Hoofdstuk 1 communicatie - structuur
TEKEN EN BETEKENISVOL COMMUNICEREN
Sociaal
Comm. Cultureel
cognitief
Gedrag
Semiotiek: leer van tekens
bestudeert = hoe dat tekens functioneren + betekenis
3 centrale domeinen van de studie
1. Tekens & indeling
2. Codes & systemen
3. Brede cultuur
Subdomeinen
• fonologie = hoe klanken in een taal functioneren
• Syntaxis = structuur van de zinnen
• Pragmatiek = relatie : betekenis - gebruiker
• Semantiek = relatie: teken - betekenis
Intensie: criteria / kenmerken
Extensie: klasse van zaken die criteria bezitten
Teken
Betekenaar (= betekenisdrager) SA
Materiële - fysieke vorm
Betekende SE
Waar de tekenvorm naar verwijst / definitie
relatie tussen beide —> afspraak
Referent= fysieke object waar het teken naar verwijst
,Significatie
• primair betekenisniveau = dennotatie = objectieve betekenis van een teken
• Secundaire betekenisniveau = connotatie = subjectieve betekenis (bybetekenis)
Evaluatieve lading Referentiële lading
Goed-slecht-neutraal Variabele betekenis ( context)
Ideologie
Samenleving stuurt & organiseert media
en communicatie (mythe)
Tekensystemen
Peirce
1.representamen: vorm van teken
2. Object: teken naar verwijst
3.interpretant: betekenis aan teken(eigen ervaring)
Saussure
Betekenis ligt in tegengestelden bv. Warm- koud
betekende van een bepaald teken wordt een betekenaar van een ander teken.
1. Syntagma = combinatie- volgorde, horizontale relatie tussen tekens
Bv: de + kat + zit + op + de + mat
2. Paradigma = selectie, verticale relatie tussen tekens
BV: kat → hond, muis
, Tekenindelingen
Peirce
1. Icoon =gelijkenis
→ visueel, auditief, geur
2. Index = natuurlijk verband
→ via ervaring en kennis
→ oorzaak- gevolg effect
Overlappen elkaar
3. Symbool = betekenis op basis van afspraak
→ aangeleerd
→ eenvoudiger dan waar het naar verwijst
Peters
Tekens
Natuurlijk Kunstmatig
Gemotiveerd
( reden - motief)
Arbitrair
Index
( afspraak)
Icoon Symbool
( gelijkenis ) (associatie)
Conventioneel
TEKEN EN BETEKENISVOL COMMUNICEREN
Sociaal
Comm. Cultureel
cognitief
Gedrag
Semiotiek: leer van tekens
bestudeert = hoe dat tekens functioneren + betekenis
3 centrale domeinen van de studie
1. Tekens & indeling
2. Codes & systemen
3. Brede cultuur
Subdomeinen
• fonologie = hoe klanken in een taal functioneren
• Syntaxis = structuur van de zinnen
• Pragmatiek = relatie : betekenis - gebruiker
• Semantiek = relatie: teken - betekenis
Intensie: criteria / kenmerken
Extensie: klasse van zaken die criteria bezitten
Teken
Betekenaar (= betekenisdrager) SA
Materiële - fysieke vorm
Betekende SE
Waar de tekenvorm naar verwijst / definitie
relatie tussen beide —> afspraak
Referent= fysieke object waar het teken naar verwijst
,Significatie
• primair betekenisniveau = dennotatie = objectieve betekenis van een teken
• Secundaire betekenisniveau = connotatie = subjectieve betekenis (bybetekenis)
Evaluatieve lading Referentiële lading
Goed-slecht-neutraal Variabele betekenis ( context)
Ideologie
Samenleving stuurt & organiseert media
en communicatie (mythe)
Tekensystemen
Peirce
1.representamen: vorm van teken
2. Object: teken naar verwijst
3.interpretant: betekenis aan teken(eigen ervaring)
Saussure
Betekenis ligt in tegengestelden bv. Warm- koud
betekende van een bepaald teken wordt een betekenaar van een ander teken.
1. Syntagma = combinatie- volgorde, horizontale relatie tussen tekens
Bv: de + kat + zit + op + de + mat
2. Paradigma = selectie, verticale relatie tussen tekens
BV: kat → hond, muis
, Tekenindelingen
Peirce
1. Icoon =gelijkenis
→ visueel, auditief, geur
2. Index = natuurlijk verband
→ via ervaring en kennis
→ oorzaak- gevolg effect
Overlappen elkaar
3. Symbool = betekenis op basis van afspraak
→ aangeleerd
→ eenvoudiger dan waar het naar verwijst
Peters
Tekens
Natuurlijk Kunstmatig
Gemotiveerd
( reden - motief)
Arbitrair
Index
( afspraak)
Icoon Symbool
( gelijkenis ) (associatie)
Conventioneel