Samenvatting: inleidend hoorcollege
1.Inleiding tot SID
Casus Karen Depaepe van Minor Ndako
- Belangrijke eigenschappen:
o Creativiteit
o Flexibiliteit
o Open houding
o Open mind
o Zoeken naar het gemeenschappelijke
o Omgaan met onzekerheid/ twijfel
o Moeilijke onderwerpen niet uit de weg gaan
o Eigen grenzen bewaken en aangeven
o Zelfverzekerd en stevig in je schoenen staan
o Omgaan met discriminatie en uitsluiting
- Minor Ndako = instelling in Brussel die zorg en begeleiding biedt voor kinderen en
jongeren en hun context bij problematische (opvoedings)situaties.
Uitdagingen:
- Taal en communicatie
o Mensen stimuleren om rechtstreeks te communiceren (leerkracht
communiceert met moeder ipv met begeleider)
o Duidelijke taal spreken
o Vertalen + herkaderen
- Leefgroepen:
o Groepsdynamica: bij heel diverse groepen de balans bewaren
o Omgaan met taalverschillen
o Omgaan met autoriteit
o Omgaan met agressie, frustratie en verdriet
Voor de jeugdprofessional betekent diverse samenleving
- Werken in diverse contexten, en met mensen met diverse achtergronden
- Voorbereid zijn op situaties, die je op voorhand niet helemaal kan inschatten
- Even sterke professional zijn naar iedereen – iedereen verdient een kwaliteitsvolle
dienstverlening en ondersteuning, ook als elkaar begrijpen wat moeilijker gaat.
- Vraagt een divers-sensitieve basishouden
1
,Een divers-sensitieve basishouding:
- Veronderstelt inzicht op 3 niveaus:
o Macroniveau: inzicht en begrip van de superdiverse samenleving en haar
uitdagingen essentieel
o Mesoniveau: de lokale context begrijpen, kunnen inschatten wanneer
diversiteit en maatschappelijke kwetsbaarheid van tel is
o Microniveau: een goed begrip van de processen van identiteitsvorming van
jongeren met betrekking tot diversiteit is belangrijk
Het belang van taalgebruik:
- Bewust worden van hoe er gesproken wordt over verschillen, over etnisch-culturele
minderheden, personen met een beperking, armoede, gender en LGBTQ+
- Leren respectvol en inclusief spreken over en met diverse groepen mensen
- Betekent dat je jezelf een nieuwe woordenschat toe-eigent om dat waar te maken
Maatschappelijke ontwikkeling
- Vandaag leven we meer en meer in een complexe samenleving
o Meer globalisering en meer glokalisering
o Ontgroening en vergrijzing
o Woonbeleid: betonstop in open ruimte
o Migratie
o Informatisering en technologisering van communicatie
o Transculturaliteit: overstijgt culturen (zoals de emjo)
Begrippen:
- Globalisering = een onomkeerbaar proces van wereldwijde economische, politiek en
culturele integratie. Gebeurtenissen aan de andere kant van de wereld hebben een
directe invloed op ons leven. Gevolg dat kapitaal, goederen en mensen zich
makkelijker en sneller kunnen verplaatsen.
- Glokalisering = lokale identiteit wordt steeds belangrijkers, de lokale context is van
belang bij het identificeren van diversiteitsvraagstukken.
- Ontgroening = minder jongeren door het afnemen van het geboortecijfer
- Vergrijzing = meer ouderen in de samenleving
- Betonstop = wil de Vlaamse regering vanaf 2040 invoeren, er mag geen nieuwe open
ruimte worden bebouwd, en het kleiner gaan wonen in stads- en dorpskernen wordt
gestimuleerd.
- Informatisering en technologisering = we hebben heel veel verschillende middelen
om informatie te vergaren en te delen. De bijhorende technologie is steeds
alledaagser en toegankelijker geworden. We vinden niet alleen producten online,
maar ook mensen via Facebook, Instagram en Snapchat.
- Transculturaliteit = het woordgebruik is anders geworden, we nemen woorden over
uit verschillende talen. Digitale taal zoals emoji’s en afkortingen worden toegepast.
2
, Hoe moeten we ons verhouden tot deze nieuwe samenleving?
