ALGEMENE RECHTSLEER
LES 01 À BOEK PG. 11-29
DEEL I: WAT IS RECHT? EEN MOEILIJKE VRAAG
De ultieme definietie ontbreekt
Voorbeeld vraag: Maak een definietie van recht volgens de principes van die
auteur.
- Een ultieme defenitie ontbreekt
- Gerd Verscheld en Piet Taelman: recht = een geheel van gedragsregels en
ermee samenhgangende institutionele voorschriften, uitgevaardigd en
gehandhaafd door of krachtens het maatschappelijk gezag, met oog op de
doeltreffende, rechtszekere en rechtvaardige ordening van de maatchappij
Wordt niet iveral als een geheel van gedragsregels gezien
Hebben we wel een definitie nodig?
In sommige vakgebieden: geen behoefte aan een definitie (bv. chemie: een
chemicus kan perfect werken als chemicus zonder zich ooit af te vragen wat
precies ‘de chemie’ is)
In het recht: wel behoefte!
- o.a. Rechter: moet ‘het recht’ toepassen, interpreteren en verder
ontwikkelen
- Onderzoek naar ‘het recht’ riskeert verkeerd te worden begrepen zonder
begripsomschrijving
Twee opvattingen
- Essentialistische opvatting: recht heeft een essentie (=kernelement dat
altijd en overal aanwezig is en dat toelaat ‘recht’ te onderscheiden van
andere maatschappelijke fenomenen)
- Probleem: die essentie is tot nu toe niet gevonden
- Conventionalistische opvatting: wat telt als ‘recht’ en wat niet, is een
conventie (=afspraak tussen mensen) waarvan de inhoud niet op
voorhand vastligt
Definities van recht: vele vormen à niet in het boek
Verschillende vormen van recht:
Statelijk recht: het geheel van gedragsvoorschriften dat door statelijke actoren
is uitgevaardigd (zoals wetgevers, rechters…).
Gewoonterecht: het geheel van gedragsvoorschriften dat tot stand komt
doordat deelnemers aan het rechtsverkeer die voorschriften als verbindend
beschouwen. Gewoonterecht wordt niet door concrete personen uitgevaardigd,
maar is het gevolg van langdurig gebruik door die deelnemers in de praktijk.
Religieus recht : het geheel van gedragsvoorschriften dat binnen een bepaalde
religie geldt
- Bv. Onmogelijkheid tot scheiding in katholiek kerkelijk recht; tien
geboden; 613 voorschriften in de Thora…
Natuurrecht: het geheel van gedragsvoorschriften dat afgeleid wordt uit een
nauwkeurige observatie van de menselijke natuur en dat geldt onafhankelijk van
menselijke afspraken
- het recht van de sterkste
,Internationaal recht: het geheel van gedragsvoorschriften dat de
internationale betrekking regelt (dus tussen staten en andere actoren, zoals de
Verenigde Naties en de Europese Unie
Definities van recht: vergelijking met ‘families
Vormen lijken op elkaar zoals familie op elkaar lijkt.
- Hangen op een andere manier met elkaar samen
- niet per se één kenmerk of eigenschap die alle leden met elkaar delen à
geen essentiele kenermerken
- één bepaald familielid voor ogen hebben (staterlijk recht, natuurrecht, ….)
en daan een geschikte omschrijving aan geven
omschrijving kunnen we niet op andere leden toepassen
‘Recht’? Geen essentiële kenmerken
Gevolg: “recht heeft geen essentiële kenmerken die altijd en overal waar zijn”
Identificeren en behandelen à Recht = een conventie
Recht = ‘standpunt- of maatschappijafhankelijk
= hangt af van standpunt dat men inneemt over het begrip ‘recht’;
= hangt af van omschrijving die men aan ‘recht’ geeft
- maatschappij afhankelijk: antwoord op de vraag ‘wat is recht?’ hangt af
van de wijze waarop een bepaalde maatschappij naar het recht kijkt
Of iets als ‘recht’ geldt, hangt af van het ‘familielid’ dat men voor ogen heeft
Concreet voorbeeld:
Vraag: ‘Is abortus toegelaten volgens het recht?’ → ‘het’ recht vs. ‘welk’ recht
- Antwoord M1 (‘religieus recht’): ‘Neen, wie dat zegt, heeft duidelijk de
essentie van recht niet begrepen’
- Antwoord M2 (‘Belgisch statelijk recht’): ‘Ja, althans onder bepaalde
voorwaarden’
Je kan niet spreken over wat geldt als recht zonder zelf een standpunt in te
nemen over wat recht is
- Anders dan bv. chemie: inhoud onderzoeksobject =
standpuntonafhankelijk
- eerst kiezen over welke verschijnsvorm van recht je het hebt en dan pas
antwoorden
Het recht moet vervangen worden door welke rechtsopvatting.
