Neurologische ontwikkelingsstoornissen
= Groep heterogene aandoeningen gekenmerkt door vertraging of verstoring in
het verwerven van vaardigheden in verschillende ontwikkelingsdomeinen,
waaronder motorische, sociale, taal- en cognitiegebieden
Neurologische disorder = aandoeningen met bekende neurologische
oorzaak
Neurologische developmental disorder = aandoeningen waarbij abnormale
neurologische ontwikkeling wordt afgeleid, maar de exacte oorzaak
onbekend of complex is
o Gemeenschappelijke kenmerken
Meestal beschreven in termen van gedrag (gedragsfenotype)
Geen enkele biologische oorzaak
Kunnen meer voorkomen binnen gezinnen
Meer in mannelijke geslacht
Begin in de vroege kinderjaren
o Inclusief:
ADHD, ASS, ID, motorische stoornissen,
communicatiestoornissen, specifieke leerstoornissen, andere
NDD's
Neurologische aandoening ≠ neurologische ontwikkelingsstoornis
Deze cursus
Autisme spectrum stoornis
o Sociale interactie
o Sociale communicatie
o Repetitief gedrag
o Beperkte belangen
Aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit
o Onachtzaamheid
o Impulsiviteit
o Hyperactiviteit
Verstandelijke beperking
o Tekorten in intellectueel functioneren
o Tekorten in adaptief functioneren
Ontwikkelingscoördinatiestoornis
o Problemen met de coördinatie
o Uitvoering motorische taken
o Motorisch leren
Specifieke leerstoornissen
o Moeilijkheden bij schriftelijke expressie
o Geschrift
DSM-5-R en ICD-11 (we gebruiken het framework hiervan)
= Afzonderlijke entiteiten
o Verschillen en overeenkomsten
o Motorische en andere ontwikkelingsdomeinen
1
,Wat is typisch?
Heterogeniteit binnen een specifieke diagnostische categorie
Symptomen van deze stoornissen bestaan langs een continuüm
Hoog percentage co-voorkomen 'co-voorkomen is eerder regel dan
uitzondering'
o 69% van de kinderen met DCD heeft ten minste één andere NDD
o 50% van de kinderen met ADHD heeft ook motorische problemen
o 30% van de kinderen met ASS heeft een gelijktijdig voorkomende ID
o …
De prevalentiecijfers nemen toe
MAAR betere erkenning door clinici, leraren en
verzorgers
MAAR verhoogd bewustzijn
MAAR betere organisatie van diagnostische processen
MAAR diagnostische criteria veranderen
Validiteit van specifieke diagnoses
Study
The validity of psychiatric diagnoses: The case of ‘specific’ developmental
disorders
Groep van 608 kinderen
o TD: n=449
o ASS: n = 30
o ADHD: n = 53
o DCD: n = 22
o SLI (RELD): n = 30 (taalstoornis)
o ID (MR:) n = 24
Standerdized assessment van IQ, taal, motoriek, aandacht, sociale
cognitie, executieve functies
Helft van DCD valt binnen normale ontwikkeling
ID: in alle domeinen lager
Er is over het algemeen een hoge variabiliteit +
hoge variatie bij de typisch ontwikkelende
kinderen
Validiteit van specifieke diagnoses
Significante overlap in klinische presentatie tussen verschillende NDD
Subtiele manifestatie van de kernsymptomen + hoge mate van gelijktijdig
voorkomen
Vervaagt de grenzen tussen diagnostische categorieën
Vb.
2
, o 50-70% van de kinderen met ASS voldoet aan de criteria voor ADHD
o De meeste kinderen met ASS hebben moeite met aandacht en
impulsiviteit
Waarom labels gebruiken?
PRO Tegens
• Genereert hulp • Installeert afhankelijkheid
• Erkenning van echte problemen • Focus op beperkingen en
• Creëert inzichten (en leidt tot tekorten
meer hulp) • Creëert ongelijkheid
• Vermindert stress en • Blokkeert verwachtingen en
'overbelasting' stimuleert verbetering
• Initieert acceptatie • Stigmatisering en vermijding
• Genereert begrip, mededogen • Installeert 'abnormaliteit'
en aanpassing • Intolerantie voor variabiliteit
• Voorkomt afkeuring
Comorbiditeit of co-occurrence
Terminologie
Comorbiditeit: physical medicine + disease
Co-voorkomen: mental health + disorder
Comorbiditeit: wanneer ze totaal verschillend zijn en er
allebei tegelijk per ongeluk zijn
Co-occurrence: gedeelde etiologie (ze hebben iets met
elkaar te maken)
Dit vinden we leuker bij mentale +
ontwikkelingsproblemen, vaak zijn ze met elkaar
verbonden
Comorbiditeit
Onderscheid tussen (angold et al.)
