VRAAG 1
Tijdens de Covid-19-crisis heeft België er nooit voor geopteerd om de
vaccinatie wettelijk verplicht te maken. Tijdens het hoogtepunt van de
crisis deed het voorstel wel even de ronde om een dergelijke verplichting
in te voeren voor al het zorgpersoneel. Het idee was dat deze personen
meer kans hadden om in contact te komen met het virus, en bovendien
veel in contact kwamen met personen met een kwetsbare gezondheid. Het
was daarom van groot belang dat het zorgpersoneel zich vaccineerde om
zo de kans te verminderen dat zij het virus zouden doorgeven. Het
wetsvoorstel is uiteindelijk nooit ter stemming voorgelegd in de Kamer van
Volksvertegenwoordigers.
Stel dat dit wetsvoorstel toch ter stemming zou zijn voorgelegd en
effectief zou zijn aangenomen. De wet werd op 5 juli 2021 bekendgemaakt
in het Belgisch Staatsblad. Stel dat de wet zo was opgesteld dat na de
inwerkingtreding ervan al het zorgpersoneel twee weken de tijd had om
hun vaccinatie te laten zetten. Binnen die twee weken moesten ze het
bewijs van vaccinatie aan hun leidinggevende voorleggen. Bij gebrek aan
dergelijk bewijs, stelde de wet dat het lid van het zorgpersoneel
automatisch op non-actief zou worden gezet, zij het met behoud van 70%
van het netto-loon. Het lid zou pas terug aan de slag mogen als de
pandemie zou zijn gaan liggen.
Stel dat u op dat moment een verpleger/verpleegster bent in een
ziekenhuis in Gent. U bent persoonlijk nogal sceptisch ten opzichte van die
hele vaccinatie-hetze en wilt dan ook zeker niet verplicht worden
gevaccineerd. U vindt het dan ook erg oneerlijk dat u uw job, die u met
veel liefde doet, niet meer zou mogen uitoefenen als u zich niet laat
vaccineren. U vindt trouwens dat deze verplichting ingaat tegen het recht
op persoonlijke levenssfeer en de autonomie van uw lichaam, zoals
beschermd in artikel 22 van de Belgische Grondwet en artikel 8 van het
EVRM. (U mag ervan uitgaan dat deze casus daadwerkelijk binnen de
reikwijdte van dit grondrecht valt.)
, Volgnummer:
1.1 Bij welk rechtscollege kan u deze wet aanvechten en via
welke procedure? Aan welke ontvankelijkheidsvoorwaarden
moet u voldoen opdat dit rechtscollege uw beroep ontvankelijk
verklaart? Pas deze ontvankelijkheidsvoorwaarden zoveel als
mogelijk toe op de casus en vermeld steeds de relevante
wetsartikelen.
Aangezien het gaat om een formele wet die werd aangenomen door de federale
wetgever, kan deze niet worden aangevochten via artikel 159 Gw. De bevoegde
instantie is het Grondwettelijk Hof.
De wet kan worden aangevochten via een beroep tot vernietiging, zoals
voorzien in artikel 1 van de bijzondere wet op het Grondwettelijk Hof
(BWGH).
Ontvankelijkheidsvoorwaarden: Opdat het Grondwettelijk Hof het beroep ontvankelijk zou verklaren,
moeten vier voorwaarden vervuld zijn.
1. Juiste toetsingsvoorwerp
Het Grondwettelijk Hof is bevoegd om wetten, decreten en ordonnanties te toetsen. In casu gaat het
om een formele wet, zodat het juiste toetsingsvoorwerp wordt aangevoerd (art. 1 BWGH).
2. Juiste toetsingsmaatstaf
Het beroep moet gebaseerd zijn op bepalingen waaraan het Grondwettelijk Hof mag toetsen. Het
Hof kan wetten toetsen aan titel II van de Grondwet, waaronder artikel 22 Gw. (recht op
eerbiediging van het privéleven).
Het Hof kan niet rechtstreeks toetsen aan artikel 8 EVRM, maar leest artikel 22 Gw. in het licht van
artikel 8 EVRM. De aangevoerde toetsingsmaatstaf is dus correct.
