INLEIDING TOT
DE
SOCIOLOGIE
D0M83a
,Hoofstuk 1: Sociologie, een wetenschap van de
samenleving
Deel I
Sociologie als
wetenschap
Deel II:
Deel V:
Basisconcept
Scholen in de
en in de
sociologie
Inleiding sociologie
tot de
sociologie
Deel III:
Deel IV:
Maatschappeli Sociale
jke ongelijkheid
veranderingen en sociale
klasse
Sociologie: heeft te maken met de samenleving
= samenlevingskunde
1.1 een beeld van een titel
Cursus gebruikt een metafoor (het spel) → Metafoor voor samenleving/ samenlevingsverband = het
veld
Op het veld: verschillende spelers die interageren
Binnen de sociologie verschillende velden
Er zijn regels& sancties → In het voetbal; sancties = gele en rode kaart
➔ Op voetbalveld: fout maken binnen bepaalde zones= erger
o Ook in samenleving zo: er zijn andere regels voor de publieke & voor de particuliere
samenleving
Verhoudingen tussen:
- De samenleving (het speelveld)
- De mensen die handelen in de samenleving (spelers)
- De sociale spelregels (wetten, informele regels)
- De hoofdrolspelers
o Er is dus een rangschikking
o Formele (aangeduid via officiële kanalen) vs. informele leiders (bv. beste v/d groep)
Verwachtingen zijn superbelangrijk bij sociologie → sociale rol
- Verwachtingen t.o.v. iemand → vooral te maken met de positie van deze persoon niet per se
met wie die persoon is
- Status= de waardering die je hecht aan een bepaalde positie → maar iedereen is even hard
nodig (bv. Spits = belangrijk, maar kan niet spelen zonder middenvelder)
Regels in samenleving = wetten, maar ook informele regels
Sancties: heeft te maken met hoe belangrijk de regels zijn
Rollen kunnen tegenstrijdig zijn => rolconflict
1
,Socioloog → tribune: volledige beschrijving leveren v/d gebeurtenissen + analyseren + verklaringen
zoeken voor maatschappelijke gebeurtenissen.
1.2 het dagelijkse leven door de bril van de socioloog
The sociological imagination necessitates above all, being able to think ourselves, away from the
familiar routines of our daily lives in order to look anew.
Er is nood aan een sociologische bril + sociologische verbeelding
Sociologische verbeelding → toont perspectief v. sociologen dat nodig is
➔ Het vermogen om afstand te nemen v/h persoonlijke/ dagdagelijkse (afstand nemen v/d rol
die je dagelijks inneemt (bv. dochter)) & een ander standpunt in te nemen
➔ Het kunnen “verstaan”
➔ Je moet afstand kunnen nemen van bepaalde routines/ vanzelfsprekendheden
Huidige situatie ook situeren in historische context → hoe zijn we ergens gekomen
Voorbeeld: theedrinken
➔ Traditie of ritueel
➔ Sociaal aspect → “meeting for tea”
o Focus ≠ theedrinken, maar elkaar ontmoeten
Keuzes zijn nooit volledig individueel → veel sociale aspecten
Deviant gedrag = ingaan tegen de verwachtingen
- bv. als student: praten tijdens de les
- Zorgt dit voor verandering? → structureel of kleine verandering
The sociological imagination enables us to grasp history and biography and the relations between
the two within society (C. Wright Mills)
➔ Bv. hoe komt het dat er vandaag lesgegeven wordt op de manier dat het nu is?
o Gebeurtenissen uit het verleden beïnvloeden wat we vandaag doen
The social versus the individual
In twee richtingen:
- Individueel gedrag draagt bij tot maatschappelijke fenomenen
- Maatschappelijke fenomenen beïnvloeden individueel gedrag
Sociological thinking → 3 componenten
Geschiedenis: ontstaan en verandering samenleving?
Biografie: welke is de levensloop van mensen als leden van samenlevingsverbanden?
➔ je bent niet enkel een individu, je bent deel van een groep (gezin, klas, etc.)
2
, Sociale structuren: dominante maatschappelijke instituties, welke processen en mechanismen
zorgen voor de maatschappelijke orde?
