H4: De teleologie van Aristoteles
Over doelen en zingeving
De “Atheense school”: Aristoteles
Enkele citaten:
“De natuur doet niets zonder doel” -> Aristoteles
“De mens is een politiek/sociaal dier” -> Aristoteles
Aristoteles
Voeten stevig op de grond en handpalm naar beneden
Houdt de“Ethica” vast, een praktisch werk
Aristoteles rechts, met zijn handen naar beneden en in
zijn hand de ethica.
Achtergrond
Hij was niet van Athene maar geboren in Stageira (vader was arts)
Advies van orakel was: ga naar Athene en wordt filosoof
Leerling van Plato, kreeg bijnaam: ‘de lezer’
Stichtte eigen school: lyceum
Leraar van Alexander de Grote
Aristoteles bleef de bron van ‘wetenschappelijke’ kennis tot
Renaissance
Stierf in ballingschap in 323
1. Hilomorfisme: de vorm zit in de dingen
Aristoteles maakt onderscheid tussen twee componenten van de
werkelijkheid:
Materie (hulé)
Vorm (morphè)
Hij zegt dat de vorm zich in de dingen zelf bevindt
De vorm is datgene wat de stof uiteindelijk vormgeeft
, Vb.: een zaadje wordt geplant en krijgt een vorm, die vorm is niet
volmaakt, die is nooit volmaakt bij Aristoteles maar de vorm zit er al
in, in het zaadje. Een zonnebloempitje wordt een nieuwe
zonnebloem
enteleghie => een principe waarin alles streeft naar een te
realiseren doel
2. Teleologische visie
Telos = doel (let op: teleologie verschilt van theologie!)
Entelechie = alles streeft ernaar zijn inwendige doel te realiseren
De vorm is het plan, en dat plan dient een doel
Doel van een steen?
Doel van een zaadje?
Doel van een kip?
Doel van de mens?
3. Vier “oorzaken”
Oorzaken zijn de noodzakelijke voorwaarden waaruit iets bestaat:
Materiële oorzaak (waaruit? Het materiaal waaruit iets gemaakt
is)
Bewegende oorzaak (actie, door wie of wat? Diegene die het
maakt, in gang houdt of aantreft)
Formele oorzaak (vorm of plan van iets)
Doeloorzaak (waartoe, waarvoor, waarom?)
Uiteindelijk is alles terug te voeren tot een eerste oorzaak. Deze
eerste oorzaak noemt Aristoteles de ‘Onbewogen Beweger’ of God.
4. Trapsgewijze opbouw van de natuur
Levenloze dingen kunnen niet uit zichzelf veranderen (zuivere stof)
Levende wezens kunnen in tegenstelling tot levenloze dingen wel uit
zichzelf veranderen
Er zijn twee soorten levende wezens:
Plantenziel: bezitten een vegetatieve ziel, deze voorziet in
voeding, voortplanting en groei
Dierenziel: bezitten een dierenziel of affectieve ziel, die zorgt voor
voortbeweging. Die is verbonden met zintuigen en met goesting
Over doelen en zingeving
De “Atheense school”: Aristoteles
Enkele citaten:
“De natuur doet niets zonder doel” -> Aristoteles
“De mens is een politiek/sociaal dier” -> Aristoteles
Aristoteles
Voeten stevig op de grond en handpalm naar beneden
Houdt de“Ethica” vast, een praktisch werk
Aristoteles rechts, met zijn handen naar beneden en in
zijn hand de ethica.
Achtergrond
Hij was niet van Athene maar geboren in Stageira (vader was arts)
Advies van orakel was: ga naar Athene en wordt filosoof
Leerling van Plato, kreeg bijnaam: ‘de lezer’
Stichtte eigen school: lyceum
Leraar van Alexander de Grote
Aristoteles bleef de bron van ‘wetenschappelijke’ kennis tot
Renaissance
Stierf in ballingschap in 323
1. Hilomorfisme: de vorm zit in de dingen
Aristoteles maakt onderscheid tussen twee componenten van de
werkelijkheid:
Materie (hulé)
Vorm (morphè)
Hij zegt dat de vorm zich in de dingen zelf bevindt
De vorm is datgene wat de stof uiteindelijk vormgeeft
, Vb.: een zaadje wordt geplant en krijgt een vorm, die vorm is niet
volmaakt, die is nooit volmaakt bij Aristoteles maar de vorm zit er al
in, in het zaadje. Een zonnebloempitje wordt een nieuwe
zonnebloem
enteleghie => een principe waarin alles streeft naar een te
realiseren doel
2. Teleologische visie
Telos = doel (let op: teleologie verschilt van theologie!)
Entelechie = alles streeft ernaar zijn inwendige doel te realiseren
De vorm is het plan, en dat plan dient een doel
Doel van een steen?
Doel van een zaadje?
Doel van een kip?
Doel van de mens?
3. Vier “oorzaken”
Oorzaken zijn de noodzakelijke voorwaarden waaruit iets bestaat:
Materiële oorzaak (waaruit? Het materiaal waaruit iets gemaakt
is)
Bewegende oorzaak (actie, door wie of wat? Diegene die het
maakt, in gang houdt of aantreft)
Formele oorzaak (vorm of plan van iets)
Doeloorzaak (waartoe, waarvoor, waarom?)
Uiteindelijk is alles terug te voeren tot een eerste oorzaak. Deze
eerste oorzaak noemt Aristoteles de ‘Onbewogen Beweger’ of God.
4. Trapsgewijze opbouw van de natuur
Levenloze dingen kunnen niet uit zichzelf veranderen (zuivere stof)
Levende wezens kunnen in tegenstelling tot levenloze dingen wel uit
zichzelf veranderen
Er zijn twee soorten levende wezens:
Plantenziel: bezitten een vegetatieve ziel, deze voorziet in
voeding, voortplanting en groei
Dierenziel: bezitten een dierenziel of affectieve ziel, die zorgt voor
voortbeweging. Die is verbonden met zintuigen en met goesting