- Etnocentrisme = als je de wereld om je heen alleen maar beziet vanuit je eigen
normen en waarden. Aan de hand van de waarden en normen van jouw cultuur
beschouw je dan de andere cultuur. De eigen cultuur wordt als normaal en moreel
juist gezien.
- Etnorelativisme = tegenovergestelde etnocentrisme. Er wordt gesteld dat alle
culturen gelijk aan elkaar zijn. Normen en waarden krijgen alleen maar betekenis
binnen de eigen culturele context. Wordt ook wel cultuurrelativisme genoemd. Een
vorm van denken vanuit erkenning of respect voor de andere cultuur, in plaats van
deze te willen veranderen.
- Universalisme = een manier van kijken die probeert de overeenkomsten tussen
culturen te benadrukken en niet de verschillen.
HANDBOEK
- Manier om mensen te ondersteunen bij het verkrijgen van een gelijkwaardige plek in
de samenleving = bekrachtigen van emancipatie en empowerment → het gaat niet
om de onmogelijkheden of onkunde die mensen krijgen toegeschreven door
stereotypering of vooroordelen, maar er wordt gefocust op reeds aanwezige kennis
en kunde.
- Aan de basis van uitsluitingsmechanismen liggen meestal salience- ervaringen.
- Salience = iemand valt op omdat hij zich anders gedraagt dan wat ‘normaal’ of
‘gewoon’ is in een bepaalde context.
- Salience- ervaringen = (ook interacties ipv ervaringen), een onderdeel van
uitsluitingsmechanismen. In dit contact zijn de gemaakte opmerkingen veelal goed
bedoeld, ze zijn bedoeld als ice-breakers, maar de ontvanger wordt in een
ondergeschikte positie geplaatst door de opmerkingen. Deze ervaring kan leiden tot
een bewuste vorm van uitsluiting.
3
, - Andere elementen die aan de basis liggen van uitsluitingsmechanismen:
→ stereotypen: veronderstellingen over personen of groepen mensen die een vals,
vervormd of simplistisch beeld van de werkelijkheid geven. Ze kunnen positief maar
soms ook negatief zijn, en projecteren een imago op een groep dat de basis kan
vormen voor sociale uitsluiting en discriminerend gedrag.
→ Vooroordelen: een negatieve attitude ten aanzien van een persoon die behoort tot
een sociale groep.
- Attitude bestaat uit 3 componenten: cognitieve, emotionele en conatieve
- Pas als een stereotype of vooroordeel zich in gedrag vertaalt → discriminatie
- Discriminatie= het ongelijk behandelen, achterstellen of uitsluiten van mensen op
basis van (persoonlijke) kenmerken.
- Positieve discriminatie = het bij gelijkte geschiktheid voorkeur geven aan mensen
met een fysieke uitdaging of aan vrouwen.
- Racisme = als een groep om raciale redenen minderwaardig behandeld wordt of er
over hen vernederende uitspraken worden gedaan
- Pygmalion- of rosenthaleeffect = fenomeen waarbij hogere verwachtingen leiden tot
hogere prestaties.
- Selffulfilling- prophecy = de manier waarop we een ander zien kan een postiieve of
negatieve invloed hebben op de ander (p,15)
- Golemeffect = je negatieve beeld wordt telkens bevestigd waardoor je in een
negatieve spiraal belandt daarvoor.
- Etnisch profileren = houdt verband met het golemeffect. Dit is het gebruik door de
politie van criteria of overwegingen omtrent ‘ras’, huidskleur, etniciteit, nationaliteit,
taal en religie bij opsporing en rechtshandhaving terwijl daarvoor geen objectieve
rechtvaardigheid bestaat. In de praktijk = professionals (politieagenten) gaan
bepaalde etnische groepen aanhouden op straat om bv ‘preventief te fouilleren’,
zonder dat daar een directe aanleiding of verdenking aan ten grondslag ligt.
Visie op diversiteit:
- Diversiteit =de verscheidenheid van mensen
- Op niveau van individuen en groepen (micro- en mesoniveau) → al datgene waarin
mensen van elkaar verschillen.
