Hoofdstuk 1: Inleiding en probleemstelling
Op examen: we krijgen 1 foto uit prentenkabinet, en 3 andere vragen.
Iedereen krijgt op het examen een vraag uit hoofdstuk 4!
Zingeving en levensbeschouwing hebben te maken met religie
1.1 Waarom RZL in de opleiding?
1. Niets is actueler dan religie
Vb. de opgang of ondergang van IS
2. Alle opleidingen binnen het sociaal-agogisch werk zijn gericht op het werken met mensen
Mensen zijn niet louter wetenschappelijk te bestuderen. Mensen moeten ook benaderd worden vanuit een
psychologisch, sociologisch of criminologisch oogpunt
3. De impact van de godsdienst kan soms meespelen in het maatschappelijk of individueel disfunctioneren van een
individu
Na de moord op de redactie van het tijdschrift Charlie Hebdo, met de vluchtelingenstroom nr Europa in januari, die op
gang kwam in september 2015, is de link tussen veiligheidsbeleid en religieus geïnspireerde terroriste zeer actueel
geworden.
4. In het latere beroep is reflecteren een basiscompetentie
Kunnen reflecteren, zich kunnen inleven, integraal kunnen denken → vereist een open geest
We moeten ons kunnen losmaken van de aangeleerde methoden om andere relaties/verbanden te leggen tussen
vertrouwde gegevens
5. Wnr we het begrip religie opentrekken, kan daar een verlangen nr een transcendentie in worden gezien
De mens is nog steeds vatbaar voor iets sacraals/transcendents
In gebeurtenissen ziet men de tussenkomst van iets heiligs, van goden, van geesten, van God.
Prentenkabinet hoofdstuk 1:
Start in 2015: redacteur van tijdschrift Charlie Hebdo is doodgeschoten door terroristen vanwege hun geloof. Het was een
religieus gemotiveerde gewelddaad.
In Europa werd dat gezien als niet kunnen; UVRM (waaronder vrije meningsuiting) vonden dit vrijemeningsuiting
Het conflict dat daaruit ontstond, werd in alle lessen nr voren gebracht, nadenken over de vrijemeningsuiting (hoe ver
gaat dit, wnr/ waar stopt dit?)
Protest na de onthoofding van Samuel.
Op het moment dat een leerkracht van een Franse secundaire school spreekt over vrije meningsuiting, wordt hij op straat
onthoofd door een moslim → opnieuw religieus gemotiveerd. Oordelen kan heel gevaarlijk zijn!
Gevolg hiervan: grote protesten in de wereld, iedereen reageerde over de wereld op zijn manier.
1
,Aanslagen 2001 op de WTC-torens, gaf dit een enorme polarisatie tussen de monotheïstische religies
De religieuze leiders vd monotheïstische religies kwamen samen en zeiden dat geen enkel van hun moord wil.
Op sociale media identificeren de mensen zich met de gebeurtenis ‘je suis prof’ of ‘je suis charlie’
Senegalees protest tegen de cartoons van Charlie Hebdo
N.a.v. Charlie Hebdo kregen we grote protesten van cartoonisten. Er werd ook een cartoon gemaakt van Mohamed met een bom
op zijn hoofd i.p.v. een doek. N.a.v. die cartoons verschenen er allerlei reacties door cartoonisten (velen werden bedreigd).
Aanslagen in Syrië: religieus geweld op vandaag, religieus gefundeerd geweld.
Cartoon na de aanslag op de redactie van Charlie Hebdo
La liberté qui donne le puple → op het schilderij dragen de personages potloden (staan voor geweren) → associeert zich met de
Franse Revolutie (vormt de basis voor de UVRM).
Overal vndg is er geweld en religie die op bizarre wijze samengaan → die band of niet band gaan we onderzoeken in de cursus
(vandaar al die beelden)
Anders Breivik: hij schoot in Noorwegen vele jongeren dood. Hij had een tekst achtergelaten waarmee hij zich identificeert met
de middeleeuwse ridders (zijn altijd christelijke ridders). Hierin stond ‘Deze middeleeuwse ridders moeten het christelijke
Avondland beschermen tegen de moslims.’. Anders Breivik noemde zichzelf een chirsten, maar dat is vooral in cultuur-historische
zin (hij doodde 91 mensen in Noorwegen. Die vlag (dat kruis) = vlag van de kruisvaarders. Hij zegt dat de traditionele christelijke
waarden moeten bewaard blijven.
Afbeelding van moslim die Asjoera viert.
Asjoera (islamitisch herdenkingsfeest): man met bloed. Er werd een herdenking gevierd voor een dood vanuit de 7e E n.C. dat
gepaard gaat met zelfkastijding.
