Afkortingen
Besl. Vl. Reg. Besluit Vlaamse Regering
BW Burgerlijk Wetboek
Oud BW oud Burgerlijk Wetboek
VCRO Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening
wet van 02.8.2002 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand
WBBH
handelstransacties
WER Wetboek van Economisch Recht
Wet 08.05.2019 betreffende de verplichte verzekering van de burgerlijke
Wet-Ducarme
beroepsaansprakelijkheid in de bouwsector
Wet van 20.02.1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van
W 20.02.1939
architect
Openbare orde – Dwingen recht – Aanvullend recht
1. Belang van het onderscheid
• Van belang voor de contractvrijheid van de partijen
• Contractsvrijheid
→ contractspartijen zijn vrij om de inhoud van het contract te bepalen
→ moet wel voldoen aan de bij wet bepaalde geldigheidsvereisten (BW)
• Contractvrijheid beperkt door regels van het dwingend recht en openbare orde
→ dus de vrijheid wordt beperkt door bepaalde rechtsregels
• Het contract mag afwijken van de regels van het aanvullend recht
vb: oude iPhone verkopen voor €300, er moet een akkoord zijn over wat er wordt verkocht
en de prijs (= koopcontract). Over alle andere aspecten werd niet gesproken. Een week
later blijkt er iets verkeerd te zijn aan de iPhone (verborgen gebrek). Er staat daar niets
over in het contract maar dan vallen we terug op de regel van het aanvullend recht: ‘Als
verkoper ben je verplicht daar voor in te staan (schadevergoeding, koopprijs terug)’.
Maar je kan van die regels afwijken en bijvoorbeeld in de overeenkomst zetten dat de
verkoper niet instaat voor verborgen gebreken,…
(anders bij professionele verkoper: dwingend recht verplicht verkoper om bepaalde
periode daarvoor in te staan = minimale garantietermijn)
• Het contract mag geen ongeoorloofd voorwerp hebben
→ het voorwerp zelf (de prestatie die geleverd wordt) mag niet verboden of illegaal zijn
vb: een contract om drugs te verkopen of een huurcontract voor een woning zonder
verplichte vergunning.
, • Het contract mag geen ongeoorloofde oorzaak hebben
→ de bedoeling achter het contract mag niet in strijd zijn met de wet of openbare orde
vb: iemand koopt een vrachtwagen (op zich een geoorloofd voorwerp), maar met de
bedoeling die te gebruiken om systematisch smokkel te plegen. Het voorwerp is
geoorloofd, maar de oorzaak niet.
• Een contract dat niet voldoet aan de geldigheidsvereisten is nietig
→ nietigverklaring ontneemt het contract zijn gevolgen vanaf de dag waarop het is
gesloten
→ contract wordt geacht nooit te hebben bestaan
→ indien nietigheidsgrond slecht een gedeelte van het contract betreft, beperkt de
nietigheid zich tot dat gedeelte
- rest van het contract blijft voortbestaan
vb: contract sluiten als interieurarchitect met bouwheer waarvoor vergunningen nodig
zijn (= architect nodig). Maar je schakelt geen architect in. Contract wordt nietig
verklaard, alsof het nooit heeft bestaan, of slechts een deel, de rest blijft voortbestaan.
