Onderwijsgroep 1- Lex Aquilia = Vroege Republiek 286 v.Chr
a) Geldingsgebied
Lex Aquilia is een plebisciet over de aansprakelijkheid. Gold voor de
romeinse burgers, waar zij zich ook maar bevonden.
Personaliteitsbeginsel: als je tot een bepaalde groep hoort. Praetorisch
edict: zo konden niet-burgers ook onder de lex aquilia vallen. Burgerlijk
recht= ius civile. Kern = mos maiorum
Territoriaal: als je je in een bepaald gebied bevindt.
b) Sociale en economische context
Hiërarchische samenleving, waar eigendom een belangrijke rol speelde.
Vee & slaven: essentieel voor landbouw en economie. Lex aquilia voorzag
om schade te vergoeden en eigendommen te beschermen. Slaven waren
bezittingen. Plebejers werden gelijk gesteld aan de patriciërs door de Lex
Hortensia. Het Romeinse rijk zal uitbreiden waardoor de economie niet
enkel landbouw als belangrijke bron heeft, maar ook handel.
c) Bestuur
Gemengde staatsvorm. 2 consuls kregen alle macht van de koning.
Werden jaarlijks verkozen door de Comitia Centuriata. Dit is een
volksvergadering waarbij de hoogste magistraten gekozen en benoemd
werden. Had 193 centurien, verdeeld over bezitsklassen. Het systeem was
aristocratisch, niet democratisch omdat de stemmen van de rijkste klassen
alles bepaalde.
Comitia bestond uit centuriata: hoogste magistraten gekozen en gestemd
over de wetsvoorstellen van de consuls. Tributa: lagere magistraten
verkozen. Stemmen in de comitia: geen discussie mogelijk, er werd
meteen gestemd.
Senaat bleef een adviesorgaan, maar werd zeer invloedrijk en mede-
bepaler van het bestuur. Enkel patriciërs na een ambtstermijn van 1jaar
werden senator. Zij konden in tijden van nood alle instellingen opheffen en
een dictatuur instellen.
Wetgevende macht lag bij comitia. Consuls & praetoren hadden
uitvoerende macht, zij zijn verantwoordelijk voor het dagelijks bestuur
en voor het leger. ANALITEIT: elk soort mag 1 ambt uitvoeren per jaar &
COLLEGIALITEIT: 2 consuls zodat 1 niet te machtig wordt. Rechterlijke
macht lag bij de sensoren. Zij vertegenwoordigen het gewoonterecht
(sacraal).
d) Rechtsonderwijs
Bestond nog niet, pas vanaf de 2de eeuw v.Chr.
, e) Rechtswetenschap
Bestond nog niet, pas vanaf de 2de eeuw v.Chr.
f) Rechtsbronnen
De vraag naar rechtszekerheid groeide omdat de ongeschreven recht
zorgde voor wantrouw. 451 v.Chr. ontstond er een commissie van 10
mannen die het belangrijkste ongeschreven gewoonterecht
neerschreven 12 tafelenwet.
Het combineerde ongeschreven gewoonterecht en wetten waarover de
comitia kon stemmen. Het was een bijtelling op tafels waar later
commentaren op werden geschreven. Iedereen kon zo zien hoe het
Romeins recht werkte. Het bevatte procesrecht, strafrecht en privaatrecht,
maar toch was de 12 tafelen wet niet volledig.
Andere rechtsbronnen: Ius civile, Ius Honorarium/Praetorium= recht
gemaakt door praetor= een aanvulling op het bestaande recht., Ius
gentium: voor niet-romeinen
g) Toegang tot rechtspraak
1. Fase in iure
Oudste procedure. Er is een priester in het koninkrijk, die later
vervangen wordt door een praetor. Er is geen rechter, maar er wordt
geluisterd naar een geschil waarna er wordt gekeken of het Romeins
recht een oplossing biedt. Als die oplossing bestaat mag er
doorgegaan worden naar de 2de fase, anders moet het geschil buiten
de rechtbank worden opgelost.
Ze moeten een formule opzeggen en als ze stotteren of nadenken is
het een teken van god.
