Bouwstijlen
Bouwtypes en begrippen
Villa:
- de Romeinse villa (villa rustica en villa urbana),
- de villa's uit de renaissance (villa suburbana (aan rand van stad))
- een groot huis in een landschappelijke omgeving.
- groot huis met veel groen in een stad.
Villa rustica: een gefortificeerde herenboerderij
(Sub)Urbana: luxueuze, vrijstaande woning in of nabij de stad of op max. 2 dagen reizen
Villa: luxueuze vrijstaande woonhuizen buiten de stad
Bungalow: vrijstaande woning met alleen een gelijkvloers
Types woningen
Bel-etage: er wordt niet gewoond op de gelijkvloers
Vaak om plaats te maken voor een garage op het gelijkvloers, of om licht te trekken in de kelderverdieping.
Patio (woning):
Een patio is een binnenplaats, binnenhof die volledig omsloten is door de woning. Patio’s worden vaak
gecreëerd om natuurlijk licht binnen te brengen in een rijwoning.
Split level
Woning waarbij de vloeren een halve verdiepingshoogte verschillen t.o.v. elkaar en verbonden worden met
korte trappen.
Duplex/maisonnette
Is een appartement dat meerdere verdiepingen en een binnetrap heeft.
Penthouse
Meestal een luxe appartement op de dakverdieping van een hoog appartementsgebouw.
Studio
Een klein appartement zonder afzonderlijke slaapkamers.
Studioloft
Een studio met hoog plafond waarbij enkel de badkamer een afgesloten ruimte vormt.
Arbeiderswoning
Kleine woningen die oorspronkelijk werden gebouwd voor arbeiders en ambachtslieden. Veelal twee aan twee
of in rij gebouwd.
Herenhuis
Wordt vaak gebruikt voor de grotere, statige rijwoningen in de stad.
Schakelwoning
Woningen die aan elkaar grenzen via een naastliggende aangesloten garage of schuur.
, Aanleunwoning of assistentiewoning
Zelfstandige woningen gebouwd in de nabijheid van een verzorgingstehuis, waardoor de bewoners kunnen
gebruik maken hun faciliteiten, zoals vb. warme maaltijden en hulp kunnen inroepen bij problemen.
Kangoeroewoning
twee partijen of gezinnen wonen samen en toch apart, onder één dak en het liefst voor een langere periode,
het gaat om 1 perceel met een eengezinswoning of een tweewoonst
Kenmerken
Souterrain
Kelderverdieping die deels boven de grond gelegen is (waar natuurlijk licht in kan komen via hoge ramen).
Engelse koer
Een lichtschacht naast het huis, even diep als de kelder, zodat via gewone ramen daglicht kan binnen vallen.
Luifel
Oversteek tegen het gebouw ter bescherming tegen de regen. Vaak geplaatst boven deuren.
Balkon
Een vrije oversteek op een verdieping tegen het gebouw, voorzien van een balustrade of borstwering en
toegankelijk vanuit de aangrenzende ruimte in de woning.
Terras
Een verharde oppervlakte naast het gebouw (kan ook op een verdieping), die onderaan ‘gesloten’ is door volle
grond of een bebouwing.
Loggia
Een ‘inpandig’ balkon, een ingesloten buitenruimte.
Galerij
Een overdekte, vaak door zuilen ondersteunde gang.
Atrium
Een vaak met glas overdekte ruimte die zich uitstrekt over meerdere verdiepingen, hoge binnenruimte
En-suite
Vaak gebruikt om een ruimte aan te duiden die enkel kan bereikt worden via een andere ruimte vb. een
badkamer grenzend aan een slaapkamer.
Vide
Doorkijk van één verdieping naar een andere, vaak gebruikt om meer licht te brengen in een ruimte.
Mezzanine
Tussenvloer, lage, halve of tussenverdieping. Anders dan bij een vide is hier de bijkomende verdieping het
belangrijkste. Meestal gecreëerd in bestaande hoge ruimtes om extra vloeroppervlakte te creëren.
