Gebouwuitrusting
H1: Inleiding tot gebouwuitrusting
Definitie
Gebouwuitrusting → ventilatie, elektriciteit, afvoer/toevoer, sanitair, licht, koeling…
= comfort, preventie, gezondheid, transport, geur…
- Bruikbaarheid en comfort: zonder goed gekozen en geïntegreerde uitrusting functioneert een gebouw
niet volgens de beoogde gebruiksfuncties (thermisch comfort, binnenluchtkwaliteit, verlichting, sanitair)
- Energie- en milieuprestaties: installaties bepalen het grootste deel van operationele energiegebruik en
beïnvloeden ook levenscyclus-uitstoot en watergebruik
→ Invloed op leefomgeving
- Bouwkundig-architectonische integratie: keuzes in uitrusting beïnvloeden ruimteplanning (kokers en
technische lokalen), daglicht/esthetiek en de architectonische vorm
- Exploitatie- & onderhoudskosten: goede selectie en toegankelijkheid reduceren exploitatiekosten en
verlengen levensduur en zorgen ook voor veiligheid
→ Zoveel mogelijk wegsteken, maar wel toegankelijk voor onderhoud
Technische installaties: ventilatie, verwarming/koeling, elektriciteit/licht, sanitair, brandveiligheid…
3 comforten dat we wensen = thermisch comfort, visueel comfort en auditief comfort
→ Al op verschillende manieren realiseren/integreren in een gebouw
- Passief woning: minder verwarming nodig
- Veel ramen in gebouw: minder verlichting nodig
- Isolatie: minder lawaai aanwezig
Factoren die effect hebben op gebouwuitrusting/installaties → ruimte, klimaat, temperatuur, materialen,
wetgeving, bezetting… (INPUT)
Invloed van architect op gebouwuitrusting/installaties → visueel, ontwerp, organisatie…
Impact van keuzes op gebouwuitrusting/installaties → comfort, E-peil, stabiliteit, esthetiek, klimaat,
budget, leefkwaliteit, visueel… (OUTPUT)
- Externe factoren: dingen waar wij geen vat op hebben (regelgeving, klimaat/duurzaamheid en normen)
- Interne factoren: nodige eisen (functies, onderhoud en wens tot interactie)
= Factoren hebben invloed op gebouwuitrusting (context en gebouwschil)
- Impact: keuzes hebben invloed op gebouw en mens (gezondheid, comfort, structuren, functionele
organisatie, esthetiek, levenscyclus en onderhoud en verbruiken)
- Gebouw = sterk functioneel, waarbij functies zijn ontworpen
→ Centre Pompidou: brengen technieken naar buiten en gebruiken deze als vormentaal
Duurzaam denken van gebruik van technieken → multifunctioneel te werk gaan (regenval, koelen,
zonnepanelen…)
= Nachtelijke ventilatie/koeling
Gebouwuitrusting: overkoepelende term voor alle technische installaties en voorzieningen in een
gebouw die zorgen voor voorzieningen, comfort, veiligheid en energie-efficiëntie
= Toestellen zelf + bijhorende leidingen, bedrading, armaturen en bedieningscomponenten
1
,→ verwarming, ventilatie, sanitair, elektrotechniek en veiligheidstechniek, gebouwautomatisering en
digitale netwerken
- Gebouwtechniek = optimaal luchtkwaliteit, temperaturen, sanitair, energievoorziening, data-
connectiviteit, veiligheid, toegankelijkheid… → functioneel
- HVACS (Heating Ventilation Airconditioning Sanitair) = ventilatie, verwarming, koeling en sanitair
→ Water en lucht (leidingen)
- PLEC (Power Lighting Electrical Communication) = elektriciteit, verlichting, data, liften en
brandveiligheid
→ Stroom en data (kabels)
Externe bronnen → gebouwschil/structuur → gebouwuitrusting (HVACS/PLEC) → bediening → comfort
Systemische benadering
Gebouw → functie van stromen die bij installaties horen
- Lucht (toevoer, afvoer…) → ventilatie
- Water (drinkwater, regenwater, afvalwater, grijswater…) → sanitair
- Energie (warmte, elektriciteit, zoninstraling…) → verwarming en koeling