2. Fase apud iudicem
Pleidooi, bewijzen, vonnissen door private rechter. Rituelen en
plechtige formules spelen belangrijke religieuze rol. 5 acties/media
om naar de rechtbank te gaan: 3 voor geschillen tussen personen, 2
voor uitvoering of doorverwijzing via actio legis per manus
injectionem. Hier is er geen beroep mogelijk.
Latere procesvorm = formule proces
Actio utilis: een actio kan nuttig zijn in een andere zaak die er sterk op
lijkt dit heet de pretoriaanse uitbreiding. (a pari: 1 situatie die niet
geregeld is in de wet, toepassen op een andere situatie waar het op lijkt
die wel geregeld is door de wet).
, RECHTSGESCHIEDENIS-WEEKOPDRACHT 2
De Digesten van
Justinianus én de
capitularia
Aantal woorden: 1395
, 05/12/2025
De Digesten van Justinianus
Geldingsgebied
De geografische ligging van het Romeinse Rijk veranderde door de
eeuwen. Onder keizer Constantijn de Grote werd de hoofdstad verplaatst
van Rome naar Constantinopel (huidige Istanbul). Constantijn (eerste
christelijke keizer) gaf met het Edict van Milaan christenen
godsdienstvrijheid. Voor het eerst konden christenen conflicten ook via de
bisschop oplossen, waardoor het monopolie op rechtspraak gedeeltelijk
werd doorbroken. Onder Theodosius de Grote werd het christendom
staatsgodsdienst en werd iedereen verplicht christen. Rond 395 splitste
het Romeinse Rijk in het Oost-Romeinse en West-Romeinse Rijk.1 val
West RR (476)
De digesten golden niet in het West Romeinse Rijk, hier gold het
gewoonterecht.
Er gold in principe een personaliteitsbeginsel, maar toch ontstonden
elementen van het territorialiteitsbeginsel.
1
Van Hofstraten, B. Hoorcollege 2: Romeinse keizerrijk en vroege middeleeuwen,
PowerPoint Dia 13, Faculteit Rechten, UHasselt.
a) Geldingsgebied
Lex Aquilia is een plebisciet over de aansprakelijkheid. Gold voor de
romeinse burgers, waar zij zich ook maar bevonden.
Personaliteitsbeginsel: als je tot een bepaalde groep hoort. Praetorisch
edict: zo konden niet-burgers ook onder de lex aquilia vallen. Burgerlijk
recht= ius civile. Kern = mos maiorum
Territoriaal: als je je in een bepaald gebied bevindt.
b) Sociale en economische context
Hiërarchische samenleving, waar eigendom een belangrijke rol speelde.
Vee & slaven: essentieel voor landbouw en economie. Lex aquilia voorzag
om schade te vergoeden en eigendommen te beschermen. Slaven waren
bezittingen. Plebejers werden gelijk gesteld aan de patriciërs door de Lex
Hortensia. Het Romeinse rijk zal uitbreiden waardoor de economie niet
enkel landbouw als belangrijke bron heeft, maar ook handel.
c) Bestuur
Gemengde staatsvorm. 2 consuls kregen alle macht van de koning.
Werden jaarlijks verkozen door de Comitia Centuriata. Dit is een
volksvergadering waarbij de hoogste magistraten gekozen en benoemd
werden. Had 193 centurien, verdeeld over bezitsklassen. Het systeem was
aristocratisch, niet democratisch omdat de stemmen van de rijkste klassen
alles bepaalde.
Comitia bestond uit centuriata: hoogste magistraten gekozen en gestemd
over de wetsvoorstellen van de consuls. Tributa: lagere magistraten
verkozen. Stemmen in de comitia: geen discussie mogelijk, er werd
meteen gestemd.
Senaat bleef een adviesorgaan, maar werd zeer invloedrijk en mede-
bepaler van het bestuur. Enkel patriciërs na een ambtstermijn van 1jaar
werden senator. Zij konden in tijden van nood alle instellingen opheffen en
een dictatuur instellen.
