Projectmanagement
Inleiding
Definitie
“Samenhangend deel van taken die binnen vooraf bepaalde tijd dienen te worden uitgevoerd (deadline)
binnen een tijdelijke organisatie met (meetbare) duidelijke doelstellingen, volgens gewenste
kwaliteitsnormen en met beperkte middelen
Basiskenmerken van een project
Een gedefinieerd begin en einde
Een tijdelijke organisatie
Een afgebakende scope
Scope: Het geheel van uit te voeren activiteiten en op te leveren resultaat, binnen
afgesproken werkgebieden.
Heeft een opdrachtgever
Wordt gerealiseerd binnen beperkte randvoorwaarden
Soorten projecten
Technische projecten (alles met een technisch resultaat)
Sociale projecten (vb reorganisatie)
Commerciële projecten (moet winst opleveren)
Evenementen
Interne projecten vs externe projecten
Intern: projecten die je uitvoert binnen je bedrijf
Extern: projecten die je uitbesteed, consultants worden ingezet
Stakeholders
“Een persoon of organisatie die invloed ondervindt (pos. Of neg.) of zelf invloed kan uitoefenen op een
specifieke organisatie, een overheidsbesluit, nieuw product of een project.
Vb. Voor ondernemingen: werknemers, milieuorganisaties en omwonenden.
Draagvlak
“De mate waarin stakeholders een onderwerp ondersteunen”
Typische bedrijfsstakeholders
Interne belanghebbenden Externe belanghebbenden
Werknemers Toeleveranciers
Managers Maatschappij
Aandeelhouders Overheid
Crediteuren
Klanten
Elk project kent meerdere stakeholders
Het is zaak om een goed inzicht te krijgen in :
1/ Wie je stakeholders zijn
2/ Hoe ze tegenover je project staan :
Commitment / Enthusiasm (de mate waarin de stakeholder jouw project ondersteunt)
Impact (de mate waarin jouw project impact heeft op de stakeholder (kan zowel pos. als neg. zijn))
Influence (de mate waarin de stakeholder invloed kan uitoefenen op (het succes van) je project)
,Stakeholder management
“Het in goede banen leiden van de verwachtingen en belangen van alle betrokkenen en
belanghebbenden bij een project of een bedrijf.”
Strategie / stappenplan
1. Inventariseren van de belanghebbenden
Classificatie in 4 groepen
Beslissers: Overheid, toezichthouder, opdrachtgever
Gebruikers: Klanten, eindgebruikers, belangenpartijen
Uitvoerenden: Projectmanager, projectteamleden, projectmedewerkers
Leveranciers: Uitvoerende afdelingen, aannemers, leveranciers
2. In kaart brengen van de onderlinge relaties (impact)
“Het is belangrijk het netwerk van relaties van de stakeholders in kaart te brengen. Een negatief
enthousiasme van een stakeholder kan impact hebben op andere stakeholders. Dit moeten we
voorkomen door onderlinge relaties in kaart te brengen.”
3. Inventariseren van de impact (belang) en invloed
“Eindgebruikers zijn de belangrijkste stakeholders.”
Wie zijn ze? Hebben ze veel invloed en hoe groot is de impact?
Leveranciers, gebruikers, overheid, projectmanager, pers en media, zakenpartners, …
4. Inschatten van de relatie met het project (enthousiasme)
Enthousiasme: de mate waarin de stakeholder jouw project ondersteunt.
Bondgenoot: zijn het volledig eens met je
Opponent: hebben vertrouwen in jou maar zijn het niet eens met je project
Twijfelaar: zijn het eens maar weten het niet zeker
Opportunist: zijn het eens maar weinig vertrouwen
Coalitiepartner: hebben weinig vertrouwen maar zijn het wel eens
Vijand: geen vertrouwen en zijn het niet eens (zijn in staat om een festival nt te laten doorgaan)
à Het is dus de bedoeling dat je zoveel mogelijk bondgenoten maakt en zoveel mogelijk stakeholders
betrekt.
Samenstellen projectorganisatie
We vertrekken vanuit de stakeholder analyse
Wie zijn de partijen met invloed?
Wie zijn de partijen met kennis?
Wie heeft belang bij het project?
Projectorganisatie
Opdrachtgever
Opdrachtnemer
Leveranciers + teamleiders
Projectmanagementstructuur
Bedrijfs- of programmamanagement
Zorgt ervoor dat de projecten nauw aan elkaar sluiten
Opdrachtgever
, Eindverantwoordelijk voor het project
Vertegenwoordigt bedrijf
Maakt de projectmanager mogelijk projecten uit te voeren
Projectmanager
Verantwoordelijk voor het eindresultaat binnen afgesproken voorwaarden (geld, tijd,…)
Stelt een projectteam samen en coacht dit team
Communiceert met stakeholders
Bewaakt kwaliteit van het project en neemt beslissingen of dwingt ze af.
Projectteam
Rapporteert aan projectmanager
Verantwoordelijk voor het uitvoeren van de activiteiten
Is verantwoordelijk voor het leveren van de daarmee samenhangende resultaten.
