TAB 4.1. Evy Present
PIJN BIJ DE PEDIATRISCHE PATIËNT
INLEIDING
Succesvolle ‘pijnvrije’ zorg
→ Opdracht voor ouders, VPK én pijnteam
Procedurele Sedatie en Analgesie (PROSA)
o Procedurele comfortzorg voor kinderen
o Streven naar veilige, pijnvrije en respectvolle medische zorg
Verschillende zorguitdagingen
Tijd: werkdruk hoog, waarbij er niet altijd veel tijd is om tijd te nemen voor het
kind
Stressbronnen: ZH geen kindvriendelijke omgeving, veel verschillende gezichten
en materiaal
Leeftijd/ervaring: jong kind is soms moeilijker
Vitaal risico: soms is er een korte reactietijd door een vitaal risico
Verschillende pathologieën: verschillende symptomen
Objectiveren: verschillende pijnschalen
Inschatting: moeilijke inschatting
Discomfort: discomfort, ansgtig en stress is niet altijd met pijn
Effectiviteit: effectief behandelen als er pijn is
WAT IS PIJN?
Pijn=subjectief
PIJNGEDRAG
Op een andere manier beleven + zich anders gedragen
Onderdeel van dagelijks leerproces ervaringsleren
Onder invloed van omgeving voorbeeldgedrag (mama heeft pijn, wat doen
zij?)
Bij langdurige pijn= reactie in 2 fasen
o Emotionele reactie (soms luidruchtig)
o In zichzelf gekeerd psychomotorische atonie
Ontwikkeling tijdens 1ste 6 levensmaanden
Vanaf 18 mnd: ontwijkend gedrag bij pijndreiging
Ouder worden
= beter oorzaak van pijn begrijpen
= betere omgang met pijn
= beter communiceren over pijn
Verschillende cognitieve ontwikkelingsstadia doorlopen
1
,TAB 4.1. Evy Present
SENSORIMOTORISCHE FASE
Kind tot 2 jaar (baby/peuter)
Leren via zintuigen en spierbewegingen
Praten ≠ mogelijk
Machteloos tegen pijn à oorzaak ?!
PREOPERATIONELE FASE
Kind van 2 - 7 jaar (kleuter)
Taal gebruiken om te denken
Oorzaak van pijn is vaak concreet + in het moment zelf
Waarneming neemt centrale plaats in
Logica ontbreekt (buikpijn doordat ik te veel heb gegeten??, hier denken ze niet
aan)
CONCREET-OPERATIONELE FASE
Kind van 7 - 12 jaar (lagere school)
Taal gebruiken
Logisch nadenken
Vooral ‘hier en nu’ denken
FORMEEL-OPERATIONELE FASE
Kind vanaf 12 jaar (adolescent/puber)
Abstract denken
Aangeven hoe pijn vroeger was
Besef wat chronische pijn betekent voor toekomst
Bewust van de gevolgen van pijn
PIJNHERKENNING
2
,TAB 4.1. Evy Present
METABOLE PARAMETERS
Pijn/stress = hormonale en metabole veranderingen in lichaam
Stressrespons hyperglycemie en lactaatacidose
Meetbaar via bloedspiegels
o Kindonvriendelijk
o Relatief duur
o N.v.t. bij snelle beslissingen
praktisch weinig bruikbaar
FYSIOLOGISCHE PARAMETERS
Pijnervaring lichaam in staat van paraatheid
Waarneembare fysiologische veranderingen
o Goede observatie
o Monitorbewaking
FYSIOLOGISCHE PIJNSYMPTOMEN
↑ BD en ↑ Hartslag
Veranderingen in AH-patroon
Misselijkheid en braken
↓ Arteriële saturatie
Palmair zweten
Veranderingen in gelaatskleur
Slechte wondgenezing
Bij toegenome pijn snelle aanpassing van autonome respons aan nieuw
evenwichtssituatie
GEDRAGSMATIGE ASPECTEN
Gezichtsuitdrukking
Huilen of andere vocalisaties
↓ Lichaamsbeweging (stijfheid)
Verstoord slaappatroon en ↑ waakzaamheid
↑ Spierspanning (hypertonie)
Wil niet meewerken bij verzorging
3
, TAB 4.1. Evy Present
PIJNMETING
Bepalen van: pijnintensiteit + effectiviteit van behandeling
Goed pijnbeleid = pijn regelmatig meten
o hoe frequent?
• Aard van pijn (acuut - postop - chronisch)
• Ernst van pijn
PIJNMEETINSTRUMENTEN (KENNEN)
casus examen!! Aangeven hetero of auto-evaluatie
PIJNMETING-HETERO-EVALUATIE (OBJECTIEF)
Wie?
Preverbale patiënten:
Pasgeborenen
Jonge kinderen (tot +- 4 jaar)
Kinderen met uitingsbeperking
Hoe?
Geschikte pijnmeetinstrumenten:
Leeftijd
Situatie (is dit tijdens een bloedafname enkel?)
Aard van pijn
Wat?
