Leerjaar 2 semester 1
HCO1 Anamnese + farmacologie
= de ziektegeschiedenis
Wetgeving:
- Routinevragen betreffende de gezondheidstoestand van de patiënt
- Bespreking met de patiënt
- Zo nodig overleg met arts
- Na 2 jaar opnieuw herhalen
- Medicatie moet genoteerd zijn
- Ingrepen moeten vermeld zijn
3 delen:
1. Algemene anamnese
2. Medische anamnese
3. Tandheelkundige anamnese
Hou er rekening mee dat er nog niet gediagnostiseerde aandoeningen aanwezig
kunnen zijn zoals een zwangerschap en infectie >> dus beschouw iedere patiënt als
besmettelijk.
ASA:
THK-klachten kunnen bevraagd worden met het WWKKVV-model:
- Waar
- Wanneer
- Kwaliteit
- Kwantiteit
- Verzwarende en verzachtende omstandigheden
- Verwante zaken
,Voordelen & nadelen:
Ø Voordeel mondelinge anamnese = je kan doorvragen & je ziet lichaamstaal
Ø Nadeel mondelinge anamnese = minder gestructureerd & kans dat je dingen
vergeet te vragen
Ø Voordeel schriftelijke anamnese = gestandaardiseerd, elke patiënt krijgt
dezelfde vragen & makkelijk om op te slaan (archiveren)
Ø Nadeel schriftelijke anamnese = je kan niet doorvragen bij onduidelijkheden
& patiënt kan vragen verkeerd interpreteren
Lichamelijk onderzoek
Huid/ogen
Haematomen:
Bloeduitstorting > wanneer bloed uit de vaten lekt en zich ophoopt. Is vaak een
traumatisch gevolg door stoten. Maar sommige mensen hebben meer van deze
plekken en dat kan evt. een bloedziekte zijn
Dehydratatie:
Uitdroging, de huid is niet meer soepel. Advies > meer drinken en ook uitleggen hoe
iemand dat het beste doet. Ook kan iemand hydraterende crème gebruiken.
Cyanose:
Blauwachtige verkleuring van de huid en slijmvliezen die ontstaat doordat het bloed
te weinig zuurstof bevat
Xanthomen en Xanthelesmata:
Gelige, vetachtige bultjes of plekjes in of onder de huid, ontstaan door ophoping van
vet. Oorzaak is meestal een stoornis in de vetstofwisseling. Zichtbaar ter hoogte van
de gewrichten of naast het oog.
Icterus:
Is geelzucht, geelverkleuring van de huid, het oogwit en soms het slijmvlies.
Veroorzaakt door een verhoogd bilirubinegehalte in het bloed.
Bleekheid:
Huid, lippen en oogwit kleurt heel bleek. Vaak door zuurstoftekort.
,Epicanthus plooi:
Huidplooi aan de binnenste ooghoek die over het binnenste deel van het oog loopt.
Komt vooral voor bij mensen met een platte neusrug (aziaten). Het is geen afwijking,
gewoon een anatomische eigenschap.
Hyperthyroïdie:
Schildklier maakt te veel schildklierhormonen aan. Hierdoor kunnen belangrijke
lichaamsfuncties versnellen.
Arcus senilis:
Grijs-witte ring die verschijnt aan de rand van het hoornvlies. Het is een vet of
cholesterolafzetting in het hoornvlies. Komt vaak voor bij ouderen. Maar zie je dit bij
mensen die nog geen 50j zijn > dan wijst het op een te hoog cholesterol.
Kaposi sarcomen:
Kwaadaardige tumor die ontstaat uit bloedvaten of lymfevaten. Sterk gerelateerd aan
HIV. Je ziet het rond de mond of op de huid.
Eczeem, droogte, psoriasis, littekens, zwellingen > ook noteren in het
patientendossier.
Extra oraal onderzoek
- Ogen: geelzucht, bleek, rood
- Huid
- Halitose
- TMD: kaakgewrichtsproblemen
- Hoorapparaat
- Littekens
Oren
Bij-oortje:
Verwijst naar een klein extra stukje huid of kraakbeen dat zich meestal voor het oor
bevindt. Vaak onschuldig en kan verwijderd worden om cosmetische redenen.
Jicht tophi:
Ophopingen van urinezuurkristallen in weefsels. Witte of geelachtige knobbeltjes.
, Hals:
Let op symmetrie en zwellingen. Lymfeklieren kunnen opgezet zijn en hierdoor
kunnen er zwellingen te zien zijn. Je kan de hals palperen door vanaf de bovenkant
van de sternocleidomastoideus de lijn naar beneden te volgen met je vingertoppen.
Intra-oraal onderzoek
Focus > harde tandweefsels & zachte weefsels
- Lippen, mondhoeken, wangen
- Omslagplooi
- Gehemelte, farynx, tonsillen
- Tong, mondbodem
Ademhaling:
Normale ademhaling volwassenen = 12 ademhalingen per minuut.
Het lichaam gebruikt de ribspieren en het middenrif bij rustige ademhaling, en het is
stil, dus geen piepende geluiden bij een gezonde toestand. Bij
ademhalingsonderzoek let je op:
>> frequentie, ritme, hulpademhalingsspieren en ademhalingsgeluiden
Hartslag en bloeddruk:
- Meten op de arteria radialis (pols) of arteria carotis (hals)
- Normale hartslag in rust = 60-80 slagen per minuut.
- Normale bloeddruk = 120/80 (normotensie)
>> verlaagd is dan hypotensie en verhoogd is hypertensie
Bij hart en bloeddrukonderzoek let je op:
>> polsfrequentie, regelmaat, circulatiestilstand, bloeddruk
Farmacologie
Bestudeert de inwerking van geneesmiddelen op het lichaam.
Geneesmiddel = een stof die wordt gebruikt om ziekten of de gevolgen ervan tegen
te gaan, om genezing te bevorderen of te bewerkstelligen
Typen therapie:
1. Causale therapie = oorzaak van de ziekte wegnemen
2. Symptomatische therapie = symptomen van de ziekte bestrijden zonder de
oorzaak te verwijderen
3. Substitutietherapie = aanvullen van een tekort of ontbreken van een stof in
het lichaam
4. Diagnostiek = geneesmiddelen kunnen ook als hulpmiddel worden gebruikt
om een ziekte of gebrek vast te stellen