3. Belang
De verzoeker moet een rechtstreeks en persoonlijk belang aantonen. In deze casus wordt de
verpleegkundige rechtstreeks en negatief geraakt door de wet, aangezien hij of zij bij weigering van
vaccinatie op non-actief wordt geplaatst en zijn of haar beroepsactiviteit niet langer mag uitoefenen.
Het vereiste belang is dus aanwezig.
4. Termijn
Het beroep tot vernietiging moet worden ingesteld binnen zes maanden na de bekendmaking van
de wet in het Belgisch Staatsblad (art. 3 BWGH). Aangezien de wet werd bekendgemaakt op 5 juli
2021, moet het beroep uiterlijk binnen deze termijn worden ingesteld.
= Het beroep tot vernietiging bij het Grondwettelijk Hof is ontvankelijk, op voorwaarde dat het
binnen de wettelijke termijn van zes maanden wordt ingesteld. In de casus is voldaan aan alle
ontvankelijkheidsvoorwaarden: het juiste toetsingsvoorwerp, de juiste toetsingsmaatstaf, een
rechtstreeks en persoonlijk belang en de naleving van de termijn.
2
, Volgnummer:
1.2 Welke vordering kan u verder instellen om de voor u
schadelijke gevolgen van deze nieuwe wet te vermijden in
afwachting van een eindarrest? Verwijs naar het relevante
wetsartikel.
Om de voor hem/haar schadelijke gevolgen van de wet tijdelijk te vermijden in afwachting van een
eindarrest, kan de verpleegkundige een vordering tot schorsing instellen bij het Grondwettelijk Hof.
Deze mogelijkheid is voorzien in artikel 19 BWGH. Met een schorsingsberoep wordt gevraagd om de
toepassing van de wet tijdelijk op te schorten, zonder dat de wet definitief wordt vernietigd. Het
doel is dus de schadelijke gevolgen te pauzeren tot het Grondwettelijk Hof uitspraak doet over het
vernietigingsberoep.
De schorsingsberoepg moet worden ingesteld binnen drie maanden na de bekendmaking van de
wet in het Belgisch Staatsblad. Het Grondwettelijk Hof behandelt dergelijke vorderingen versneld,
net om onherstelbare of ernstige nadelige gevolgen te voorkomen.
1.3 Zal het rechtscollege volgens u een schending vaststellen van
het ingeroepen grondrecht? Pas de beperkingsvoorwaarden van
artikel 22 Gw. tezamen met die van artikel 8 EVRM toe op de
casus.
= Om te beoordelen of er sprake is van een schending van het ingeroepen grondrecht, moet het
rechtscollege artikel 22 van de Grondwet samen lezen met artikel 8 EVRM. In de Belgische
rechtsorde gebeurt dit via een synthetische benadering, waarbij beide bepalingen gezamenlijk
worden geïnterpreteerd en het beginsel van de hoogste rechtsbescherming wordt toegepast.
1. Bestaat er een inmenging in het grondrecht?
Artikel 22 Gw. waarborgt het recht op eerbiediging van het privéleven. De opgelegde
vaccinatieverplichting voor zorgpersoneel, gekoppeld aan het verlies van de mogelijkheid om de job
uit te oefenen bij niet-naleving, vormt onmiskenbaar een inmenging in het privéleven en de
lichamelijke autonomie van de betrokkene. Er is dus sprake van een beperking van het grondrecht.
2. Is de inmenging bij wet voorzien? (Legaliteitsvereiste)
De inmenging is gebaseerd op een formele wet, bekendgemaakt op 5 juli 2021 in het Belgisch
Staatsblad. Daarmee is voldaan aan het formele legaliteitsvereiste van artikel 22 Gw.
3
, Volgnummer:
Daarnaast moet ook worden voldaan aan de kwaliteitsvereisten van de wet, zoals ontwikkeld onder
artikel 8 EVRM. De wet is:
toegankelijk, aangezien zij werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad;
voorzienbaar, omdat zij duidelijk bepaalt wie wordt gevaccineerd, binnen welke termijn en
welke gevolgen verbonden zijn aan niet-naleving.
3. Dient de inmenging een legitiem doel?
Volgens artikel 8, §2 EVRM moet de inmenging een legitiem doel nastreven. In deze casus beoogt de
maatregel de bescherming van de volksgezondheid, wat expliciet wordt erkend als een legitiem
doel. Hierover bestaat weinig twijfel, zeker gezien de context van een ernstige pandemie.
