Opleiding en diploma ‘interieurarchitect’
→ sinds het onderwijsdecreet van 28/11/1991
• AInB = Associatie voor Interieurarchitecten België
→ beroepsvereniging
→ geen verplicht lidmaatschap
* want ‘interieurarchitect’ is geen beschermde beroepstitel
• Geen verplichting de deontologische norm te volgen
→ want niet verplicht lid van de beroepsvereniging
EXAMENVRAAG: Zijn interieurarchitecten verplicht de deontologische norm te volgen?
Deontologie = ethische theorie
→ bevat regels, plichten, verplichtingen en verboden
Deontologie is een ethische theorie die stelt dat de moraliteit van een
handeling gebaseerd moet zijn op regels of plichten, in plaats van de
gevolgen ervan. Het woord "deontologie" is afgeleid van het Griekse
"deon," wat "plicht" of "verplichting" betekent. Volgens deontologische
ethiek zijn bepaalde handelingen moreel verplicht of verboden,
ongeacht hun uitkomst.
In deontologie is bijvoorbeeld het liegen altijd verkeerd, zelfs als het in
een bepaalde situatie betere gevolgen zou kunnen hebben, zoals het
beschermen van iemand. De nadruk ligt dus op de intrinsieke morele
waarde van de handeling zelf, in plaats van op de resultaten die die
handeling voortbrengt.
,2. Deontologie voor architecten
Deontologie voor architecten verwijst naar de ethische regels en professionele
gedragsnormen die architecten moeten volgen in hun werk. Deze regels en normen zijn
gericht op het waarborgen van eerlijkheid, verantwoordelijkheid, en integriteit in de
beroepspraktijk van architectuur. Ze zijn vaak vastgelegd in gedragscodes of
deontologische richtlijnen die worden opgesteld door beroepsorganisaties of, zoals in
België, door de Orde van Architecten.
• De Orde van Architecten
→ beroepsorganisatie
→ verplicht lidmaatschap
*verplicht lid van beroepsorganisatie, beroepsvereniging niet
• Kan volgende aspecten omvatten:
Verantwoordelijkheid naar de samenleving
Architecten hebben een plicht om bij te dragen aan de kwaliteit van de gebouwde
omgeving en het welzijn van de samenleving. Dit kan betekenen dat ze rekening
moeten houden met duurzaamheid, veiligheid en het esthetisch behoud van de
omgeving.
Verantwoordelijkheid naar de opdrachtgever
Architecten moeten eerlijk en transparant zijn tegenover hun opdrachtgevers, hun
belangen respecteren, en duidelijke afspraken maken over de reikwijdte van het werk,
de kosten en de tijdslijnen. Ze moeten altijd handelen in het belang van de klant,
zonder onnodige vertragingen of kosten.
Verantwoordelijkheid naar het milieu
Veel gedragscodes voor architecten bevatten tegenwoordig regels over duurzaam
bouwen en het verminderen van de ecologische voetafdruk van projecten. Dit omvat
het gebruik van milieuvriendelijke materialen en energie-efficiënte ontwerpen.
Eerlijkheid en integriteit
Architecten moeten in hun beroepspraktijk eerlijk zijn en geen misleidende informatie
geven. Ze mogen geen belangenconflicten hebben die hun beslissingen beïnvloeden
of hun onafhankelijkheid in gevaar brengen.
Professionele competentie
Architecten moeten hun vakkennis en vaardigheden voortdurend bijhouden om
kwalitatief werk te leveren en moeten alleen projecten aannemen waarvoor ze
voldoende gekwalificeerd zijn.
, Respect voor collega’s
Architecten moeten samenwerken en respectvol omgaan met andere professionals in
hun vakgebied. Dit omvat eerlijke concurrentie en het respecteren van intellectueel
eigendom, zoals ontwerpen of concepten van anderen.
*Deontologie voor architecten zorgt ervoor dat ze verantwoordelijk omgaan met hun vak
en de impact die hun werk heeft op mensen, de gemeenschap en het milieu. Door zich
aan deze regels te houden, behouden ze het vertrouwen van het publiek en dragen ze bij
aan de verbetering van de leefomgeving.