Zeer belangrijke zin “alles is contingent, maar niet arbitrair”
- Contingent: het had ook anders gekund => het is niet de enige mogelijke manier
- Afvragen “waarom” → bv. Waarom eten wij niet met de handen?
- Niet arbitrair: heeft te maken met de padafhankelijkheid → gebeurtenissen uit het verleden
hebben invloed op latere toestanden& ontwikkelingen
- Zowel kijken naar situatie vandaag, en waarom het gebeurt. Maar ook kijken naar wat er
NIET is gebeurt
1.3 Een stap verder
We gaan een bepaald sociaal feit, linken aan een ander sociaal feit
➔ Sociale positie
➔ SES → sociaaleconomische positie
Vaak verklaren we fenomenen vanuit “gezond verstand” → kennis gebaseerd op onze dagelijkse
ervaring
➔ Sociologie: gaat opzoek naar het “waarom”, verklaring achter zichtbare fenomenen
Bv. echtscheiding ≠ louter persoonlijk
➔ Veel sociale aspecten: bv. verandering in wetgeving (verkorte scheidingsprocedure),
tweeverdienersgezinnen (niet meer van elkaar afhankelijk) etc.
1.4 Een eerste definitie van sociologie
Sociologie is de wetenschap die de maatschappelijke patronen en structuren bestudeert, in hun
ontstaan, voortbestaan en veranderen, en tevens het sociale handelen van mensen in de interactie
met deze patronen en structuren.
- Patronen → gedragspatronen, opvattingen etc.
- Sociaal handelen → handelen gebeurt in een sociale omgeving& je past je aan aan die
omgeving (bv. thuis eten vs. op restaurant)
De samenleving is het object van de sociologie!
➔ Je kan een manier van sociaal interageren niet veralgemenen overheen tijd en locatie → er
kunnen verschillen zijn
➔ Een bepaalde ordening van de wijze van samenleven (als sociaal feit), dus volgens
regelmaten of routines, binnen een sociale ruimte (territorium) en sociale tijd.
De rode draad binnen sociologie?
3
DE
SOCIOLOGIE
D0M83a
,Hoofstuk 1: Sociologie, een wetenschap van de
samenleving
Deel I
Sociologie als
wetenschap
Deel II:
Deel V:
Basisconcept
Scholen in de
en in de
sociologie
Inleiding sociologie
tot de
sociologie
Deel III:
Deel IV:
Maatschappeli Sociale
jke ongelijkheid
veranderingen en sociale
klasse
Sociologie: heeft te maken met de samenleving
= samenlevingskunde
1.1 een beeld van een titel
Cursus gebruikt een metafoor (het spel) → Metafoor voor samenleving/ samenlevingsverband = het
veld
Op het veld: verschillende spelers die interageren
Binnen de sociologie verschillende velden
Er zijn regels& sancties → In het voetbal; sancties = gele en rode kaart
➔ Op voetbalveld: fout maken binnen bepaalde zones= erger
o Ook in samenleving zo: er zijn andere regels voor de publieke & voor de particuliere
samenleving
Verhoudingen tussen:
- De samenleving (het speelveld)
- De mensen die handelen in de samenleving (spelers)
- De sociale spelregels (wetten, informele regels)
- De hoofdrolspelers
o Er is dus een rangschikking
o Formele (aangeduid via officiële kanalen) vs. informele leiders (bv. beste v/d groep)
Verwachtingen zijn superbelangrijk bij sociologie → sociale rol
- Verwachtingen t.o.v. iemand → vooral te maken met de positie van deze persoon niet per se
met wie die persoon is
- Status= de waardering die je hecht aan een bepaalde positie → maar iedereen is even hard
nodig (bv. Spits = belangrijk, maar kan niet spelen zonder middenvelder)
Regels in samenleving = wetten, maar ook informele regels
Sancties: heeft te maken met hoe belangrijk de regels zijn
Rollen kunnen tegenstrijdig zijn => rolconflict
1
,Socioloog → tribune: volledige beschrijving leveren v/d gebeurtenissen + analyseren + verklaringen
zoeken voor maatschappelijke gebeurtenissen.