Gevolgen conventionalistische opvatting
Recht = relatief naar plaats en tijd
- Doorheen de tijd en geografische ruimte: verschillende vormen van recht
- ‘Recht’ is een sociale constructie (geconstrueerd door handelingen van
mensen) met een geschiedenis
Moeten we nu zwijgen over ‘recht’? Neen: wel andere focus
- niet op essentie van recht (of recht in zijn universele en tijdloze geheel)
- Wel op diverse kenmerken die men ermee in verband brengt
- Is overal anders + rekening houden met de geschiedenis
- Kritische elementen bekijken die aan het begrip worden gelinkt
, Geheel aan regels?: Recht beschouwen als iets wat mensen feitelijk
doen
Gericht op normatieve ordening?
Rol handhaving?
Rol rechtvaardigheid?: machtsvoorschrift of recht?
TITEL I. FUNDAMENTELE TRANSFORMATIES VAN
MENSENMAATSCHAPPIJEN
Proloog à uitgebreider dan in het boek
Mensen zijn sociale wezens: ons leven krijgt betekenis in relatie tot anderen
Sociale ontwikkeling binnen een gemeenschap? Gevolg van:
1. Materiële facetten (ecologische, technologische, economische…)
2. Ideële facetten (kennis, overtuigingen, waarden, concepten, gewoonten…)
3. Sociale instituten en praktijken
- Sociale instituten? Patronen van sociale orde die maatschappelijke
behoeften lenigen, bv. ‘gezin’, ‘kinderopvang’, ‘onderwijs’,
‘gezondheidszorg’, ‘sportclub’… (Voor meer info, zie deze video)
- D.m.v. ‘Gezin’ tegemoet komen aan sociale en emotionele
behoeften (plicht om voor ontplooiing te zorgen),
economische behoeften (onderhoudsplicht, erfrecht…)…
- Sociale praktijken? Alledaagse handelingen en de manier waarop die
gebruikelijk worden verricht in een (groot deel van een) bepaalde
maatschappij; gedragspatronen
- Bv. schaken, met anderen wachten in de wachtkamer bij de
dokter, ruzie maken, ruzies oplossen, op
restaurant/café/kraambezoek gaan, allerlei feesten vieren…
- Het samenspel van materiële en ideële facetten met sociale
instituten en praktijken maakt sociale ontwikkeling binnen een
gemeenschap mogelijk
Niet elke gemeenschap is sociaal even complex
- hoe groter hoe meer organisationele structuur
- hiërarchie om beslissingen te nemen en op een georganiseerde
wijze te implementeren
leider speelt cruciale rol
in kleinere, minder complexe gemeenschap is het
mogelijk dat leider rechtsreeks zeggenschap heeft
over alle leden gemeenschap
graad van complexiteit bereikt : leider gebruiken
tussenpersonen
Elk gemeenschap neemt basisbehoeften van maatschappij voor haar rekening
- watervoorziening, voedselbedeling, bescherming van gezondheid en
veiligheid, het behoud van interne orde en de verdediging tegen
buitenstaanders…
- Hoe? Sociale instituten; twee vormen van specialisatie
Horizontale en verticale specialisatie
horizontale specialisatie: planning, inrichting, uitvoering =
verdeeld over zelfde niveau
verticale specialisatie: planning, inrichting, uitvoering =
verdeeld over hiërarchisch verschillende niveaus ( bevelen:
gij gaat nu dat doen …)
Bv. Belgische staat; bedrijf; gezin
, Hiërarchie: netwerk met diverse lagen van gezag die
verantwoording moeten afleggen aan één gezaghebber
Heterarchie = netwerk – niet hiërarchisch gestructureerd –
nevengeschikte gezeaghebbers naast elkaar
Betekenis en functie van ‘recht’ is niet altijd en overal hetzelfde
- hangt af van organisationele structuur van gemeenschap
- ‘Recht’ is iets anders en vervult in weinig complexe gemeenschappen
andere functies dan in complexere
Recht is in elke samenleving aanwezig – betekend niet in elke
samenleving hetzelfde
Hierna vier soorten gemeenschappen
- Samenlevingen van jager-voedselverzamelaars
- Chiefdoms
- Rijken
- Moderne staten
Chronologisch overzicht, maar niet teleologisch (=met bepaalde finaliteit of doel)
- niet zo dat moderne staten ‘verder’ staan (slechts organisatorisch
complexer)
- Sterk vereenvoudigd overzicht, realiteit is véél complexer (helpt om de
diversiteit te bekijken à recht kan in verschillende systemen iets anders
zijn
HOOFDSTUK1. SAMENLEVING VAN JAGERVOEDSELVERZAMELAARS
Wanneer? Vanaf ontstaan mensheid tot intrede landbouwsamenleving (+- 12.000
v.Chr.)
