Samenvatting Publieke Economie...........................................................................2
Deel 1 – De consument en de producent.................................................................2
1.1 Doel economische wetenschap..........................................................................................2
1.2 Welvaart en welzijn........................................................................................................... 3
1.3 Ceteris paribus-clausule.................................................................................................... 3
1.4 Economische principes...................................................................................................... 4
1.5 Vraag en aanbod............................................................................................................... 4
1.6 Loonkost en kosten van levensonderhoud.......................................................................12
Deel 2 – De overheid............................................................................................16
2.1 Vraag, aanbod en overheidsbeleid..................................................................................16
2.2 Belasting en subsidies..................................................................................................... 17
2.3 Collectieve en gemeenschappelijke middelen.................................................................23
2.4 Werkloosheid en armoede............................................................................................... 25
2.5 Inkomens(her)verdeling................................................................................................... 28
1
,SAMENVATTING PUBLIEKE ECONOMIE
DEEL 1 – DE CONSUMENT EN DE PRODUCENT
1.1 DOEL ECONOMISCHE WETENSCHAP
Definitie economie:
- Grieks: “iemand die huishouden leidt”
- Studie van welvaartstreven van de mens (2 opgaven):
1. Productie van goederen + diensten
2. Verdeling van goederen + diensten onder ledevvn van gemeenschap
geconditioneerd door politieke & socio-economische systeem
beïnvloed door maatschappelijke waarden & machtsverhoudingen
- Beheerst politiek & maatschappelijk leven = global market
- Wetenschap die keuzeproblemen bestudeert:
- Keuzeprobleem:
1. = met beschikbare middelen een maximale behoeftebevrediging bereiken
(m.a.w. het economisch principe)
2. rationeel denkende + handelende mens
3. afwegen voor- en nadelen, kosten en baten, beslissingen nemen
- Economisch aspect van handelen bestaat in het kiezen (voor niets gaat de zon op)
Homo Economicus Hypothese (een model dat het keuzeprobleem oplost)
3 kenmerken van menselijk handelen
1. Autonomie van individuele preferenties (je voorkeuren staan vast en los van anderen, je
weet zelf het beste wat je wilt)
2. Bekwaamheid om coherente keuzes te maken (rationaliteit, als je het ene leuker vindt,
ga je dat kiezen)
3. Welbegrepen eigenbelang als drijfveer van menselijk handelen (je doet dingen omdat jij
er beter van wordt)
Behoefte:
- = Aanvoelen van een tekort + streven dit tekort te bevredigen (= subjectief)
- 4 soorten behoeften:
1. Primaire / levensnoodzakelijke behoeften:
Voeding, kleding, huisvesting
2. Immateriële behoeften:
Onderwijs, ontspanning, geneeskundige verzorging
3. Collectieve / gemeenschappelijke behoeften:
Gelijkaardig voor groot aantal personen
Worden door gemeenschap als geheel bevredigd
Onderwijs, wegen, bejaardenzorg, recreatiezones
4. Individuele behoeften:
Subjectief
Schaarste:
- = Samenleving heeft een beperkt aantal bronnen
daarom niet alle goederen + diensten kunnen produceren die mensen zouden willen
hebben
middel waarvan verlangde hoeveelheid de beschikbare hoeveelheid zou overtreffen
indien het gratis was
- Economie bestudeert de manier waarop samenleving omgaat met schaarse bronnen
2
, - Geen synoniem van zeldzaam: slaat niet hoeveelheid goederen (zeldzaam), maar
beperktheid van inkomen
Keuze die samenleving moet maken: efficiëntie en rechtvaardigheid
- Efficiëntie
