Theorieën van de Internationale Relaties
College 1: Inleiding
1/ Op reis in de voetsporen van de ‘theoros’
‘theoros’ = diplomaten ‘avant la lettre’ die werden uitgezonden door de
stadstaten naar andere stadstaten
Taak: observeren en interpreteren
We gaan theorie gebruiken als bril om naar de internationale wereld van
politiek te kijken.
- Realisme / realpolitik
- Geopolitiek
- Liberalisme
- Ecomodernisme / ecoradicalisme
- Privilege / hierarchie
Termen zijn herkenbaar, maar theorie blijft moeilijk
2/ Moeilijk, maar niet onmogelijk
Vraag 1: Waarom moeilijk?
1. Grote diversiteit aan inzichten en gezichten (Smith)
Niet 1 theorie, maar vele theorieën
Divers aanbod
Steve Smith: “These differences sometimes worry
students new to the discipline of IR, since they expect
some kind of ‘right’ answer, and are often frustrated
when teachers of the subject keep referring them back
to a range of theories, each of which has a different
take on the question.”
“theories (..) are like coloured lenses: if you put one of
them in front of your eyes, you will see things
differently.”
2. Theoretici als goede verkopers (Smith/Jorgensen)
“IR theorists resemble salespeople, and what they are
selling is their theory.”
3. Theorie als keurslijf (Rosenau)
Argwanende kopers
Probleem 1: vrijheid/keurslijf
1
, Theorie wordt door veel mensen gezien als een
beperking van hun vrijheid
Probleem 2: specifiek/algemeen
Mensen zijn meer geneigd te zoeken naar de
speciale betekenis van een gebeurtenis in plaats
van ze te beschouwen als een deel van een groter
geheel/patroon
James Rosenau: “theorizing is the hardest of
intellectual tasks” “sustained, disciplined and unhibited
work”
Oplossing: aanbod zo toegankelijk mogelijk voorstellen
Vraag 2: Waarom niet onmogelijk?
1. Een verhaal van mensen
Behapbaar gemaakt door gebruik teksten geschreven
door mensen mensen die nadenken over de wereld
van IR in een welbepaalde context (empirische context,
relationele context)
2. Combinatie van werkvormen
3. Combinatie van studiemateriaal
Troef 1: overzichtelijke classificatie
IR discipline tree – Jorgensen: vertakt in tradities,
stromingen en theorieën
Pas op! Hokjesdenken! belangrijk om meer
dan 1 bril op te zetten als je kijkt naar IR (Keohane,
Wendt, Buzan)
Troef 2: brede definitie
Jorgensen hanteert een brede definitie van theorie
en definieert/erkent verschillende soorten (‘kinds’)
o Explanatory (verklarend)
o Normative (voorschrijvend)
o Interpretative (betekenisgevend)
Dit onderscheid is vaak de oorzaak van debat
(vorm versus inhoud)
Troef 3: aandacht voor meta-theorie
Meta-theorie = de theoretische reflectie over het
gebruik van theorie (macro-perspectief)
Theoretici vaak gezien als verkopers: criteria
worden dus vaak geformuleerd als zijnde objectief
en universeel, maar zijn keuzes (kritisch blijven!
Kijken vanuit welke bril de persoon in kwestie
gekeken heeft om iets beter te begrijpen)
2
,
Let dus op met claims zoals coherence, unbiased,
scope…
Debat omwille van de soort theorie die men
gebruikt maar ook omwille van focus die men
hanteert
o Ontologie (= theory of being):
studieobjecten
o Epistemologie (= theory of knowledge):
kennis over studieobjecten
o Methodologie (= theory of methods):
methode die gebruikt wordt om kennis op te
doen
Troef 4: aandacht voor praktische toepassing
Jorgensen is dus een believer
Non-believers: patronen, verbanden… zijn onmogelijk
Twijfelaars: Normative commitments? What is the relation with power?
Mostly an American discipline?
