(PowerPoint, lesnotities, cursus)
“Recht is een rationeel opgebouwd geheel van precies afgelijnde begrippen en normen waaraan van
overheidswege opgelegde, minstens van overheidswege erkende, sancties kleven, die langs
(evenzeer genormeerde) instellingen kunnen worden afgedwongen en waarvan de bedoeling is de
orde in de samenleving te organiseren, te handhaven of te herstellen.”
D1: Krachtlijnen
D2: De democratische rechtsstaat
D3: De bevoegdheidsverdeling
D4: de inwoners en hun grondrechten
D5: De rechtsbescherming
1
, D1: De krachtlijnen
Inleiding
“Het recht” is verschrikkelijk breed…
- Een middel om de samenleving te ordenen en vorm te geven. Zonder orde en
omgangsvormen ontstaat er chaos
- Een systematisch en logisch opgebouwd geheel van overkoepelende principes en
specifieke regels, die een onderlinge samenhang vertonen én elkaar niet tegenspreken.
(Systeem dat beroep doet op eigen begrippenkader)
Iedereen moet dezelfde taal spreken om ervoor te zorgen dat het recht een coherent
geheel is.
1) Recht moet rechtszekerheid creëren
2) Recht moet rechtvaardig zijn: Het recht wordt aangepast aan de persoon zelf. Zo
bepaalt het fiscaal recht bijvoorbeeld de regels rond belastingen. Een volledig
rechtszekere regel zou zijn dat iedereen in België 60% belastingen moet betalen.
Dat is duidelijk en consequent, maar niet noodzakelijk rechtvaardig, omdat de
inkomens van mensen sterk verschillen.
Het recht moet daarom steeds een evenwicht zoeken tussen rechtszekerheid en
rechtvaardigheid.
- Recht kan worden afgedwongen door de staat.
Als iemand bijvoorbeeld geen belastingen betaalt, kan de overheid sancties
opleggen, zoals boetes.
Morele regels daarentegen, zoals het verbod op overspel, zijn niet afdwingbaar:
wie ze overtreedt, begaat geen strafbaar feit. Hetzelfde geldt voor godsdienstige
regels of afspraken binnen een familie — ze behoren niet tot het recht en kunnen
dus niet door de staat worden afgedwongen.
- Recht staat in continue interactie met maatschappij: beïnvloeden elkaar continu.
Een voorbeeld hiervan is klimaatverandering: er wordt veel wetgeving
ontwikkeld om de opwarming van de aarde te beperken. Op die manier oefent
het recht invloed uit op de samenleving. Tegelijk kan maatschappelijke reactie,
zoals het protest van boeren tegen het stikstofdecreet, ertoe leiden dat
dergelijke wetgeving wordt aangepast of zelfs ingetrokken.
̶ Recht is een rationeel opgebouwd geheel van door de overheid
uitgevaardigde en via sancties afdwingbare normen die dienen tot
organisatie, handhaving of herstel van de orde in de samenleving
(werkdefinitie)
Summa divisio: de hoogste indeling/onderscheid binnen het recht. In principe kan elke rechtstak
worden ondergebracht onder het publiekrecht of het privaatrecht.
Het onderscheid is echter niet altijd even duidelijk. Sommige rechtstakken bevinden zich tussen
beide domeinen,
zoals het sociaal recht: het legt vast dat werknemers in goede omstandigheden moeten
kunnen werken — dat lijkt op privaatrecht (tussen werkgever en werknemer), maar de
overheid speelt ook een beschermende rol, wat het deels publiekrechtelijk maakt.
2
, Ook gerechterlijk recht is zo een twijfelgeval: regelt de manier waarop burgers die een
geschil hebben met elkaar dat an de rechter voor beslechting kunnen voorleggen; dat lijkt op
privaatrecht maar om dit mogelijk te maken moet de overheid rechtbanken rechtbanken
oprichten bv.
Het staatsrecht daarentegen behoort duidelijk tot het publiekrecht, omdat het rechtstreeks
betrekking heeft op de organisatie en werking van de overheid.