1. Dat samenleving het maximale uit schaarse middelen haalt
2. Te maken met grootte van de taart
- Rechtvaardigheid
1. Voordelen van bronnen worden eerlijk verdeeld onder leden samenleving
2. Te maken met verdeling van de taart
3. Maatregelen die gericht zijn op eerlijke verdeling kunnen tegenstrijdig zijn
vb. individuele inkomstenbelasting, sociale voorzieningen
kan nadeel hebben: rijken gaan minder verdienen
totale hoeveelheid goederen + diensten (taart) verkleint
eerlijker verdelen = soms minder totale rijkdom
4. Als je het ene kiest, moet je het andere opgeven
hetgeen dat je opgeeft = opportuniteitskosten / waarde van beste
alternatief dat je opgeeft
“There is no such thing as a free lunch” = zelfs lijkt het gratis, het kost tijd, of
je laat een andere kans schieten
Allocatievraagstuk:
- Verdelen / toebedelen van middelen die we hebben om ieders behoefte zo goed
mogelijk te vervullen
1.2 WELVAART EN WELZIJN
Welvaart:
- Mate waarin mensen met beschikbare schaarse middelen hun behoeften kunnen
voorzien
- Erin slagen de schaarste te verminderen welvaart is gestegen
- Vb. geld, inkomen, vrije tijd, kwaliteit leefmilieu, humanisering arbeid, opheffing
discriminatie
Welzijn:
- Je gevoel van welbevinden + betekent bevrediging van verlangens zonder schaarse
middelen te gebruiken
Welvaart en welzijn:
- Hoeven niet samen voor te komen
- Vb. 3 keer per jaar op reis gaan = hoge welvaart
- Vb. liever in je thuis lezen = hoog welzijn
1.3 CETERIS PARIBUS-CLAUSULE
In economische wetenschap:
- Als we een economisch verschijnsel bestuderen dat afhankelijk is van één variabele,
dan veronderstellen we dat alle andere factoren (waar het in de praktijk ook afhankelijk
van kan zijn) constant blijven
- Zelden in de praktijk
- Vb. prijs van cola verdubbeld, maar de prijs van andere frisdranken blijft hetzelfde
3
, 1.4 ECONOMISCHE PRINCIPES
10 economische principes:
4 principes van individuele beslissingen:
1. Rationele mensen moeten keuzes maken
a. kiezen en iets anders opgeven
2. Rationele mensen vergelijken keuzes o.b.v. kosten en baten
a. de kosten worden bepaald door datgene wat we opgeven om het te krijgen, door
opportuniteitskosten
3. Rationele mensen nemen die keuzes stap voor stap
a. denken in marge
b. doen iets zolang extra voordelen groter zijn dan extra kosten
4. Rationele mensen reageren op prikkels
a. kosten, opbrengsten veranderen beslissingen veranderen
3 principes van hoe mensen met elkaar omgaan:
1. Handel kan voor ieders belang zijn
a. specialiseren in iets waar je goed in bent grotere verscheidenheid aan
producten + diensten tegen lagere prijs
2. Markteconomie = economie waarin middelen verdeeld worden, door
gedecentraliseerde besluiten van groot aantal bedrijven, die samenwerken in markten,
voor producten en diensten
bereiken eigen welzijn + algemeen economisch welzijn
‘invisible hand’ van Adam Smith leidt bedrijven naar gewenste marktresultaten
overheid kan prijzen niet coördineren
belastingen vervormen prijzen
3. Overheden kunnen resultaten soms verbeteren
a. Regels, wetten beschermen
b. Efficiëntie en rechtvaardigheid bereiken
c. Marktfalen = situatie waarin markt zonder inmenging van buitenaf niet in
slaagt om beschikbare middelen efficiënt te verdelen
3 principes van hoe de economie als geheel werkt:
1. Levensstandaard van land hangt af van mate waarin land producten en diensten kan
produceren
a. productiviteit = producten/diensten die iedere arbeider per uur kan leveren
b. vakbonden / wetten bepalen minimumloon
2. Prijzen stijgen als overheid te veel geld drukt
a. toename hoeveelheid geld daling waarde geld
b. inflatie = stijgen van totale prijsniveau
3. Samenleving moet op korte termijn een afweging maken tussen inflatie en werkloosheid
a. grotere geldhoeveelheid leidt tot inflatie, leidt op korte termijn voor minder
werkloosheid
b. Philipscurve toont relatie van korte termijn helpt conjunctuurcyclus te
begrijpen (= geeft bewegingen in economische bedrijvigheid weer)
c. Combinatie inflatie & werkloosheid in economie kan beïnvloed worden door
ingrijpen van overheid
1.5 VRAAG EN AANBOD
4