- Op maatschappelijk niveau (macroniveau) → de groeiende diversiteit binnen de
diversiteit → superdiversiteit
- Superdiversiteit als sociologisch concept bekijkt hoe etniciteit in West- Europa slechts
een van de elementen van diversiteit is. ( ook taal, leeftijd, afkomst, sekse,
woonplaats…)
4
1.Inleiding tot SID
Casus Karen Depaepe van Minor Ndako
- Belangrijke eigenschappen:
o Creativiteit
o Flexibiliteit
o Open houding
o Open mind
o Zoeken naar het gemeenschappelijke
o Omgaan met onzekerheid/ twijfel
o Moeilijke onderwerpen niet uit de weg gaan
o Eigen grenzen bewaken en aangeven
o Zelfverzekerd en stevig in je schoenen staan
o Omgaan met discriminatie en uitsluiting
- Minor Ndako = instelling in Brussel die zorg en begeleiding biedt voor kinderen en
jongeren en hun context bij problematische (opvoedings)situaties.
Uitdagingen:
- Taal en communicatie
o Mensen stimuleren om rechtstreeks te communiceren (leerkracht
communiceert met moeder ipv met begeleider)
o Duidelijke taal spreken
o Vertalen + herkaderen
- Leefgroepen:
o Groepsdynamica: bij heel diverse groepen de balans bewaren
o Omgaan met taalverschillen
o Omgaan met autoriteit
o Omgaan met agressie, frustratie en verdriet
Voor de jeugdprofessional betekent diverse samenleving
- Werken in diverse contexten, en met mensen met diverse achtergronden
- Voorbereid zijn op situaties, die je op voorhand niet helemaal kan inschatten
- Even sterke professional zijn naar iedereen – iedereen verdient een kwaliteitsvolle
dienstverlening en ondersteuning, ook als elkaar begrijpen wat moeilijker gaat.
- Vraagt een divers-sensitieve basishouden
1
,Een divers-sensitieve basishouding:
- Veronderstelt inzicht op 3 niveaus:
o Macroniveau: inzicht en begrip van de superdiverse samenleving en haar
uitdagingen essentieel
o Mesoniveau: de lokale context begrijpen, kunnen inschatten wanneer
diversiteit en maatschappelijke kwetsbaarheid van tel is
o Microniveau: een goed begrip van de processen van identiteitsvorming van
jongeren met betrekking tot diversiteit is belangrijk
Het belang van taalgebruik:
- Bewust worden van hoe er gesproken wordt over verschillen, over etnisch-culturele
minderheden, personen met een beperking, armoede, gender en LGBTQ+
- Leren respectvol en inclusief spreken over en met diverse groepen mensen
- Betekent dat je jezelf een nieuwe woordenschat toe-eigent om dat waar te maken
Maatschappelijke ontwikkeling
- Vandaag leven we meer en meer in een complexe samenleving
o Meer globalisering en meer glokalisering
o Ontgroening en vergrijzing
o Woonbeleid: betonstop in open ruimte
o Migratie
o Informatisering en technologisering van communicatie
o Transculturaliteit: overstijgt culturen (zoals de emjo)
Begrippen:
- Globalisering = een onomkeerbaar proces van wereldwijde economische, politiek en
culturele integratie. Gebeurtenissen aan de andere kant van de wereld hebben een
directe invloed op ons leven. Gevolg dat kapitaal, goederen en mensen zich
makkelijker en sneller kunnen verplaatsen.
- Glokalisering = lokale identiteit wordt steeds belangrijkers, de lokale context is van
belang bij het identificeren van diversiteitsvraagstukken.
- Ontgroening = minder jongeren door het afnemen van het geboortecijfer
- Vergrijzing = meer ouderen in de samenleving
- Betonstop = wil de Vlaamse regering vanaf 2040 invoeren, er mag geen nieuwe open
ruimte worden bebouwd, en het kleiner gaan wonen in stads- en dorpskernen wordt
gestimuleerd.
- Informatisering en technologisering = we hebben heel veel verschillende middelen
om informatie te vergaren en te delen. De bijhorende technologie is steeds
alledaagser en toegankelijker geworden. We vinden niet alleen producten online,
maar ook mensen via Facebook, Instagram en Snapchat.
- Transculturaliteit = het woordgebruik is anders geworden, we nemen woorden over
uit verschillende talen. Digitale taal zoals emoji’s en afkortingen worden toegepast.
2
, Hoe moeten we ons verhouden tot deze nieuwe samenleving?