2
, Crucifixion (kruisiging), Léon Bonnat
Kruisiging: een kruisje lijkt iets wat we op een bepaalde manier in onze cultuur gewoon zijn. We mogen niet vergeten dat het een
marteltuig is. Bij de Romeinen was het een manier om misdadigers te veroordelen. Kruisiging is pijnlijk → langzame
verstikkingsdood = zeer wreedaardig. Jezus is daarvoor bespot, geslagen, gemarteld geweest. Jezus is altijd afgebeeld met de
doornkroon, bloed door zijn gezicht..
Uit: The Passion of the Christ (Film van Mel Gibson, 2004)
The Passion of the Christ: moderne interpretatie van de gebeurtenis van Jezus zijn leven. Gewelddadige film, het Vaticaan heeft
hierin verlicht geantwoord. Ze hebben een stadpunt ingenomen door te zeggen dat dit is niet wat het christendom naar voor wil
schuiven. (Het Vaticaan heeft het veroordeeld. Het is vrije meningsuiting, maar wel met een duidelijke stelling dat dit niet is waar
de Kerk voor staat, de kruisiging van Jezus zo laten zien).
Gekruisigde Christen
De kruisiging is de kern van het christendom. Het kruis is vaak heel sereen (zonder veel bloed). In de kunst is het wel heel
bloederig. Het symbool van het christendom= een marteltuig.
Filippijnen herdenken Goede Vrijdag.
Hechte groep christenen. Op Goede Vrijdag werd Jezus gekruisigd. Op Goede Vrijdag zien we taferelen: vrijwilligers die de
processie mee willen beleven zoals Jezus het beleefd heeft. Het zijn flagellanten (zelfgezelaars om zo in de pijn te komen die
Jezus heeft gevoeld). → ook veroordeeld door de Kerk.
Afbeelding van voeten: sommigen gaan heel ver in hun beleving, en laten zich kruisigen.
Religie gaat niet over God, het gaat over de mens!
Trump supporters bij een demonstratie (2021)
Trump verplicht de scholen om de 10 geboden boven de deuren te hangen. Trump aanhangers trekken een kruis omhoog. We
moeten bezig zijn met religie, we moeten er iets van weten. Als het gaat over veiligheid, moeten we iets weten van die
achtergrond.
3
, WAAROM zetten ze dat kruis omhoog? Ze willen het christendom terug in de picture zetten (diversiteit, LGBTIQ,
vreemdelingenproblematiek → zetten ze allemaal opzij). Ze keren terug naar een zekere oorspronkelijke waarde.
Meir Kahane's Kach-beweging (Joods fundamentalisme, 1971 - 1988)
→ Joods fundamentalisme: beweging die zeer gewelddadig tekeerging, vanuit het idee het Bijbelse land (Israël) te herstellen.
Doel is de Palestijnse gebieden veroveren. Deze beweging heeft daar zijn zeg.
Onderscheid tussen religie en monotheïsme:
- Monotheïsme: Jodendom, christendom, islam
- Alles wat we momenteel hebben gezien = monotheïsme
Christenvervolgingen door Al Qaida, 2014
Ze vervolgden heel wat christenen in Syrië. Ze probeerden iedereen eruit te zetten die niet fundamentele waarden hadden.
IS-K in Afghanistan (augustus 2021) archiefbeeld
Als modernen (wij), voor ons lijkt religie iets wat persoonlijk is. We moeten met religie bezig zijn.
Conflict Israël Palestina: al van 1948, moment dat de staat Israël werd gesticht heeft het al onmiddellijk voor problemen gezorgd.
Islamitische Staat: onthoofding van westerlingen (juli – augustus 2014)
Onthoofding van westerse journalist. Het is barbaars, mensen zijn ongenuanceerd. Er werd onmiddellijk een oordeel gevormd
zonder dat er nagedacht werd over wat er aan de hand is. → hierna: streetart Brussel
Streetarts Brussel 2017, Caravaggio: mensen dachten dat deze streetart in Brussel het promoten van die onthoofding was. Het is
een afbeelding van dat schilderij. Het is een beroemd schilderij van Caravaggio.
De vraag: wat staat er eigenlijk op dat schilderij?
- Cruciaal moment voor de monotheïstische religies; het offer van Isaac door zijn vader Abraham. Bijna offer: God vraagt
aan Abraham om zijn zoon te offeren, God zegt stop ‘ik wil geen offers meer’. Het is een stoppen van offergeweld.
- Dus dit schilderij is het stoppen van geweld, het geldt fundamenteel voor de 3 monotheïstische religies. De nadruk legt
dat christenen, moslims en joden dezelfde achtergrond hebben.
- Dus wnr deze verschijnt op de muur is er geen aanzet tot geweld maar juist het tegenovergestelde.
Reden dat het van belang is om je in te lichten over achtergrondinformatie
4