H2: Socrates en de sofisten
Sofistès zijn beoefenaren van de wijsheid, het zijn rondtrekkende leraars
die lesgaven tegen betaling aan welstellende jeugd en in grammatica
(spreken), dialectica (argumenteren) en retorica (overtuigen).
Invloed van de sofisten: Protagoras de mens is de maat
‘De mens is de maat van alles’
Dit is een relativistische uitspraak en vanuit relativistisch oogpunt
bestaat er geen absolute waarheid.
Protagoras was een sofist
Deze uitspraak komt van protagoras
1. Kritiek op een relativering v/d traditionele waarden
2. Protagoras is de belangrijkste sofist
a) Relativisme: de mens is de maat van alle dingen = de maatstaf is
relatief (aan plaats, tijd, cultuur…) elke mens bepaalt op zichzelf
at goed, juist en waar is.
b) Scepticisme: over elke zaak bestaan er twee opvattingen, die
tegenover mekaar staan = geen absolute zekerheid.
c) Agnosticisme: v/d goden weet ik niets, niet dat ze bestaan, noch
dat ze niet bestaan.
3. Humanisme: alle mensen zijn gelijkwaardig, sofisten beschouwden
zichzelf als wereldburgers en waren tegen adellijke privileges en
tegen slavernij. Woord dat toen nog niet bestond = medemenselijk.
, Kwalijke reputatie sofisten:
1. Sofisme en sofisterij worden synoniemen van drogredenering,
spitsvondigheid en gewiekstheid.
2. Als waarheid relatief is dan komt het er vooral op aan de andere te
overtuigen en wordt te verpakking belangijker dan de waarheid zelf.
3. Soms zo nuchter dat het cynisch overkomt.
Socrates (469-399)
Achtergrond:
1. Uiterlijk van een rog – innerlijk mooiste mens, hij wilde Athene
wakker schudden de mensen ervan bewust maken.
2. Zijn vrouw is Xantippe
3. Zijn werk
4. Rol in Plato’s dialogen
Filosofie is een sociale activiteit, een gesprek tussen twee of meer
mensen op zoek naar waarheid.
Athene is als een traag paard, en ik ben de horzel die haar
wakker schudt.
Uitgangspunt is aporie (niet weten): “ik weet dat ik niet(s) weet”
(terwijl andere denken te weten)
Socratische methoden:
Socrates stelde dat één goede vraag beter is dan honderd
antwoorden. Een scherpe goed vraag kan ons doen beseffen dat
onze voor- oordelen onjuist waren.
Hij vergeleek zijn manier van vragen met Maieutiek !!!!
(vroedkunde): zoals een kind ter wereld komt, zo komt de waarheid
naar buiten. Hij vergelijkt zichzelf met een vroedvrouw als iemand
die de waarheid geboren laat worden.
Sofistès zijn beoefenaren van de wijsheid, het zijn rondtrekkende leraars
die lesgaven tegen betaling aan welstellende jeugd en in grammatica
(spreken), dialectica (argumenteren) en retorica (overtuigen).
Invloed van de sofisten: Protagoras de mens is de maat
‘De mens is de maat van alles’
Dit is een relativistische uitspraak en vanuit relativistisch oogpunt
bestaat er geen absolute waarheid.
Protagoras was een sofist
Deze uitspraak komt van protagoras
1. Kritiek op een relativering v/d traditionele waarden
2. Protagoras is de belangrijkste sofist
a) Relativisme: de mens is de maat van alle dingen = de maatstaf is
relatief (aan plaats, tijd, cultuur…) elke mens bepaalt op zichzelf
at goed, juist en waar is.
b) Scepticisme: over elke zaak bestaan er twee opvattingen, die
tegenover mekaar staan = geen absolute zekerheid.
c) Agnosticisme: v/d goden weet ik niets, niet dat ze bestaan, noch
dat ze niet bestaan.
3. Humanisme: alle mensen zijn gelijkwaardig, sofisten beschouwden
zichzelf als wereldburgers en waren tegen adellijke privileges en
tegen slavernij. Woord dat toen nog niet bestond = medemenselijk.
, Kwalijke reputatie sofisten:
1. Sofisme en sofisterij worden synoniemen van drogredenering,
spitsvondigheid en gewiekstheid.
2. Als waarheid relatief is dan komt het er vooral op aan de andere te
overtuigen en wordt te verpakking belangijker dan de waarheid zelf.
3. Soms zo nuchter dat het cynisch overkomt.
Socrates (469-399)
Achtergrond:
1. Uiterlijk van een rog – innerlijk mooiste mens, hij wilde Athene
wakker schudden de mensen ervan bewust maken.
2. Zijn vrouw is Xantippe
3. Zijn werk
4. Rol in Plato’s dialogen
Filosofie is een sociale activiteit, een gesprek tussen twee of meer
mensen op zoek naar waarheid.
Athene is als een traag paard, en ik ben de horzel die haar
wakker schudt.
Uitgangspunt is aporie (niet weten): “ik weet dat ik niet(s) weet”
(terwijl andere denken te weten)
Socratische methoden:
Socrates stelde dat één goede vraag beter is dan honderd
antwoorden. Een scherpe goed vraag kan ons doen beseffen dat
onze voor- oordelen onjuist waren.
Hij vergeleek zijn manier van vragen met Maieutiek !!!!
(vroedkunde): zoals een kind ter wereld komt, zo komt de waarheid
naar buiten. Hij vergelijkt zichzelf met een vroedvrouw als iemand
die de waarheid geboren laat worden.