2025 -2026 Publieke financiën
D0N89
,Topic 0.3: Waarover gaat Publieke Financiën
Publieke fin. = Over welke rol de overheid op economisch vlak speelt
Verplichte literatuur → toepassingsvraag over bv. tabellen op examen
Aanvullende literatuur = breder, maar eerder als achtergrond
Belang v. feiten benadrukken → nodig om theorie op te kunnen toepassen, feiten op zichzelf zeggen
eigenlijk niks
Rentelasten betaald door alle overheden in België < 5%
Het tekort op de rekeningen van alle overheden in België ligt tussen de 25 en 40 mia euro
1. Omvang overheid
Overheid = belangrijke speler
➔ Verschillende maatstaven
o Uitgaven overheid als % bbp
o Nationale rekeningen: bevat ‘overheid’ als ‘institutionele sector’
Omvang van de overheid
Toegevoegde waarde overheid
- Volgt uit productie ‘publieke’ goederen& diensten
- Maar is slechts 1 v/d taken
Uitgaven overheid: om toegevoegde waarde te creëren, gerelateerd aan herverdeling etc.
Totale uitgaven > toegevoegde waarde overheid
1
,2. uitgaven overheid
Uitgaven → antwoord op “wat moet overheid doen?”
Richard Musgrave: 3 taken voor overheid
- Allocatieve functie (corrigeren marktfalingen)
- Herverdelingsfunctie
- Macro-economische stabilisatie-functie
- Grootste uitgavepost = sociale uitkeringen (pensioenen, werkloosheid etc.) → toename
vooral door vergrijzing (meer pensioenen betalen)
- Intermediaire uitgaven = redelijk stabiel
- Overheidsinvesteringen/ kapitaaluitgaven (onderzoek en ontw., wegenbouw etc.)
- Rentelasten → vandaag 4% v/d totale uitgave
o Begin jaren 90 → tot boven 20%
Sociale uitkeringen:
2
, 3. Inkomsten
Overheid heeft inkomsten nodig → 3 taken financieren
➔ Inkomsten komen vooral (niet volledig) uit belastingen
Belastingen kunnen op verschillende manieren verschillen
- Personenbelasting: betaald op inkomen (betaald door werknemers& zelfstandigen) →
herverdelende rol
- Vennootschapsbelasting: o.b.v. winst v/d vennootschap
- Btw, accijnzen → afh. v/d consumptie
- Sociale bijdragen → geheven op arbeidsinkomen (meer vanuit verzekeringsidee)
- Registratierechten, erfenisbelastingen etc. = transactiebelastingen (1 malig)
Belastingsoorten in % totale ontvangst 1965-2023
➔ Grootste aandeel = sociale bijdragen& personenbelasting (beide geheven op inkomens)
➔ Indirecte belasting → op consumptie, registratierechten etc.
➔ Vennootschapsbelasting → stijgt laatste jaren licht (hoewel het tarief daalde)
➔ Vermogen (inkomst uit het belasten van vermogen)
3
D0N89
,Topic 0.3: Waarover gaat Publieke Financiën
Publieke fin. = Over welke rol de overheid op economisch vlak speelt
Verplichte literatuur → toepassingsvraag over bv. tabellen op examen
Aanvullende literatuur = breder, maar eerder als achtergrond
Belang v. feiten benadrukken → nodig om theorie op te kunnen toepassen, feiten op zichzelf zeggen
eigenlijk niks
Rentelasten betaald door alle overheden in België < 5%
Het tekort op de rekeningen van alle overheden in België ligt tussen de 25 en 40 mia euro
1. Omvang overheid
Overheid = belangrijke speler
➔ Verschillende maatstaven
o Uitgaven overheid als % bbp
o Nationale rekeningen: bevat ‘overheid’ als ‘institutionele sector’
Omvang van de overheid
Toegevoegde waarde overheid
- Volgt uit productie ‘publieke’ goederen& diensten
- Maar is slechts 1 v/d taken
Uitgaven overheid: om toegevoegde waarde te creëren, gerelateerd aan herverdeling etc.
Totale uitgaven > toegevoegde waarde overheid
1
,2. uitgaven overheid
Uitgaven → antwoord op “wat moet overheid doen?”
Richard Musgrave: 3 taken voor overheid
- Allocatieve functie (corrigeren marktfalingen)
- Herverdelingsfunctie
- Macro-economische stabilisatie-functie
- Grootste uitgavepost = sociale uitkeringen (pensioenen, werkloosheid etc.) → toename
vooral door vergrijzing (meer pensioenen betalen)
- Intermediaire uitgaven = redelijk stabiel
- Overheidsinvesteringen/ kapitaaluitgaven (onderzoek en ontw., wegenbouw etc.)
- Rentelasten → vandaag 4% v/d totale uitgave
o Begin jaren 90 → tot boven 20%
Sociale uitkeringen:
2
, 3. Inkomsten
Overheid heeft inkomsten nodig → 3 taken financieren
➔ Inkomsten komen vooral (niet volledig) uit belastingen
Belastingen kunnen op verschillende manieren verschillen
- Personenbelasting: betaald op inkomen (betaald door werknemers& zelfstandigen) →
herverdelende rol
- Vennootschapsbelasting: o.b.v. winst v/d vennootschap
- Btw, accijnzen → afh. v/d consumptie
- Sociale bijdragen → geheven op arbeidsinkomen (meer vanuit verzekeringsidee)
- Registratierechten, erfenisbelastingen etc. = transactiebelastingen (1 malig)
Belastingsoorten in % totale ontvangst 1965-2023
➔ Grootste aandeel = sociale bijdragen& personenbelasting (beide geheven op inkomens)
➔ Indirecte belasting → op consumptie, registratierechten etc.
➔ Vennootschapsbelasting → stijgt laatste jaren licht (hoewel het tarief daalde)
➔ Vermogen (inkomst uit het belasten van vermogen)
3