Believer: IR als leidraad bij onderzoek, upgrades van onderzoek, kennis
van de complexe IR, bijdrage IR tot wetenschapsfilosofie, bijdrage IR tot
politieke actie of beleidsadvies
Beleidsrelevantie IR: Walt – ‘relationschip between theory and
policy in IR’
- Traditioneel sprake van kloof tussen theorie en praktijk
- Perspectief 1: beleidsmaker
o Vaststelling 1: Beleidsdebatten vaak te verklaren door
tegengestelde uitgangspunten
o Vaststelling 2: Maar weinig aandacht voor theoretische
literatuur
o Verklaring 1: aanbod te algemeen, te divers en niet afgestemd
op de noden
o Verklaring 2: logica’s te algemeen/specifiek, lange/korte
termijn, verklaren/toepassen
- Perspectief 2: academicus
o Vaststelling 1: beleidsrelevant werk kan resulteren in nieuwe
academische inzichten
o Vaststelling 2: Maar weinig academici leggen zich hierop toe
(‘practice turn’ = practice als studieobject- Jorgensen)
o Verklaring 1: waarden en normen die heersen in de
academische wereld
3
, o Verklaring 2: schrijven in functie van collega’s: peer review
- Nut van theorie voor beleidsmakers: vierledig
1. Diagnose
2. Voorspelling
3. Advies
4. Evaluatie
- Oplossing: academische wereld moet de hand reiken aan de
beleidswereld
o Nood aan meer heterogene academische wereld
o En dit op alle niveaus
Nye, J. (2009). ‘International Relations: The Relevance of Theory to
Practice.
Sterke in/out traditie in de VS, maar ook hier neemt interesse voor
wisselwerking theorie/beleid af
Specialisatie (jargon, methodologische onderbouwing) en andere
logica’s (tijd, plagiaat, groep, waarheid)
Maar ook nieuwe aanbieders van informatie (think tanks)
Persoonlijke ervaring: ‘embedded capital’ (Clinton/Kerry)
VOORBEELDVRAAG:
Bespreek de relevantie van theoretische inzichten over internationale
betrekkingen voor de beleidspraktijk op basis van het werk van Stephen
Walt:
(a) hoe definieert Walt de verhouding tussen theorie en praktijk?
(b) hoe verklaart Walt de verhouding tussen theorie en praktijk?
(c) hoe ziet Walt de verhouding tussen theorie en praktijk in de toekomst?
(d) in welke mate wordt zijn visie over theorie en praktijk gedeeld door
Joseph Nye?
Literatuur:
- H1, H2, H10, H11, H12 uit handboek Jorgensen
- Inleiding en besluit uit Zombieboekje Drezner
4
, College 2: Inleiding
Zombieboekje:
Waarom zombies? Waarom niet?
- Diverse redenen, gaande van zombie gap (relatief weinig aandacht
voor zombies in sociale wetenschappen) tot zombies zijn niet
onwaarschijnlijk (‘platina of plausibility’)
- Belangrijkste reden is dat zombieaanval als metafoor kan gebruikt
worden in de studie van IR: ‘the perfect 21st century threat’
(beperkte kennis + grote gevolgen onzekerheid)
Welke conclusie voor theorie?
1. Beleidskeuzes kunnen worden verklaard door theoretische brillen:
voorspellingen en aanbevelingen verschillen naargelang
gehanteerde invalshoek
2. Maar ook gelijkenissen (gevolgen kunnen catastrofaal zijn, maar
uitroeiing van de mens is onwaarschijnlijk)
3. Analytische capaciteit van theorieën staat onder druk door focus op
staten; praktisch nut waarschijnlijk kleiner dan wat theoretici
stellen
4. Belang van empirisch onderzoek en nood aan werkbare
microtheorie (formuleren van hypothesen)
VOORBEELDVRAAG:
Bespreek de manier waarop Daniel Drezner het vakgebied van de
Theorieën van de Internationale Betrekkingen toegankelijk wil maken.
Bespreek hierbij niet enkel zijn werkwijze (wat/hoe/waarom), maar ook de
belangrijkste bevindingen.
