Boekhouden 2
Inleiding
Belang van boekhouden:
1) Nakomen van wettelijke verplichtingen
2) Als klantenopvolgingsinstrument
3) Om meer inzicht te krijgen in de financiële structuur v/h bedrijf
4) Ter budgettering (de bedrijfsbegroting)
5) Als kennisbron van jouw markt
6) Als kennisbron van jouw bedrijf
7) Gebruikt in vele vastgoedmarkttopics
8) Als vergelijkingsinstrument
9) Ter verantwoording aan “stakeholders”
Exploitatiebegroting: opbrengsten en kosten
Liquiditeitsbegroting: kasstromen
Investeringsbegroting: vaste en vlottende activa
Balansprognose: activa/bezitsstructuur en passiva/vermogensstructuur
Hoofdstuk 1: Systeem van dubbele boekhouden
1.1 boekhouden vroeger
- Handelaars
- basisvereiste: schrijven en rekenen.
- Noteren van ontstaan en teniet gaan van schulden en vordering. Cfr. Kohier.
- Noteren van voorraden. Cfr. Inventaris.
- Probleem: geen systematiek… tot Monnik Paciolo (15 e eeuw).
kohier: plek waar iemand zijn naam/rijksregister in staat zodat men belastingen kan innen van deze
persoon
evenwicht vereist dubbel karakter: ieder document wordt dubbel geregistreerd
dubbele boekhouding maakt controle op fouten gemakkelijker
Grootboek: verzameling van alle rekeningen
Balans: overzicht van al uw schulden en bezittingen
1.2 de bedrijfscyclus v/e bedrijf
WIJZIGT SAMENSTELLING VERMOGEN
RESULTEERT IN KOSTEN EN OPBRENGSTEN
T.g.v. aankopen, verkopen, investeren, betalingen, ontvangsten...
Vermogen: som van de bedragen aan de actief zijden en de passieve zijden
,1.3 Doel boekhouding?
Op elk ogenblik ondubbelzinnig de stand van zaken kennen
• Systematische registratie (= boekhouden) van activiteiten die een invloed hebben op het
– Vermogen: de werk- en financieringsmiddelen op een bepaald ogenblik
→ BALANS
– Resultaat: het overschot/tekort uit de commerciële, financiële en
niet-recurrente activiteiten uit een bepaalde periode
→ RESULTATENREKENING
• Voor onze stakeholders (inclusief het bedrijf)
Niet-recurrent: iets dat uitzonderlijk gebeurt dat uw vermogen aantast bv ongeluk
liquiditeit: in welke mate je op korte termijn aan je verplichtingen kan voldoen, geld op de bank
rentabiliteit/winstgevendheid: hoe goed een bedrijf zijn verkoop kan omzetten in winst
solvabiliteit: kan de organisatie op lang termijn zijn schulden aflossen
omloopsnelheid: hoe lang duurt het voordat de voorraad verkocht wordt
1.4 Evolutie wettelijke regeling (lezen, data niet kennen)
• Boekhoudwetgeving (kaderwet van 17/07/1975)
- Nu geïntegreerd in het wetboek van Economisch Recht
- Regels van dwingend recht
• KB van 12/09/1983
- Bepaling van het MAR (registratieschema)
• KB van 30/01/2001 tot invoering v/h Wetboek van Vennootschappen
- O.a. Wetgeving op de jaarrekening
• De Wet & KB van 15/12/2015 tot omzetting v/d Europese Richtlijn 2013/34/EU
- Regels kleine vennootschappen wijzigen
- Aanpassingen schema’s balans, resultatenrekening, toelichting,….
• WER (Wetboek Economisch recht) en het WVV (Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen)
invoege sinds 01/05/2019 en het KB tot uitvoering van het WVV van 29/04/2019
- Nieuwe modellen jaarrekening (kapitaalvennootschappen-kapitaalloze vennootschappen)
- Schema’s van dwingend recht voor een betrouwbare financieel-economische informatie
,1.5 De jaarrekening?
