Gedragsverandering Thema 3
MODELLEN VAN
GEDRAGSVERANDERING
Hoorcollege
zie Powerpoint
Videoclips
Health belief model
Video 1: introduction to health behaviour theories
Wat is een theorie?
Wat is een theorie?
Een theorie is een systematische manier om iets te begrijpen. Theorieën
bundelen bewijs in kernprincipes die verschillende verschijnselen verklaren en
voorspellen. Denk aan theorieën die je wellicht al kent — de oerknaltheorie, de
evolutietheorie of de relativiteitstheorie.
Deze theorieën vatten bewijs samen in verklaringen voor observaties en stellen
ons in staat om geïnformeerde voorspellingen te doen over verwachte
uitkomsten onder bepaalde omstandigheden.
En waarom zijn gezondheidsgedragstheorieën belangrijke hulpmiddelen in de
volksgezondheidsvoeding?
Waarom zijn theorieën over gezondheidsgedrag zo belangrijk?
Omdat we gezondheid en welzijn willen bevorderen. Denk aan de belangrijkste
doodsoorzaken in Canada — zoals kanker, hartziekten, beroertes en diabetes.
Ons gezondheidsgedrag speelt een grote rol in de kans dat we deze
aandoeningen ontwikkelen.
Veel aspecten van ons gedrag beïnvloeden onze gezondheidstoestand,
waaronder onze eetgewoonten. Daarom is het begrijpen van menselijk gedrag,
en het ontwerpen van interventies die aansluiten bij wat we weten over gedrag
en gedragsverandering, cruciaal om de kans op succes in
gezondheidsbevordering te vergroten.
Waarom is het gebruik van gezondheidsgedragstheorie essentieel voor een
goede programmaplanning?
Het gebruik van gedragstheorieën bij het plannen van programma’s is essentieel
omdat theorieën:
Uitleggen waarom mensen zich gedragen zoals ze doen.
Pagina | 1
,Gedragsverandering Thema 3
Voorspellende kracht bieden — ze helpen voorspellen hoe mensen kunnen
reageren op interventies.
Structuur en focus geven aan programmaplanning door sleutelinvloeden
op gedrag te identificeren.
Evaluatie mogelijk maken — we kunnen beoordelen of een interventie
werkt en waarom.
Programma’s die gebaseerd zijn op theorie zijn meestal effectiever, gerichter en
duurzamer. Zonder theorie kunnen programma’s hun doel missen, omdat ze de
echte oorzaken van ongezond gedrag niet aanpakken of effectieve strategieën
over het hoofd zien.
De Gezondheidsverschilmodel (Health Belief Model - HBM) uitgelegd
Het Health Belief Model (HBM) is één van de oudste en meest gebruikte theorieën
over gezondheidsgedrag. Het is logisch, eenvoudig en biedt nuttige inzichten in
gedrag en gedragsverandering.
Vier kernbegrippen van het HBM:
1. Waargenomen vatbaarheid (Perceived Susceptibility): Je geloof over
hoe groot de kans is dat je een aandoening krijgt (bijv. “Hoe waarschijnlijk
is het dat ik osteoporose krijg?”).
2. Waargenomen ernst (Perceived Severity): Je inschatting van hoe
ernstig het zou zijn als je de aandoening krijgt (bijv. “Zou osteoporose een
klein probleem zijn of erg pijnlijk en beperkend?”).
3. Waargenomen voordelen (Perceived Benefits): Je geloof in hoe
effectief de aanbevolen actie zou zijn (bijv. “Zouden calcium, vitamine D
en lichaamsbeweging echt helpen?”).
4. Waargenomen barrières (Perceived Barriers): Je idee van wat je zou
kunnen tegenhouden om actie te ondernemen (bijv. een hekel aan
sporten, kosten van gezonde voeding).
Let op het herhaaldelijke gebruik van het woord “waargenomen” — volgens het
HBM gaat het niet om de objectieve feiten, maar om hoe mensen die zelf
ervaren.
Deze percepties worden beïnvloed door factoren zoals:
Leeftijd
Etniciteit
Sociaaleconomische status
Peergroepen
Kennis
Hoe deze percepties gedrag voorspellen:
Waargenomen vatbaarheid + ernst = waargenomen dreiging
Een hogere dreiging verhoogt de kans op gezondheidsbeschermend
gedrag. Wordt de dreiging als laag ervaren, dan is er weinig motivatie om
te veranderen.