Privaatrecht Publiekrecht
Regelt de verhoudingen tussen particuliere Regelt de verhoudingen tussen de overheid en
(rechts)personen onderling, zoals burgers, burgers, én tussen overheden onderling.
verenigingen of bedrijven. Hierbij is de overheid altijd betrokken als partij
- Particulieren = private personen, of als gezagsdrager.
natuurlijke personen, jij en ik, Het kan dus gaan over
gewone mens - Overheid - overheid
- Horizontale relaties: Maar meestal de verticale relatie:
Burger-burger - Overheid – burger
Bijvoorbeeld: Familierecht, goederenrecht, Bijvoorbeeld: staatsrecht, bestuursrecht,
verbintenissenrecht belastingenrecht,
Mensenrechtenrecht, strafrecht,
omgevingsrecht, sociaal recht, recht
Lokale besturen.
Staatsrecht is het recht dat betrekking heeft op de rol en structuur van de organen van de staat, de
instelling en functionering ervan, hun bevoegdheden, hun verhouding tot elkaar en die tot de
burgers.
Het staatsrecht behandelt de organisatie van de Belgische staat en haar instituties, hoe deze
zich tot elkaar verhouden, hoe ze samenwerken, en hoe ze zich tot de burger verhouden.
Het staatsrecht, ook wel het constitutioneel recht of grondwettelijk recht genoemd, zijn
synoniemen en verwijzen dus naar hetzelfde rechtsdomein.
De Belgische staat
Dit vak is opgebouwd rond 4 grote thema’s; deze kunnen we samenvatten in één kernzin =
België is een (grondwettelijke) meergelaagde, democratische rechtsstaat in Europa.
– België is een land/staat met een complexe staatsstructuur. Het bestaat uit verschillende
bestuurslagen die samen een meergelaagde democratie vormen. Die lagen omvatten het
federale niveau, de deelstaten, de provincies en gemeenten, en bovendien ook het
Europese niveau. Daardoor is het geheel behoorlijk ingewikkeld georganiseerd.
– België is een democratie, wat betekent dat de macht uitgaat van het volk. Het woord
‘democratie’ komt immers van demos (volk) en kratos (macht). Burgers oefenen die
macht uit via verkiezingen.
– Daarnaast is België een rechtsstaat, wat inhoudt dat niet alleen burgers, maar ook de
overheid zelf gebonden is aan rechtsregels. Iedereen wordt dus aan dezelfde wet
onderworpen.
– België is ook grondwettelijk georganiseerd. Sommige landen functioneren als
democratische rechtsstaat zonder geschreven grondwet, zoals het Verenigd Koninkrijk en
Israël. België heeft wél een uitgebreide, formeel neergeschreven grondwet. Hoewel die
belangrijk is, wordt ze soms als wat achterhaald beschouwd omdat ze zeer moeilijk te
wijzigen is.
3
,Juridisch heeft het woord “staat” meerdere betekenissen: In het privaatrecht spreken we over de
staat van de persoon m.a.w. de positie die een mens in de samenleving juridisch inneemt; zoals bv.
minderjarig of gehuwd. De nationaliteit van een persoon heeft bijgevolg ook wel gevolgen voor het
publiekrecht. Juridisch is de staat een publiekrechtelijke basisentiteit. Dat betekent dat binnenin de
staat het nationale recht vormkrijgt, naar buiten toe ontwikkelt zich het internationaal recht.
Hoe kunnen staten ontstaan? Heeeel lang geleden konden ze uit zichzelf ontstaan aangezien nog niet
elke deel van de wereld was geclaimed dus was het gemakkelijk om “te claimen” (“Terra Nullius”:
begrip dat vaak werd gebruikt als legitimatie om land te bezetten of te koloniseren). Nu is dat al lang
niet meer het geval; staten moeten nu afgeleid worden (4 manieren).
1) Dekolonisatie: onafhankelijke, soevereine staten die ontstaan uit dekolonisatie zoals bv.
Belgische kolonie Congo
2) Secessie: : stukjes van een land die zich niet thuis voelen bij een land en zich dus willen
afscheuren bv. Kosovo, België
3) Dismembratio: komt van latijns woord (uiteen vallen) 1 land valt uiteen in meerdere
landen zoals bv Tsjechië-Slowakije. Verschil met secessie = 1 land valt uiteen in 2
verschillende landen.
4) Fusie: 2 landen komen samen bv Oost Duitsland en West duitsland komen samen in
Duitsland.