- Licht (natuurlijk licht, kunstmatig licht…)
- Kracht (mechanische krachten…) → elektriciteit
- Informatie (data, sensoren…) → data
- Materialen (bouwmaterialen, afvalstromen…) → grootkeukens
- Gebruikersstromen (verplaatsing mensen, goederen, liften, evacuatie…) → transportsystemen/liften
en brandveiligheid
= Vinden plaats in schachten/leidingen/kanalen van een gebouw
Circulaire benadering
- Gebouw = verschillende lagen
→ Structuur + gevel + locatie en omgeving + plattegrond +
installaties + interieur + gebruiker
= Installaties binnen hergebruiken en toegankelijk → loskoppelen
van andere lagen (20 jaar)
Integratie in het ontwerpproces
Ontwerpdoelstellingen: duurzaamheid, veiligheid, functioneel/operationeel, esthetiek,
historisch behoud, productief en welzijn, toegankelijkheid en kosteneffectief
- Toegankelijk: bouwelementen, hoogtes en vrije ruimtes moeten aan specifieke
behoeftes voldoen van mensen met een handicap
- Esthetiek: uiterlijk en imago van bouwelementen en ruimtes en het geïntegreerde ontwerpproces
- Kosteneffectief: selecteren van bouwelementen obv levenscycluskosten en budgetbeheersing
- Functioneel/operationeel: functionele programmering, zoals ruimtelijke behoeften en vereisten,
systeemprestaties, duurzaamheid en efficiënt onderhoud van bouwelementen
Historisch behoud: specifieke acties binnen historische wijk/gebouw, waarbij bouwelementen en -
strategieën worden ingedeeld in 4 benaderingen (behoud, renovatie, restauratie of reconstructie)
Productief: welzijn van bewoners (fysiek en psychologisch comfort) met inbegrip van bouwelementen
zoals luchtverdeling, verlichting, werkruimten, systemen en technologie
Veilig: fysieke bescherming van bewoners tegen de door de mens veroorzaakte en natuurlijke gevaren
Duurzaam: lost milieuprestaties en -impact van bouwelementen en strategieën op
2
,→ Efficiënter en kosteneffectiever gebouw realiseren
= Succesvol ontwerp voor gebouw is een oplossing die meer is dan de som der delen
- Proces ontwerp → herzien door de impact op ene gebouw
H2: Ventilatie (theorie)
Inleiding en normen
- Continue stroming van lucht doorheen gebouw
= Ongecontroleerd: spleten, kieren en onluchtdichtheid (eigen een materiaal/installatie)
= Gecontroleerd: openingen (ramen en deuren), roosters en mechanische ventilatie
Ventileren → afvoer, geur, vocht, hygiëne, luchtkwaliteit…
= Vluchten van schadelijke stoffen die materialen uitstoten
Ventileren = zuurstof toevoeren + vochtigheid, warmte, polluenten en geuren afvoeren
→ Hygiënische ventilatie
→ Niet ventileren: risico op te hoge vochtigheid/condensatie (70-80%) door koudebruggen of koude
muren + risico op ontwikkeling van schimmels (schade en ongezond) + geen zuurstof
- Bronnen beperken = goede keuze van materialen en gebruik van bewoners controleren
- Polluenten en geuren afvoeren
- Ventileren = slechte lucht afvoeren + nieuwe lucht toevoeren (debiet)
→ Maatregelingen nemen om de mens te beschermen tegen slechte stoffen
Ventileren → ruimte comfortabel te maken
Relatieve vochtigheid
- Comfort verschilt per persoon en toestand
= Temperatuur in functie van vocht: warm/koud en nat/droog
→ Hoe hoger de relatieve vochtigheid, hoe kouder het moet zijn en omgekeerd
Schimmels/lichaam = bepaalde vochtigheid nodig
→ Te nat/droog: schimmels/bacteriën ontstaan en groeien
- Meestal zitten we tussen 20-30 bij ene goede isolatie en ventilatie
Luchtsnelheid
= Luchtsnelheid in functie van temperatuur
→ Hoe hoer de luchtsnelheid, hoe warmer het moet zijn voor een
comfortabel gevoel en omgekeerd
- Warm + geen luchtsnelheid = ventilatie voorzien
Optimale thermische behaaglijkheid: toestand waarin nagenoeg niemand iets