Pagina | 2
, Gedragsverandering Thema 3
Gezondheidsbevorderende programma’s kunnen:
De waargenomen ernst vergroten via educatie.
De waargenomen vatbaarheid verhogen via risicocommunicatie of ‘fear
appeals’.
Waargenomen voordelen – barrières = Netto afweging
Mensen maken een afweging en ondernemen actie als ze denken dat de
voordelen groter zijn dan de nadelen.
Gezondheidsbevorderende programma’s kunnen:
De voordelen van actie benadrukken.
Strategieën ontwikkelen om barrières te verminderen.
Extra onderdelen van het HBM:
Aanleiding tot actie (Cues to Action): Triggers die gedrag aanzetten
(bijv. media, herinneringen, symptomen, gezondheidsadvies).
Zelfeffectiviteit (Self-Efficacy): Het geloof dat je het gedrag succesvol
kunt uitvoeren en volhouden, zelfs bij obstakels.
Deze laatste werd geïntroduceerd door Albert Bandura (een UBC-afgestudeerde)
en is een kernbegrip in de Sociale Cognitieve Theorie. Het is essentieel voor
het starten én behouden van gedragsverandering.
Voorbeelden uit de praktijk van het HBM
Voorbeeld 1: Zwangerschapsdiabetes en risico op type 2 diabetes
Een studie onder 75 Amerikaanse vrouwen (18–45 jaar) met een
voorgeschiedenis van zwangerschapsdiabetes keek naar:
Hun waargenomen vatbaarheid en ernst m.b.t. type 2 diabetes.
Hun inschatting van voordelen en barrières rond gezond eten.
Ondanks hun verhoogde risico dacht de helft dat hun kans op diabetes laag was.
Alleen de diagnose verhoogde de waargenomen dreiging dus niet altijd.
Belangrijkste voorspellers van gezond eetgedrag waren:
Hogere zelfeffectiviteit
Hogere opleidingsniveau
Dit toont het belang van voorlichting over risico en het versterken van
zelfeffectiviteit via gerichte interventies.
Voorbeeld 2: Tandenpoetsen bij werkloze jongeren in Nieuw-Zeeland
Pagina | 3
MODELLEN VAN
GEDRAGSVERANDERING
Hoorcollege
zie Powerpoint
Videoclips
Health belief model
Video 1: introduction to health behaviour theories
Wat is een theorie?
Wat is een theorie?
Een theorie is een systematische manier om iets te begrijpen. Theorieën
bundelen bewijs in kernprincipes die verschillende verschijnselen verklaren en
voorspellen. Denk aan theorieën die je wellicht al kent — de oerknaltheorie, de
evolutietheorie of de relativiteitstheorie.
Deze theorieën vatten bewijs samen in verklaringen voor observaties en stellen
ons in staat om geïnformeerde voorspellingen te doen over verwachte
uitkomsten onder bepaalde omstandigheden.
En waarom zijn gezondheidsgedragstheorieën belangrijke hulpmiddelen in de
volksgezondheidsvoeding?
Waarom zijn theorieën over gezondheidsgedrag zo belangrijk?
Omdat we gezondheid en welzijn willen bevorderen. Denk aan de belangrijkste
doodsoorzaken in Canada — zoals kanker, hartziekten, beroertes en diabetes.
Ons gezondheidsgedrag speelt een grote rol in de kans dat we deze
aandoeningen ontwikkelen.
Veel aspecten van ons gedrag beïnvloeden onze gezondheidstoestand,
waaronder onze eetgewoonten. Daarom is het begrijpen van menselijk gedrag,
en het ontwerpen van interventies die aansluiten bij wat we weten over gedrag
en gedragsverandering, cruciaal om de kans op succes in
gezondheidsbevordering te vergroten.
Waarom is het gebruik van gezondheidsgedragstheorie essentieel voor een
goede programmaplanning?
Het gebruik van gedragstheorieën bij het plannen van programma’s is essentieel
omdat theorieën:
Uitleggen waarom mensen zich gedragen zoals ze doen.
Pagina | 1
,Gedragsverandering Thema 3
Voorspellende kracht bieden — ze helpen voorspellen hoe mensen kunnen
reageren op interventies.
Structuur en focus geven aan programmaplanning door sleutelinvloeden
op gedrag te identificeren.