4. Is de inmenging noodzakelijk in een democratische samenleving?
Vervolgens moet worden nagegaan of de maatregel geschikt en noodzakelijk is om het nagestreefde
doel te bereiken. Een vaccinatieverplichting voor zorgpersoneel is geschikt om de verspreiding van
het virus te beperken en kwetsbare patiënten te beschermen.
Wat de noodzakelijkheid betreft, moet worden onderzocht of er minder ingrijpende maatregelen
beschikbaar zijn die hetzelfde resultaat zouden opleveren. Gezien de aard van de gezondheidscrisis
en de cruciale rol van zorgpersoneel, kan worden geargumenteerd dat er geen even doeltreffend,
minder verregaand alternatief voorhanden was.
5. Is de maatregel evenredig?
Tot slot moet de evenredigheid worden beoordeeld: weegt het algemeen belang op tegen de
individuele nadelen? Enerzijds wordt het individu verplicht tot vaccinatie of geconfronteerd met een
inkomensverlies. Anderzijds wordt rekening gehouden met het individuele belang doordat:
- geen ontslag volgt, maar non-activiteit;
- 70% van het loon behouden blijft;
- de maatregel tijdelijk is en gekoppeld aan de pandemische situatie.
Men kan daarom verdedigen dat de wetgever een redelijk evenwicht heeft gezocht tussen het
algemeen belang van de volksgezondheid en de rechten van het individu. Een andere conclusie is
denkbaar, maar zolang de redenering consistent en onderbouwd is, is ze juridisch verdedigbaar.
Conclusie
Het rechtscollege zou waarschijnlijk geen schending vaststellen van artikel 22 Gw., gelezen in
samenhang met artikel 8 EVRM, aangezien de inmenging bij wet is voorzien, een legitiem doel
nastreeft en in de gegeven context als noodzakelijk en evenredig kan worden beschouwd.
Examentip (zeer belangrijk):
Altijd eerst het toepasselijke grondrecht identificeren, vervolgens de
beperking vaststellen, en daarna systematisch de
beperkingsvoorwaarden (legaliteit – legitiem doel –
noodzakelijkheid – evenredigheid) toepassen.
4
Tijdens de Covid-19-crisis heeft België er nooit voor geopteerd om de
vaccinatie wettelijk verplicht te maken. Tijdens het hoogtepunt van de
crisis deed het voorstel wel even de ronde om een dergelijke verplichting
in te voeren voor al het zorgpersoneel. Het idee was dat deze personen
meer kans hadden om in contact te komen met het virus, en bovendien
veel in contact kwamen met personen met een kwetsbare gezondheid. Het
was daarom van groot belang dat het zorgpersoneel zich vaccineerde om
zo de kans te verminderen dat zij het virus zouden doorgeven. Het
wetsvoorstel is uiteindelijk nooit ter stemming voorgelegd in de Kamer van
Volksvertegenwoordigers.
Stel dat dit wetsvoorstel toch ter stemming zou zijn voorgelegd en
effectief zou zijn aangenomen. De wet werd op 5 juli 2021 bekendgemaakt
in het Belgisch Staatsblad. Stel dat de wet zo was opgesteld dat na de
inwerkingtreding ervan al het zorgpersoneel twee weken de tijd had om
hun vaccinatie te laten zetten. Binnen die twee weken moesten ze het
bewijs van vaccinatie aan hun leidinggevende voorleggen. Bij gebrek aan
dergelijk bewijs, stelde de wet dat het lid van het zorgpersoneel
automatisch op non-actief zou worden gezet, zij het met behoud van 70%
van het netto-loon. Het lid zou pas terug aan de slag mogen als de
pandemie zou zijn gaan liggen.
Stel dat u op dat moment een verpleger/verpleegster bent in een
ziekenhuis in Gent. U bent persoonlijk nogal sceptisch ten opzichte van die
hele vaccinatie-hetze en wilt dan ook zeker niet verplicht worden
gevaccineerd. U vindt het dan ook erg oneerlijk dat u uw job, die u met
veel liefde doet, niet meer zou mogen uitoefenen als u zich niet laat
vaccineren. U vindt trouwens dat deze verplichting ingaat tegen het recht
op persoonlijke levenssfeer en de autonomie van uw lichaam, zoals
beschermd in artikel 22 van de Belgische Grondwet en artikel 8 van het
EVRM. (U mag ervan uitgaan dat deze casus daadwerkelijk binnen de
reikwijdte van dit grondrecht valt.)
