MICROBIOLOGIE 1
Samenvatting examen januari 2026
HF 1: A brief history of microbiology
The early years of microbiology
Microbiologie = wetenschap die zich bezighoudt met het bestuderen van micro-organismen
• Antoni Van Leeuwenhoek
- Eind 17e eeuw
- Maakte eenvoudige microscoop
- Onderzocht vijverwater en kon Kleine dieren, fungi, protozoa en microalgen
waarnemen: animalcules = kleine diertjes
- Onderzocht ook bloed, tandplak, luizen, …
- Eind 19de eeuw: “animalcules” werden micro-organismen genoemd
- START VAN MICROBIOLOGIE
Classificatie van micro-organismen
• Carolus Linnaeus
Ontwikkelde taxonomisch systeem om dieren en planten te benoemen
Taxonomisch systeem
= systeem waarbij organisme een naam krijgt en organismen met gelijkaardige
kenmerken worden gegroepeerd
Dierenrijk
Plantenrijk
Vandaag de dag => micro- organismen die Van Leeuwenhoek observeerde in 6
categorieën
1. Bacteriën
2. Archae
3. Fungi
4. Protozoa
5. Algae
6. Kleine multicellulaire wormen
, 1. Bacteriën en Archae
Unicellulair = opgebouwd uit 1 cel
Bezitten geen nucleus (celkern) => prokaryoten
Veel kleiner dan eukaryoten
Komen overal voor ---- VOORWAARDE: water aanwezig
Archae leven in extreme omstandigheden
Planten zich aseksueel voort
= geen versmelting van DNA
= nakomelingen zijn identiek genetisch aan de ouders = klonen van elkaar
Bacteriële celwanden:
o Bevatten peptidoglycaan
o Sommige bacteriën hebben geen celwand
Archae celwanden:
o Celwand is ander opgebouwd dan bij een bacterie
o GEEN peptidoglycaan
Archae zijn niet hetzelfde als bacteriën
Bacterie Archae
Celwand Bevat peptidoglycaan Bevatten GEEN
peptidoglycaan
Leefomgeving Komen overal voor + Komen voor in extreme
kunnen ziektes omstandigheden (hoge
veroorzaken bij andere temperaturen, hoge
organismen zoutconcentraties, zure
omstandigheden…)
= EXTREMOFIELEN
+ veroorzaken geen ziektes
bij andere organismen
, -
2. Fungi
Eukaryoten (bezitten duidelijke celkern)
Verkrijgen voedsel door afbraak van andere organismen => geen fotosynthese
Celwanden van chitine (= suiker)
Onderverdeling:
- Schimmels
1. Multicellulair
2. Groeien als lange filamenten (=hyfen)
3. Planten voort via seksuele en aseksuele sporen
- Gisten
o Unicellulair
o Planten zich aseksueel voort door knopvorming (=budding)
o Sommige produceren seksuele sporen
Multicellulair Unicellulair
Bestaan uit meerdere cellen Bestaan uit 1 cel
Schimmels planten zich voort via sporen
Aseksuele sporen Seksuele sporen
Sporen komen vrij in omgeving en als ze Sporen komen vrij in omgeving en als ze
vallen op juiste ondergrond dan ontstaat vallen op ondergrond dan zal daar niet
daaruit een nieuwe schimmel direct een nieuwe schimmel uit ontstaan!!
Nieuwe schimmels -> genetisch identiek aan Sporen moeten eerst in contact komen met
ouderlijke schimmel = kloon van ouderlijke sporen van andere schimmel & versmelten
schimmel Ontstaan nieuwe schimmel
Nieuwe schimmel -> genetisch verschillend
aan ouderlijke schimmel
Links = schimmels – sporen
Rechts = gisten – knopvorming (= budding)
, 3. Protozoa
Eencellige eukaryoten
Voedselbehoefte en celstructuur komt overeen met die van
dieren
Vrijlevend in water
Sommige komen voor in dierlijke gastheren
Meestal aseksuele voortplanting
Sommige seksuele voortplanting
Kunnen op 3 manieren bewegen:
o Pseudopoden = schijnvoeten (a)
o Cilia = trilhaartjes (b)
o Flagellen = zweepstaartjes (c)
Voorbeelden: amoeben en pantoffeldiertjes
4. Algae
Eukaryoot
Unicellulair of multicellulair
Fotosynthese
Eenvoudige voortplanting
Worden onderverdeeld o.b.v. pigmentatie van celwand en samenstelling v/d celwand
5. Virussen
Acellulair= niet opgebouwd uit cellen
Zeer eenvoudig opgebouwd
Kleine hoeveelheid genetisch materiaal (DNA of RNA) omringd door eiwitmantel
Verdubbelen enkel in levende gastheer
Bacteriofaag
= virus dat specifiek bacteriën infecteert
= virus dat een bacterie als gastheer heeft
Virus => nog veel maal kleiner dan bacterie
6. Multicellulaire dierlijke parasieten (geen aandacht in cursus)
Eukaryoten
Eigenlijk geen micro-organismen
Microscopisch stadia in levenscyclus