Evaluatie mogelijk maken — we kunnen beoordelen of een interventie
werkt en waarom.
Programma’s die gebaseerd zijn op theorie zijn meestal effectiever, gerichter en
duurzamer. Zonder theorie kunnen programma’s hun doel missen, omdat ze de
echte oorzaken van ongezond gedrag niet aanpakken of effectieve strategieën
over het hoofd zien.
De Gezondheidsverschilmodel (Health Belief Model - HBM) uitgelegd
Het Health Belief Model (HBM) is één van de oudste en meest gebruikte theorieën
over gezondheidsgedrag. Het is logisch, eenvoudig en biedt nuttige inzichten in
gedrag en gedragsverandering.
Vier kernbegrippen van het HBM:
1. Waargenomen vatbaarheid (Perceived Susceptibility): Je geloof over
hoe groot de kans is dat je een aandoening krijgt (bijv. “Hoe waarschijnlijk
is het dat ik osteoporose krijg?”).
2. Waargenomen ernst (Perceived Severity): Je inschatting van hoe
ernstig het zou zijn als je de aandoening krijgt (bijv. “Zou osteoporose een
klein probleem zijn of erg pijnlijk en beperkend?”).
3. Waargenomen voordelen (Perceived Benefits): Je geloof in hoe
effectief de aanbevolen actie zou zijn (bijv. “Zouden calcium, vitamine D
en lichaamsbeweging echt helpen?”).
4. Waargenomen barrières (Perceived Barriers): Je idee van wat je zou
kunnen tegenhouden om actie te ondernemen (bijv. een hekel aan
sporten, kosten van gezonde voeding).
Let op het herhaaldelijke gebruik van het woord “waargenomen” — volgens het
HBM gaat het niet om de objectieve feiten, maar om hoe mensen die zelf
ervaren.
Deze percepties worden beïnvloed door factoren zoals:
Leeftijd
Etniciteit
Sociaaleconomische status
Peergroepen
Kennis
Hoe deze percepties gedrag voorspellen:
Waargenomen vatbaarheid + ernst = waargenomen dreiging
Een hogere dreiging verhoogt de kans op gezondheidsbeschermend
gedrag. Wordt de dreiging als laag ervaren, dan is er weinig motivatie om
te veranderen.
Pagina | 2
, Gedragsverandering Thema 3
Gezondheidsbevorderende programma’s kunnen:
De waargenomen ernst vergroten via educatie.
De waargenomen vatbaarheid verhogen via risicocommunicatie of ‘fear
appeals’.
Waargenomen voordelen – barrières = Netto afweging
Mensen maken een afweging en ondernemen actie als ze denken dat de
voordelen groter zijn dan de nadelen.
Gezondheidsbevorderende programma’s kunnen:
De voordelen van actie benadrukken.
Strategieën ontwikkelen om barrières te verminderen.
Extra onderdelen van het HBM:
Aanleiding tot actie (Cues to Action): Triggers die gedrag aanzetten
(bijv. media, herinneringen, symptomen, gezondheidsadvies).
Zelfeffectiviteit (Self-Efficacy): Het geloof dat je het gedrag succesvol
kunt uitvoeren en volhouden, zelfs bij obstakels.
Deze laatste werd geïntroduceerd door Albert Bandura (een UBC-afgestudeerde)
en is een kernbegrip in de Sociale Cognitieve Theorie. Het is essentieel voor
het starten én behouden van gedragsverandering.
Voorbeelden uit de praktijk van het HBM
Voorbeeld 1: Zwangerschapsdiabetes en risico op type 2 diabetes
Een studie onder 75 Amerikaanse vrouwen (18–45 jaar) met een
voorgeschiedenis van zwangerschapsdiabetes keek naar:
Hun waargenomen vatbaarheid en ernst m.b.t. type 2 diabetes.
Hun inschatting van voordelen en barrières rond gezond eten.
Ondanks hun verhoogde risico dacht de helft dat hun kans op diabetes laag was.
Alleen de diagnose verhoogde de waargenomen dreiging dus niet altijd.
Belangrijkste voorspellers van gezond eetgedrag waren:
Hogere zelfeffectiviteit
Hogere opleidingsniveau
Dit toont het belang van voorlichting over risico en het versterken van
zelfeffectiviteit via gerichte interventies.
Voorbeeld 2: Tandenpoetsen bij werkloze jongeren in Nieuw-Zeeland
Pagina | 3