- 3 delen:
Balans: staat van bronnen en aanwendingen van vermogen op
afsluitdatum
Resultatenrekening: overzicht van kosten en opbrengsten gedurende het
boekjaar
Toelichting: Bijkomende informatie aangaande de bedrijfssituatie.
Hoofdstuk 2: Balans
= Staat van bezittingen en schulden op einde van het boekjaar. Loopt cumulatief verder in volgende
boekjaar.
Vaste activa: Bezittingen. Blijven duurzaam in de onderneming aanwezig.
Doel: mogelijk maken van de bedrijfsuitvoering.
Opgedeeld in 3 groepen:
- Immateriële vaste activa: software, vergunningen,.. ,goodwill
- Materiële vaste activa
- Financiële vaste activa: aandelen, leningen
Voorbeelden: terreinen en gebouwen, Machines en installaties, meubilair en rollend materieel
Vlottende activa: Bezittingen. Roteren frequent, blijven niet duurzaam in de onderneming. Vormen
het onderwerp van de bedrijfsuitvoering.
Vlottende activa bestaan uit:
- Voorraad handelsgoederen
- Vorderingen op meer en minder dan 1 jaar.
- Liquide middelen en geldbeleggingen.
Samengevat: alle bezittingen van de onderneming: concreet en waardevol. GELIJK AAN TOTAAL
PASSIEF.
Passiefzijde: Lijst van rechthebbenden met verschuldigd bedrag. Schuld aan derden ofwel schuld aan
eigenaar. Geen bezit, geen geld, WEL: abstracte lijst.
Vreemd vermogen: Schulden. Bedragen verschuldigd aan partijen die verschillen van eigenaar
Ingedeeld in lange en korte termijnschulden
Voorbeeld: Schulden bij financiële instellingen, schulden aan leveranciers van de onderneming.
Eigen vermogen: EV= totaal actief – VV. Bedrag dat toekomst aan de eigenaar, na aflossen van
schulden uit het vreemd vermogen. Schuld van onderneming aan de eigenaar.
o Indien de onderneming haar activiteiten stop zet worden de bezittingen aan de actief zijde
gekwiteerd en met dit bedrag worden eerst de schulden van het vreemd vermogen afgelost.
De rest van het bedrag komt toe aan de eigenaars en is in theorie gelijk aan het eigen
vermogen.
Bestaat uit verschillende elementen:
, - Geplaatst kapitaal = de waarde van middelen die de eigenaars bij aanvang of latere verhoring
duurzaam in de onderneming hebben ingebracht.
- Overdragen winst of verlies = als de onderneming winst maakt dan zal het gedeelte dat
toekomt aan de eigenaar aangroeien. Als de onderneming verlies maakt dan krimpt de
onderneming in en zal het aandeel dat toekomt aan de eigenaars afnemen.
- Reserve (niet – uitgekeerde winst): indien de eigenaars beslissen om de aangroei duurzaam in
de onderneming te houden en dus niet te uitkeren. Dan plaatsten ze het bedrag van de winst
zichtbaar in de rubriek van de service binnen het eigen vermogen.
Oef: “Opstarten van je eigen vastgoedbedrijfje”
• De aanwending: wat heb ik nodig om te kunnen werken?
- Werkmiddelen
- Bezittingen
- vormen de linkerzijde van de balans = ACTIEF
• De herkomst: wie betaalt dat?
- Financieringsmiddelen
- Schulden
- vormen de rechterzijde van de balans = PASSIEF
• Daar alle financieringsmiddelen gebruikt worden voor alle werkmiddelen
→ ACTIEF = PASSIEF
→ de balans is altijd in evenwicht
2.2 Privé – versus bedrijfspatrimonium
• Het startvoorbeeld: beginkapitaal van € 100.000 wordt door de oprichter van een
vastgoedkantoor ter beschikking gesteld
- geld verdwijnt uit privé-patrimonium v/d oprichter naar patrimonium v/h bedrijf
- via notariële authentieke oprichtingsakte
- wat krijgt de oprichter in ruil terug v/h bedrijf?
! Het privépatrimonium van
de oprichters VERSCHILT van
het patrimonium van het
bedrijf.