Samenvatting examen januari 2026
HF 1: A brief history of microbiology
The early years of microbiology
Microbiologie = wetenschap die zich bezighoudt met het bestuderen van micro-organismen
• Antoni Van Leeuwenhoek
- Eind 17e eeuw
- Maakte eenvoudige microscoop
- Onderzocht vijverwater en kon Kleine dieren, fungi, protozoa en microalgen
waarnemen: animalcules = kleine diertjes
- Onderzocht ook bloed, tandplak, luizen, …
- Eind 19de eeuw: “animalcules” werden micro-organismen genoemd
- START VAN MICROBIOLOGIE
Classificatie van micro-organismen
• Carolus Linnaeus
Ontwikkelde taxonomisch systeem om dieren en planten te benoemen
Taxonomisch systeem
= systeem waarbij organisme een naam krijgt en organismen met gelijkaardige
kenmerken worden gegroepeerd
Dierenrijk
Plantenrijk
Vandaag de dag => micro- organismen die Van Leeuwenhoek observeerde in 6
categorieën
1. Bacteriën
2. Archae
3. Fungi
4. Protozoa
5. Algae
6. Kleine multicellulaire wormen
, 1. Bacteriën en Archae
Unicellulair = opgebouwd uit 1 cel
Bezitten geen nucleus (celkern) => prokaryoten
Veel kleiner dan eukaryoten
Komen overal voor ---- VOORWAARDE: water aanwezig
Archae leven in extreme omstandigheden
Planten zich aseksueel voort
= geen versmelting van DNA
= nakomelingen zijn identiek genetisch aan de ouders = klonen van elkaar
Bacteriële celwanden:
o Bevatten peptidoglycaan
o Sommige bacteriën hebben geen celwand
Archae celwanden:
o Celwand is ander opgebouwd dan bij een bacterie
o GEEN peptidoglycaan
Archae zijn niet hetzelfde als bacteriën
Bacterie Archae
Celwand Bevat peptidoglycaan Bevatten GEEN
peptidoglycaan
Leefomgeving Komen overal voor + Komen voor in extreme
kunnen ziektes omstandigheden (hoge
veroorzaken bij andere temperaturen, hoge
organismen zoutconcentraties, zure
omstandigheden…)
= EXTREMOFIELEN
+ veroorzaken geen ziektes
bij andere organismen
, -
2. Fungi
Eukaryoten (bezitten duidelijke celkern)
Verkrijgen voedsel door afbraak van andere organismen => geen fotosynthese
Celwanden van chitine (= suiker)
Onderverdeling:
- Schimmels
1. Multicellulair
2. Groeien als lange filamenten (=hyfen)
3. Planten voort via seksuele en aseksuele sporen
- Gisten
o Unicellulair
o Planten zich aseksueel voort door knopvorming (=budding)
o Sommige produceren seksuele sporen
Multicellulair Unicellulair
Bestaan uit meerdere cellen Bestaan uit 1 cel
Schimmels planten zich voort via sporen
Aseksuele sporen Seksuele sporen
Sporen komen vrij in omgeving en als ze Sporen komen vrij in omgeving en als ze
vallen op juiste ondergrond dan ontstaat vallen op ondergrond dan zal daar niet
daaruit een nieuwe schimmel direct een nieuwe schimmel uit ontstaan!!
Nieuwe schimmels -> genetisch identiek aan Sporen moeten eerst in contact komen met
ouderlijke schimmel = kloon van ouderlijke sporen van andere schimmel & versmelten
schimmel Ontstaan nieuwe schimmel
Nieuwe schimmel -> genetisch verschillend
aan ouderlijke schimmel
Links = schimmels – sporen
Rechts = gisten – knopvorming (= budding)
, 3. Protozoa
Eencellige eukaryoten
Voedselbehoefte en celstructuur komt overeen met die van
dieren
Vrijlevend in water
Sommige komen voor in dierlijke gastheren
Meestal aseksuele voortplanting
Sommige seksuele voortplanting
Kunnen op 3 manieren bewegen:
o Pseudopoden = schijnvoeten (a)
o Cilia = trilhaartjes (b)
o Flagellen = zweepstaartjes (c)
Voorbeelden: amoeben en pantoffeldiertjes
4. Algae
Eukaryoot
Unicellulair of multicellulair
Fotosynthese
Eenvoudige voortplanting
Worden onderverdeeld o.b.v. pigmentatie van celwand en samenstelling v/d celwand
5. Virussen
Acellulair= niet opgebouwd uit cellen
Zeer eenvoudig opgebouwd
Kleine hoeveelheid genetisch materiaal (DNA of RNA) omringd door eiwitmantel
Verdubbelen enkel in levende gastheer
Bacteriofaag
= virus dat specifiek bacteriën infecteert
= virus dat een bacterie als gastheer heeft
Virus => nog veel maal kleiner dan bacterie
6. Multicellulaire dierlijke parasieten (geen aandacht in cursus)
Eukaryoten
Eigenlijk geen micro-organismen
Microscopisch stadia in levenscyclus