Het ontstaan van België België is ontstaan uit een secessie, een losmaking, van het Verenigd
Koninkrijk der Nederlanden. Dit rijk werd na 1814 gevormd op het Congres van Wenen, waar de
overwinnaars van de Napoleontische oorlogen – onder andere Pruisen, Oostenrijk, Rusland en het
Verenigd Koninkrijk – Europa opnieuw wilden organiseren. Hun grootste doel was duidelijk: Frankrijk
in toom houden, zodat het geen nieuwe oorlog zou beginnen. Daarom besloten ze Frankrijk te
omringen met sterke bufferstaten. Nederland op zichzelf was echter te klein en te zwak om zo’n
buffer te vormen. De oplossing? Het land uitbreiden door een deel van voormalig Frans gebied toe te
voegen. Zo ontstond in 1815 het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, met koning Willem I aan het
hoofd. In 1815 kreeg het rijk ook een officiële grondwet.
Maar al snel groeide in de zuidelijke provincies – het latere België – grote ontevredenheid. Noord en
Zuid verschilden sterk:
- economisch: het Zuiden was geïndustrialiseerd, het Noorden meer gericht op handel
- politiek: de Belgen waren zwaar ondervertegenwoordigd
- religieus en cultureel: Willem I bemoeide zich met de Kerk en het onderwijs, wat de
katholieke bevolking slecht verdroeg
- persvrijheid werd beknot
- bovendien bestond er al een taalconflict, door de dominantie van het Nederlands
tegenover het Frans
De frustraties liepen zo hoog op dat er een zeldzame samenwerking ontstond tussen twee normaal
vijandige groepen: de katholieken en de liberalen. Dit werd het “monsterverbond” genoemd. Ze
verenigden zich niet meteen met het doel om onafhankelijk te worden, maar vooral om druk uit te
oefenen op Willem en veranderingen af te dwingen. Koning Willem I reageerde echter nauwelijks en
zijn beleid werd alleen maar strenger. De situatie werd steeds onhoudbaarder. De vonk sloeg
definitief over tijdens een operavoorstelling die ter ere van Willem was opgedragen. Het publiek
werd zo opgehitst dat een opstand uitbrak, die uitmondde in een revolutie. Willem probeerde de
opstand met geweld neer te slaan tijdens de Tien-Daagse Veldtocht, maar de Belgen slaagden erin
4
,stand te houden en behaalden een overwinning. Vervolgens nam een voorlopige regering de leiding
in Brussel over. Op 4 oktober 1830 werd uiteindelijk officieel de onafhankelijkheid van België
uitgeroepen, en in 1831 kreeg België zijn eigen grondwet, wat het politieke ontstaan van de
Belgische staat bevestigde.
- Je ziet de sporen van de geschiedenis en Willem zijn bewind in de grondwet terug in
artikel 105 Gw & artikel 30 Gw.
Een “staat” is een rechtssubject (houder van rechten en plichten) dat aan specifieke voorwaarden
moet voldoen (Verdrag van Montevideo van 26 dec 1933):
1) Permanente bevolking: je kan geen land zijn als er geen bevolking is en je kan dan niet
besturen. Een staat kan ook gezag uitoefenen over personen die niet zijn nationaliteit
hebben, ALS ze zich op zijn grondgebied bevinden.
- 1 januari 2025: 11.825.551 in België
2) Afgebakend grondgebied: in vedrag van Maastricht staat dan ook dat grenzen enkel
gewijzigd kunnen worden maar enkel via het parlement. Het Grondgebied van een staat
omvat de landoppervlakte, ondergrond + binnenwateren, zeeën en oceanen, (Internationaal
recht) en luchtruim
- De officiële grenzen van België zijn vastgelegd in het Verdrag van maastricht 1843; deze
grenzen kunnen volgens de grondwet enkel gewijzigd worden krachtens de wet. Dit kan
dus veranderen maar gebeurt niet vaak.
- De Belgische Grondwet bepaalt dat de grenzen van de Staat niet kunnen worden
gewijzigd dan krachtens een wet. Er kan ook geen afstand, ruil of toevoeging van een
grondgebied plaatsvinden dan krachtens een wet.
3) Effectieve overheid: er moet een overheid zijn die basistaken uitvoert om te kunnen spreken
van een staat.
- Federale staat, deelstaten, steden, rechtscolleges …
4) Het vermogen om onafhankelijk te zijn : zonder inmenging van andere landen beslissingen
kunnen nemen, handel kunnen drijven met andere landen,…
- Diplomatie, lidmaatschap VN, talloze verdragen …
5) Internationale erkenning wordt soms gezien als een soort vijfde voorwaarde voor het
bestaan van een staat. Juridisch kan een staat al bestaan als hij voldoet aan de vier
basisvoorwaarden, maar zonder erkenning wordt overleven in de internationale
gemeenschap bijna onmogelijk. Niet verplicht, maar ook niet vrijblijvend. Ze heeft
terugwerkende kracht = vanaf de erkenning gaan we ervan uit dat de erkende staat heeft
bestaan.