1/ Wereld van debat
= 3e metafoor voor IR
Meeste auteurs presenteren de ontwikkeling van het studiegebied als een
chronologische opeenvolging van debatten Jorgensen: focust
daarentegen op inter-traditie en intra-traditiedebat
INTER = tussen tradities (discussies tussen de takken van de boom)
INTRA = binnen tradities (discussies binnen de takken van de boom)
5
, 1.1 Debat 1
WO2 (voor/tijdens/na): Idealisme versus realisme:
Idealisme (roze bril):
- Oorlog kunnen we vermijden als we vrede beter
begrijpen/organiseren
o Wiegje: mensen die oorlog willen begrijpen = geboorte
vakgebied TIR
o Willen meer kennis over oorlog en vrede + internationale
organisaties oprichten
Realisme:
- Wereld is wereld waarin staten het belangrijkste zijn
- Macht is belangrijk conflict en oorlog zijn onvermijdelijk
- Meer systematisch kijken naar de wereld van IR
Ontstaan discussie TUSSEN takken; realisme heeft de discussie gewonnen.
“The discipline of International Relations was born after the First World
War as a reaction to four years of savage conflict. Thus, contrary to the
widespread idea that its history is closely linked to realism it was born in
the liberalist corner, with the clear task of avoiding a repetition of world
war.” – Waever
- Oorlogscontext: idealisme wil oorlog voorkomen door:
1. Internationale organisaties (instellingen, samenwerking; Wilson)
6
, 2. Kennis (onwetendheid als bron van conflict; Aberystwyth)
- Realistische kritiek: de wereld zoals ze is of zoals men ze wenst?
o Onderschatten van: macht, machtspolitiek
o Overschatten van: mogelijkheden tot samenwerking,
conflictpreventie (oorlog voorkomen/controleren)
o Bijkomende kritiek: weinig systematische en bovendien
normatieve methode
- Overwinnaars: realisme
1.2 Debat 2
1950/1960: traditionele aanpak versus moderne aanpak:
= methodologisch debat:
- Behaviouralisten (economische en sociaal/politiek-wetenschappelijke
scholing; VS) stellen traditionele methode in vraag (filosofie,
geschiedenis en recht)
- Stellen een positivistische werkwijze voor: meten = weten
Overwinnaars: moderne aanpak
- Blijvende invloed op de manier van werken binnen de discipline,
zeker door herdefiniëring van realisme/liberalisme (neo)
- Ondanks kritiek: verwijten mbt methodologische obsessie en kritiek
in debat 4
7
College 1: Inleiding
1/ Op reis in de voetsporen van de ‘theoros’
‘theoros’ = diplomaten ‘avant la lettre’ die werden uitgezonden door de
stadstaten naar andere stadstaten
Taak: observeren en interpreteren
We gaan theorie gebruiken als bril om naar de internationale wereld van
politiek te kijken.
- Realisme / realpolitik
- Geopolitiek
- Liberalisme
- Ecomodernisme / ecoradicalisme
- Privilege / hierarchie
Termen zijn herkenbaar, maar theorie blijft moeilijk
2/ Moeilijk, maar niet onmogelijk
Vraag 1: Waarom moeilijk?
1. Grote diversiteit aan inzichten en gezichten (Smith)
Niet 1 theorie, maar vele theorieën
Divers aanbod
Steve Smith: “These differences sometimes worry
students new to the discipline of IR, since they expect
some kind of ‘right’ answer, and are often frustrated
when teachers of the subject keep referring them back
to a range of theories, each of which has a different
take on the question.”
“theories (..) are like coloured lenses: if you put one of
them in front of your eyes, you will see things
differently.”
2. Theoretici als goede verkopers (Smith/Jorgensen)
“IR theorists resemble salespeople, and what they are
selling is their theory.”
3. Theorie als keurslijf (Rosenau)
Argwanende kopers
Probleem 1: vrijheid/keurslijf
1
, Theorie wordt door veel mensen gezien als een
beperking van hun vrijheid
Probleem 2: specifiek/algemeen
Mensen zijn meer geneigd te zoeken naar de
speciale betekenis van een gebeurtenis in plaats
van ze te beschouwen als een deel van een groter
geheel/patroon
James Rosenau: “theorizing is the hardest of
intellectual tasks” “sustained, disciplined and unhibited
work”
Oplossing: aanbod zo toegankelijk mogelijk voorstellen
Vraag 2: Waarom niet onmogelijk?