Inleiding
Belang van boekhouden:
1) Nakomen van wettelijke verplichtingen
2) Als klantenopvolgingsinstrument
3) Om meer inzicht te krijgen in de financiële structuur v/h bedrijf
4) Ter budgettering (de bedrijfsbegroting)
5) Als kennisbron van jouw markt
6) Als kennisbron van jouw bedrijf
7) Gebruikt in vele vastgoedmarkttopics
8) Als vergelijkingsinstrument
9) Ter verantwoording aan “stakeholders”
Exploitatiebegroting: opbrengsten en kosten
Liquiditeitsbegroting: kasstromen
Investeringsbegroting: vaste en vlottende activa
Balansprognose: activa/bezitsstructuur en passiva/vermogensstructuur
Hoofdstuk 1: Systeem van dubbele boekhouden
1.1 boekhouden vroeger
- Handelaars
- basisvereiste: schrijven en rekenen.
- Noteren van ontstaan en teniet gaan van schulden en vordering. Cfr. Kohier.
- Noteren van voorraden. Cfr. Inventaris.
- Probleem: geen systematiek… tot Monnik Paciolo (15 e eeuw).
kohier: plek waar iemand zijn naam/rijksregister in staat zodat men belastingen kan innen van deze
persoon
evenwicht vereist dubbel karakter: ieder document wordt dubbel geregistreerd
dubbele boekhouding maakt controle op fouten gemakkelijker
Grootboek: verzameling van alle rekeningen
Balans: overzicht van al uw schulden en bezittingen
1.2 de bedrijfscyclus v/e bedrijf
WIJZIGT SAMENSTELLING VERMOGEN
RESULTEERT IN KOSTEN EN OPBRENGSTEN
T.g.v. aankopen, verkopen, investeren, betalingen, ontvangsten...
Vermogen: som van de bedragen aan de actief zijden en de passieve zijden
,1.3 Doel boekhouding?
Op elk ogenblik ondubbelzinnig de stand van zaken kennen
• Systematische registratie (= boekhouden) van activiteiten die een invloed hebben op het
– Vermogen: de werk- en financieringsmiddelen op een bepaald ogenblik
→ BALANS
– Resultaat: het overschot/tekort uit de commerciële, financiële en
niet-recurrente activiteiten uit een bepaalde periode
→ RESULTATENREKENING
• Voor onze stakeholders (inclusief het bedrijf)
Niet-recurrent: iets dat uitzonderlijk gebeurt dat uw vermogen aantast bv ongeluk
liquiditeit: in welke mate je op korte termijn aan je verplichtingen kan voldoen, geld op de bank
rentabiliteit/winstgevendheid: hoe goed een bedrijf zijn verkoop kan omzetten in winst
solvabiliteit: kan de organisatie op lang termijn zijn schulden aflossen
omloopsnelheid: hoe lang duurt het voordat de voorraad verkocht wordt
1.4 Evolutie wettelijke regeling (lezen, data niet kennen)
• Boekhoudwetgeving (kaderwet van 17/07/1975)
- Nu geïntegreerd in het wetboek van Economisch Recht
- Regels van dwingend recht
• KB van 12/09/1983
- Bepaling van het MAR (registratieschema)
• KB van 30/01/2001 tot invoering v/h Wetboek van Vennootschappen
- O.a. Wetgeving op de jaarrekening
• De Wet & KB van 15/12/2015 tot omzetting v/d Europese Richtlijn 2013/34/EU
- Regels kleine vennootschappen wijzigen
- Aanpassingen schema’s balans, resultatenrekening, toelichting,….
• WER (Wetboek Economisch recht) en het WVV (Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen)
invoege sinds 01/05/2019 en het KB tot uitvoering van het WVV van 29/04/2019
- Nieuwe modellen jaarrekening (kapitaalvennootschappen-kapitaalloze vennootschappen)
- Schema’s van dwingend recht voor een betrouwbare financieel-economische informatie
,1.5 De jaarrekening?