- Die erkenning is declaratief: ze bevestigt enkel dat een staat al bestaat (artikel 3 van
Montevideo), terwijl constitutief zou betekenen dat erkenning een staat creëert. België
bestond vanaf 1830, maar werd in 1839 (verdrag van London) officieel erkend. De staat
wordt dan erkend, niet de regering!
5
, Gevolgen van de kwalificatie als “staat”:
1) Rechtspersoonlijkheid: juridisch gezien bestaat België als volwaardige staat; het kan
zelfstandig verdragen sluiten met andere landen en deelnemen aan internationale
organisaties en rechtspraak, zoals het Internationaal Strafhof. België kan dus optreden in het
internationale rechtsverkeer. Daarnaast heeft België ook interne rechtspersoonlijkheid: de
staat kan bijvoorbeeld belastingen heffen, maar omgekeerd kunnen burgers de Belgische
staat ook aanspreken en aansprakelijk stellen.
2) Soeverein: België is niet ondergeschikt aan om het even welke hogere instantie: het staat
juridisch op gelijke voet met andere landen. Extern houdt dit in dat staten elkaars
onafhankelijkheid moeten respecteren en zich niet mogen mengen in elkaars interne
systemen. Intern betekent het dat België zelf kan bepalen hoe het zijn rechtsorde en
instellingen vorm geeft. De soevereiniteit is een belangrijke hoeksteen van de internationale
rechtsorde. Ze wordt erkend in het Handvest van de VN Artikel 2.1.
- Non-interventiebeginsel = Andere staten mogen België niet dwingen, controleren of zich
mengen in zijn functioneren. België moet kunnen bestaan zonder gewapend geweld,
politieke druk of andere vormen van dwang van buitenaf.
- Soevereine gelijkheid = België staat internationaal juridisch op gelijke voet met alle
andere staten: geen enkele staat is “boven” België geplaatst.
vinden we terug in Artikel 33 Gw & Artikel 34 Gw. (overgedragen aan volkenrechtelijke
instellingen bevoegdheidsoverdracht aan internationale organisaties zoals de EU bv is
toegelaten)
- Art. 33 Gw. bepaalt dat alle machten in België uitgaan van de Natie: in theorie beslist
België zelf hoe het zijn rechtsorde organiseert en wie macht uitoefent. Dat is de basis van
interne soevereiniteit.
- Maar Art. 34 Gw. zegt dat België vrijwillig bevoegdheden kan overdragen aan
internationale organisaties (zoals de EU, NAVO, VN). Daardoor kunnen die organisaties
beslissingen nemen die ook in België gelden. Gevolg: in de 21ste eeuw moet interne
soevereiniteit worden gerelativeerd. Door internationalisering en steeds meer
samenwerking tussen staten oefent België niet langer alle macht volledig zelf uit, maar
deelt het die met internationale instellingen.
3) Rechtsmacht/”Jurisdictie”: België kan in principe rechtsmacht uitoefenen binnen zijn eigen
grondgebied: het mag wetten toepassen, handhaven en recht spreken over alles wat hier
gebeurt. Dat geldt vooral voor uitvoeringshandelingen, zoals politiewerk, arrestaties of het
uitvoeren van vonnissen – deze zijn strikt territoriaal gebonden. Voor normerende of
rechtsprekende handelingen (bv. het maken van wetten of het beoordelen van
rechtssituaties) kan België soms wél verder gaan dan zijn grenzen, bijvoorbeeld wanneer
Belgische regels van toepassing zijn op Belgen in het buitenland. Er bestaan enkele
uitzonderingen op de territoriale rechtsmacht, zoals:
- ambassades, waar België geen volledige rechtsmacht heeft
- situaties waarin België buiten zijn grondgebied effectieve controle uitoefent, zoals bij
militaire operaties; dan draagt België daar verantwoordelijkheid
- Een voorbeeld hiervan is de beslissing dat België niet verplicht is kinderen van IS-
vrouwen te repatriëren, omdat België geen territoriale controle heeft in dat gebied en
dus geen rechtsmacht kan uitoefenen.
6