Hoofdstuk 13: Retailbeleid
13.1.1 Wat is detailhandel?
Detailhandel= alle activiteiten rond de verkoop van producten direct aan
eindconsumenten voor persoonlijk, niet bedrijfsmatig gebruik
Retail= alle activiteiten met betrekking tot de directe verkoop van goederen en
diensten aan de consument voor persoonlijk, niet-bedrijfsmatig gebruik
Het is daarbij irrelevant hoe de producten worden verkocht
Het is daarbij irrelevant waar de producten verkocht worden
Een retailer is de eindschakel tussen de consument en de aanbieder, dus de
aanbieder haalt zijn omzet hoofdzakelijk uit deze directe verkopen
Detaillisten= bedrijven waarvan de omzet hoofdzakelijk afkomstig is van
verkoop van producten aan eindconsumenten
Retailmarketing= marketingbeleid van retailers gericht op eindconsumenten
Trademarketing= marketingbeleid van fabrikant, gericht op de retailers
Retail verbindt alzo merken met consumenten, want 40 % van de
consumentenbeslissingen gebeuren in of rond de winkel
Shopper marketing= marketingbeleid waarbij het hele marketingproces (van
productontwikkeling tot logistiek, promotie en winkelaanbod) zich er op richt van
consumenten in de winkel daadwerkelijke kopers te maken
Hoe kan ik meer van mijn product verkopen versus hoe krijg ik shoppers zo ver
dat ze meer willen uitgeven?
Voorbeeld: het Gruen-effect: trachten de consumenten meer te laten kopen
(impulsaankopen) door de winkel op een bepaalde manier in te richten
Bv. Je gaat naar de supermarkt om alleen brood en melk te kopen.
Om bij brood en melk te komen, moet je langs meerdere gangen lopen,
onderweg zie je promoties, fel verlichte rekken en impulsproducten (chocolade,
snacks, frisdrank), zonder het te plannen neem je ook koekjes en chips mee
=> Je verlaat de winkel met meer producten dan je oorspronkelijk wilde kopen.
13.1.2 Soorten retailers
Retailers kunnen ingedeeld worden op verschillende manieren…
Mate van hun service
3 serviceniveaus:
- Zelfbedieningsdetaillisten: detailhandelszaken die geen of beperkte
service leveren aan klanten; klanten voeren het ‘zoeken-vergelijken-
selectie proces’ zelf uit; zelfbediening is de basis van alle
discountactiviteiten en wordt toegepast bij convenience goods en
snellopende shopping goods
Bv. IKEA (je neemt zelf meubels en accessoires uit het magazijn)
- Detaillisten met beperkte service= detaillisten die klanten een
beperkt aantal diensten bieden, klanten krijgen enige hulp bij de
, aanschaf van de producten; ze bieden meer hulp bij de aanschaf want
ze voeren shoppinggoederen waarover de klanten meer info nodig
hebben
- Detaillisten met volledige bediening= detaillisten die klanten een
volledig scala aan diensten bieden; specialty goods -> de klant wilt
uitgebreid bediend worden, daarom bieden ze meer diensten aan ->
hogere bedrijfskosten -> hogere prijs voor de klant bv. juwelierszaken,
opticiens
o Flagshipstore: grote, prestigieuze winkel die het imago en de
beleving van een merk toont (gericht op product- en
merkbeleving) bv. Apple store
Detaillisten met volledige bediening -> focus op merkbeleving +
uitgebreid persoonlijk advies
o Speciaalzaak: winkel met een smal maar diep assortiment,
klanten komen ernaartoe voor productinformatie of een
deskundig advies bv. Hans Anders
Detaillisten met volledige bediening -> specialty goods → klanten
verwachten expertise en begeleiding
o Servicestore: klanten krijgen hier een persoonlijk advies,
kunnen er bestellingen afhalen/repareren/retourneren bv.
coolblue
Zelfbedieningsdetaillisten -> snelheid en gemak, weinig tot geen
persoonlijk advies
o Outletwinkel: verkoopt oude collecties of overschotten aan
lagere prijzen bv. Maasmechelen Village
Zelfbedieningsdetaillisten -> prijsfocus, beperkte service, klant
zoekt zelf
o Conceptstore: alles draait om lifestyle, vaak kunstzinnig
ingericht, vernieuwen voortdurend: winkelruimte steeds anders
ingericht en aanbod steeds vernieuwd, breed assortiment van
productgroepen, spelen in op beleving van de klanten dat wordt
versterkt door de niet-alledaagse combinatie van producten bv.
