Hoofdstuk 1: definities, micro-organismen, gastheer, overdrachtswegen.
Hoofdstuk 2: de patiënt, tandheelkundige unit, vaccinatie, voorzorg ma in
praktijk. Hoofdstuk 3: algemene principes, instr+voorwerpen eenmalig
gebr., herbr materiaal, Procedures bij instrumentenzorg en specifieke
mondzorgkundige instrumenten zorg.
Hoofdstuk 4: indeling in zones, de mondzorgkundige uitrusting en zijn
onderhoud. Specifieke handelingen tijdens mondzorg.
Hoofdstuk 1
De infectieketen of besmettingscyclus
,Definities
Besmetting of contaminatie = De transmissie of overdracht van micro-
organismen naar een voorwerp of een weefsel
Kolonisatie = de overgebrachte kiemen handhaven zich bij de gastheer (mens
of dier) na de besmetting en maken tijdelijk deel uit van de fora, dit zonder
nadelige gevolgen.
Infectie
Wanneer de overgebrachte kiemen zich vermenigvuldigen en verspreiden in de
gastheer spreken we van een infectie. Pathogene kiemen maken de
gastheer ziek.
Infectie:
o Lokale roodheid (rubor) o Zwelling (tumor) o Pijn (dolor) o Warmte
(calor)
o Verstoorde functie (functio leasa)
Algemene infectie:
o moe en ziek
o Verminderde eetlust (algemene malaise) o De koorts tot boven 38°
C.
o Eventueel met jeuk of huiduitslag
Sepsis een ontstekingsreactie van het hele lichaam bij
een infectie van het bloed of lymfe
(bij koorts die gepaard gaat met verlaging van de bloeddruk, snelle hartslag,
bloedstollingsproblemen en gedaald bewustzijn)
Verloop van een infectie: o Subklinisch: een lichte infectie zonder
uitgesproken symptomen o Acute infectie: plots optredende, vaak
ernstig verlopende infectie o Chronische infectie: langdurig proces met
geringe klachten o Lethaal: gastheer overlijdt aan de gevolgen van de
invasie van micro-organismen.
Behandeling van een infectie
Causale therapie (oorzaak micro-organismen
uitschakelen) o Micro-organisme uitspoelen (bv
met oogdouche) o Geïnfecteerde plaats laesie
ontsmetten
o Medicatie toedienen die de ziekteverwekker doodt bijv antibiotica bij
bacterie en antivirale middelen bij een virus.
, Symptomatische of palliatieve therapie
Om de symptomen te
verlichten o Analgetica
(pijnstillers)
o Anti-pyretica (koortsverlagend zoals paracetamol en aspirine)
o Anti-histaminica (betekent tegen histamine – werking van de stof
histamine in je lichaam blokkeert. Een stof die het lichaam vrijgeeft bij een
allergische reactie.
Micro-organismen
1. Bacteriën (bijv. m.tubercolosis)
2. Virussen (bijv. hepatitis b virus)
3. Schimmels (bijv. candida albicans)
4. Prionen (bijv. Creutzfeldt-Jakob)
5. Parasieten (bijv. lintworm)
Van besmetting tot infectie
Onderstaande kiem gerelateerde factoren bepalen of een besmetting al dan niet
zal leiden tot een infectie.
De minimale infectieuze dosis (MID)
=het aantal kiemen nodig is om een infectie te veroorzaken. Lage MID -> meer
voorzorgen nodig: hygiëne maatregelen strenger.
Groeisnelheid van de kiemen
Afhankelijk van soort kiem, omgeving afweer van de gastheer.
De incubatietijd
Is de tijd die nodig is om een voldoende aantal ziektekiemen te bereiken om
ziekteverschijnselen te veroorzaken. Het is de tijd die verloopt tussen het
ogenblik van de besmetting en het uitbreken van de ziekte.
Virulentie van de kiemen
Conventioneel pathogenen: deze kiemen veroorzaken steeds een infectie. Enkel
de afweer van de gastheer kan voorkomend werken. Vb : TBC, S aureus.
Conditioneel pathogenen: deze kiemen zijn pathogeen onder bepaalde
voorwaarden. Vb S epidermidis veroorzaakt een lokale infectie bij een gezonde
persoon, maar een veralgemeende infectie bij een pasgeborene.
Opportunistisch pathogeen: deze kiemen veroorzaken enkel een infectie bij een
verzwakte gastheer (bijv. candida albicans)