3. Architect
• Interieurarchitect ≠ architect
• Rust op 3 pijlers
Het alleenrecht om zaken uit te voeren omwille van
diploma
Monopolie → op het tekenen van plannen
- voor omgevingsvergunning
- voor constructieve werken
→ op de controle van de uitvoering van de werken
Wie mag zicht architect noemen?
Titel- en functiebescherming
Wie mag het beroep uitoefenen?
Onverenigbaarheid met De architect kan niet architect en aannemer zijn op
aannemers hetzelfde moment
EXAMENVRAAG: Wat zijn de 3 of 5 pijlers waar een architect op rust?
• De wet van 1939
→ bepaalt het professionele leven van architecten
→ Belgische wet die de titel en het beroep van architect reguleert
→ van groot belang voor de architectuur in België
- bepalen toegang tot het beroep
- bepalen plichten van architecten
*belangrijkste elementen:
1) monopolie op het tekenen van plans
2) monopolie op de controle van de uitvoering van de werken
3) de onverenigbaarheid met aannemers
4) titelbescherming
5) functiebescherming
→ titel- en functiebescherming verplicht architect deontologie te volgen
*gecontroleerd door de Orde van architecten
, De wet van 1939 en de wet van 1963 stelt dat architecten onafhankelijk moeten zijn van
elke invloed die hun professionele oordeel kan aantasten. Dit betekent dat een architect
geen persoonlijk of financieel belang mag hebben in de bouwwerken waarvoor hij of zij
verantwoordelijk is. De architect moet vrij zijn van commerciële banden met aannemers,
leveranciers, of andere partijen die invloed kunnen uitoefenen op de uitvoering van de
werken.
De onafhankelijkheid van architecten is essentieel om de kwaliteit, veiligheid en
eerlijkheid in de bouwsector te waarborgen. Architecten hebben de verantwoordelijkheid
om hun technische expertise objectief in te zetten en de belangen van hun
opdrachtgevers op de eerste plaats te zetten. Als architecten commercieel betrokken
zouden zijn bij andere partijen zoals aannemers of leveranciers, zou dit hun
professionele oordeel en de kwaliteit van de werken kunnen beïnvloeden.
• De wet van 1963
De Wet van 26 juni 1963 betreft de herziening van bepaalde bepalingen van de wet van
1939 op het beroep van architect in België. Deze wet introduceerde enkele belangrijke
wijzigingen en verduidelijkingen in de regelgeving over het beroep van architect, zoals
dat werd vastgelegd in de wet van 1939.
→ bepaald dat vanuit de onverenigbaarheid de onafhankelijkheid volgt
- dat ze niet architect en aannemer tegelijk mogen zijn
→ voorziet het oprichten van de Orde van Architecten
- controleert wie het beroep mag uitvoeren (uitvoeringsbescherming)
- wie het beroep architect uitvoert moet ingeschreven worden bij de orde
- niet om de belangen te verdedigen van de architect
*beroepsverenigingen doen dat wel (bv: NAV)
- mensen die klacht indienen doen dat bij de orde
De wet van 1963 voorziet in het oprichten van een Orde van Architecten. Die heeft tot
taak de voorschriften van de plichtenleer voor het beroep van architect te bepalen en
deze te doen naleven. Ze houdt toezicht op de eer, de discretie en de waardigheid van
de leden van de Orde in de uitoefening van hun beroep.
De Orde kreeg meer middelen en bevoegdheden om toezicht te houden op de
ethische en professionele uitoefening van het beroep. Dit hield onder meer in dat de
Orde strikter kon optreden bij schendingen van de deontologische code en dat ze een
prominente rol kreeg in de bescherming van de kwaliteit van de bouwsector.
De Orde van architecten omvat al de personen die op één van de tabellen van de Orde
of op een lijst van stagiairs zijn ingeschreven.
Niemand mag in België het beroep van architect in welke hoedanigheid ook uitoefenen
als hij niet op één van de tabellen van de Orde of op een lijst van stagiairs is
ingeschreven
De wet van 1963 breidde het tuchtrecht uit en versterkte de maatregelen die genomen
konden worden tegen architecten die inbreuk maakten op de deontologische regels of
hun beroepsplichten verzaakten. Dit hielp om de kwaliteit en het vertrouwen in de
architectenpraktijk verder te waarborgen.