inleiding
Herkomst geneesmiddelen:
Plantaardig
Dierlijk
Scheikundige industrie
Geneesmiddelen onderzoek
Registratieprocedure GM
Grondig kwalitatief onderzoeken
Preklinisch onderzoek (in vitro/ proefdieren)
Klinisch onderzoek (4fasen)
Geneesmiddel commissie registratie
Merknaam® + bijsluiter handel
Toedienen geneesmiddel:
na diagnose van de aandoening
1. Bepaling type geneesmiddel voor therapie
2. Formulering geneesmiddel + toedieningsweg
3. Dosis + ratio bepalen
Aflevering geneesmiddel
Vrij verkrijgbaar = zonder voorschrift
Medisch voorschrift of recept
o DA APT
o R/ = recipe (naam, vorm, dosis)
o DT= da tales (totale hoeveelheid)
o S/signatura (posologie)
Magistrale bereidingen
o Apotheker kan het zelf maken
Farmaceutische producten
H1: farmacokinetiek en farmacodynamie
Farmacokinetiek = de wijze waarop de farmaca door het lichaam worden
verwerkt
=’wat doen wij/het dier met het farmacon?’
Farmadynamie = de wijze waarop de farmaca op het lichaam inwerken
=’wat doet het farmacon met ons/het dier?’
Farmacie = ontwikkelen en bereiden van geneesmiddelen (GN)
1.1 Farmacokinetiek
=de complexe opeenvolging van gebeurtenissen welke optreden nadat een
geneesmiddel toegediend werd aan een patiënt
Het lot van het geneesmiddel doorheen de stadia:
o Absorptie
Wanneer het het lichaam van het dier binnenkomt
Beschikbaar in de bloedbaan om zo de plaats te bereiken
waar het zijn actie zal uitvoeren
o Distributie
De verdeling over het lichaam
Moet naar de juiste plaats in het lichaam gaan
, Lever is belangrijk
o Biotransformatie
Het omzetten van een niet-actief product naar een
actief product of een product dat kan uitzetten
o Excretie
Urine
=de concentratie van de geneesmiddelen en zijn metabolieten
=een koers tegen de tijd
1.1.2. absorptie
Definitie
o =opname van stof in circulatie vanuit toedieningsplaats
Met een bepaalde snelheid
o Toedieningsvorm
o Toedieningsweg
o Fysico-chemische eigenschappen
In een bepaalde hoeveelheid
o Komt alle werkzame stof vrij?
o Alle werkzame stof geabsorbeerd?
o First pass effect
Effect dat de lever heeft wanneer je
iets oraal toedient
AUC = Area Under Curve = oppervlakte onder curve
verloop tss plasmaconc en tijd
maat voor biologische beschikbaarheid geneesmiddel
Biologische beschikbaarheid = F
gedemonstreerd aan de hand van een bloedspiegel
=de mate waarin een GM geabsorbeerd wordt en de algemene circulatie
bereikt
=hoeveel van de toegediende werkzame stof uiteindelijk de algemene
circulatie bereikt en voor werking beschikbaar komt tov. IV toediening
0<F<1
biologische beschikbaarheid 0= je geeft medicatie maar er is niets van
terug te vinden in de bloed baan
bioloigsche beschikbaarheid 1 = er is medicatie te vinden in de
bloedbaan
Beïnvloedende factoren (die het proces van absorptie beïnvloeden):
o Manier van absorptie
o pH en ionisatiestatus van geneesmiddel
geneesmiddel molecule
geïoniseerde vorm (+ of – geladen)
niet geïoniseerde vorm doorheen membraan
pH geneesmiddel + pH omgeving
zwak zuur geneesmiddel in zure omgeving positief
zwak basisch geneesmiddel in basisch omgeving positief
zwak zuur in basische omgeving negatief
zwak basisch geneesmiddel in zure omgeving negatief
o absorptieoppervlak
, hoe groter het oppervlakte is van de plaats waar absorptie
kan gebeuren, hoe groter de mate is waarin absorptie
optreedt
een darm heeft een groot absorptieopp. Door al de kronkeltjes
de longen hebben ook een groot absorptieopp. Want deze zijn
zeer sterk doorbloed
o bloedvoorziening
hoe groter de bloedvoorziening is van de toedieningsplaats,
hoe groter de mate is waarin absorptie optreedt
geneesmiddelen worden in hogere mate geabsorbeerd vanuit
een intra-musculaire plaats dan vanuit een subcutane plaats,
omwille van de proportionele grotere bloedvoorziening van de
spieren
o oplosbaarheid van geneesmiddel
o geneesmiddelvorm
tablet
capsule
zalf
o gastro – intestinaal kanaal
wanneer medicatie oraal toegediend worden speelt dit kanaal
een belangrijke rol
“first – pas effect”
Substanties welke geabsorbeerd worden vanuit het
gastro – intestinaal kanaal eerst terechtkomen via de
veneuze portale circulatie in de lever vooraleer ze de
algemene circulatie bereiken. In sommige
omstandigheden wordt het geneesmiddel in de lever
gemetaboliseerd tot een gewijzigde vorm waardoor het
farmacum minder tot zelfs inactief is
o interactie met andere geneesmiddel
combinatie met andere medicatie of voedsel kan een negatief
effect hebben op de absorptie ervan
toedieningsplaats
o absorptieoppervlakte is groot absorptie stijgt
o bloedvoorziening is groot absorptie stijgt
oplosbaarheid van geneesmiddel
o vetoplosbaarheid – niet-
ionisatie
vet-water-
partitiecoëfficiënt
GM vorm
Gastro-intestinaal kanaal
o Samenstelling/ hoeveelheid
van het voedsel
Sommige medicatie
moet samen met het
eten gegeven
worden, of juist niet
o Ledigingstijd maag / motiliteit darm
, Als medicatie oraal is dan moeten we opletten dat we dit niet
geven als ze hebben gebraakt
o Irritatie / ontsteking maagdarmwand
Interactie met voeding/ andere geneesmiddel
o Vb. medicatie met kaas
First pass effect!!!!!
als geneesmiddel in de maag zit, word
er daar minder opgenomen, dus wordt
het opgenomen in de dunner darm.
Dan via de poortader naar de lever.
Ofwel kan lever het via de galblaas
naar de dunne darm afscheiden. Ofwel
kan de lever het geneesmiddel
aanpassen door eigen stoffen aan toe
te voegen = biotransformatie. = het
omzetten van geneesmiddel in
metabolieten. Dit gebeurd door dat de
lever een stukje molecuul aan een het
geneesmiddel vastplakt. Een
metaboliet is een omzettingsproduct.
Dit kan werking beïnvloeden. Het kan zijn dat een geneesmiddel moet door de
lever gaan voor een doorslaggevende effect te verwerken.
First-pass effect
= verschijnsel dat na orale toediening een deel van de geresorbeerde stof wordt
gemetaboliseerd door enzymen in darmwandvellen, darmbacteriën en/ of lever
Enterohepatische kringloop
= opname van stof uit de darm na uitscheiding ervan via gal
1.1.3. distributie
= verdeling van geneesmiddel in lichaam van
absorptieplaats actieplaats
medicatie beweegt vanuit de bloedbaan naar het
interstitieel vocht welk de cellen omgeeft en vervolgens
van daaruit naar de cellen, waar het door binding aan
receptoren zijn actie kan uitoefenen
Beïnvloed door:
o Concentratiegradiënt
De mate waarin
geneesmiddelmoleculen bewegen