Projectteammedewerker / Projectteamleader
Plannen en verdelen van het werk binnen het team
Teamleden aansturen
Gegevens bijhouden over de kwaliteitscontrole
Accepteren van werkpakketen
Managementtheorie
FAYOL
1. Vooruitzien (plannen en voorspellen)
2. Organiseren
3. Bevelen
4. Coördineren
5. Controleren
Inleiding
Definitie
“Samenhangend deel van taken die binnen vooraf bepaalde tijd dienen te worden uitgevoerd (deadline)
binnen een tijdelijke organisatie met (meetbare) duidelijke doelstellingen, volgens gewenste
kwaliteitsnormen en met beperkte middelen
Basiskenmerken van een project
Een gedefinieerd begin en einde
Een tijdelijke organisatie
Een afgebakende scope
Scope: Het geheel van uit te voeren activiteiten en op te leveren resultaat, binnen
afgesproken werkgebieden.
Heeft een opdrachtgever
Wordt gerealiseerd binnen beperkte randvoorwaarden
Soorten projecten
Technische projecten (alles met een technisch resultaat)
Sociale projecten (vb reorganisatie)
Commerciële projecten (moet winst opleveren)
Evenementen
Interne projecten vs externe projecten
Intern: projecten die je uitvoert binnen je bedrijf
Extern: projecten die je uitbesteed, consultants worden ingezet
Stakeholders
“Een persoon of organisatie die invloed ondervindt (pos. Of neg.) of zelf invloed kan uitoefenen op een
specifieke organisatie, een overheidsbesluit, nieuw product of een project.
Vb. Voor ondernemingen: werknemers, milieuorganisaties en omwonenden.
Draagvlak
“De mate waarin stakeholders een onderwerp ondersteunen”
Typische bedrijfsstakeholders
Interne belanghebbenden Externe belanghebbenden
Werknemers Toeleveranciers
Managers Maatschappij
Aandeelhouders Overheid
Crediteuren
Klanten
Elk project kent meerdere stakeholders
Het is zaak om een goed inzicht te krijgen in :
1/ Wie je stakeholders zijn
2/ Hoe ze tegenover je project staan :
Commitment / Enthusiasm (de mate waarin de stakeholder jouw project ondersteunt)
Impact (de mate waarin jouw project impact heeft op de stakeholder (kan zowel pos. als neg. zijn))
Influence (de mate waarin de stakeholder invloed kan uitoefenen op (het succes van) je project)
,Stakeholder management
“Het in goede banen leiden van de verwachtingen en belangen van alle betrokkenen en
belanghebbenden bij een project of een bedrijf.”
Strategie / stappenplan
1. Inventariseren van de belanghebbenden
Classificatie in 4 groepen
Beslissers: Overheid, toezichthouder, opdrachtgever
Gebruikers: Klanten, eindgebruikers, belangenpartijen
Uitvoerenden: Projectmanager, projectteamleden, projectmedewerkers
Leveranciers: Uitvoerende afdelingen, aannemers, leveranciers
2. In kaart brengen van de onderlinge relaties (impact)
“Het is belangrijk het netwerk van relaties van de stakeholders in kaart te brengen. Een negatief
enthousiasme van een stakeholder kan impact hebben op andere stakeholders. Dit moeten we
voorkomen door onderlinge relaties in kaart te brengen.”
3. Inventariseren van de impact (belang) en invloed
“Eindgebruikers zijn de belangrijkste stakeholders.”
Wie zijn ze? Hebben ze veel invloed en hoe groot is de impact?
Leveranciers, gebruikers, overheid, projectmanager, pers en media, zakenpartners, …
4. Inschatten van de relatie met het project (enthousiasme)
Enthousiasme: de mate waarin de stakeholder jouw project ondersteunt.
Bondgenoot: zijn het volledig eens met je
Opponent: hebben vertrouwen in jou maar zijn het niet eens met je project
Twijfelaar: zijn het eens maar weten het niet zeker
Opportunist: zijn het eens maar weinig vertrouwen
Coalitiepartner: hebben weinig vertrouwen maar zijn het wel eens
Vijand: geen vertrouwen en zijn het niet eens (zijn in staat om een festival nt te laten doorgaan)
à Het is dus de bedoeling dat je zoveel mogelijk bondgenoten maakt en zoveel mogelijk stakeholders
betrekt.
Samenstellen projectorganisatie
We vertrekken vanuit de stakeholder analyse
Wie zijn de partijen met invloed?
Wie zijn de partijen met kennis?
Wie heeft belang bij het project?
Projectorganisatie
Opdrachtgever
Opdrachtnemer
Leveranciers + teamleiders
Projectmanagementstructuur
Bedrijfs- of programmamanagement
Zorgt ervoor dat de projecten nauw aan elkaar sluiten
Opdrachtgever
, Eindverantwoordelijk voor het project
Vertegenwoordigt bedrijf
Maakt de projectmanager mogelijk projecten uit te voeren
Projectmanager
Verantwoordelijk voor het eindresultaat binnen afgesproken voorwaarden (geld, tijd,…)
Stelt een projectteam samen en coacht dit team
Communiceert met stakeholders
Bewaakt kwaliteit van het project en neemt beslissingen of dwingt ze af.
Projectteam
Rapporteert aan projectmanager
Verantwoordelijk voor het uitvoeren van de activiteiten
Is verantwoordelijk voor het leveren van de daarmee samenhangende resultaten.
Projectteammedewerker / Projectteamleader
Plannen en verdelen van het werk binnen het team
Teamleden aansturen
Gegevens bijhouden over de kwaliteitscontrole
Accepteren van werkpakketen
Managementtheorie
FAYOL
1. Vooruitzien (plannen en voorspellen)
2. Organiseren
3. Bevelen
4. Coördineren
5. Controleren