Wetgevende macht lag bij comitia. Consuls & praetoren hadden
uitvoerende macht, zij zijn verantwoordelijk voor het dagelijks bestuur
en voor het leger. ANALITEIT: elk soort mag 1 ambt uitvoeren per jaar &
COLLEGIALITEIT: 2 consuls zodat 1 niet te machtig wordt. Rechterlijke
macht lag bij de sensoren. Zij vertegenwoordigen het gewoonterecht
(sacraal).
d) Rechtsonderwijs
Bestond nog niet, pas vanaf de 2de eeuw v.Chr.
, e) Rechtswetenschap
Bestond nog niet, pas vanaf de 2de eeuw v.Chr.
f) Rechtsbronnen
De vraag naar rechtszekerheid groeide omdat de ongeschreven recht
zorgde voor wantrouw. 451 v.Chr. ontstond er een commissie van 10
mannen die het belangrijkste ongeschreven gewoonterecht
neerschreven 12 tafelenwet.
Het combineerde ongeschreven gewoonterecht en wetten waarover de
comitia kon stemmen. Het was een bijtelling op tafels waar later
commentaren op werden geschreven. Iedereen kon zo zien hoe het
Romeins recht werkte. Het bevatte procesrecht, strafrecht en privaatrecht,
maar toch was de 12 tafelen wet niet volledig.
Andere rechtsbronnen: Ius civile, Ius Honorarium/Praetorium= recht
gemaakt door praetor= een aanvulling op het bestaande recht., Ius
gentium: voor niet-romeinen
g) Toegang tot rechtspraak
1. Fase in iure
Oudste procedure. Er is een priester in het koninkrijk, die later
vervangen wordt door een praetor. Er is geen rechter, maar er wordt
geluisterd naar een geschil waarna er wordt gekeken of het Romeins
recht een oplossing biedt. Als die oplossing bestaat mag er
doorgegaan worden naar de 2de fase, anders moet het geschil buiten
de rechtbank worden opgelost.
Ze moeten een formule opzeggen en als ze stotteren of nadenken is
het een teken van god.
2. Fase apud iudicem
Pleidooi, bewijzen, vonnissen door private rechter. Rituelen en
plechtige formules spelen belangrijke religieuze rol. 5 acties/media
om naar de rechtbank te gaan: 3 voor geschillen tussen personen, 2
voor uitvoering of doorverwijzing via actio legis per manus
injectionem. Hier is er geen beroep mogelijk.
Latere procesvorm = formule proces
Actio utilis: een actio kan nuttig zijn in een andere zaak die er sterk op
lijkt dit heet de pretoriaanse uitbreiding. (a pari: 1 situatie die niet
geregeld is in de wet, toepassen op een andere situatie waar het op lijkt
die wel geregeld is door de wet).
, RECHTSGESCHIEDENIS-WEEKOPDRACHT 2
De Digesten van
Justinianus én de
capitularia
Aantal woorden: 1395
, 05/12/2025
De Digesten van Justinianus
Geldingsgebied
De geografische ligging van het Romeinse Rijk veranderde door de
eeuwen. Onder keizer Constantijn de Grote werd de hoofdstad verplaatst
van Rome naar Constantinopel (huidige Istanbul). Constantijn (eerste
christelijke keizer) gaf met het Edict van Milaan christenen
godsdienstvrijheid. Voor het eerst konden christenen conflicten ook via de
bisschop oplossen, waardoor het monopolie op rechtspraak gedeeltelijk
werd doorbroken. Onder Theodosius de Grote werd het christendom
staatsgodsdienst en werd iedereen verplicht christen. Rond 395 splitste
het Romeinse Rijk in het Oost-Romeinse en West-Romeinse Rijk.1 val
West RR (476)
De digesten golden niet in het West Romeinse Rijk, hier gold het
gewoonterecht.
Er gold in principe een personaliteitsbeginsel, maar toch ontstonden
elementen van het territorialiteitsbeginsel.
1
Van Hofstraten, B. Hoorcollege 2: Romeinse keizerrijk en vroege middeleeuwen,
PowerPoint Dia 13, Faculteit Rechten, UHasselt.