2. Het onderscheid zelf
*weten wat de wet inhoud, geen definitie
Openbare orde Rechtsregel die de essentiële belangen van de staat of van de
gemeenschap raakt of die in het privaatrecht de juridische
grondslagen bepaalt waarop de maatschappij berust, zoals de
economische orde, morele orde, de sociale orde of de orde van het
leefmilieu
Gevolg:
→ er mag nooit worden afgeweken van regels in contract
Vb: wet van 20.02.1939
→ regelt de bescherming van de beroepstitel architect en wie dit
beroep mag uitoefenen
Vb: VCRO
→ voor bepaalde constructies/bouwwerken moet je toelating
krijgen, indien het voldoet aan de regels van VCRO krijg je de
vergunning
Dwingend recht Rechtsregel die is vastgesteld ter bescherming vavn een partij die
door de wet als zwakker wordt gehouden
Gevolg:
→ er kan niet worden afgeweken van regels in contract
Vb: Handelshuurwet
→ bijna allemaal in bescherming van de huurder. Men wil vermijden
dat die huurder geen problemen ondervindt oa. vroegtijdig
uitzetten,…
, • Verschil tussen openbare orde & dwingend recht
→ openbare orde = niet van af te wijken bij sluiten contract en nadien
- beschermd de algemene orde, omgeving,… partijen hebben daar niets op te zeggen
→ dwingend recht = niet (definitief) van af te wijken bij sluiten contract
- je kan er wel van afwijken maar niet definitief, want zwakke partij kan bescherming
inroepen (= nietigheid contract)
bv: interieurarchitect sluit contract met bouwheer; discussie ontstaat omtrent facturen
van de interieurarchitect. Voor verbouwing was vergunning nodig maar deze is nooit
aangevraagd. De laatste factuur wordt niet betaald. Interieurarchitect start procedure
voor de rechtbank. Geen vergunning = nietigheid contract. Want interieurarchitect
verbindt zich tot prestaties die zich niet mocht leiden. Ook al was dat geen discussiepunt
tussen de partijen toch maakt dat het contract nietig. (= regel van openbare orde)
huurcontract kan worden opgezegd op elk moment zonder motivering met opzegtermijn
van 1 maand. Je hebt dat contract getekend. Subhypothese 1: handel interieurarchitect
(huurder) draait niet goed. Kleiner goedkoper pand huren zou beter zijn, dus dat ze me
willen uitzetten komt nog goed uit. Beschermend persoon gaat akkoord en gaat de
bescherming niet inroepen. Subhypotehese 2: handel draait goed, je wilt er niet weg en je
gaat strijdig met het dwingend recht. Die clausule moet nietig verklaard worden zodat ik
kan blijven verder huren.
Aanvullend recht Van rechtsregels van het aanvullend recht, mag steeds geheel of
gedeeltelijk worden afgeweken in een contract.
Indien partijen geen (andere) contractuele regeling overeen komen,
dan vullen de rechtsregels het contract aan.
Vb: verborgen gebreken bij contracten
Het juridische statuut van de interieurarchitect
3. Geen bescherming van titel en beroep interieurarchitect
→ iedereen mag zich ‘interieurarchitect’ noemen
Beroepstitel is niet beschermd
→ beroepstitel ≠ opleidingstitel
Beroep uitoefenen is niet → iedereen mag het beroep interieurarchitect
beschermd uitoefenen
Associatie van → behartigt de belangen van leden en het beroep
Interieurarchitecten met een → geen verplicht lidmaatschap om beroep te mogen
eigen erecode uitoefenen
, 4. Interieurarchitect ≠ architect
*architect:
→ alleen natuurlijke personen die het vereiste
diploma, certificaat of titel hebben
Beroepstitel beschermd → strafsanctie
door W 20.02.1939 = strafrechtelijke geldboete
*natuurlijke personen = Belgen en onderdanen EU + EER
→ natuurlijke personen in de zin van artikel 1 (zie
bovenstaand) + o.m. ingenieurs bouwkunde
Beroep uitoefenen is → rechtspersonen die aan bepaalde voorwaarden
beschermd voldoen
→ interieurarchitect mag het beroep architect niet
uitoefenen, omgekeerd wel
• Monopolie als gevolg
→ Bouwheer verplicht beroep doen op medewerking architect
- voor opmaken plannen & controle op uitvoering waarvoor toelating vereist was
- er bestaat een opsomming van vergunningsplichtige handelingen
→ verplichte bouwbijstand mag enkel worden geleverd door architect en moet zowel
ontwerp als controle omvatten
→ Interieurarchitect mag opdracht niet aanvaarden zonder bijstand van architect
- indien vereist
→ sanctie:
- contract nietig verklaard
- risico op gevangenisstraf en/of geldboete
→ oplossing:
- 3 partijen contract met duidelijke opsplitsing van wie wat uitvoert
- contract tussen BH en AR, IA in onderaanneming voor AR
- contract tussen BH en IA, AR in onderaanneming
(= bij sluiten contract moet je zeker zijn van de architect)
→ uitzondering: vrijstelling door gouverneur of gewestregeringen
= geen tussenkomst architect nodig
bv: gebouw ondergaat bestemmingswijziging, voor functiewijziging heb je
bouwvergunning nodig. Maar er zijn geen constructieve werken enkel interieur. Dan
mag je als interieurarchitect dat wel doen
• Interieurarchitect geen wettelijke controleplicht
→ voordeel = meer vrijheid in onderneming in vergelijking met architect
→ verrichte werken moeten niet gecontroleerd worden
→ als een architect een aannemer moet controleren mag die niet zelf aannemer zijn
= niet zelfde beroep van architect en aannemer tegelijk uitoefenen
- mag geen design&built contracten afsluiten