Homotypische comorbiditeit = stoornissen binnen een diagnostische
groepering (ADHD en DCD)
Heterotypische comorbiditeit = stoornissen uit verschillende diagnostische
groepen (ADHD & angst) (ze hebben niets met elkaar te maken)
Geen volledig onderscheid MAAR implicatie voor
behandelingsopties
Onderscheid op basis van temporele aspecten
Concurrent comorbiditeit = tegelijkertijd aanwezig
3
, Successive comorbiditeit = stoornissen niet tegelijkertijd
o Niet altijd een causaal verband
o Secundair nadelig effect (vb. motorische problemen + DCD lager
zelfbeeld + hogere depressiepercentages)
Wanneer het temporele aspect niet is gedefinieerd = levenslange
comorbiditeit
Zal invloed hebben op het behandelplan
Waarom is co-voorkomen bij NDD belangrijk?
Symptomen bestaan langs een continuüm
o Risico op het verwarren van kenmerken van beide aandoeningen
o Ongepaste behandeling
Personen met comorbide NDD zijn meer gehandicapt
o Grotere maatschappelijke en economische kosten
o Behandeling vereist complexere en langere interventies
Het hebben van 1 NDD kan de andere aandoening verergeren
Aanwezigheid van comorbide stoornissen beïnvloedt de uitkomsten
Creëert een aanzienlijke beperking van het gezins- en schoolleven
Neurologische ontwikkelingsstoornissen: theoretisch model in relatie
tot co-occurrence motorische problemen bij NDD
Verklaring van het hoge percentage co-occurrence
Mogelijke oorzaken van hoge percentages gelijktijdig voorkomen bij NDD
Gedeelde genetische factoren
Gedeelde neurobiologische routes
Gedeelde omgevingsinvloeden
Het brein van het kind ≠ miniatuur van het volwassen brein het brein is
voortdurend in ontwikkeling met eindeloze aanpassingen als gevolg van
stimulatie van de omgeving
Theoretisch model
Verschillende stoornissen
Aanwezigheid van de ene aandoening ↑ kans op het ontwikkelen van een
andere
Overlap in klinische presentatie/kenmerken
Model from different perspectives (vanaf hier belangrijkste?)
Vanuit DCD-perspectief
Gelijktijdig voorkomen dat optreedt bij DCD (50% ADHD, 80% ASS, 35-30% SLI)
4
= Groep heterogene aandoeningen gekenmerkt door vertraging of verstoring in
het verwerven van vaardigheden in verschillende ontwikkelingsdomeinen,
waaronder motorische, sociale, taal- en cognitiegebieden
Neurologische disorder = aandoeningen met bekende neurologische
oorzaak
Neurologische developmental disorder = aandoeningen waarbij abnormale
neurologische ontwikkeling wordt afgeleid, maar de exacte oorzaak
onbekend of complex is
o Gemeenschappelijke kenmerken
Meestal beschreven in termen van gedrag (gedragsfenotype)
Geen enkele biologische oorzaak
Kunnen meer voorkomen binnen gezinnen
Meer in mannelijke geslacht
Begin in de vroege kinderjaren
o Inclusief:
ADHD, ASS, ID, motorische stoornissen,
communicatiestoornissen, specifieke leerstoornissen, andere
NDD's
Neurologische aandoening ≠ neurologische ontwikkelingsstoornis
Deze cursus
Autisme spectrum stoornis
o Sociale interactie
o Sociale communicatie
o Repetitief gedrag
o Beperkte belangen
Aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit
o Onachtzaamheid
o Impulsiviteit
o Hyperactiviteit
Verstandelijke beperking
o Tekorten in intellectueel functioneren
o Tekorten in adaptief functioneren
Ontwikkelingscoördinatiestoornis
o Problemen met de coördinatie
o Uitvoering motorische taken
o Motorisch leren
Specifieke leerstoornissen
o Moeilijkheden bij schriftelijke expressie
o Geschrift
DSM-5-R en ICD-11 (we gebruiken het framework hiervan)
= Afzonderlijke entiteiten
o Verschillen en overeenkomsten
o Motorische en andere ontwikkelingsdomeinen
1
,Wat is typisch?
Heterogeniteit binnen een specifieke diagnostische categorie
Symptomen van deze stoornissen bestaan langs een continuüm
Hoog percentage co-voorkomen 'co-voorkomen is eerder regel dan
uitzondering'
o 69% van de kinderen met DCD heeft ten minste één andere NDD
o 50% van de kinderen met ADHD heeft ook motorische problemen
o 30% van de kinderen met ASS heeft een gelijktijdig voorkomende ID
o …
De prevalentiecijfers nemen toe
MAAR betere erkenning door clinici, leraren en
verzorgers
MAAR verhoogd bewustzijn
MAAR betere organisatie van diagnostische processen
MAAR diagnostische criteria veranderen
Validiteit van specifieke diagnoses
Study
The validity of psychiatric diagnoses: The case of ‘specific’ developmental
disorders
Groep van 608 kinderen
o TD: n=449
o ASS: n = 30
o ADHD: n = 53
o DCD: n = 22
o SLI (RELD): n = 30 (taalstoornis)
o ID (MR:) n = 24
Standerdized assessment van IQ, taal, motoriek, aandacht, sociale
cognitie, executieve functies
Helft van DCD valt binnen normale ontwikkeling
ID: in alle domeinen lager
Er is over het algemeen een hoge variabiliteit +
hoge variatie bij de typisch ontwikkelende
kinderen
Validiteit van specifieke diagnoses
Significante overlap in klinische presentatie tussen verschillende NDD
Subtiele manifestatie van de kernsymptomen + hoge mate van gelijktijdig
voorkomen
Vervaagt de grenzen tussen diagnostische categorieën
Vb.
2
, o 50-70% van de kinderen met ASS voldoet aan de criteria voor ADHD
o De meeste kinderen met ASS hebben moeite met aandacht en
impulsiviteit
Waarom labels gebruiken?
PRO Tegens
• Genereert hulp • Installeert afhankelijkheid
• Erkenning van echte problemen • Focus op beperkingen en
• Creëert inzichten (en leidt tot tekorten
meer hulp) • Creëert ongelijkheid
• Vermindert stress en • Blokkeert verwachtingen en
'overbelasting' stimuleert verbetering
• Initieert acceptatie • Stigmatisering en vermijding
• Genereert begrip, mededogen • Installeert 'abnormaliteit'
en aanpassing • Intolerantie voor variabiliteit
• Voorkomt afkeuring
Comorbiditeit of co-occurrence
Terminologie
Comorbiditeit: physical medicine + disease
Co-voorkomen: mental health + disorder
Comorbiditeit: wanneer ze totaal verschillend zijn en er
allebei tegelijk per ongeluk zijn
Co-occurrence: gedeelde etiologie (ze hebben iets met
elkaar te maken)
Dit vinden we leuker bij mentale +
ontwikkelingsproblemen, vaak zijn ze met elkaar
verbonden
Comorbiditeit
Onderscheid tussen (angold et al.)
Homotypische comorbiditeit = stoornissen binnen een diagnostische
groepering (ADHD en DCD)
Heterotypische comorbiditeit = stoornissen uit verschillende diagnostische
groepen (ADHD & angst) (ze hebben niets met elkaar te maken)
Geen volledig onderscheid MAAR implicatie voor
behandelingsopties
Onderscheid op basis van temporele aspecten
Concurrent comorbiditeit = tegelijkertijd aanwezig
3
, Successive comorbiditeit = stoornissen niet tegelijkertijd
o Niet altijd een causaal verband
o Secundair nadelig effect (vb. motorische problemen + DCD lager
zelfbeeld + hogere depressiepercentages)
Wanneer het temporele aspect niet is gedefinieerd = levenslange
comorbiditeit
Zal invloed hebben op het behandelplan
Waarom is co-voorkomen bij NDD belangrijk?
Symptomen bestaan langs een continuüm
o Risico op het verwarren van kenmerken van beide aandoeningen
o Ongepaste behandeling
Personen met comorbide NDD zijn meer gehandicapt
o Grotere maatschappelijke en economische kosten
o Behandeling vereist complexere en langere interventies
Het hebben van 1 NDD kan de andere aandoening verergeren
Aanwezigheid van comorbide stoornissen beïnvloedt de uitkomsten
Creëert een aanzienlijke beperking van het gezins- en schoolleven
Neurologische ontwikkelingsstoornissen: theoretisch model in relatie
tot co-occurrence motorische problemen bij NDD
Verklaring van het hoge percentage co-occurrence
Mogelijke oorzaken van hoge percentages gelijktijdig voorkomen bij NDD
Gedeelde genetische factoren
Gedeelde neurobiologische routes
Gedeelde omgevingsinvloeden
Het brein van het kind ≠ miniatuur van het volwassen brein het brein is
voortdurend in ontwikkeling met eindeloze aanpassingen als gevolg van
stimulatie van de omgeving
Theoretisch model
Verschillende stoornissen
Aanwezigheid van de ene aandoening ↑ kans op het ontwikkelen van een
andere
Overlap in klinische presentatie/kenmerken
Model from different perspectives (vanaf hier belangrijkste?)
Vanuit DCD-perspectief
Gelijktijdig voorkomen dat optreedt bij DCD (50% ADHD, 80% ASS, 35-30% SLI)
4