Kenmerken:
- Clans van +- 25 mensen (familiebanden): grote families
- Clans maken deel uit van groter netwerk: geen eilanden
- Grotendeels egalitair: geen hiërarchie → leiderschap?
Enkel op beslissende momenten
bv. Bij een crisis of noodzakelijke beslissing
- Basis voor leiderschap: persoonlijke kwaliteiten en dus niet op basis van
erfelijkheid
- Goederendeling en wederkerigheid: erg gebruikelijk
Wie meer heeft, draagt meer bij
Regels en gebruiken over persoonlijk letsel, huwelijksbeperkingen…
- Bv. regels over diefstal, overspel, incest en fysiek geweld (doodslag,
moord…)
- Vaak uitgevoerd door naasten van de overledene
Straf opleggen toegestaan en gelegimiteerd door de gemeenschap
Oog om oog, tand om tand bepereken
Regels en gebruiken over bezit en gebruik van goederen:
1. Oogst (en wild): gedeeld
2. Menselijke arbeid: arbeid – seksuele en reproductieve capaciteiten
3. Heilige kennis: voorbehouden voor bepaalde ingeweiden (preisters …)
LES 01 À BOEK PG. 11-29
DEEL I: WAT IS RECHT? EEN MOEILIJKE VRAAG
De ultieme definietie ontbreekt
Voorbeeld vraag: Maak een definietie van recht volgens de principes van die
auteur.
- Een ultieme defenitie ontbreekt
- Gerd Verscheld en Piet Taelman: recht = een geheel van gedragsregels en
ermee samenhgangende institutionele voorschriften, uitgevaardigd en
gehandhaafd door of krachtens het maatschappelijk gezag, met oog op de
doeltreffende, rechtszekere en rechtvaardige ordening van de maatchappij
Wordt niet iveral als een geheel van gedragsregels gezien
Hebben we wel een definitie nodig?
In sommige vakgebieden: geen behoefte aan een definitie (bv. chemie: een
chemicus kan perfect werken als chemicus zonder zich ooit af te vragen wat
precies ‘de chemie’ is)
In het recht: wel behoefte!
- o.a. Rechter: moet ‘het recht’ toepassen, interpreteren en verder
ontwikkelen
- Onderzoek naar ‘het recht’ riskeert verkeerd te worden begrepen zonder
begripsomschrijving
Twee opvattingen
- Essentialistische opvatting: recht heeft een essentie (=kernelement dat
altijd en overal aanwezig is en dat toelaat ‘recht’ te onderscheiden van
andere maatschappelijke fenomenen)
- Probleem: die essentie is tot nu toe niet gevonden
- Conventionalistische opvatting: wat telt als ‘recht’ en wat niet, is een
conventie (=afspraak tussen mensen) waarvan de inhoud niet op
voorhand vastligt
Definities van recht: vele vormen à niet in het boek
Verschillende vormen van recht:
Statelijk recht: het geheel van gedragsvoorschriften dat door statelijke actoren
is uitgevaardigd (zoals wetgevers, rechters…).
Gewoonterecht: het geheel van gedragsvoorschriften dat tot stand komt
doordat deelnemers aan het rechtsverkeer die voorschriften als verbindend
beschouwen. Gewoonterecht wordt niet door concrete personen uitgevaardigd,
maar is het gevolg van langdurig gebruik door die deelnemers in de praktijk.