1. Een verhaal van mensen
Behapbaar gemaakt door gebruik teksten geschreven
door mensen mensen die nadenken over de wereld
van IR in een welbepaalde context (empirische context,
relationele context)
2. Combinatie van werkvormen
3. Combinatie van studiemateriaal
Troef 1: overzichtelijke classificatie
IR discipline tree – Jorgensen: vertakt in tradities,
stromingen en theorieën
Pas op! Hokjesdenken! belangrijk om meer
dan 1 bril op te zetten als je kijkt naar IR (Keohane,
Wendt, Buzan)
Troef 2: brede definitie
Jorgensen hanteert een brede definitie van theorie
en definieert/erkent verschillende soorten (‘kinds’)
o Explanatory (verklarend)
o Normative (voorschrijvend)
o Interpretative (betekenisgevend)
Dit onderscheid is vaak de oorzaak van debat
(vorm versus inhoud)
Troef 3: aandacht voor meta-theorie
Meta-theorie = de theoretische reflectie over het
gebruik van theorie (macro-perspectief)
Theoretici vaak gezien als verkopers: criteria
worden dus vaak geformuleerd als zijnde objectief
en universeel, maar zijn keuzes (kritisch blijven!
Kijken vanuit welke bril de persoon in kwestie
gekeken heeft om iets beter te begrijpen)
2
,
Let dus op met claims zoals coherence, unbiased,
scope…
Debat omwille van de soort theorie die men
gebruikt maar ook omwille van focus die men
hanteert
o Ontologie (= theory of being):
studieobjecten
o Epistemologie (= theory of knowledge):
kennis over studieobjecten
o Methodologie (= theory of methods):
methode die gebruikt wordt om kennis op te
doen
Troef 4: aandacht voor praktische toepassing
Jorgensen is dus een believer
Non-believers: patronen, verbanden… zijn onmogelijk
Twijfelaars: Normative commitments? What is the relation with power?
Mostly an American discipline?
Believer: IR als leidraad bij onderzoek, upgrades van onderzoek, kennis
van de complexe IR, bijdrage IR tot wetenschapsfilosofie, bijdrage IR tot
politieke actie of beleidsadvies
Beleidsrelevantie IR: Walt – ‘relationschip between theory and
policy in IR’
- Traditioneel sprake van kloof tussen theorie en praktijk
- Perspectief 1: beleidsmaker
o Vaststelling 1: Beleidsdebatten vaak te verklaren door
tegengestelde uitgangspunten
o Vaststelling 2: Maar weinig aandacht voor theoretische
literatuur
o Verklaring 1: aanbod te algemeen, te divers en niet afgestemd
op de noden
o Verklaring 2: logica’s te algemeen/specifiek, lange/korte
termijn, verklaren/toepassen
- Perspectief 2: academicus
o Vaststelling 1: beleidsrelevant werk kan resulteren in nieuwe
academische inzichten
o Vaststelling 2: Maar weinig academici leggen zich hierop toe
(‘practice turn’ = practice als studieobject- Jorgensen)
o Verklaring 1: waarden en normen die heersen in de
academische wereld
3
, o Verklaring 2: schrijven in functie van collega’s: peer review
- Nut van theorie voor beleidsmakers: vierledig
1. Diagnose
2. Voorspelling
3. Advies
4. Evaluatie
- Oplossing: academische wereld moet de hand reiken aan de
beleidswereld
o Nood aan meer heterogene academische wereld
o En dit op alle niveaus
Nye, J. (2009). ‘International Relations: The Relevance of Theory to
Practice.
Sterke in/out traditie in de VS, maar ook hier neemt interesse voor
wisselwerking theorie/beleid af
Specialisatie (jargon, methodologische onderbouwing) en andere
logica’s (tijd, plagiaat, groep, waarheid)
Maar ook nieuwe aanbieders van informatie (think tanks)
Persoonlijke ervaring: ‘embedded capital’ (Clinton/Kerry)
VOORBEELDVRAAG:
Bespreek de relevantie van theoretische inzichten over internationale
betrekkingen voor de beleidspraktijk op basis van het werk van Stephen
Walt:
(a) hoe definieert Walt de verhouding tussen theorie en praktijk?
(b) hoe verklaart Walt de verhouding tussen theorie en praktijk?
(c) hoe ziet Walt de verhouding tussen theorie en praktijk in de toekomst?
