Les 1: concept abdomen en buikwand
Oppervlakte anatomie en topografische kwadranten ‘regio’s’
• 3 anatomische vlakken:
—> Frontaal/coronaal vlak (anterior/ventraal - posterior/dorsaal)
—> Sagittaal vlak (mediaal - lateraal)
—> Transversaal/axiaal/horizontaal vlak (superior/craniaal - inferior/caudaal)
• 4 kwadranten: —> McBurney’s point:
het punt thv de
overgang van het
mediale 2/3 en het
distale 1/3 op de lijn
tussen SIAS en
umbilicus
• 9 regio’s: gevormd door 4 vlakken
—> Superieur horizontaal subconstaal vlak net onder costal margin (net inferieur van ribkraakbeen 10 en op niveau L3)
—> Inferieur horizontaal intertuberculair vlak dewelke de 2 tuberculi iliaci op de crista iliaca en vertebra V bevat
—> Bilateraal 2 verticale midclaviculaire vlakken
• 9 regio’s:
1. Linker hypochondrium
2. Epigastrium
3. Rechter hypochondrium Tuberculum iliacum =
4. Linker flank prominente, laterale
1 2 5. Mesogastrium expansie van de crista iliaca
3
6. Rechter flank
4 5 6 7. Linker fossa
8. Hypogastrium
9
9. Rechter fossa
7 8
—> Topografie belangrijk voor localiseren van abdominale pijn en chirurgische incisies
, • Abdomen = cilindrische holte tussen de thorax (apertura thoracis inferior) en de pelvis (apertura
pelvis superior) + onderste ledematen
• Begrensd door het diafragma superior en de buikwand ventraal-lateraal-dorsaal
• Abdominale (peritoneale) caviteit bevat intra- en retroperitoneale organen
—> Staat in continuïteit met de pelvische caviteit (en urogenitale organen)
Functies van het abdomen
• Bescherming van de abdominale organen: abdominale organen die zich niet onder diafragma koepels bevinden (en dus niet door
thoracale wand beschermd w) w voornamelijk beschermd door de musculaire wand vd buik
• Ademhaling: bij inspiratie contraheert diafragma en relaxeert buikwand = expansie thoracale ruimte; tijdens expiratie contraheert
buikwand zodat diafragma naar craniaal kan bewegen en de thoracale ruimte verkleint
• Intra-abdominale druk verhogen: mictie, defacatie en bevalling
—> Valsava manoevre = bewust uitlokken van een verhoogde intra-abdominale druk
Skelet
• Lumbale wervels (L1-L5) met de tussenwervelschijven
• Bekken: de superieure delen, SIAS en crista iliaca
• Thorax: processus xiphoideus, margo costalis, rib XII en deel van rib XI
Spieren en fascia/aponeurosis
• Anterior/ventraal
—> M rectus abdominis
• Lateraal
—> M obliquus externus, m obliquus internus en m transversus abdominis
• Posterior/dorsaal
—> M quadratus lumborum, m psoas major en m iliacus
• Fascia/aponeurosis = continuïteit tussen ventrale/laterale/dorsale buikwand
Diafragma
= scheiding tussen thorax en abdomen: apertura thoracica inferior = apertura abdominalis superior
• Musculotendineus, boogvormig, radiaal en evenwijdig verlopende spiervezels
• 2 pijlers (crus) = musculaire verlenging naar lumbale wervelzuil
• Aanhechting: apertura thoracalis inferior
—> Posterior: complex en onvolledig, lumbale wervelzuil en ligamentum arcuatum
—> Musculaire extensie: R/L pijler (crus)
, • Posterieure zijde: boogvormige ligamenten
—> R diafragma pijler (tot op L3) = crus dextrum
—> L diafragma pijler (tot op L2) = crus sinistrum
—> Lig arcuatum medianum = tussen de 2 pijlers
—> Lig arcuatum mediale (m psoas major)
—> Lig arcuatum laterale (m quadratum lumborum)
~
-
Openingen in het diafragma
• Arteria epigastrica superior
• Vena cava inferior: foramen venae cava (T8)
• L en R n phrenicus
• Slokarm: hiatus oesophageus (T10) + n vagus (truncus ant en post) +
lymfe + bloedvaten
• Aorta: hiatus aorticus (T12) + a phrenica inferior + d thoracicus
• N splanchnicus major, v hemiaygos en n splanchnicus minor
• Centum tendineum heeft een klaverbladstructuur = spiegel/speculum
van Van Helmont
• L en R diafragmakoepels
—> Bij verlamming/uitval van n phrenicus: hoogstand diafragma
Continuïteit abdominale holte - klein bekken
• Abdominale wand gaat over in de pelviene
wand thv de apertura pelvis superior
—> Gevormd door symphysis pubica, linea
pectinea ossis pubis, linea arcuata ossis ilii en het
os sacrum
Abdominale holte
• Fascia transversalis: bekleedt de wanden van de abdominale holte
• Peritoneum/buikvlies (~ mesotheel)
—> Parietaal peritoneum: buikholte/wand
—> Visceraal peritoneum: organen
, • Mesenterium: dubbele laag peritoneum, vormt een omslagplooi
—> Vormt verbinding tussen viscerale en parietale peritoneum
—> Ophanging van de abdominale organen
—> Tussen de bladen lopen de bevloeiing en bezenuwing
• Organen kunnen intra- of retroperitoneaal liggen
• Ventraal mesenterium: voorzijde van het darmkanaal, alleen aanwezig in het voorste deel vh darmkanaal
—> Verdwijnt grotendeels, behalve in bovenbuik draagt het bij aan lig falciforme en omentum minus
• Dorsaal mesenterium: achterzijde darmkanaal, over hele lengte van het darmkanaal, bevat bloedvaten,
bezenuwingen en lymfevaten
—> Blijft bestaan als het mesenterium van de dunne darm, het mesocolon en het lig lienorenale…
Van intra- naar secundair retro-peritoneaal
• Secundair retro-peritoneaal orgaan: ligt initieel intraperitoneal maar
verplaatst zich tijdens de embryogenese —> wordt retroperitoneaal door
fusie met de achterwand van de buikholte (vb colon ascendens, colon
descendens)
—> Hebben ook een mesenterium = mesocolon
• Primaire retroperitoneale organen: vb nieren
—> Hebben geen mesenterium
• Intraperitoneaal: lever, galblaas, milt, maag, ileum, jejenum en
deel van het colon
—> Per definitie opgehangen door een mesenterium en omgeven
door visceraal peritoneum
• Retroperitoneaal: pancreas, deel vh duodenum, nieren,
bijnieren, aorta abdominalis en VCI
Arteriële bevloeiing van de abdominale organen
• 3 anterieure grote takken:
—> Truncus coeliacus
—> A mesenterica superior
—> A mesenterica inferior