Religieus recht : het geheel van gedragsvoorschriften dat binnen een bepaalde
religie geldt
- Bv. Onmogelijkheid tot scheiding in katholiek kerkelijk recht; tien
geboden; 613 voorschriften in de Thora…
Natuurrecht: het geheel van gedragsvoorschriften dat afgeleid wordt uit een
nauwkeurige observatie van de menselijke natuur en dat geldt onafhankelijk van
menselijke afspraken
- het recht van de sterkste
,Internationaal recht: het geheel van gedragsvoorschriften dat de
internationale betrekking regelt (dus tussen staten en andere actoren, zoals de
Verenigde Naties en de Europese Unie
Definities van recht: vergelijking met ‘families
Vormen lijken op elkaar zoals familie op elkaar lijkt.
- Hangen op een andere manier met elkaar samen
- niet per se één kenmerk of eigenschap die alle leden met elkaar delen à
geen essentiele kenermerken
- één bepaald familielid voor ogen hebben (staterlijk recht, natuurrecht, ….)
en daan een geschikte omschrijving aan geven
omschrijving kunnen we niet op andere leden toepassen
‘Recht’? Geen essentiële kenmerken
Gevolg: “recht heeft geen essentiële kenmerken die altijd en overal waar zijn”
Identificeren en behandelen à Recht = een conventie
Recht = ‘standpunt- of maatschappijafhankelijk
= hangt af van standpunt dat men inneemt over het begrip ‘recht’;
= hangt af van omschrijving die men aan ‘recht’ geeft
- maatschappij afhankelijk: antwoord op de vraag ‘wat is recht?’ hangt af
van de wijze waarop een bepaalde maatschappij naar het recht kijkt
Of iets als ‘recht’ geldt, hangt af van het ‘familielid’ dat men voor ogen heeft
Concreet voorbeeld:
Vraag: ‘Is abortus toegelaten volgens het recht?’ → ‘het’ recht vs. ‘welk’ recht
- Antwoord M1 (‘religieus recht’): ‘Neen, wie dat zegt, heeft duidelijk de
essentie van recht niet begrepen’
- Antwoord M2 (‘Belgisch statelijk recht’): ‘Ja, althans onder bepaalde
voorwaarden’
Je kan niet spreken over wat geldt als recht zonder zelf een standpunt in te
nemen over wat recht is
- Anders dan bv. chemie: inhoud onderzoeksobject =
standpuntonafhankelijk
- eerst kiezen over welke verschijnsvorm van recht je het hebt en dan pas
antwoorden
Het recht moet vervangen worden door welke rechtsopvatting.
Gevolgen conventionalistische opvatting
Recht = relatief naar plaats en tijd
- Doorheen de tijd en geografische ruimte: verschillende vormen van recht
- ‘Recht’ is een sociale constructie (geconstrueerd door handelingen van
mensen) met een geschiedenis
Moeten we nu zwijgen over ‘recht’? Neen: wel andere focus
- niet op essentie van recht (of recht in zijn universele en tijdloze geheel)
- Wel op diverse kenmerken die men ermee in verband brengt
- Is overal anders + rekening houden met de geschiedenis
- Kritische elementen bekijken die aan het begrip worden gelinkt
, Geheel aan regels?: Recht beschouwen als iets wat mensen feitelijk
doen
Gericht op normatieve ordening?
Rol handhaving?
Rol rechtvaardigheid?: machtsvoorschrift of recht?
