‘INLEIDING
Materiaal nodig tijdens de les: cursus, rekenmachine, geodriehoek
- Stabiliteit – mechanica – fysica
= studie van constructies om na te gaan of deze stabiel zijn
Stabiel wil zeggen niet in beweging
Kinematica en dynamica vallen buiten beschouwing
STATICA bestudeert evenwicht van krachten, doorbuiging en sterkte
- A.d.h.v. stelsels van vergelijkingen nagaan of een constructie:
o Niet in beweging komen (statisch is) geen omzetting van potentiële energie naar
kinetische energie
o Sterk genoeg is (breekt niet)
o Stijf genoeg is (niet teveel doorbuigt)
=> geen omzetting van potentiële naar kinetische energie
Potentiële energie: energie die een gevolg is van een beweging
Potentiële gravitatie-energie: Epot = m x g x h in Joule (J)
Potentiële veerenergie: Epot = ½ x F x ΔI
Kinetische energie: de energie die een gevolg is van een snelheid
Ekin = ½ m x v² in Joule (J)
km/h naar m/s is gedeeld door 3,6
Voorbeeld: skiën – je beweegt snel en behaalt een grote snelheid, zonder veel te moeten doen. Je
rust uit terwijl je naar boven gaat in de skilift maar what goes up, must come down alles dat naar
boven gaat, krijgt potentiële energie – de mogelijkheid om weer naar beneden te gaan (onderaan de
berg is deze dus 0 bovenaan is deze gigantisch groot) en bij het naar beneden gaan, wordt deze
omgezet naar kinetische energie
Wat heeft dit met stabiliteit te maken?
We zijn dingen aan het doen die tegennatuurlijk zijn, tijdens het bouwen stapel je dingen op met de
veronderstelling dat deze blijven staan we willen deze juist stapelen en potentiële energie geven
zonder de kinetische energie (in elkaar storten en vallen)
Praktisch nut:
- Welke stalen ligger nodig om bepaald gewicht op te vangen?
- Berekenen wapening in gewapend beton
- Berekenen funderingen
- Inzicht in (basis)principes van sterkteleer
- …
Over-dimensionering: gebouwen veel te sterk maken (vroeger)
,Er wordt tegenwoordig gebouwd met de bedoeling om geld te verdienen (bouwen voor +/- 50 jaar).
Vroeger bouwde men om iets altijd te kunnen laten staan (over-dimensionering), dit kostte meer geld
en dat knabbelde aan de winstmarge.
Nut voor vastgoed: basiskennis over de opbouw van een gebouw
HOOFDSTUK 1 – KRACHTEN
ONDERVERDELING
Welke krachten werken op een gebouw in? (examen)
- Eigen gewicht van het gebouw (EG) = volume (m³) x soortelijk gewicht (kg/m³)
o Voordeel: goed voorspelbaar
o Nadeel: enorm groot
- Nuttige last of gebruikslast (NL): mensen, meubilair,…
o Voordeel: veel kleiner
o Nadeel: moeilijker in te schatten, hierin moet veel reserve/ veiligheid in gebouwd
worden
- Lasten tgv weer: veranderlijke belasting (VL)
o Windbelasting! (kan erg groot zijn): hyperdynamisch (verandert constant van
richting, intensiteit,…) slecht voorspelbaar, dus men rekent grote reserve
Zuiging
Wrijving
Onderdruk
Overdruk
Voorbeeld: wind tegen een gebouw langs de linkerkant: aan de
ene kant wordt er geduwd en aan de andere kant getrokken (of
gezogen) creërt over- en onderdruk
! Daken worden van een gebouw gezogen
o Sneeuw-/ regenbelasting
Voorbeeld: opstand van 1 meter bij een platdak om te
voorkomen dat regen naar beneden gaat + een regenafvoer
Als het blijft regenen gaat het dak vroeg of laat
onder water staan: er ligt een ton per vierkante
meter water op je dak = NIET de bedoeling
Oplossing?
Een spuwer = een soort nooduitgang voor water
o Onderhoudslasten, bv. werkmannen op dak
, - Accidentele belasting: je kan niet elk gebouw op rampen voorzien, maar hier wordt
soms wel rekening mee gehouden, bv. de palen in het midden onder een brug dienen
niet om er tegen te rijden maar als het gebeurd moet het ervoor zorgen dat de brug
niet na één keer instort = totaal onvoorstelbaar
Oefening
A=
windkracht (horizontaal)
B = regen-/sneeuwbelasting (veranderlijk)
C = onderhoudslast
D = nuttige lasten
E: nuttige lasten
F: nuttige lasten
G = eigen gewicht
DEFINITIE
Een kracht = een natuurkundige grootheid waardoor in een lichaam een spanning/ druk ontstaat, of
die een lichaam doet versnellen. Kracht is een vectorgrootheid, dus met een grootte en een richting.