over zijn omgeving te klagen heeft
→ Rol van luchtsnelheid, vochtigheid, luchtkwaliteit, geluid…
3
, Comfortvergelijking van Fanger = index dat vastlegt hoe een
groep waarnemers het klimaat waarderen
→ Gemiddelde waardering van behaaglijkheid vastleggen
- Gemiddelde waardering (PMV-index) staat in relatie tot de
ontevreden waarnemers (PPD-index)
→ Index afhankelijk van personen (kledij en activiteit) en van gebouwen
(lucht- en stralingstemperatuur, luchtdruk en luchtsnelheid)
- Grafiek → gemiddelde aantal mensen die ontevreden zijn bij een bepaald klimaat (PMV ifv PPD)
= Subjectiviteit omzetten naar getallen
Wetgeving
- ARAB: regels obv arbeid en werk
- Europese norm: opdeling obv PPD/PMV
- IDA klassen: opdeling obv debieten
- EPB: regels obv energieprestatie (luchtverversing in residentiële en niet-residentiële gebouwen)
ARAB = arbeidswetgeving
→ Binnenluchtkwaliteit in ruimtes met mensen met arbeidscontracten (kantoren met werknemers)
- CO2 concentratie < 900ppm
- Minimale ventilatiedebiet = 40m³/h/persoon
Europese norm = PPD/PMV
→ Binnenluchtkwaliteit ingedeeld in 3 categorieën (uitstekend, beter en goed)
- Klasse I (A): uitstekend = 36m³/h/persoon
- Klasse II (B): beter = 25m³/h/persoon
- Klasse III (C): goed = 15m³/h/persoon
→ Aantal procent ontevreden mensen (hoe minder, hoe beter) = meestal A/B
IDA
→ Binnenluchtkwaliteit in 4 klassen verdeeld
IDA 1 = 72m³/h/persoon
IDA 2 = 45m³/h/persoon
IDA 3 = 29m³/h/persoon
IDA 4 = 18m³/h/persoon
EPB-regelgeving
→ Residentieel: gerekend per vierkante meter (minimum en maximum)
→ Niet-residentieel: afhankelijk per ruimte = 22m³/h/persoon
Overzicht voor niet-residentiële gebouwen
- EPB = wetgeving: alles moet zeker groter zijn
dan 22m³/h/persoon
- ARAB = arbeid: alles moet zeker groter
zijn dan 40m³/h/persoon
4
H1: Inleiding tot gebouwuitrusting
Definitie
Gebouwuitrusting → ventilatie, elektriciteit, afvoer/toevoer, sanitair, licht, koeling…
= comfort, preventie, gezondheid, transport, geur…
- Bruikbaarheid en comfort: zonder goed gekozen en geïntegreerde uitrusting functioneert een gebouw
niet volgens de beoogde gebruiksfuncties (thermisch comfort, binnenluchtkwaliteit, verlichting, sanitair)
- Energie- en milieuprestaties: installaties bepalen het grootste deel van operationele energiegebruik en
beïnvloeden ook levenscyclus-uitstoot en watergebruik
→ Invloed op leefomgeving
- Bouwkundig-architectonische integratie: keuzes in uitrusting beïnvloeden ruimteplanning (kokers en
technische lokalen), daglicht/esthetiek en de architectonische vorm
- Exploitatie- & onderhoudskosten: goede selectie en toegankelijkheid reduceren exploitatiekosten en
verlengen levensduur en zorgen ook voor veiligheid
→ Zoveel mogelijk wegsteken, maar wel toegankelijk voor onderhoud
Technische installaties: ventilatie, verwarming/koeling, elektriciteit/licht, sanitair, brandveiligheid…
3 comforten dat we wensen = thermisch comfort, visueel comfort en auditief comfort
→ Al op verschillende manieren realiseren/integreren in een gebouw
- Passief woning: minder verwarming nodig
- Veel ramen in gebouw: minder verlichting nodig
- Isolatie: minder lawaai aanwezig
Factoren die effect hebben op gebouwuitrusting/installaties → ruimte, klimaat, temperatuur, materialen,
wetgeving, bezetting… (INPUT)
Invloed van architect op gebouwuitrusting/installaties → visueel, ontwerp, organisatie…
Impact van keuzes op gebouwuitrusting/installaties → comfort, E-peil, stabiliteit, esthetiek, klimaat,
budget, leefkwaliteit, visueel… (OUTPUT)
- Externe factoren: dingen waar wij geen vat op hebben (regelgeving, klimaat/duurzaamheid en normen)
