1. Algemene beschrijving
Thorax = onregelmatige afgeknotte kegel
• Kleinere bovenste opening: apertura thoracalis
superior (achteraan meer craniaal dan vooraan)
—> Via hier overgang in de hals
• Grotere onderste opening: apertura thoracalis
inferior (achteraan lager dan vooraan)
—> Afgesloten met diafragma, hieronder abdomen (buik)
Thorax omsloten door de thoraxwand, met inhoud thoraxholte in 3 compartimenten:
• Linker pleuraholte: omgeeft linkerlong
• Rechter pleuraholte: omgeeft rechterlong
• Mediastium tussen pleuraholtes: bevat hart, grote vaten, slokdarm, luchtwegen en
belangrijke zenuwen
Klinische opmerkingen:
• Pleura’s zijn gescheiden —> pleurale aandoening kan één- of tweezijdig zijn
• Anterieur komen holtes dicht —> kunnen raken bij asthma of COPD —>
opletten bij middellijn incisie bij openen sternum
• Toppen van pleuraholten komen meer craniaal dan 1e rib
—> Steekwonde in halsbasis —> longlaceratie?
—> Catheter in v subclavia —> opletten voor long aanprikken (pneumothorax!)
2. Functies
2.1 Ademhaling
Belangrijke functie van thorax = ademhalen
• Bevat longen en het mechanisme (ademhalingsspieren en thoraxwand) om negatieve druk
te ontwikkelen
—> Zuigt lucht in de longen aan en laat deze terug uitademen
• Diafragma beweegt op en neer, ribben lateraal en anterieurwaarts
• Posterieur deel thoraxwand vrij rigied, lateraal en anterieur zijn flexibel en elastisch (dit
beweegt dan ook het meest)
• Intercostalis externi: achter-boven —> voor-onder, heffen ribben bij inspiratie
• Intercostalis interni: voor-boven —> achter-onder, expiratie
2.2 Bescherming van vitale organen
Thoraxwand beschermt intrathoracale organen, maar ook sommige abdominale (lever, milt, stuk vd nieren en maag)
—> Mogelijk door de koepelvorm van diafragma
, 2.3 Doorvoer van structuren
• Doorheen mediastinum lopen heel wat structuren vd hals naar abdomen: slokdarm, aorta, d thoracicus, n vagus
• Ook structuren uit hals/abdomen naar intrathoracale organen: n phrenicus bilateraal, trachea, vv cavae
Klinische opmerking:
• Vaak verschillende van die functies gelijktijdig aangetast:
—> Meerdere ribfracturen L —> milt beschadiging, moeilijkere ademhaling mechanisch
—> Hart vaak benaderd door middellijn incisie door sternum (mediane sternotomie) —>
infectie door deze wonde —> open mediastinum —> mediastinale structuren niet meer
beschermd, ademhaling moeilijker door minder intrathoracale onderdruk
3. Aanliggende regio’s
3.1 Halsregio
Zie ‘topografische anatomie van hoofd en hals’
• Apertura thoracalis superior is onderzijde vd hals
• Beide pleuraholten en longtoppen rijzen 2tal cm boven eerste rib tot in halsbasis
—> Tussen pleuratoppen: slokdarm - trachea - grote vaten en zenuwen (dorsaal naar ventraal)
3.2 Bovenste lidmaat
Toegang naar BL tussen eerste rib en clavicula (en dorsaal bovenste deel vd scapula) Klinische opmerking:
• Vanuit thorax: a en v subclavia over eerste rib naar de arm (vene meer ventraal) • V subclavia veel gebruikt voor catheter of voor
—> Gescheiden door tuberculum m scaleni anteriores (aanheching m scalenus anterior) pacemakerleiding op te schuiven tot in hart
—> Aan voorzijde deze spier n phrenicus (duikt van hierui de thoraxholte in) —> Vene van lateraal benaderd, a subclavia
• Meer dorsaal dan de vaten: zenuwen via de plexus brachialis palperen en ventraal ervan prikken
3.3 Borst (mamma, glandula mammaria)
Borstklierparenchym (parenchyma mammae) ligt op pectoralis regio
• Anterieur op m pectoralis maior, bedekt door oppervlakkige fascia, subcutis en huid
• Schijfvormig met een uitloper in de richting vd oksel (axillaire uitloper)
• Bevloeiing vnl uit takken die thoraxwand doorboren en afstammen van a thoracica interna (a mammaria)
—> Venen perforeren ook thoraxwand Klinische opmerking:
—> Lymfedrainage parasternaal —> intrathoracaal en de oksel • Bij borstonderzoek (borstcarcinoom) mag de
—> Bezenuwing via takjes van de IC zenuwen 4-6 axillaire uitloper niet over het hoofd w gezien!
