Wetenschap: wat is het écht?
Wetenschap is niet simpelweg een verzameling feiten, maar een systematische manier
van denken waarmee we proberen de werkelijkheid zo betrouwbaar mogelijk te begrijpen.
“Science is a way of thinking, a way of skeptically interrogating the universe.” — Carl Sagan
Wat betekent dit concreet?
Wetenschap betekent:
1. Kennis (theorieën, inzichten, modellen)
2. Methoden om die kennis te verkrijgen (onderzoek, metingen, analyses)
➡️ Wetenschappelijk denken is:
• kritisch (alles mag betwijfeld worden),
• sceptisch (resultaten worden niet zomaar aangenomen),
• systematisch (vaste stappen, controleerbaar).
➔ Wetenschappelijke kennis is nooit absoluut waar, maar waarschijnlijk waar.
➔ Elke conclusie blijft voorlopig.
Hoe wordt onderzoek verricht?
Onderzoek verloopt niet willekeurig, maar volgens een vast patroon = empirische cyclus
Wat betekent “empirisch”?
• Empirie = kennis gebaseerd op waarnemingen en ervaringen
• Dus: observeren, meten, vergelijken en analyseren
,De empirische cyclus: de weg naar kennis
De empirische cyclus laat zien dat wetenschap cyclisch verloopt:
• Nieuwe kennis → aangepaste theorie → nieuw onderzoek → nieuwe kennis
Stap 1: Theorie
Een theorie is een samenhangend geheel van:
• verklaringen
• aannames
• verwachtingen
Doel van een theorie:
• verklaren waarom iets gebeurt
• voorspellen wat er zal gebeuren
Theorieën zijn gebaseerd op:
• eerder onderzoek
• literatuur
• niet-systematische waarnemingen (toevallige observaties uit de praktijk)
Theorieën ontstaan door:
• Systematische waarnemingen: bv. resultaten van eerder onderzoek
• Niet-systematische waarnemingen: bv. toevallige observaties
Kenmerken van een goede theorie
• Toetsbaar (empirisch te onderzoeken) & gebaseerd op empirisch bewijs
o Falsifieerbaar (kan weerlegd worden)
o Verificatie (theorie wordt bevestigd)
• Rationeel (logisch denken)
• Voorlopig / tijdelijk
o Nieuwe inzichten kunnen leiden tot een paradigmaverschuiving = paradigma shift
Stap 2: Deductie
Deductie = van algemeen (theorie) → specifiek
Vanuit een theorie worden toetsbare verwachtingen afgeleid.
Dit leidt tot hypothesen of onderzoeksvragen
➡️ Voorbeeld:
• Theorie: roken schaadt de gezondheid
• Deductie: rokers krijgen vaker longkanker dan niet-rokers
,Stap 3: Vraagstelling en hypothesen
Vraagstelling
• Beschrijft exact wat de onderzoeker wil weten
• Richt zich op verbanden, verschillen of effecten
Hypothese
• Een toetsbare uitspraak
• Kan waar of onwaar blijken
Na onderzoek kan een hypothese worden:
• bevestigd / verworpen / aangepast
Stap 4: Onderzoeksontwerp kiezen
Hier beslist de onderzoeker hoe hij of zij gaat meten.
a. Kwalitatief vs. kwantitatief onderzoek
Kwalitatief onderzoek
• Emic-perspectief (beleving van deelnemers)
• Gericht op beleving en ervaringen van deelnemers
• Methoden:
o interviews
o focusgroepen
Kwantitatief onderzoek
• Etic-perspectief (objectieve meting)
• Gericht op objectieve metingen, cijfers en statistiek
• Methoden:
o vragenlijsten
o databestanden
o statistische analyses
b. Experimenteel vs. niet-experimenteel
Experimenteel onderzoek
• Randomized Controlled Trial (RCT)
• Sterk bewijs voor causaliteit
• Willekeurige indeling:
o interventiegroep
o controlegroep
Niet-experimenteel onderzoek
• Ecologisch onderzoek (populatieniveau, tijdtrends)
• Patiëntenseries (geen vergelijkingsgroep)
• Dwarsdoorsnedeonderzoek (één meetmoment, wel vergelijkingen)
• Longitudinaal onderzoek:
o cohortonderzoek (blootstelling → follow-up → ziekte)
o patiënt-controleonderzoek (ziek vs. niet ziek, terugkijkend)
, Stap 5: Populatie en steekproef kiezen
• Populatie: volledige groep waarover uitspraken worden gedaan
• Steekproef: deel van de populatie dat daadwerkelijk wordt onderzocht
➡️ Doel: steekproef moet representatief zijn.
6. Metingen en observaties
• Mogelijke methoden:
o interviews
o vragenlijsten
o observaties
o biomarkers (bloed, urine)
7. Onderzoek uitvoeren
• Dataverzameling volgens het gekozen ontwerp
8. Resultaten
• De ruwe uitkomsten van het onderzoek
9. Data-analyse
• Vooral bij kwantitatief onderzoek:
o tabellen
o grafieken
o statistische analyses
10. Conclusies en rapportage
• Beantwoordt de onderzoeksvraag
• Hypothese wordt:
o bevestigd (confirmatie/verificatie)
o tegengesproken (contradictie)
o weerlegd (falsificatie)
o aangescherpt (elaboratie)