- Interne factoren: nodige eisen (functies, onderhoud en wens tot interactie)
= Factoren hebben invloed op gebouwuitrusting (context en gebouwschil)
- Impact: keuzes hebben invloed op gebouw en mens (gezondheid, comfort, structuren, functionele
organisatie, esthetiek, levenscyclus en onderhoud en verbruiken)
- Gebouw = sterk functioneel, waarbij functies zijn ontworpen
→ Centre Pompidou: brengen technieken naar buiten en gebruiken deze als vormentaal
Duurzaam denken van gebruik van technieken → multifunctioneel te werk gaan (regenval, koelen,
zonnepanelen…)
= Nachtelijke ventilatie/koeling
Gebouwuitrusting: overkoepelende term voor alle technische installaties en voorzieningen in een
gebouw die zorgen voor voorzieningen, comfort, veiligheid en energie-efficiëntie
= Toestellen zelf + bijhorende leidingen, bedrading, armaturen en bedieningscomponenten
1
,→ verwarming, ventilatie, sanitair, elektrotechniek en veiligheidstechniek, gebouwautomatisering en
digitale netwerken
- Gebouwtechniek = optimaal luchtkwaliteit, temperaturen, sanitair, energievoorziening, data-
connectiviteit, veiligheid, toegankelijkheid… → functioneel
- HVACS (Heating Ventilation Airconditioning Sanitair) = ventilatie, verwarming, koeling en sanitair
→ Water en lucht (leidingen)
- PLEC (Power Lighting Electrical Communication) = elektriciteit, verlichting, data, liften en
brandveiligheid
→ Stroom en data (kabels)
Externe bronnen → gebouwschil/structuur → gebouwuitrusting (HVACS/PLEC) → bediening → comfort
Systemische benadering
Gebouw → functie van stromen die bij installaties horen
- Lucht (toevoer, afvoer…) → ventilatie
- Water (drinkwater, regenwater, afvalwater, grijswater…) → sanitair
- Energie (warmte, elektriciteit, zoninstraling…) → verwarming en koeling
- Licht (natuurlijk licht, kunstmatig licht…)
- Kracht (mechanische krachten…) → elektriciteit
- Informatie (data, sensoren…) → data
- Materialen (bouwmaterialen, afvalstromen…) → grootkeukens
- Gebruikersstromen (verplaatsing mensen, goederen, liften, evacuatie…) → transportsystemen/liften
en brandveiligheid
= Vinden plaats in schachten/leidingen/kanalen van een gebouw
Circulaire benadering
- Gebouw = verschillende lagen
→ Structuur + gevel + locatie en omgeving + plattegrond +
installaties + interieur + gebruiker
= Installaties binnen hergebruiken en toegankelijk → loskoppelen
van andere lagen (20 jaar)
Integratie in het ontwerpproces
Ontwerpdoelstellingen: duurzaamheid, veiligheid, functioneel/operationeel, esthetiek,
historisch behoud, productief en welzijn, toegankelijkheid en kosteneffectief
- Toegankelijk: bouwelementen, hoogtes en vrije ruimtes moeten aan specifieke
behoeftes voldoen van mensen met een handicap
- Esthetiek: uiterlijk en imago van bouwelementen en ruimtes en het geïntegreerde ontwerpproces
- Kosteneffectief: selecteren van bouwelementen obv levenscycluskosten en budgetbeheersing
- Functioneel/operationeel: functionele programmering, zoals ruimtelijke behoeften en vereisten,
systeemprestaties, duurzaamheid en efficiënt onderhoud van bouwelementen
Historisch behoud: specifieke acties binnen historische wijk/gebouw, waarbij bouwelementen en -
strategieën worden ingedeeld in 4 benaderingen (behoud, renovatie, restauratie of reconstructie)
Productief: welzijn van bewoners (fysiek en psychologisch comfort) met inbegrip van bouwelementen
zoals luchtverdeling, verlichting, werkruimten, systemen en technologie
Veilig: fysieke bescherming van bewoners tegen de door de mens veroorzaakte en natuurlijke gevaren
Duurzaam: lost milieuprestaties en -impact van bouwelementen en strategieën op