TITEL I. FUNDAMENTELE TRANSFORMATIES VAN
MENSENMAATSCHAPPIJEN
Proloog à uitgebreider dan in het boek
Mensen zijn sociale wezens: ons leven krijgt betekenis in relatie tot anderen
Sociale ontwikkeling binnen een gemeenschap? Gevolg van:
1. Materiële facetten (ecologische, technologische, economische…)
2. Ideële facetten (kennis, overtuigingen, waarden, concepten, gewoonten…)
3. Sociale instituten en praktijken
- Sociale instituten? Patronen van sociale orde die maatschappelijke
behoeften lenigen, bv. ‘gezin’, ‘kinderopvang’, ‘onderwijs’,
‘gezondheidszorg’, ‘sportclub’… (Voor meer info, zie deze video)
- D.m.v. ‘Gezin’ tegemoet komen aan sociale en emotionele
behoeften (plicht om voor ontplooiing te zorgen),
economische behoeften (onderhoudsplicht, erfrecht…)…
- Sociale praktijken? Alledaagse handelingen en de manier waarop die
gebruikelijk worden verricht in een (groot deel van een) bepaalde
maatschappij; gedragspatronen
- Bv. schaken, met anderen wachten in de wachtkamer bij de
dokter, ruzie maken, ruzies oplossen, op
restaurant/café/kraambezoek gaan, allerlei feesten vieren…
- Het samenspel van materiële en ideële facetten met sociale
instituten en praktijken maakt sociale ontwikkeling binnen een
gemeenschap mogelijk
Niet elke gemeenschap is sociaal even complex
- hoe groter hoe meer organisationele structuur
- hiërarchie om beslissingen te nemen en op een georganiseerde
wijze te implementeren
leider speelt cruciale rol
in kleinere, minder complexe gemeenschap is het
mogelijk dat leider rechtsreeks zeggenschap heeft
over alle leden gemeenschap
graad van complexiteit bereikt : leider gebruiken
tussenpersonen
Elk gemeenschap neemt basisbehoeften van maatschappij voor haar rekening
- watervoorziening, voedselbedeling, bescherming van gezondheid en
veiligheid, het behoud van interne orde en de verdediging tegen
buitenstaanders…
- Hoe? Sociale instituten; twee vormen van specialisatie
Horizontale en verticale specialisatie
horizontale specialisatie: planning, inrichting, uitvoering =
verdeeld over zelfde niveau
verticale specialisatie: planning, inrichting, uitvoering =
verdeeld over hiërarchisch verschillende niveaus ( bevelen:
gij gaat nu dat doen …)
Bv. Belgische staat; bedrijf; gezin
, Hiërarchie: netwerk met diverse lagen van gezag die
verantwoording moeten afleggen aan één gezaghebber
Heterarchie = netwerk – niet hiërarchisch gestructureerd –
nevengeschikte gezeaghebbers naast elkaar
Betekenis en functie van ‘recht’ is niet altijd en overal hetzelfde
- hangt af van organisationele structuur van gemeenschap
- ‘Recht’ is iets anders en vervult in weinig complexe gemeenschappen
andere functies dan in complexere
Recht is in elke samenleving aanwezig – betekend niet in elke
samenleving hetzelfde
Hierna vier soorten gemeenschappen
- Samenlevingen van jager-voedselverzamelaars
- Chiefdoms
- Rijken
- Moderne staten
Chronologisch overzicht, maar niet teleologisch (=met bepaalde finaliteit of doel)
- niet zo dat moderne staten ‘verder’ staan (slechts organisatorisch
complexer)
- Sterk vereenvoudigd overzicht, realiteit is véél complexer (helpt om de
diversiteit te bekijken à recht kan in verschillende systemen iets anders
zijn
HOOFDSTUK1. SAMENLEVING VAN JAGERVOEDSELVERZAMELAARS
Wanneer? Vanaf ontstaan mensheid tot intrede landbouwsamenleving (+- 12.000
v.Chr.)
Kenmerken:
- Clans van +- 25 mensen (familiebanden): grote families
- Clans maken deel uit van groter netwerk: geen eilanden
- Grotendeels egalitair: geen hiërarchie → leiderschap?
Enkel op beslissende momenten
bv. Bij een crisis of noodzakelijke beslissing
- Basis voor leiderschap: persoonlijke kwaliteiten en dus niet op basis van
erfelijkheid
- Goederendeling en wederkerigheid: erg gebruikelijk
Wie meer heeft, draagt meer bij
Regels en gebruiken over persoonlijk letsel, huwelijksbeperkingen…
- Bv. regels over diefstal, overspel, incest en fysiek geweld (doodslag,
moord…)
- Vaak uitgevoerd door naasten van de overledene
Straf opleggen toegestaan en gelegimiteerd door de gemeenschap
Oog om oog, tand om tand bepereken
Regels en gebruiken over bezit en gebruik van goederen:
1. Oogst (en wild): gedeeld
2. Menselijke arbeid: arbeid – seksuele en reproductieve capaciteiten
3. Heilige kennis: voorbehouden voor bepaalde ingeweiden (preisters …)