- Etnocentrisme = als je de wereld om je heen alleen maar beziet vanuit je eigen
normen en waarden. Aan de hand van de waarden en normen van jouw cultuur
beschouw je dan de andere cultuur. De eigen cultuur wordt als normaal en moreel
juist gezien.
- Etnorelativisme = tegenovergestelde etnocentrisme. Er wordt gesteld dat alle
culturen gelijk aan elkaar zijn. Normen en waarden krijgen alleen maar betekenis
binnen de eigen culturele context. Wordt ook wel cultuurrelativisme genoemd. Een
vorm van denken vanuit erkenning of respect voor de andere cultuur, in plaats van
deze te willen veranderen.
- Universalisme = een manier van kijken die probeert de overeenkomsten tussen
culturen te benadrukken en niet de verschillen.
HANDBOEK
- Manier om mensen te ondersteunen bij het verkrijgen van een gelijkwaardige plek in
de samenleving = bekrachtigen van emancipatie en empowerment → het gaat niet
om de onmogelijkheden of onkunde die mensen krijgen toegeschreven door
stereotypering of vooroordelen, maar er wordt gefocust op reeds aanwezige kennis
en kunde.
- Aan de basis van uitsluitingsmechanismen liggen meestal salience- ervaringen.
- Salience = iemand valt op omdat hij zich anders gedraagt dan wat ‘normaal’ of
‘gewoon’ is in een bepaalde context.
- Salience- ervaringen = (ook interacties ipv ervaringen), een onderdeel van
uitsluitingsmechanismen. In dit contact zijn de gemaakte opmerkingen veelal goed
bedoeld, ze zijn bedoeld als ice-breakers, maar de ontvanger wordt in een
ondergeschikte positie geplaatst door de opmerkingen. Deze ervaring kan leiden tot
een bewuste vorm van uitsluiting.
3
, - Andere elementen die aan de basis liggen van uitsluitingsmechanismen:
→ stereotypen: veronderstellingen over personen of groepen mensen die een vals,
vervormd of simplistisch beeld van de werkelijkheid geven. Ze kunnen positief maar
soms ook negatief zijn, en projecteren een imago op een groep dat de basis kan
vormen voor sociale uitsluiting en discriminerend gedrag.
→ Vooroordelen: een negatieve attitude ten aanzien van een persoon die behoort tot
een sociale groep.
- Attitude bestaat uit 3 componenten: cognitieve, emotionele en conatieve
- Pas als een stereotype of vooroordeel zich in gedrag vertaalt → discriminatie
- Discriminatie= het ongelijk behandelen, achterstellen of uitsluiten van mensen op
basis van (persoonlijke) kenmerken.
- Positieve discriminatie = het bij gelijkte geschiktheid voorkeur geven aan mensen
met een fysieke uitdaging of aan vrouwen.
- Racisme = als een groep om raciale redenen minderwaardig behandeld wordt of er
over hen vernederende uitspraken worden gedaan
- Pygmalion- of rosenthaleeffect = fenomeen waarbij hogere verwachtingen leiden tot
hogere prestaties.
- Selffulfilling- prophecy = de manier waarop we een ander zien kan een postiieve of
negatieve invloed hebben op de ander (p,15)
- Golemeffect = je negatieve beeld wordt telkens bevestigd waardoor je in een
negatieve spiraal belandt daarvoor.
- Etnisch profileren = houdt verband met het golemeffect. Dit is het gebruik door de
politie van criteria of overwegingen omtrent ‘ras’, huidskleur, etniciteit, nationaliteit,
taal en religie bij opsporing en rechtshandhaving terwijl daarvoor geen objectieve
rechtvaardigheid bestaat. In de praktijk = professionals (politieagenten) gaan
bepaalde etnische groepen aanhouden op straat om bv ‘preventief te fouilleren’,
zonder dat daar een directe aanleiding of verdenking aan ten grondslag ligt.
Visie op diversiteit:
- Diversiteit =de verscheidenheid van mensen
- Op niveau van individuen en groepen (micro- en mesoniveau) → al datgene waarin
mensen van elkaar verschillen.
- Op maatschappelijk niveau (macroniveau) → de groeiende diversiteit binnen de
diversiteit → superdiversiteit
- Superdiversiteit als sociologisch concept bekijkt hoe etniciteit in West- Europa slechts
een van de elementen van diversiteit is. ( ook taal, leeftijd, afkomst, sekse,
woonplaats…)
4