, Volgnummer:
1.1 Bij welk rechtscollege kan u deze wet aanvechten en via
welke procedure? Aan welke ontvankelijkheidsvoorwaarden
moet u voldoen opdat dit rechtscollege uw beroep ontvankelijk
verklaart? Pas deze ontvankelijkheidsvoorwaarden zoveel als
mogelijk toe op de casus en vermeld steeds de relevante
wetsartikelen.
Aangezien het gaat om een formele wet die werd aangenomen door de federale
wetgever, kan deze niet worden aangevochten via artikel 159 Gw. De bevoegde
instantie is het Grondwettelijk Hof.
De wet kan worden aangevochten via een beroep tot vernietiging, zoals
voorzien in artikel 1 van de bijzondere wet op het Grondwettelijk Hof
(BWGH).
Ontvankelijkheidsvoorwaarden: Opdat het Grondwettelijk Hof het beroep ontvankelijk zou verklaren,
moeten vier voorwaarden vervuld zijn.
1. Juiste toetsingsvoorwerp
Het Grondwettelijk Hof is bevoegd om wetten, decreten en ordonnanties te toetsen. In casu gaat het
om een formele wet, zodat het juiste toetsingsvoorwerp wordt aangevoerd (art. 1 BWGH).
2. Juiste toetsingsmaatstaf
Het beroep moet gebaseerd zijn op bepalingen waaraan het Grondwettelijk Hof mag toetsen. Het
Hof kan wetten toetsen aan titel II van de Grondwet, waaronder artikel 22 Gw. (recht op
eerbiediging van het privéleven).
Het Hof kan niet rechtstreeks toetsen aan artikel 8 EVRM, maar leest artikel 22 Gw. in het licht van
artikel 8 EVRM. De aangevoerde toetsingsmaatstaf is dus correct.
3. Belang
De verzoeker moet een rechtstreeks en persoonlijk belang aantonen. In deze casus wordt de
verpleegkundige rechtstreeks en negatief geraakt door de wet, aangezien hij of zij bij weigering van
vaccinatie op non-actief wordt geplaatst en zijn of haar beroepsactiviteit niet langer mag uitoefenen.
Het vereiste belang is dus aanwezig.
4. Termijn
Het beroep tot vernietiging moet worden ingesteld binnen zes maanden na de bekendmaking van
de wet in het Belgisch Staatsblad (art. 3 BWGH). Aangezien de wet werd bekendgemaakt op 5 juli
2021, moet het beroep uiterlijk binnen deze termijn worden ingesteld.
= Het beroep tot vernietiging bij het Grondwettelijk Hof is ontvankelijk, op voorwaarde dat het
binnen de wettelijke termijn van zes maanden wordt ingesteld. In de casus is voldaan aan alle
ontvankelijkheidsvoorwaarden: het juiste toetsingsvoorwerp, de juiste toetsingsmaatstaf, een
rechtstreeks en persoonlijk belang en de naleving van de termijn.
2
, Volgnummer:
1.2 Welke vordering kan u verder instellen om de voor u
schadelijke gevolgen van deze nieuwe wet te vermijden in
afwachting van een eindarrest? Verwijs naar het relevante
wetsartikel.
Om de voor hem/haar schadelijke gevolgen van de wet tijdelijk te vermijden in afwachting van een
eindarrest, kan de verpleegkundige een vordering tot schorsing instellen bij het Grondwettelijk Hof.
Deze mogelijkheid is voorzien in artikel 19 BWGH. Met een schorsingsberoep wordt gevraagd om de
toepassing van de wet tijdelijk op te schorten, zonder dat de wet definitief wordt vernietigd. Het
doel is dus de schadelijke gevolgen te pauzeren tot het Grondwettelijk Hof uitspraak doet over het
vernietigingsberoep.
De schorsingsberoepg moet worden ingesteld binnen drie maanden na de bekendmaking van de
wet in het Belgisch Staatsblad. Het Grondwettelijk Hof behandelt dergelijke vorderingen versneld,
net om onherstelbare of ernstige nadelige gevolgen te voorkomen.
