Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 22 pagina's
Tentamen (uitwerkingen)

Sociale Psychologie , Oefentoets 120 Meerkeuzevragen met Antwoorden (PB0012)

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 22 pagina's

Zie ook de bundel aanbieding! Deze oefentoets bevat 120 meerkeuzevragen over de volledige leerstof van sociale psychologie, inclusief theorieën, experimenten en kernconcepten. De vragen behandelen onder andere cognitieve dissonantie, attributietheorie, conformiteit, groepsprocessen, agressie, altruïsme en vooroordelen Daarnaast is een volledig antwoordenoverzicht toegevoegd, waardoor het document geschikt is voor zelftoetsing en intensieve tentamenvoorbereiding.

Voorbeeld van de inhoud

1. Waarom leidt onvoldoende externe rechtvaardiging sterker
tot attitudeverandering dan sterke externe beloning?

, A. Omdat sterke beloning cognitieve dissonantie vergroot
B. Omdat zwakke rechtvaardiging interne attributie van gedrag
uitlokt
C. Omdat beloning automatische verwerking activeert
D. Omdat mensen sociale normen willen volgen

2. Welke verstoring ondermijnt het bystander-effect het
meest?
A. Verhoogde ambiguïteit van de situatie
B. Anonimiteit van omstanders
C. Expliciete toewijzing van verantwoordelijkheid
D. Toename van groepsgrootte

3. Waarom vergroot unanimiteit conformiteit sterker dan
groepsgrootte alleen?
A. Omdat unanimiteit informationele onzekerheid maximaliseert
B. Omdat afwijking normatief riskanter wordt
C. Omdat grotere groepen meer expertise impliceren
D. Omdat cognitieve belasting toeneemt

4. Wanneer zal de perifere route van overtuiging waarschijnlijk
domineren?
A. Bij hoge betrokkenheid en sterke argumenten
B. Wanneer mensen tijd hebben voor analyse
C. Bij lage motivatie en aanwezigheid van aantrekkelijke bron
D. Wanneer tegenargumenten actief worden gegenereerd

5. Welke fout ontstaat primair door overschatting van interne
oorzaken bij andermans gedrag?
A. Actor-observatorverschil
B. Zelfdienende attributie
C. Fundamentele attributiefout
D. Just-world belief

6. Wat verklaart dat sociale facilitatie prestaties op complexe
taken verslechtert?
A. Verminderde motivatie
B. Verhoogde arousal die dominante respons versterkt
C. Toename van sociale luiheid
D. Verminderde cohesie

7. Waarom kan stereotype threat prestaties direct
verminderen?
A. Door verlaging van intrinsieke motivatie
B. Door activering van negatieve schema’s die werkgeheugen
belasten

2

, C. Door sociale luiheid binnen de groep
D. Door externe attributie van falen

8. Wat is het kernmechanisme achter
het overrechtvaardigingseffect?
A. Verhoogde externe controle
B. Dissonantie tussen zelfbeeld en prestatie
C. Herinterpretatie van motivatie van intern naar extern
D. Verminderde zelfwaardering

9. Wanneer is de kans op groepsdenken het grootst?
A. Lage cohesie en sterke externe kritiek
B. Hoge cohesie en geïsoleerde besluitvorming
C. Grote diversiteit in perspectieven
D. Expliciete aanmoediging van dissent

10. Wat is het functionele effect van priming op schema-
gebruik?
A. Het verhoogt cognitieve dissonantie
B. Het activeert irrelevante informatie
C. Het vergroot toegankelijkheid van gerelateerd concept
D. Het elimineert automatische verwerking

11. Waarom negeren mensen vaak basisfrequenties bij
oordelen?
A. Door sociale wenselijkheid
B. Door representativiteitsheuristiek
C. Door centrale verwerking
D. Door hoge betrokkenheid

12. Wat verklaart de agentische toestand bij
gehoorzaamheid?
A. Verminderde arousal
B. Verhoogde empathie
C. Verplaatsing van verantwoordelijkheid naar autoriteit
D. Interne attributie van gedrag

13. Waarom
verminderen superordinate doelen intergroepsconflict?
A. Ze verhogen competitie
B. Ze versterken ingroupidentiteit
C. Ze vereisen gezamenlijke afhankelijkheid
D. Ze reduceren sociale vergelijking

14. Wat is het primaire mechanisme van zelfhandicapping?
A. Vermijden van sociale vergelijking
B. Beschermen van zelfwaardering bij mogelijk falen
3

, C. Verhogen van intrinsieke motivatie
D. Minimaliseren van cognitieve belasting



15. Wanneer wordt tegenfeitelijk denken adaptief?
A. Wanneer het leidt tot piekeren
B. Wanneer het causale inzichten verschaft voor toekomstig gedrag
C. Wanneer het emoties onderdrukt
D. Wanneer het automatische verwerking versterkt

16. Waarom leidt alcoholmyopie vaker tot agressie?
A. Door verhoging van empathie
B. Door verbreding van aandacht
C. Door focus op provocerende cues en negeren van remmende
signalen
D. Door reductie van fysiologische arousal

17. Wat is de functie van manifestatieregels in sociale
interactie?
A. Universele expressie van emoties waarborgen
B. Cultureel gepaste emotionele expressie reguleren
C. Automatische priming versterken
D. Cognitieve dissonantie verminderen

18. Wanneer voorspelt
de Theory of Planned Behavior gedrag het sterkst?
A. Wanneer attitudes zwak toegankelijk zijn
B. Wanneer gedragsintentie en waargenomen controle hoog zijn
C. Wanneer normen onduidelijk zijn
D. Wanneer gedrag impulsief is

19. Wat vergroot de kans op sociale luiheid?
A. Hoge individuele identificeerbaarheid
B. Kleine groepsgrootte
C. Diffuse verantwoordelijkheid en lage zichtbaarheid van bijdrage
D. Sterke taakbetrokkenheid

20. Waarom leidt empathie volgens de empathie-
altruïsmehypothese tot hulpgedrag ondanks hoge kosten?
A. Omdat het sociale beloning maximaliseert
B. Omdat het negatieve stemming reduceert
C. Omdat het intrinsieke motivatie voor andermans welzijn activeert
D. Omdat het reputatie beschermt

21. Waarom versterkt lage distinctiviteit in
het covariatiemodel een interne attributie?
4

Gekoppeld boek
 image
Elliot Aronson, Timothy D. Wilson Sociale psychologie
Uitgever: april 2017 ISBN: 9789043035361 Druk: 9

Documentinformatie

Studie
Geüpload op
16 februari 2026
Aantal pagina's
22
Geschreven in
2025/2026
Type
Tentamen (uitwerkingen)
Bevat
Vragen en antwoorden
€7,49

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
StudieBegrip
4,7
(106)
Verkocht
456
Volgers
7
Items
172
Laatst verkocht
1 dag geleden



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen