Deel III- De federale staat en de horizontale
bevoegdheidsverdeling
FEDERALE STAAT
1) Streven naar autonomie
Nederlandstalig (cultureel) & Franstalig (economisch)
2) Vrees voor minorisering
De Nederlandstaligen zijn met meer, dus kunnen maatregelen
invoeren zonder akkoord van de fransen
beschermingsmechanismen voor minderheden.
BESCHERMINGSMECHANISMEN
1. De bijzondere meerderheidswetten: gesteund op indeling in
taalgroepen
2. Pariteit (voor UM)
3. De senaat (voor WM): als wordt afgeschaft valt de waarborg voor
minderheden niet weg, want we hebben de bijzondere
meerderheidswetten nog.
4. Ideologische alarmbel (deelstaten): Ideologisch onevenwicht:
Op federaal niveau vreesden vrijzinnigen de katholieke meerderheid.
In de Franse Gemeenschap vreesden katholieken de vrijzinnige
meerderheid. Daarom bestaat de alarmbelprocedure: een
minderheid kan ingrijpen als een maatregel haar belangen schaadt.
De zaak wordt dan naar federaal niveau gebracht.
Deze procedure wordt zelden gebruikt en men wil ze afschaffen.
BASISKENMERKEN FEDERALE STAAT
- Centrifugaal
- Tweeledig federalisme (2 taalgroepen) evolutie naar asymmetrisch
(vierledig) model
= 4 taalgebieden: Nederlands, frans, Duits, tweetalig gebied Brussel-
hoofdstad
HISTORISCHE EVOLUTIE TAALGEBIEDEN
831: Taalvrijheid opgenomen in de GW als reactie op het beleid van Willem
I, waar Fransen zich benadeeld voelden. Gelijkheidswet (1898): Nederlands
= Frans; wetten moeten ook in Nederlands verschijnen. Taalwetten:
regelen het taalgebruik in bestuur, onderwijs en rechtspraak. Deze leiden
tot een taalgrens, die eerst beweeglijk was en gebaseerd op taaltellingen.
Door de groei en invloed van Brussel verschoof de grens, vooral richting
randgemeenten.1968: de taalgrens wordt definitief vastgelegd en wordt
onveranderlijk.
, TERRIROTIALITEITSBEGINSEL: in eentalige taalgebieden gebruiken
alle overheden verplicht de taal van het gebied. In
faciliteitengemeenten is dit versoepeld: intern, de taal van het
taalgebied gebruiken, maar mogen extern de taal van de beschermde
minderheid gebruiken.
Het beginsel is een waarborg voor de voorrang van de taal van het
eentalige taalgebied, de grondslag voor de verkiezingen van de
deelparlementen en de basis voor de afbakening van de territoriale
bevoegdheden van gemeenschappen en gewesten
Het GwH heeft dit beginsel aanvaard en bevestigd.
Faciliteitengemeenten
-Randgemeenten (6), Taalgrensgemeenten (6N + 4F), Gem. Duits
taalgebied (9), Gemeenten uit Malmédyse (2)
3 Gemeenschappen 3 Gewesten
Vlaamse (Ned & Brussel), Franse (FR & Vlaamse (NL), Waals (FR
Brussel) & Duitstalige & DUI) & Brussels
In Brussel zijn Franse & Vlaamse (Brussel-hoofdstad)
gemeenschap bevoegd
GESCHIEDENIS
- 1ste staatshervorming (1970): oprichting cultuurgemeen. (enkel
bevoegd voor cultuur). Taalgebieden werden grondwettelijk
vastgelegd.
- 2de staatshervorming (1980): Vlaams en Waals Gewest opgericht.
Cultuurgem. worden gemeenschappen en krijgen persoonsgebonden
bevoegdheden.
Geen Brussels Gewest, door Vlaamse vrees voor een volwaardig Br.
gewest en federale minderheidspositie. Wetskrachtige normen zijn
de ‘decreten’. + oprichting arbitragehof
- 3de staatshervorming (1988): Onderwijs wordt bevoegdheid van
de gemeenschappen. Oprichting van het Brussels Hoofdstedelijk
Gewest.
Het bestaan van een apart Brussels Gewest zorgt voor institutionele
asymmetrie.
ASSYMETRIE IN DE STAATSSTRUCTUUR
- Vlaamse zijde: Men koos ervoor dat de Vlaamse Gemeenschap ook
de bevoegdheden van het Vlaams gewest uitoefent, zodat er 1
Vlaams parlement/regering is. Art 137 GW
bevoegdheidsverdeling
FEDERALE STAAT
1) Streven naar autonomie
Nederlandstalig (cultureel) & Franstalig (economisch)
2) Vrees voor minorisering
De Nederlandstaligen zijn met meer, dus kunnen maatregelen
invoeren zonder akkoord van de fransen
beschermingsmechanismen voor minderheden.
BESCHERMINGSMECHANISMEN
1. De bijzondere meerderheidswetten: gesteund op indeling in
taalgroepen
2. Pariteit (voor UM)
3. De senaat (voor WM): als wordt afgeschaft valt de waarborg voor
minderheden niet weg, want we hebben de bijzondere
meerderheidswetten nog.
4. Ideologische alarmbel (deelstaten): Ideologisch onevenwicht:
Op federaal niveau vreesden vrijzinnigen de katholieke meerderheid.
In de Franse Gemeenschap vreesden katholieken de vrijzinnige
meerderheid. Daarom bestaat de alarmbelprocedure: een
minderheid kan ingrijpen als een maatregel haar belangen schaadt.
De zaak wordt dan naar federaal niveau gebracht.
Deze procedure wordt zelden gebruikt en men wil ze afschaffen.
BASISKENMERKEN FEDERALE STAAT
- Centrifugaal
- Tweeledig federalisme (2 taalgroepen) evolutie naar asymmetrisch
(vierledig) model
= 4 taalgebieden: Nederlands, frans, Duits, tweetalig gebied Brussel-
hoofdstad
HISTORISCHE EVOLUTIE TAALGEBIEDEN
831: Taalvrijheid opgenomen in de GW als reactie op het beleid van Willem
I, waar Fransen zich benadeeld voelden. Gelijkheidswet (1898): Nederlands
= Frans; wetten moeten ook in Nederlands verschijnen. Taalwetten:
regelen het taalgebruik in bestuur, onderwijs en rechtspraak. Deze leiden
tot een taalgrens, die eerst beweeglijk was en gebaseerd op taaltellingen.
Door de groei en invloed van Brussel verschoof de grens, vooral richting
randgemeenten.1968: de taalgrens wordt definitief vastgelegd en wordt
onveranderlijk.
, TERRIROTIALITEITSBEGINSEL: in eentalige taalgebieden gebruiken
alle overheden verplicht de taal van het gebied. In
faciliteitengemeenten is dit versoepeld: intern, de taal van het
taalgebied gebruiken, maar mogen extern de taal van de beschermde
minderheid gebruiken.
Het beginsel is een waarborg voor de voorrang van de taal van het
eentalige taalgebied, de grondslag voor de verkiezingen van de
deelparlementen en de basis voor de afbakening van de territoriale
bevoegdheden van gemeenschappen en gewesten
Het GwH heeft dit beginsel aanvaard en bevestigd.
Faciliteitengemeenten
-Randgemeenten (6), Taalgrensgemeenten (6N + 4F), Gem. Duits
taalgebied (9), Gemeenten uit Malmédyse (2)
3 Gemeenschappen 3 Gewesten
Vlaamse (Ned & Brussel), Franse (FR & Vlaamse (NL), Waals (FR
Brussel) & Duitstalige & DUI) & Brussels
In Brussel zijn Franse & Vlaamse (Brussel-hoofdstad)
gemeenschap bevoegd
GESCHIEDENIS
- 1ste staatshervorming (1970): oprichting cultuurgemeen. (enkel
bevoegd voor cultuur). Taalgebieden werden grondwettelijk
vastgelegd.
- 2de staatshervorming (1980): Vlaams en Waals Gewest opgericht.
Cultuurgem. worden gemeenschappen en krijgen persoonsgebonden
bevoegdheden.
Geen Brussels Gewest, door Vlaamse vrees voor een volwaardig Br.
gewest en federale minderheidspositie. Wetskrachtige normen zijn
de ‘decreten’. + oprichting arbitragehof
- 3de staatshervorming (1988): Onderwijs wordt bevoegdheid van
de gemeenschappen. Oprichting van het Brussels Hoofdstedelijk
Gewest.
Het bestaan van een apart Brussels Gewest zorgt voor institutionele
asymmetrie.
ASSYMETRIE IN DE STAATSSTRUCTUUR
- Vlaamse zijde: Men koos ervoor dat de Vlaamse Gemeenschap ook
de bevoegdheden van het Vlaams gewest uitoefent, zodat er 1
Vlaams parlement/regering is. Art 137 GW