2
,→ Efficiënter en kosteneffectiever gebouw realiseren
= Succesvol ontwerp voor gebouw is een oplossing die meer is dan de som der delen
- Proces ontwerp → herzien door de impact op ene gebouw
H2: Ventilatie (theorie)
Inleiding en normen
- Continue stroming van lucht doorheen gebouw
= Ongecontroleerd: spleten, kieren en onluchtdichtheid (eigen een materiaal/installatie)
= Gecontroleerd: openingen (ramen en deuren), roosters en mechanische ventilatie
Ventileren → afvoer, geur, vocht, hygiëne, luchtkwaliteit…
= Vluchten van schadelijke stoffen die materialen uitstoten
Ventileren = zuurstof toevoeren + vochtigheid, warmte, polluenten en geuren afvoeren
→ Hygiënische ventilatie
→ Niet ventileren: risico op te hoge vochtigheid/condensatie (70-80%) door koudebruggen of koude
muren + risico op ontwikkeling van schimmels (schade en ongezond) + geen zuurstof
- Bronnen beperken = goede keuze van materialen en gebruik van bewoners controleren
- Polluenten en geuren afvoeren
- Ventileren = slechte lucht afvoeren + nieuwe lucht toevoeren (debiet)
→ Maatregelingen nemen om de mens te beschermen tegen slechte stoffen
Ventileren → ruimte comfortabel te maken
Relatieve vochtigheid
- Comfort verschilt per persoon en toestand
= Temperatuur in functie van vocht: warm/koud en nat/droog
→ Hoe hoger de relatieve vochtigheid, hoe kouder het moet zijn en omgekeerd
Schimmels/lichaam = bepaalde vochtigheid nodig
→ Te nat/droog: schimmels/bacteriën ontstaan en groeien
- Meestal zitten we tussen 20-30 bij ene goede isolatie en ventilatie
Luchtsnelheid
= Luchtsnelheid in functie van temperatuur
→ Hoe hoer de luchtsnelheid, hoe warmer het moet zijn voor een
comfortabel gevoel en omgekeerd
- Warm + geen luchtsnelheid = ventilatie voorzien
Optimale thermische behaaglijkheid: toestand waarin nagenoeg niemand iets
over zijn omgeving te klagen heeft
→ Rol van luchtsnelheid, vochtigheid, luchtkwaliteit, geluid…
3
, Comfortvergelijking van Fanger = index dat vastlegt hoe een
groep waarnemers het klimaat waarderen
→ Gemiddelde waardering van behaaglijkheid vastleggen
- Gemiddelde waardering (PMV-index) staat in relatie tot de
ontevreden waarnemers (PPD-index)
→ Index afhankelijk van personen (kledij en activiteit) en van gebouwen
(lucht- en stralingstemperatuur, luchtdruk en luchtsnelheid)
- Grafiek → gemiddelde aantal mensen die ontevreden zijn bij een bepaald klimaat (PMV ifv PPD)
= Subjectiviteit omzetten naar getallen
Wetgeving
- ARAB: regels obv arbeid en werk
- Europese norm: opdeling obv PPD/PMV
- IDA klassen: opdeling obv debieten
- EPB: regels obv energieprestatie (luchtverversing in residentiële en niet-residentiële gebouwen)
ARAB = arbeidswetgeving
→ Binnenluchtkwaliteit in ruimtes met mensen met arbeidscontracten (kantoren met werknemers)
- CO2 concentratie < 900ppm
- Minimale ventilatiedebiet = 40m³/h/persoon
Europese norm = PPD/PMV
→ Binnenluchtkwaliteit ingedeeld in 3 categorieën (uitstekend, beter en goed)
- Klasse I (A): uitstekend = 36m³/h/persoon
- Klasse II (B): beter = 25m³/h/persoon
- Klasse III (C): goed = 15m³/h/persoon
→ Aantal procent ontevreden mensen (hoe minder, hoe beter) = meestal A/B
IDA
→ Binnenluchtkwaliteit in 4 klassen verdeeld
IDA 1 = 72m³/h/persoon
IDA 2 = 45m³/h/persoon
IDA 3 = 29m³/h/persoon
IDA 4 = 18m³/h/persoon
EPB-regelgeving
→ Residentieel: gerekend per vierkante meter (minimum en maximum)
→ Niet-residentieel: afhankelijk per ruimte = 22m³/h/persoon
Overzicht voor niet-residentiële gebouwen
- EPB = wetgeving: alles moet zeker groter zijn
dan 22m³/h/persoon
- ARAB = arbeid: alles moet zeker groter
zijn dan 40m³/h/persoon
4