(d) in welke mate wordt zijn visie over theorie en praktijk gedeeld door
Joseph Nye?
Literatuur:
- H1, H2, H10, H11, H12 uit handboek Jorgensen
- Inleiding en besluit uit Zombieboekje Drezner
4
, College 2: Inleiding
Zombieboekje:
Waarom zombies? Waarom niet?
- Diverse redenen, gaande van zombie gap (relatief weinig aandacht
voor zombies in sociale wetenschappen) tot zombies zijn niet
onwaarschijnlijk (‘platina of plausibility’)
- Belangrijkste reden is dat zombieaanval als metafoor kan gebruikt
worden in de studie van IR: ‘the perfect 21st century threat’
(beperkte kennis + grote gevolgen onzekerheid)
Welke conclusie voor theorie?
1. Beleidskeuzes kunnen worden verklaard door theoretische brillen:
voorspellingen en aanbevelingen verschillen naargelang
gehanteerde invalshoek
2. Maar ook gelijkenissen (gevolgen kunnen catastrofaal zijn, maar
uitroeiing van de mens is onwaarschijnlijk)
3. Analytische capaciteit van theorieën staat onder druk door focus op
staten; praktisch nut waarschijnlijk kleiner dan wat theoretici
stellen
4. Belang van empirisch onderzoek en nood aan werkbare
microtheorie (formuleren van hypothesen)
VOORBEELDVRAAG:
Bespreek de manier waarop Daniel Drezner het vakgebied van de
Theorieën van de Internationale Betrekkingen toegankelijk wil maken.
Bespreek hierbij niet enkel zijn werkwijze (wat/hoe/waarom), maar ook de
belangrijkste bevindingen.
1/ Wereld van debat
= 3e metafoor voor IR
Meeste auteurs presenteren de ontwikkeling van het studiegebied als een
chronologische opeenvolging van debatten Jorgensen: focust
daarentegen op inter-traditie en intra-traditiedebat
INTER = tussen tradities (discussies tussen de takken van de boom)
INTRA = binnen tradities (discussies binnen de takken van de boom)
5
, 1.1 Debat 1
WO2 (voor/tijdens/na): Idealisme versus realisme:
Idealisme (roze bril):
- Oorlog kunnen we vermijden als we vrede beter
begrijpen/organiseren
o Wiegje: mensen die oorlog willen begrijpen = geboorte
vakgebied TIR
o Willen meer kennis over oorlog en vrede + internationale
organisaties oprichten
Realisme:
- Wereld is wereld waarin staten het belangrijkste zijn
- Macht is belangrijk conflict en oorlog zijn onvermijdelijk
- Meer systematisch kijken naar de wereld van IR
Ontstaan discussie TUSSEN takken; realisme heeft de discussie gewonnen.
“The discipline of International Relations was born after the First World
War as a reaction to four years of savage conflict. Thus, contrary to the
widespread idea that its history is closely linked to realism it was born in
the liberalist corner, with the clear task of avoiding a repetition of world
war.” – Waever
- Oorlogscontext: idealisme wil oorlog voorkomen door:
1. Internationale organisaties (instellingen, samenwerking; Wilson)
6
, 2. Kennis (onwetendheid als bron van conflict; Aberystwyth)
- Realistische kritiek: de wereld zoals ze is of zoals men ze wenst?
o Onderschatten van: macht, machtspolitiek
o Overschatten van: mogelijkheden tot samenwerking,
conflictpreventie (oorlog voorkomen/controleren)
o Bijkomende kritiek: weinig systematische en bovendien
normatieve methode
- Overwinnaars: realisme
1.2 Debat 2
1950/1960: traditionele aanpak versus moderne aanpak:
= methodologisch debat:
- Behaviouralisten (economische en sociaal/politiek-wetenschappelijke
scholing; VS) stellen traditionele methode in vraag (filosofie,
geschiedenis en recht)
- Stellen een positivistische werkwijze voor: meten = weten
Overwinnaars: moderne aanpak
- Blijvende invloed op de manier van werken binnen de discipline,
zeker door herdefiniëring van realisme/liberalisme (neo)
- Ondanks kritiek: verwijten mbt methodologische obsessie en kritiek
in debat 4
7