- 3 delen:
Balans: staat van bronnen en aanwendingen van vermogen op
afsluitdatum
Resultatenrekening: overzicht van kosten en opbrengsten gedurende het
boekjaar
Toelichting: Bijkomende informatie aangaande de bedrijfssituatie.
Hoofdstuk 2: Balans
= Staat van bezittingen en schulden op einde van het boekjaar. Loopt cumulatief verder in volgende
boekjaar.
Vaste activa: Bezittingen. Blijven duurzaam in de onderneming aanwezig.
Doel: mogelijk maken van de bedrijfsuitvoering.
Opgedeeld in 3 groepen:
- Immateriële vaste activa: software, vergunningen,.. ,goodwill
- Materiële vaste activa
- Financiële vaste activa: aandelen, leningen
Voorbeelden: terreinen en gebouwen, Machines en installaties, meubilair en rollend materieel
Vlottende activa: Bezittingen. Roteren frequent, blijven niet duurzaam in de onderneming. Vormen
het onderwerp van de bedrijfsuitvoering.
Vlottende activa bestaan uit:
- Voorraad handelsgoederen
- Vorderingen op meer en minder dan 1 jaar.
- Liquide middelen en geldbeleggingen.
Samengevat: alle bezittingen van de onderneming: concreet en waardevol. GELIJK AAN TOTAAL
PASSIEF.
Passiefzijde: Lijst van rechthebbenden met verschuldigd bedrag. Schuld aan derden ofwel schuld aan
eigenaar. Geen bezit, geen geld, WEL: abstracte lijst.
Vreemd vermogen: Schulden. Bedragen verschuldigd aan partijen die verschillen van eigenaar
Ingedeeld in lange en korte termijnschulden
Voorbeeld: Schulden bij financiële instellingen, schulden aan leveranciers van de onderneming.
Eigen vermogen: EV= totaal actief – VV. Bedrag dat toekomst aan de eigenaar, na aflossen van
schulden uit het vreemd vermogen. Schuld van onderneming aan de eigenaar.
o Indien de onderneming haar activiteiten stop zet worden de bezittingen aan de actief zijde
gekwiteerd en met dit bedrag worden eerst de schulden van het vreemd vermogen afgelost.
De rest van het bedrag komt toe aan de eigenaars en is in theorie gelijk aan het eigen
vermogen.
Bestaat uit verschillende elementen:
, - Geplaatst kapitaal = de waarde van middelen die de eigenaars bij aanvang of latere verhoring
duurzaam in de onderneming hebben ingebracht.
- Overdragen winst of verlies = als de onderneming winst maakt dan zal het gedeelte dat
toekomt aan de eigenaar aangroeien. Als de onderneming verlies maakt dan krimpt de
onderneming in en zal het aandeel dat toekomt aan de eigenaars afnemen.
- Reserve (niet – uitgekeerde winst): indien de eigenaars beslissen om de aangroei duurzaam in
de onderneming te houden en dus niet te uitkeren. Dan plaatsten ze het bedrag van de winst
zichtbaar in de rubriek van de service binnen het eigen vermogen.
Oef: “Opstarten van je eigen vastgoedbedrijfje”
• De aanwending: wat heb ik nodig om te kunnen werken?
- Werkmiddelen
- Bezittingen
- vormen de linkerzijde van de balans = ACTIEF
• De herkomst: wie betaalt dat?
- Financieringsmiddelen
- Schulden
- vormen de rechterzijde van de balans = PASSIEF
• Daar alle financieringsmiddelen gebruikt worden voor alle werkmiddelen
→ ACTIEF = PASSIEF
→ de balans is altijd in evenwicht
2.2 Privé – versus bedrijfspatrimonium
• Het startvoorbeeld: beginkapitaal van € 100.000 wordt door de oprichter van een
vastgoedkantoor ter beschikking gesteld
- geld verdwijnt uit privé-patrimonium v/d oprichter naar patrimonium v/h bedrijf
- via notariële authentieke oprichtingsakte
- wat krijgt de oprichter in ruil terug v/h bedrijf?
! Het privépatrimonium van
de oprichters VERSCHILT van
het patrimonium van het
bedrijf.