1.2 het dagelijkse leven door de bril van de socioloog
The sociological imagination necessitates above all, being able to think ourselves, away from the
familiar routines of our daily lives in order to look anew.
Er is nood aan een sociologische bril + sociologische verbeelding
Sociologische verbeelding → toont perspectief v. sociologen dat nodig is
➔ Het vermogen om afstand te nemen v/h persoonlijke/ dagdagelijkse (afstand nemen v/d rol
die je dagelijks inneemt (bv. dochter)) & een ander standpunt in te nemen
➔ Het kunnen “verstaan”
➔ Je moet afstand kunnen nemen van bepaalde routines/ vanzelfsprekendheden
Huidige situatie ook situeren in historische context → hoe zijn we ergens gekomen
Voorbeeld: theedrinken
➔ Traditie of ritueel
➔ Sociaal aspect → “meeting for tea”
o Focus ≠ theedrinken, maar elkaar ontmoeten
Keuzes zijn nooit volledig individueel → veel sociale aspecten
Deviant gedrag = ingaan tegen de verwachtingen
- bv. als student: praten tijdens de les
- Zorgt dit voor verandering? → structureel of kleine verandering
The sociological imagination enables us to grasp history and biography and the relations between
the two within society (C. Wright Mills)
➔ Bv. hoe komt het dat er vandaag lesgegeven wordt op de manier dat het nu is?
o Gebeurtenissen uit het verleden beïnvloeden wat we vandaag doen
The social versus the individual
In twee richtingen:
- Individueel gedrag draagt bij tot maatschappelijke fenomenen
- Maatschappelijke fenomenen beïnvloeden individueel gedrag
Sociological thinking → 3 componenten
Geschiedenis: ontstaan en verandering samenleving?
Biografie: welke is de levensloop van mensen als leden van samenlevingsverbanden?
➔ je bent niet enkel een individu, je bent deel van een groep (gezin, klas, etc.)
2
, Sociale structuren: dominante maatschappelijke instituties, welke processen en mechanismen
zorgen voor de maatschappelijke orde?
Zeer belangrijke zin “alles is contingent, maar niet arbitrair”
- Contingent: het had ook anders gekund => het is niet de enige mogelijke manier
- Afvragen “waarom” → bv. Waarom eten wij niet met de handen?
- Niet arbitrair: heeft te maken met de padafhankelijkheid → gebeurtenissen uit het verleden
hebben invloed op latere toestanden& ontwikkelingen
- Zowel kijken naar situatie vandaag, en waarom het gebeurt. Maar ook kijken naar wat er
NIET is gebeurt
1.3 Een stap verder
We gaan een bepaald sociaal feit, linken aan een ander sociaal feit
➔ Sociale positie
➔ SES → sociaaleconomische positie
Vaak verklaren we fenomenen vanuit “gezond verstand” → kennis gebaseerd op onze dagelijkse
ervaring
➔ Sociologie: gaat opzoek naar het “waarom”, verklaring achter zichtbare fenomenen
Bv. echtscheiding ≠ louter persoonlijk
➔ Veel sociale aspecten: bv. verandering in wetgeving (verkorte scheidingsprocedure),
tweeverdienersgezinnen (niet meer van elkaar afhankelijk) etc.
1.4 Een eerste definitie van sociologie
Sociologie is de wetenschap die de maatschappelijke patronen en structuren bestudeert, in hun
ontstaan, voortbestaan en veranderen, en tevens het sociale handelen van mensen in de interactie
met deze patronen en structuren.
- Patronen → gedragspatronen, opvattingen etc.
- Sociaal handelen → handelen gebeurt in een sociale omgeving& je past je aan aan die
omgeving (bv. thuis eten vs. op restaurant)
De samenleving is het object van de sociologie!
➔ Je kan een manier van sociaal interageren niet veralgemenen overheen tijd en locatie → er
kunnen verschillen zijn
➔ Een bepaalde ordening van de wijze van samenleven (als sociaal feit), dus volgens
regelmaten of routines, binnen een sociale ruimte (territorium) en sociale tijd.
De rode draad binnen sociologie?
3