Materiaal nodig tijdens de les: cursus, rekenmachine, geodriehoek
- Stabiliteit – mechanica – fysica
= studie van constructies om na te gaan of deze stabiel zijn
Stabiel wil zeggen niet in beweging
Kinematica en dynamica vallen buiten beschouwing
STATICA bestudeert evenwicht van krachten, doorbuiging en sterkte
- A.d.h.v. stelsels van vergelijkingen nagaan of een constructie:
o Niet in beweging komen (statisch is) geen omzetting van potentiële energie naar
kinetische energie
o Sterk genoeg is (breekt niet)
o Stijf genoeg is (niet teveel doorbuigt)
=> geen omzetting van potentiële naar kinetische energie
Potentiële energie: energie die een gevolg is van een beweging
Potentiële gravitatie-energie: Epot = m x g x h in Joule (J)
Potentiële veerenergie: Epot = ½ x F x ΔI
Kinetische energie: de energie die een gevolg is van een snelheid
Ekin = ½ m x v² in Joule (J)
km/h naar m/s is gedeeld door 3,6
Voorbeeld: skiën – je beweegt snel en behaalt een grote snelheid, zonder veel te moeten doen. Je
rust uit terwijl je naar boven gaat in de skilift maar what goes up, must come down alles dat naar
boven gaat, krijgt potentiële energie – de mogelijkheid om weer naar beneden te gaan (onderaan de
berg is deze dus 0 bovenaan is deze gigantisch groot) en bij het naar beneden gaan, wordt deze
omgezet naar kinetische energie
Wat heeft dit met stabiliteit te maken?
We zijn dingen aan het doen die tegennatuurlijk zijn, tijdens het bouwen stapel je dingen op met de
veronderstelling dat deze blijven staan we willen deze juist stapelen en potentiële energie geven
zonder de kinetische energie (in elkaar storten en vallen)
Praktisch nut:
- Welke stalen ligger nodig om bepaald gewicht op te vangen?
- Berekenen wapening in gewapend beton
- Berekenen funderingen
- Inzicht in (basis)principes van sterkteleer
- …
Over-dimensionering: gebouwen veel te sterk maken (vroeger)
,Er wordt tegenwoordig gebouwd met de bedoeling om geld te verdienen (bouwen voor +/- 50 jaar).
Vroeger bouwde men om iets altijd te kunnen laten staan (over-dimensionering), dit kostte meer geld
en dat knabbelde aan de winstmarge.
Nut voor vastgoed: basiskennis over de opbouw van een gebouw
HOOFDSTUK 1 – KRACHTEN
ONDERVERDELING
Welke krachten werken op een gebouw in? (examen)
- Eigen gewicht van het gebouw (EG) = volume (m³) x soortelijk gewicht (kg/m³)
o Voordeel: goed voorspelbaar
o Nadeel: enorm groot
- Nuttige last of gebruikslast (NL): mensen, meubilair,…
o Voordeel: veel kleiner
o Nadeel: moeilijker in te schatten, hierin moet veel reserve/ veiligheid in gebouwd
worden
- Lasten tgv weer: veranderlijke belasting (VL)
o Windbelasting! (kan erg groot zijn): hyperdynamisch (verandert constant van
richting, intensiteit,…) slecht voorspelbaar, dus men rekent grote reserve
Zuiging
Wrijving
Onderdruk
Overdruk
Voorbeeld: wind tegen een gebouw langs de linkerkant: aan de
ene kant wordt er geduwd en aan de andere kant getrokken (of
gezogen) creërt over- en onderdruk
! Daken worden van een gebouw gezogen
o Sneeuw-/ regenbelasting
Voorbeeld: opstand van 1 meter bij een platdak om te
voorkomen dat regen naar beneden gaat + een regenafvoer
Als het blijft regenen gaat het dak vroeg of laat
onder water staan: er ligt een ton per vierkante
meter water op je dak = NIET de bedoeling
Oplossing?
Een spuwer = een soort nooduitgang voor water
o Onderhoudslasten, bv. werkmannen op dak
, - Accidentele belasting: je kan niet elk gebouw op rampen voorzien, maar hier wordt
soms wel rekening mee gehouden, bv. de palen in het midden onder een brug dienen
niet om er tegen te rijden maar als het gebeurd moet het ervoor zorgen dat de brug
niet na één keer instort = totaal onvoorstelbaar
Oefening
A=
windkracht (horizontaal)
B = regen-/sneeuwbelasting (veranderlijk)
C = onderhoudslast
D = nuttige lasten
E: nuttige lasten
F: nuttige lasten
G = eigen gewicht
DEFINITIE
Een kracht = een natuurkundige grootheid waardoor in een lichaam een spanning/ druk ontstaat, of
die een lichaam doet versnellen. Kracht is een vectorgrootheid, dus met een grootte en een richting.