urban outfitters
Detaillisten met beperkte service -> beleving staat centraal, wel
hulp maar geen intensief advies
o Pop-upstore: tijdelijke winkel voor promotie, test of lancering
van producten bv. SHEIN pop-upstores
Detaillisten met beperkte service -> tijdelijk, promotioneel,
service is niet de hoofdzaak
o Shop-in-shop: een merk heeft een eigen afdeling binnen een
grotere winkel
Bv. Bijenkorf
Detaillisten met beperkte service -> merkspecifiek advies binnen
een grotere winkel
Service kan op verschillende elementen betrekking hebben, zoals…
- Personeel
- Parkeergelegenheid
- Bezorging
13.1.1 Wat is detailhandel?
Detailhandel= alle activiteiten rond de verkoop van producten direct aan
eindconsumenten voor persoonlijk, niet bedrijfsmatig gebruik
Retail= alle activiteiten met betrekking tot de directe verkoop van goederen en
diensten aan de consument voor persoonlijk, niet-bedrijfsmatig gebruik
Het is daarbij irrelevant hoe de producten worden verkocht
Het is daarbij irrelevant waar de producten verkocht worden
Een retailer is de eindschakel tussen de consument en de aanbieder, dus de
aanbieder haalt zijn omzet hoofdzakelijk uit deze directe verkopen
Detaillisten= bedrijven waarvan de omzet hoofdzakelijk afkomstig is van
verkoop van producten aan eindconsumenten
Retailmarketing= marketingbeleid van retailers gericht op eindconsumenten
Trademarketing= marketingbeleid van fabrikant, gericht op de retailers
Retail verbindt alzo merken met consumenten, want 40 % van de
consumentenbeslissingen gebeuren in of rond de winkel
Shopper marketing= marketingbeleid waarbij het hele marketingproces (van
productontwikkeling tot logistiek, promotie en winkelaanbod) zich er op richt van
consumenten in de winkel daadwerkelijke kopers te maken
Hoe kan ik meer van mijn product verkopen versus hoe krijg ik shoppers zo ver
dat ze meer willen uitgeven?
Voorbeeld: het Gruen-effect: trachten de consumenten meer te laten kopen
(impulsaankopen) door de winkel op een bepaalde manier in te richten
Bv. Je gaat naar de supermarkt om alleen brood en melk te kopen.
Om bij brood en melk te komen, moet je langs meerdere gangen lopen,
onderweg zie je promoties, fel verlichte rekken en impulsproducten (chocolade,
snacks, frisdrank), zonder het te plannen neem je ook koekjes en chips mee
=> Je verlaat de winkel met meer producten dan je oorspronkelijk wilde kopen.
13.1.2 Soorten retailers
Retailers kunnen ingedeeld worden op verschillende manieren…
Mate van hun service
3 serviceniveaus:
- Zelfbedieningsdetaillisten: detailhandelszaken die geen of beperkte
service leveren aan klanten; klanten voeren het ‘zoeken-vergelijken-
selectie proces’ zelf uit; zelfbediening is de basis van alle
discountactiviteiten en wordt toegepast bij convenience goods en
snellopende shopping goods
Bv. IKEA (je neemt zelf meubels en accessoires uit het magazijn)
- Detaillisten met beperkte service= detaillisten die klanten een
beperkt aantal diensten bieden, klanten krijgen enige hulp bij de
, aanschaf van de producten; ze bieden meer hulp bij de aanschaf want
ze voeren shoppinggoederen waarover de klanten meer info nodig
hebben
- Detaillisten met volledige bediening= detaillisten die klanten een
volledig scala aan diensten bieden; specialty goods -> de klant wilt
uitgebreid bediend worden, daarom bieden ze meer diensten aan ->
hogere bedrijfskosten -> hogere prijs voor de klant bv. juwelierszaken,
opticiens
o Flagshipstore: grote, prestigieuze winkel die het imago en de
beleving van een merk toont (gericht op product- en
merkbeleving) bv. Apple store
Detaillisten met volledige bediening -> focus op merkbeleving +
uitgebreid persoonlijk advies
o Speciaalzaak: winkel met een smal maar diep assortiment,
klanten komen ernaartoe voor productinformatie of een
deskundig advies bv. Hans Anders
Detaillisten met volledige bediening -> specialty goods → klanten
verwachten expertise en begeleiding
o Servicestore: klanten krijgen hier een persoonlijk advies,
kunnen er bestellingen afhalen/repareren/retourneren bv.
coolblue
Zelfbedieningsdetaillisten -> snelheid en gemak, weinig tot geen
persoonlijk advies
o Outletwinkel: verkoopt oude collecties of overschotten aan
lagere prijzen bv. Maasmechelen Village
Zelfbedieningsdetaillisten -> prijsfocus, beperkte service, klant
zoekt zelf
o Conceptstore: alles draait om lifestyle, vaak kunstzinnig
ingericht, vernieuwen voortdurend: winkelruimte steeds anders
ingericht en aanbod steeds vernieuwd, breed assortiment van
productgroepen, spelen in op beleving van de klanten dat wordt
versterkt door de niet-alledaagse combinatie van producten bv.
urban outfitters
Detaillisten met beperkte service -> beleving staat centraal, wel
hulp maar geen intensief advies
o Pop-upstore: tijdelijke winkel voor promotie, test of lancering
van producten bv. SHEIN pop-upstores
Detaillisten met beperkte service -> tijdelijk, promotioneel,
service is niet de hoofdzaak
o Shop-in-shop: een merk heeft een eigen afdeling binnen een
grotere winkel
Bv. Bijenkorf
Detaillisten met beperkte service -> merkspecifiek advies binnen
een grotere winkel
Service kan op verschillende elementen betrekking hebben, zoals…
- Personeel
- Parkeergelegenheid
- Bezorging