Dehydratatie of ondervulling
→ gecombineerd verlies van zout en water, meer dan inname waardoor ECV afneemt
→ 3 vormen van dehydratatie:
1. Hyperosmolaire dehydratatie = primair waterverlies
→ Niet-renale oorzaken
- nieren functioneren normaal (gaan max. vrij water bijhouden)
→ maar urine-concentrerend vermogen schiet tekort
- te lage water inname
→ baby’s, falende dorstcentrum, onbewuste patiënten (coma)
- te veel waterverlies
→ excessief braken of osmotische diarree agv te veel laxativa
→ lactase deficiëntie:
- lactose (uit melkproducten) niet afgebroken tot GAL +
GLU (die w opgenomen), blijft achter in darm en trekt
veel vrij water aan
- k ook agv GI-infectie: k zijn dat we weken/dagen dit
enzym niet hebben, maar herstelt zich vaak (bv. bij
baby’s na diarree of virus)
→ bij heel hard zweten en brandwonden
- zweet is hypo-osmolaire: dus we verliezen meer water
dan NaCl
- vaak ook meer waterverlies via AH in warme omgeving
→ Renale oorzaken
- probleem in de nier waardoor je water verliest
→ osmotische diurese
- excessief waterverlies, rijk aan deeltjes (niet zout)
- deeltjes (abnormale osmolen):
- exogeen: bv. mannitol
→ <> vochtopstapeling in de hersenen (mannitol
1
, treedt zelf niet uit BB, trekt water uit hersen)
- endogeen: glucose (ongecontroleerde diabetes),
calcium (bij botziektes, veel Ca2+ komt vrij in
urine), (ureum)
→ diabetes insipidus (water diurese)
- ADH (zorgt voor minder urineproductie) werkt niet
=> minder aquaporines: minder water reabsorberen
- centrale diabetes insipidus: geen productie van ADH in
neurohypofyse
→ vaak agv letsel in hypofyse (tumor, infectie, AIZ,
trauma)
→ zeldzaam ook familiaal (genetisch)
→ idiopathisch (oorzaak weten we niet)
- nefrogene diabetes insipidus: nier resistent aan ADH
→ vaak 2° gevolg van chronisch laag K+ of chronisch
hoog Ca2+
→ medicatie k ook een oorzaak zijn:
- lithium (manische depressie), colchicine (jicht)
→ sikkelcelanemie (geassocieerd met nierziektes)
→ zeldzaam ook genetisch of idiopathisch
→ Gevolgen centrale en nefrogene diabetes insipidus
- polyurie: veel plassen → hyperosmolaire dehydratatie
- polydipsie: je gaat ook heel veel drinken (meestal hypotoon water) door
dorst
→ netto: vrij normaal toestand tenzij geen toegang tot drank
- normaal tot licht verhoogde serum osmolaliteit (*)
- normaal tot licht verhoogd serum Na+
- gedaald urinaire osmolaliteit (< 300 mOsm/kg) (*)
→ altijd aanwezig: altijd veel vrije water in urine door probleem
met ADH (*) hoog bij osmotisch diarree
2. Hypo-osmolaire dehydratatie = primaire Na+ verlies
→ verlies van Na+ => hierdoor mensen gedehydrateerd maar osmolariteit ook
laag
2
, - we verliezen vnl. zout en dat trekt wel vocht mee
→ renale zout-verlies (renal salt-wasting)
- vermogen van nieren om zout te reabsorberen schiet tekort
- oorzaken:
→ chronische nierinsufficiëntie en (te) strikt zoutarm dieet
→ vaak na acute tubulus necrose (tijdens herstelfase)
- acute nierziekte die vaak voorkomt na een shock
fenomeen (niertubuli beschadigd maar k zich herstellen
i.t.t glomeruli)
→ post-obstructieve polyurie
- herstelfase na opheffen chronische urinewegobstructie
- bv. wegnemen van te grote prostaat die urineweg blokkeert
→ Ziekte van Addison
- bijnierschorsinsufficiëntie: te weinig mineralo- en glucocorticoïden
- als geen aldosterone meer => verlies van Na+ maar op dit niveau
ook evenveel water verlies => isotoon-vochtverlies
- te weinig GC → BD daalt en ook GFR, reactie vh lichaam: meer
ADH-productie die vnl. vrij vocht ophoudt => netto meer verlies
van zout (Na+) ivm water
- typische symptomen:
→ ondervuld (dehydratatie)
→ zoutconcentratie in bloed en osmolariteit is laag
→ ook diuretica (bv. thiazide diuretica) k hypo-osmolaire dehydratatie geven
- thiazide diuretica blokkeert Na+ heropname in distale tubulus, maar
DT is voorbij lus van Henle dus normale osmotische gradiënt
opgebouwd thv LvH
→ urine die vol met zout en water zit passeert regio van hoge
osmolariteit en daar gaan we vnl. vrij water opnemen (mbv ADH) en
we verliezen dus meer zout
- k optreden wanneer mensen plaspillen misbruiken (als
“vermagerings”middel)
3. Iso-osmolaire dehydratatie = gelijkmatig verlies water en Na+
3
, - ECV daalt maar geen verschil in osmolariteit
- k optreden bij bloeding (bv. maagbloeding)
→ als je bloed verliest, verlies je evenveel vocht en zout
- bv. bij braken en diarree
→ maagvocht en dunne darm vocht zijn hypo-osmolaire
→ we verliezen dus vocht met lagere osmolariteit MAAR na braken
of diarree drinken we meestal flesje of kraantjeswater (hypo-
osmolaire)
=> netto: we blijven iso-osmolaire maar met minder vocht
meestal
=> maar die 3 mechanismen k ook samen voorkomen
- bv. als hyper- en hypo-osmolaire dehydratatie samen optreedt, hebben we
netto gezien een iso-osmolaire dehydratatie
- we k zelf ook uiteindelijk klinisch beeld mee bepalen door variabele inname
van water en zouten (bv. meer drinken, baxter etc.)
Symptomen van dehydratatie
- Gewichtsafname
→ door vochtverlies en niet agv vet verbranding:
- 2 kg water verliezen betekent ook 2 kg lichaamsgewicht dat je verliest
→ hemoconcentratie: heel veel zaken gaan geconcentreerd zijn in het bloed
- hoger hemoglobine, hematocriet, hoger totaal eiwit
→ bij niet-renale oorzaken:
- urine w steeds donkerder, want lichaam probeert zvm vocht op
te houden dat urine meer geconcentreerd wordt
- Interstitiële symptomen
→ droge huid zonder turgor: staande of traag verstrijkende huidplooi
→ droge tong, overlangse plooien, zwart-bruin beslag
→ ingevallen ogen: minder vocht achter oogbol
- Cardiovasculaire symptomen
- in geval v ondervulling plasmacompartiment (dus meer bij iso-
osmolaire DH)
→ lage BD, orthostatische hypotensie
4