Deontologie
Onderzoeksplicht:
Partijen bemiddelingsovereenkomst willen opmaken verplicht onderzoek- en
informatiefase
Makelaar nagaan welke rechten de opdrachtgever heeft op het onroerend goed
Art 12: regelt de onderzoeks- en informatieplicht van gegevens door de
vastgoedmakelaar bij de opdrachtgever
Het louter opvragen van deze gegevens is echter niet voldoende. De
opdrachtgever zal, niet noodzakelijk van enig kwaad belust, immers niet steeds
correcte informatie verschaffen.
Artikel 12 bepaalt dus dat de vastgoedmakelaar binnen de grenzen van zijn
mogelijkheden tot passende verificaties van deze gegevens moet overgaan.
Art 13: het opvragen van de identiteit en hoedanigheid van de opdrachtgever en
het voeren van het nodige onderzoek om na te gaan welke rechten hij op het
onroerend goed kan doen gelden.
Makelaar:
- identiteitskaart opvragen
- handels bekwaam onderzoeken
- eigenaarschap onroerend goed nagaan (eigendomstitel)
Art 17: Wanneer het goed in onverdeeldheid is tussen verschillende deelgenoten
is het dus van belang dat nagegaan wordt wat de toereikendheid van de
bevoegdheden van de opdrachtgever(s) op het goed is.
Professionele hoedanigheid:
Vastgoedmakelaar moet zijn professionele hoedanigheid aan de consument
kenbaar maken op een herkenbare manier
Art 19: De vastgoedmakelaar moet de toekomstige opdrachtgever dus voldoende
op de hoogte brengen zodat die een goed geïnformeerde keuze kan maken
niet voordoen als een potentiële koper
Art 21: legt bijkomende bijzondere informatieverplichting op, bij advertenties
moet er duidelijk staan dat de persoon een vastgoedmakelaar is.
Art 20: verplichte vermeldingen van een vastgoedmakelaar
- BIV-erkenningsnummer
- Naam onderneming
- Vermeldingen rechtsvorm
- Naam rechtspersoon
- Naam verzekeringsonderneming
- Nummer verzekeringsovereenkomst
, Correcte schatting:
adviesplicht ten opzichte van de opdrachtgever objectieve waarde van het te
verkopen/verhuren goed aanbiedt
onrealistische prijs contractuele fout
Art 45: De schatting moet op een zorgvuldige en deskundige wijze gebeuren
Lokvogelprocédé: makelaar aantrekkelijk te maken door een hoge verkoopprijs
voor panden te schatten, maar ging na het behalen van de opdracht al snel over
tot prijsverlagingen
Vastgoedmakelaars moeten elk belangenconflict vermijden en mogen noch zelf
noch via tussenpersoon kunstgrepen aanwenden om medecontractant van zijn
opdrachtgever te worden.
Art 46: Wanneer de opdrachtgever een onrealistische vraagprijs voorstelt moet
de vastgoedmakelaar hier met andere woorden voorbehoud op maken.
Surplusbeding:
De BIV plichtenleer verbiedt elke berekeningswijze van het ereloon die een
belangenconflict creëert tussen de vastgoedmakelaar en zijn opdrachtgever
Art 26: het ereloon dient de rentabiliteit, de waardigheid en de onafhankelijke
uitoefening van het beroep te verzekeren
Art 65: verbieden van elke wijze tot vaststelling van een ereloon die een
belangenconflict creëert tussen de vastgoedmakelaar en zijn opdrachtgever
Meerwaarde of ‘surplusbedingen’: Deze houden in dat het loon (onder meer)
gevormd wordt door het verschil in de vooraf vastgelegde vraagprijs en de
uiteindelijke verkoopprijs
Het zou er namelijk voor kunnen zorgen dat de vastgoedmakelaar een te lage
vraagprijs voor het te verkopen onroerend goed zou vooropstellen om zo tot een
overdadige verloning te komen.
Voorbeeld:
makelaar commissie 3% exclusief BTW had gefactureerd, terwijl er 3% inclusief
BTW was overeengekomen makelaar wou dit verschil realiseren op
toekomstige verkopen mag niet omdat je dan moet binden aan de makelaar.
Discretieplicht:
Vastgoedmakelaars zijn bij het uitoefenen van hun taken, maar ook na hun
opdracht gehouden tot de naleving van een discretieplicht.