1.3 Zal het rechtscollege volgens u een schending vaststellen van
het ingeroepen grondrecht? Pas de beperkingsvoorwaarden van
artikel 22 Gw. tezamen met die van artikel 8 EVRM toe op de
casus.
= Om te beoordelen of er sprake is van een schending van het ingeroepen grondrecht, moet het
rechtscollege artikel 22 van de Grondwet samen lezen met artikel 8 EVRM. In de Belgische
rechtsorde gebeurt dit via een synthetische benadering, waarbij beide bepalingen gezamenlijk
worden geïnterpreteerd en het beginsel van de hoogste rechtsbescherming wordt toegepast.
1. Bestaat er een inmenging in het grondrecht?
Artikel 22 Gw. waarborgt het recht op eerbiediging van het privéleven. De opgelegde
vaccinatieverplichting voor zorgpersoneel, gekoppeld aan het verlies van de mogelijkheid om de job
uit te oefenen bij niet-naleving, vormt onmiskenbaar een inmenging in het privéleven en de
lichamelijke autonomie van de betrokkene. Er is dus sprake van een beperking van het grondrecht.
2. Is de inmenging bij wet voorzien? (Legaliteitsvereiste)
De inmenging is gebaseerd op een formele wet, bekendgemaakt op 5 juli 2021 in het Belgisch
Staatsblad. Daarmee is voldaan aan het formele legaliteitsvereiste van artikel 22 Gw.
3
, Volgnummer:
Daarnaast moet ook worden voldaan aan de kwaliteitsvereisten van de wet, zoals ontwikkeld onder
artikel 8 EVRM. De wet is:
toegankelijk, aangezien zij werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad;
voorzienbaar, omdat zij duidelijk bepaalt wie wordt gevaccineerd, binnen welke termijn en
welke gevolgen verbonden zijn aan niet-naleving.
3. Dient de inmenging een legitiem doel?
Volgens artikel 8, §2 EVRM moet de inmenging een legitiem doel nastreven. In deze casus beoogt de
maatregel de bescherming van de volksgezondheid, wat expliciet wordt erkend als een legitiem
doel. Hierover bestaat weinig twijfel, zeker gezien de context van een ernstige pandemie.
4. Is de inmenging noodzakelijk in een democratische samenleving?
Vervolgens moet worden nagegaan of de maatregel geschikt en noodzakelijk is om het nagestreefde
doel te bereiken. Een vaccinatieverplichting voor zorgpersoneel is geschikt om de verspreiding van
het virus te beperken en kwetsbare patiënten te beschermen.
Wat de noodzakelijkheid betreft, moet worden onderzocht of er minder ingrijpende maatregelen
beschikbaar zijn die hetzelfde resultaat zouden opleveren. Gezien de aard van de gezondheidscrisis
en de cruciale rol van zorgpersoneel, kan worden geargumenteerd dat er geen even doeltreffend,
minder verregaand alternatief voorhanden was.
5. Is de maatregel evenredig?
Tot slot moet de evenredigheid worden beoordeeld: weegt het algemeen belang op tegen de
individuele nadelen? Enerzijds wordt het individu verplicht tot vaccinatie of geconfronteerd met een
inkomensverlies. Anderzijds wordt rekening gehouden met het individuele belang doordat:
- geen ontslag volgt, maar non-activiteit;
- 70% van het loon behouden blijft;
- de maatregel tijdelijk is en gekoppeld aan de pandemische situatie.
Men kan daarom verdedigen dat de wetgever een redelijk evenwicht heeft gezocht tussen het
algemeen belang van de volksgezondheid en de rechten van het individu. Een andere conclusie is
denkbaar, maar zolang de redenering consistent en onderbouwd is, is ze juridisch verdedigbaar.
Conclusie
Het rechtscollege zou waarschijnlijk geen schending vaststellen van artikel 22 Gw., gelezen in
samenhang met artikel 8 EVRM, aangezien de inmenging bij wet is voorzien, een legitiem doel
nastreeft en in de gegeven context als noodzakelijk en evenredig kan worden beschouwd.
Examentip (zeer belangrijk):
Altijd eerst het toepasselijke grondrecht identificeren, vervolgens de
beperking vaststellen, en daarna systematisch de
beperkingsvoorwaarden (legaliteit – legitiem doel –
noodzakelijkheid – evenredigheid) toepassen.
4