1. Wie zijn de spelers op de arbeidsmarkt, wie regelt het+ rol?
- Lokale overheid(VDAB,overheidsinstellingen)
- politieke partijen, vakbonden(vertegenwoordigers werknemers),
- UNIZO(KMOS’S)
- VOKA(Grote bedrijven)
- Boerenbond.
Zij zijn de vertegenwoordigers van de werkgevers
2. Welke huidige problematieken op de arbeidsmarkt ken, zie, hoor, lees je?
- Inflatie
- Discriminatie
- Seksimse
- Veel Jobvacatures, weinig mensen(krap personeel)
- COVID
- Personeelsgebrek
- Werkstress
Arbeidsmarkt-paradox(tegenstelling, tegenstrijdigheid)= heel veel werklozen en opzoek naar
job. Anderzijds heel veel bedrijven die mensen zoeken, dat ze niemand vinden. Werknemer
en werkgever kieskeurig. Beide partijen hebben teveel eisen naar elkaar. Werknemer eist te
veel.
Vb: Brutto/netto loon, afstand reizen
Brutoloon= 2500 euro- 326 (RSZ 13,07 procent)= 2174 – 544 (Bedrijfsvoorheffing) = 1630
Belastbaar loon= 2174
Nettoloon= 1630
Wat betaal je als werkgever= 2500+ RSZ(30 procent)= 3250 euro
, Arbeidsmarkt inleiding
1.Definitie Arbeidsmarkt
= De arbeidsmarkt is het “institutioneel stelsel” waarbinnen vraag en aanbod naar arbeid
mekaar ontmoeten. Het arbeidsaanbod gaat uit van de werknemers terwijl de arbeidsvraag
een zaak is van de ondernemingen.
-Arbeidsmarkt= Geen fysieke locatie, waar overal tegelijk speelt. Heel veel spelers en het is
heel breed. Vb.: iemand die online opzoek is naar een job, iemand die nu met de VDAB belt.
Als je opzoek bent naar job ben je een aanbieder omdat je je kracht gaat aanbieden. Je biedt
u arbeidsvermogen aan.
-De vragers zijn de bedrijven, organisaties die vragen naar medewerkers.
- De werkloosheidsval= je blijft in de werkloosheid omdat het financieel beter uitkomt. Je
krijgt sociale zekerheid
-De interactie tussen het vraag en aanbod naar arbeid wordt bepaald door een hele reeks
factoren zoals de onderwijs- en de opleidingsstelsels, de arbeidsreglementering(vb: contract)
de sociale zekerheid en in het bijzonder de financiering ervan, de fiscaliteit of het systeem
inzake loonoverleg
-Institutioneel stelsel= wanneer iets te maken heeft met een of meerdere organisaties.
(Institutionele= door organisaties geregeld en beheerd)
- het beleid betekent het besturen van bepaalde natuurlijke effecten. Beleid moet kijken
waar de probleemgroep zit en dat de arbeidsmarkt verbeterd. Worden uitgewerkt in de door
hen geformuleerde aanbevelingen, beogen uitdrukkelijk en prioritair de hervorming van die
brede werkgelegenheidsstelsels.
Beroepsbevolking: actieve werknemers maar ook mensen opzoek naar job binnen de
leeftijd van 15-64 die werkloos
Werkzaamheidsgraad of werkgelegenheidsgraad : Hoeveel van die mensen werken er
op beroep actieve leeftijd , hoeveel procent werkt er nu?
Aantal werkers/ beroepsbevolking
Activiteitsgraad: Beroepsbevolking/de ganze bevolking
De werkloosheidsgraad: Aantal werklozen/beroepsbevolking
-werklozen: indien ze voldoen aan de drie volgende voorwaarden:
deze werknemers moeten zonder werk zitten
ze moeten beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt(vb: opgeroepen worden door
VDAB)
op zoek zijn naar een baan(ze moeten willen zoeken voor een job)
- de uitkeringsgerechtigde werkzoekenden (UVW)= werknemers met recht op
werkloosheidsuitkering na voltijdse arbeidsprestaties, na studies,…
Hangt af van de evolutie van werkloosheidsreglementering
, 1.1 De vraag naar arbeidskrachten(zaak ondernemingen)
-als de economie goed gaat, is er meer vraag
-Hangt ook af van andere factoren zoals kosten(hoeveel een werknemer kost) ,
flexibiliteit(hoe flexibel willen bedrijven of personen zijn, bijscholen,…) , de
productiviteit(hoe goed ze zijn) van de werknemers die zeer sterk verschillen in elk land.
1.2 De Loon
De ontmoeting tussen en vraag en aanbod op de arbeidsmarkt gebeurt tegen een bepaalde
prijs: het loon.
-Juiste naam= loon of wedde en wordt vastgelegd in een collectief overleg.
-Minimumloon= Belgische wetgeving. Dat is interprofessioneel. het wordt afgesproken
-Paritair comité= per sector dat ze afspraken maken en hebben vb.: de houtsector,…Ze
moeten afspraak maken ten voordeel van werknemer vb.: pfarmacie is heel goed betalende
sector.
-Elke onderneming mag dan ook nog bepalen hoeveel ze werknemer willen betalen.
-Niveaus van onderhandelen: 1. Belgische wetgeving(tussen alle beroepen)
2. Paritair comité(per sector)
3. Onderneming
-Lonen niet lager zijn dan die waarover een akkoord bestaat op het niveau van de sector. De
lonen worden ook “geïndexeerd(dat betekent dat alle paritaire comités een formule
hanteren voor aanpassing van de lonen aan de levenskosten die een minimumverhoging
garandeert ter vrijwaring van de koopkracht van de lonen) Het hele systeem van het
loonoverleg wordt bovendien ondersteund door een loonnorm.
->loonnorm= vastgesteld door Belgische wetgeving en bepaalt hoeveel de loonkosten
maximaal mogen stijgen
2.Arbeidsmarkt concreet
2.1 Plaats
- de interactie tussen vraag en aanbod van arbeidskrachten. Een plaats waar vragers naar
arbeid en aanbieders van arbeid elkaar ontmoeten
-geen echte plaats, het is op heel veel locaties tegelijk. Het is niet te lokaliseren en dus een
abstracte markt(vb: de goederenmarkt is een samenvoeging van een zeer groot aantal
transacties. De markt is dus een specifiek type sociale structuur: het is een sociale institutie)
-het is een aggregatie van diverse deelmarkten
-je hebt een externe en interne arbeidsmarkt