Vastgoedmakelaar mag geen gegevens, feiten en meningen met betrekking tot
een opdracht vrijgeven aan anderen dan diegenen die gerechtigd zijn om er
Onderzoeksplicht:
Partijen bemiddelingsovereenkomst willen opmaken verplicht onderzoek- en
informatiefase
Makelaar nagaan welke rechten de opdrachtgever heeft op het onroerend goed
Art 12: regelt de onderzoeks- en informatieplicht van gegevens door de
vastgoedmakelaar bij de opdrachtgever
Het louter opvragen van deze gegevens is echter niet voldoende. De
opdrachtgever zal, niet noodzakelijk van enig kwaad belust, immers niet steeds
correcte informatie verschaffen.
Artikel 12 bepaalt dus dat de vastgoedmakelaar binnen de grenzen van zijn
mogelijkheden tot passende verificaties van deze gegevens moet overgaan.
Art 13: het opvragen van de identiteit en hoedanigheid van de opdrachtgever en
het voeren van het nodige onderzoek om na te gaan welke rechten hij op het
onroerend goed kan doen gelden.
Makelaar:
- identiteitskaart opvragen
- handels bekwaam onderzoeken
- eigenaarschap onroerend goed nagaan (eigendomstitel)
Art 17: Wanneer het goed in onverdeeldheid is tussen verschillende deelgenoten
is het dus van belang dat nagegaan wordt wat de toereikendheid van de
bevoegdheden van de opdrachtgever(s) op het goed is.
Professionele hoedanigheid:
Vastgoedmakelaar moet zijn professionele hoedanigheid aan de consument
kenbaar maken op een herkenbare manier
Art 19: De vastgoedmakelaar moet de toekomstige opdrachtgever dus voldoende
op de hoogte brengen zodat die een goed geïnformeerde keuze kan maken
niet voordoen als een potentiële koper
Art 21: legt bijkomende bijzondere informatieverplichting op, bij advertenties
moet er duidelijk staan dat de persoon een vastgoedmakelaar is.
Art 20: verplichte vermeldingen van een vastgoedmakelaar
- BIV-erkenningsnummer
- Naam onderneming
- Vermeldingen rechtsvorm
- Naam rechtspersoon
- Naam verzekeringsonderneming
- Nummer verzekeringsovereenkomst
, Correcte schatting:
adviesplicht ten opzichte van de opdrachtgever objectieve waarde van het te
verkopen/verhuren goed aanbiedt
onrealistische prijs contractuele fout
Art 45: De schatting moet op een zorgvuldige en deskundige wijze gebeuren
Lokvogelprocédé: makelaar aantrekkelijk te maken door een hoge verkoopprijs
voor panden te schatten, maar ging na het behalen van de opdracht al snel over
tot prijsverlagingen
Vastgoedmakelaars moeten elk belangenconflict vermijden en mogen noch zelf
noch via tussenpersoon kunstgrepen aanwenden om medecontractant van zijn
opdrachtgever te worden.
Art 46: Wanneer de opdrachtgever een onrealistische vraagprijs voorstelt moet
de vastgoedmakelaar hier met andere woorden voorbehoud op maken.
Surplusbeding:
De BIV plichtenleer verbiedt elke berekeningswijze van het ereloon die een
belangenconflict creëert tussen de vastgoedmakelaar en zijn opdrachtgever
Art 26: het ereloon dient de rentabiliteit, de waardigheid en de onafhankelijke
uitoefening van het beroep te verzekeren
Art 65: verbieden van elke wijze tot vaststelling van een ereloon die een
belangenconflict creëert tussen de vastgoedmakelaar en zijn opdrachtgever
Meerwaarde of ‘surplusbedingen’: Deze houden in dat het loon (onder meer)
gevormd wordt door het verschil in de vooraf vastgelegde vraagprijs en de
uiteindelijke verkoopprijs
Het zou er namelijk voor kunnen zorgen dat de vastgoedmakelaar een te lage
vraagprijs voor het te verkopen onroerend goed zou vooropstellen om zo tot een
overdadige verloning te komen.
Voorbeeld:
makelaar commissie 3% exclusief BTW had gefactureerd, terwijl er 3% inclusief
BTW was overeengekomen makelaar wou dit verschil realiseren op
toekomstige verkopen mag niet omdat je dan moet binden aan de makelaar.
Discretieplicht:
Vastgoedmakelaars zijn bij het uitoefenen van hun taken, maar ook na hun
opdracht gehouden tot de naleving van een discretieplicht.
Vastgoedmakelaar mag geen gegevens, feiten en meningen met betrekking tot
een opdracht vrijgeven aan anderen dan diegenen die gerechtigd zijn om er