• Uitzaaiingen uit de borst frequent in de oksel en
3.4 Abdomen
parasternale/intrathoracale lymfeklieren.
Diafragma scheidt abdomen van thorax, belangrijke structuren lopen erdoor:
• Aorta thoracalis descendens (vanaf hier aorta abdominalis)
—> Meest dorsaal door diafragma, op niveau T12
—> Tussen crus mediale van L en R deel diafragma = hiatus aorticus
—> Loopt hier prevertebraal
, • Ductus thoracicus:
—> Tegen de wervelzuil, ook door hiatus aorticus (iets R en dorsaal van aorta)
• V azygos (R), v hemiazygos (L) en de grensketen bilateraal lopen meer lateraal ook volledig dorsaal
• Slokdarm:
—> Meer ventraal en links van hiatus aorticus = hiatus oesophagei
—> Samen met beide nn vagi
• Vena cava inferior:
—> In centraal pezig deel (klaverblad-vorm), dus meer anterieur en rechts van de aorta en slokdarm
—> Duikt onmiddellijk in het pericard en vervoegt het RA
• A mammaria:
—> Doorboort diafragma anterieur (vanaf hier a epigastrica)
4. Specifieke karakteristieken
4.1 Niveau T4-T5
= belangrijk referentiepunt
• Transversaal vlak doorheen T4-T5 snijdt anterieur het sternum thv de hoek van Louis (tussen manubrium en corpus sterni)
—> Ook hier bereikt 2e rib het sternum (referentie om ribben te tellen)
—> IC ruimte w genoemd naar de bovenliggende rib (ruimte onder R12 = subcostale ruimte)
• Verdeelt mediastinum in een bovenste en onderste deel: mediastinum superius en inferius
• Ligt op niveau van het meest craniale bereik pericard
—> Waar aorta ascendens —> arcus aortae EN arcus aortae —> aorta descendens thoracalis
—> Waar VCS in het pericard duikt
Klinische opmerkingen:
• Niveau waar trachea in 2 hoofdstambronchi splits
• Hoek van Louis makkelijk te voelen bij KO —> referentiepunt
• Hoogste niveau van truncus pulmonalis
• Niveau van een aandoening uitdrukken door het transversaal
• Ongeveer waar v azygos vervoegt met VCI
vlak te benoemen naar het wervellichaam in dat vlak
4.2 Systeem-veneuze drainage naar rechts
Systeemveneuze retour naar RA gebeurt via beide vv cavae en sinus coronarius
• Bloed vanuit L lichaamshelft moet de middellijn naar rechts overkruisen:
—> V anonyma (= v innominata = v brachiocephalica sinistra
—> Azygossyteem (v hemiazygos —> azygos)
4.3 Segmentaire neurovasculaire organisatie van de thoraxwand
Neurovasculaire organisatie sterk segmentair georganiseerd:
• In iedere IC ruimte en onder R12 een neurovasculaire bundel aan onderzijde bovenliggende rib
—> Arteries grotendeels uit aorta descendens thoracalis (ook gevoed uit 2 aa thoracicae internae)
—> Nn intercostales zijn de rr ventrales van de nn thoracici
Grensketen (met orthosympathische ganglia) ook segmentair georganiseerd
• Op ieder niveau bilateraal op zijkant wervellichaam een ganglion
—> Verbonden met spinale zenuw met een witte (afferente) ramus communicans en een grijze (efferente) ramus communicans
• Eerste thoracale ganglion meestal versmolten met laagste cervicale = ganglion stellatum