Gedragsobservatie
Soms + fysiologische pm’s
4
PIJN BIJ DE PEDIATRISCHE PATIËNT
INLEIDING
Succesvolle ‘pijnvrije’ zorg
→ Opdracht voor ouders, VPK én pijnteam
Procedurele Sedatie en Analgesie (PROSA)
o Procedurele comfortzorg voor kinderen
o Streven naar veilige, pijnvrije en respectvolle medische zorg
Verschillende zorguitdagingen
Tijd: werkdruk hoog, waarbij er niet altijd veel tijd is om tijd te nemen voor het
kind
Stressbronnen: ZH geen kindvriendelijke omgeving, veel verschillende gezichten
en materiaal
Leeftijd/ervaring: jong kind is soms moeilijker
Vitaal risico: soms is er een korte reactietijd door een vitaal risico
Verschillende pathologieën: verschillende symptomen
Objectiveren: verschillende pijnschalen
Inschatting: moeilijke inschatting
Discomfort: discomfort, ansgtig en stress is niet altijd met pijn
Effectiviteit: effectief behandelen als er pijn is
WAT IS PIJN?
Pijn=subjectief
PIJNGEDRAG
Op een andere manier beleven + zich anders gedragen
Onderdeel van dagelijks leerproces ervaringsleren
Onder invloed van omgeving voorbeeldgedrag (mama heeft pijn, wat doen
zij?)
Bij langdurige pijn= reactie in 2 fasen
o Emotionele reactie (soms luidruchtig)
o In zichzelf gekeerd psychomotorische atonie
Ontwikkeling tijdens 1ste 6 levensmaanden
Vanaf 18 mnd: ontwijkend gedrag bij pijndreiging
Ouder worden
= beter oorzaak van pijn begrijpen
= betere omgang met pijn
= beter communiceren over pijn
Verschillende cognitieve ontwikkelingsstadia doorlopen
1
,TAB 4.1. Evy Present
SENSORIMOTORISCHE FASE
Kind tot 2 jaar (baby/peuter)
Leren via zintuigen en spierbewegingen
Praten ≠ mogelijk
Machteloos tegen pijn à oorzaak ?!
PREOPERATIONELE FASE
Kind van 2 - 7 jaar (kleuter)
Taal gebruiken om te denken
Oorzaak van pijn is vaak concreet + in het moment zelf
Waarneming neemt centrale plaats in
Logica ontbreekt (buikpijn doordat ik te veel heb gegeten??, hier denken ze niet
aan)
CONCREET-OPERATIONELE FASE
Kind van 7 - 12 jaar (lagere school)
Taal gebruiken
Logisch nadenken
Vooral ‘hier en nu’ denken
FORMEEL-OPERATIONELE FASE
Kind vanaf 12 jaar (adolescent/puber)
Abstract denken
Aangeven hoe pijn vroeger was
Besef wat chronische pijn betekent voor toekomst
Bewust van de gevolgen van pijn
PIJNHERKENNING
2
,TAB 4.1. Evy Present
METABOLE PARAMETERS
Pijn/stress = hormonale en metabole veranderingen in lichaam
Stressrespons hyperglycemie en lactaatacidose
Meetbaar via bloedspiegels
o Kindonvriendelijk
o Relatief duur
o N.v.t. bij snelle beslissingen
praktisch weinig bruikbaar
FYSIOLOGISCHE PARAMETERS
Pijnervaring lichaam in staat van paraatheid
Waarneembare fysiologische veranderingen
o Goede observatie
o Monitorbewaking
FYSIOLOGISCHE PIJNSYMPTOMEN
↑ BD en ↑ Hartslag
Veranderingen in AH-patroon
Misselijkheid en braken
↓ Arteriële saturatie
Palmair zweten
Veranderingen in gelaatskleur
Slechte wondgenezing
Bij toegenome pijn snelle aanpassing van autonome respons aan nieuw
evenwichtssituatie
GEDRAGSMATIGE ASPECTEN
Gezichtsuitdrukking
Huilen of andere vocalisaties
↓ Lichaamsbeweging (stijfheid)
Verstoord slaappatroon en ↑ waakzaamheid
↑ Spierspanning (hypertonie)
Wil niet meewerken bij verzorging
3
, TAB 4.1. Evy Present
PIJNMETING
Bepalen van: pijnintensiteit + effectiviteit van behandeling
Goed pijnbeleid = pijn regelmatig meten
o hoe frequent?
• Aard van pijn (acuut - postop - chronisch)
• Ernst van pijn
PIJNMEETINSTRUMENTEN (KENNEN)
casus examen!! Aangeven hetero of auto-evaluatie
PIJNMETING-HETERO-EVALUATIE (OBJECTIEF)
Wie?
Preverbale patiënten:
Pasgeborenen
Jonge kinderen (tot +- 4 jaar)
Kinderen met uitingsbeperking
Hoe?
Geschikte pijnmeetinstrumenten:
Leeftijd
Situatie (is dit tijdens een bloedafname enkel?)
Aard van pijn
Wat?
Gedragsobservatie
Soms + fysiologische pm’s
4