Bouwtypes en begrippen
Villa:
- de Romeinse villa (villa rustica en villa urbana),
- de villa's uit de renaissance (villa suburbana (aan rand van stad))
- een groot huis in een landschappelijke omgeving.
- groot huis met veel groen in een stad.
Villa rustica: een gefortificeerde herenboerderij
(Sub)Urbana: luxueuze, vrijstaande woning in of nabij de stad of op max. 2 dagen reizen
Villa: luxueuze vrijstaande woonhuizen buiten de stad
Bungalow: vrijstaande woning met alleen een gelijkvloers
Types woningen
Bel-etage: er wordt niet gewoond op de gelijkvloers
Vaak om plaats te maken voor een garage op het gelijkvloers, of om licht te trekken in de kelderverdieping.
Patio (woning):
Een patio is een binnenplaats, binnenhof die volledig omsloten is door de woning. Patio’s worden vaak
gecreëerd om natuurlijk licht binnen te brengen in een rijwoning.
Split level
Woning waarbij de vloeren een halve verdiepingshoogte verschillen t.o.v. elkaar en verbonden worden met
korte trappen.
Duplex/maisonnette
Is een appartement dat meerdere verdiepingen en een binnetrap heeft.
Penthouse
Meestal een luxe appartement op de dakverdieping van een hoog appartementsgebouw.
Studio
Een klein appartement zonder afzonderlijke slaapkamers.
Studioloft
Een studio met hoog plafond waarbij enkel de badkamer een afgesloten ruimte vormt.
Arbeiderswoning
Kleine woningen die oorspronkelijk werden gebouwd voor arbeiders en ambachtslieden. Veelal twee aan twee
of in rij gebouwd.
Herenhuis
Wordt vaak gebruikt voor de grotere, statige rijwoningen in de stad.
Schakelwoning
Woningen die aan elkaar grenzen via een naastliggende aangesloten garage of schuur.
, Aanleunwoning of assistentiewoning
Zelfstandige woningen gebouwd in de nabijheid van een verzorgingstehuis, waardoor de bewoners kunnen
gebruik maken hun faciliteiten, zoals vb. warme maaltijden en hulp kunnen inroepen bij problemen.
Kangoeroewoning
twee partijen of gezinnen wonen samen en toch apart, onder één dak en het liefst voor een langere periode,
het gaat om 1 perceel met een eengezinswoning of een tweewoonst
Kenmerken
Souterrain
Kelderverdieping die deels boven de grond gelegen is (waar natuurlijk licht in kan komen via hoge ramen).
Engelse koer
Een lichtschacht naast het huis, even diep als de kelder, zodat via gewone ramen daglicht kan binnen vallen.
Luifel
Oversteek tegen het gebouw ter bescherming tegen de regen. Vaak geplaatst boven deuren.
Balkon
Een vrije oversteek op een verdieping tegen het gebouw, voorzien van een balustrade of borstwering en
toegankelijk vanuit de aangrenzende ruimte in de woning.
Terras
Een verharde oppervlakte naast het gebouw (kan ook op een verdieping), die onderaan ‘gesloten’ is door volle
grond of een bebouwing.
Loggia
Een ‘inpandig’ balkon, een ingesloten buitenruimte.
Galerij
Een overdekte, vaak door zuilen ondersteunde gang.
Atrium
Een vaak met glas overdekte ruimte die zich uitstrekt over meerdere verdiepingen, hoge binnenruimte
En-suite
Vaak gebruikt om een ruimte aan te duiden die enkel kan bereikt worden via een andere ruimte vb. een
badkamer grenzend aan een slaapkamer.
Vide
Doorkijk van één verdieping naar een andere, vaak gebruikt om meer licht te brengen in een ruimte.
Mezzanine
Tussenvloer, lage, halve of tussenverdieping. Anders dan bij een vide is hier de bijkomende verdieping het
belangrijkste. Meestal gecreëerd in bestaande hoge ruimtes om extra vloeroppervlakte te creëren.