Taak 9
Leerdoelen:
1. Wat is sociale zekerheid?
a. Hoe is het socialezekerheidsstelsel ontstaan? (Nederland, Duitsland,
Engeland en Frankrijk) (modellen)
BISMARCK EN BEVERIDGE MODEL
CAUSALITEIT EN … BINNEN BISMARCK MODEL
BEVERDIGE, BELASTINGGELD VERZEKERINGEN FINALITEIT EN SOLIDARITEIT
(ENGELAND)
LET PER LAND OP ONTWIKKELING EN KORTE ACHTERGRONDINFORMATIE, NIET
ZOZEER JAARTALLEN
Duitsland:
Uiterst simpel gesteld, begon de sociale verzekering in Duitsland met een coalitie van
industriëlen en het regime, die aanvankelijk slechts anticipeerde op de voorkeuren van
arbeiders en zich vervolgens verbreedde door de opname van de Arbeiterkassen.
Eerste nationale verplichte verzekering tegen inkomstenverlies werd in Duitsland (Keizer
Wilhelm) tot stand gebracht door regime van Bismarck met ondersteuning van de
Centrale Vereniging voor de Industrie. Legde grondslag voor andere landen en de West-
Duitse verzorgingsstaat.
Bismarcks project: gericht op de opbouw van de staat, een welbewust beleid van
versterking van het nieuwe Duitse staatsapparaat en verbetering van de banden met de
industriële arbeidersklasse. Wilde Duitse Reichstag buiten spel zetten door de vorming van
een corporatistisch stelsel van werknemers- en werkgeverslichamen dat de functies van
de Reichstag op het gebied van sociale en economische wetgeving moest overnemen
GEFAALD bevolking wel betere band met de Duitse staat
Functies in verzekeringsstelsel werden vooral ingenomen door arbeidersactivisten die daar
beschutting vonden in een maatschappij waar stakingsleiders en linkse opruiers gewoonlijk
werden ontslagen/ zelfs opgesloten.
De nationale verzekering slaagde er wel in de banden te versterken tussen de Duitse
arbeiders en de nieuwe staat.
Verplichte verzekeringen werd gezien als iets wat alleen autoritaire regimes konden
aannemen/ in landen waar de industrialisatie nog niet zo ver was Duitsland, Oostenrijk,
Finland, Zweden, Italië.
1880: Duitse arbeiders hadden een grote, verenigde en politiek scherp geprofileerde
beweging ontwikkeld, en ook een uitgebreid netwerk van ziekenfondsen en
vakbondsverzekeringen. Er werd ingespeeld op de klassenstrijd om de
verzekeringsprojecten door te voeren.
Velen ondernemers waren bereid een deel of zelfs al de verzekeringskosten te dragen als ze
maar meester bleven van de werkvloer en de volle zeggenschap over het beheer van de
fondsen behielden (vooral over de ongevallenverzekering).
Jaren 1880 drie belangrijke verplicht verzekeringswetten: ongevallen, invaliditeit en ziekte.
Unfallversicherung (ongevallenverzekering): 1884
1871: werkgevers aansprakelijk gesteld voor ongevallen op het werk tenzij nalatigheid van
de arbeider bewezen kon worden premies lagen bij de werkgever. Slachtoffers van
ongevallen ontvingen 2/3 van hun loon of minder, naargelang de
arbeidsongeschiktheidsgraad.
, Wet op ziekteverzekering, 1883: werd gefinancierd uit bijdragen van werkgevers en
arbeiders voor 2/3 of 1/3 deel, en uitgevoerd door een verscheidenheid aan erkende
ziekenfondsen, reeds bestaand of voor dat doel opgezet. De uitkering bestonden uit
medische hulp en een ziekengeld dat gelijk stond aan de helft van het loonbedrag gedurende
13 weken.
Invaliditeitsverzekering, 1889: werd in een volledig gekapitaliseerd stelsel gefinancierd uit
gelijke bijdragen van werkgevers en arbeiders en door de staat met een vaste jaarlijkse
toeslag op elk uitbetaald pensioen.
Engeland
Beveridge model:
In Engeland begon het met een coalitie van het regime en de arbeidersbeweging, die zich
uitbreidde door de werkgevers tegemoet te komen op het punt van de werkeloosheid, en de
commerciële en onderlinge verzekeraars bij de ziektekostenverzekering te betrekken.
1908 en 1911: aanvaarding van de pensioen- en verzekeringswetten (afkomstig van de
arbeidersorganisaties)
1834: Armenwet stelsel ontwikkeld van lokale armenzorg onder sterk centraal toezicht.
“Nieuwe” Armenwet: het armenhuis werd opgezet als een dreiging om de armen te
weerhouden een beroep op de hulpverlening te doen. Lokale keizers betaalden
armenbelasting.
Charity Organization Society: alle materiele hul gekoppeld werd aan morele heropvoeding.
Het was onder de bevolking onbekend, dat mensen niet vrijwillig arm waren en werkloos
waren. Beleidsvorming en voorlichting door professionals.
Lloyd George en Churchill (activistisch regime) wilde stemmen van de arbeiders winnen en
de integratie van de arbeidersklassen in de hoofdstroom van de Britse samenleving.
Bezuinigingen op de bijstand.
1908, Pensioenswet: resultaat van coalitie van regime en arbeiders bijdrage aan de
industriële harmonie en aan de productiviteit.
Binnen het Britse project (Beveridge??): werd werkgevers elke vorm van zeggenschap
ontzegd: de pensioensregeling kende geen premies, werd uit de algemene belastingen
gefinancierd en op het plaatselijke postkantoor uitbetaald aan elke burger boven de 70 jaar
met een inkomen van minder dan 26 pond per jaar. Het was een pensioen van de zeer
armen, de zeer achtenswaardige en de zeer ouden.
Anti-contributiebeginsel: vanwege de kosten, maar ook omdat het voor velen nog riekte naar
de bedeling onder de Armenwet.
De werkloosheids- en ziektekostenverzekeringen waren in heel het land en sinds jaar en dag
het werkterrein van de vakbonden en de arbeidersonderlinges waren geweest.
- Ziektekostenverzekering ziekengeld en na 26 weken een
arbeidsongeschiktheidsuitkering.
- Ambulante medische zorg en medicijnen werden vergoed.
- Ziekenhuisopname alleen vergoed voor tuberculose
- Alle werknemers werden erdoor gedekt
De lokale autoriteiten waren wel heel machteloos gebleken in het verlichten van de
werkeloosheid: ‘Incidentele plaatselijke pogingen tot bijstand of werkverschaffing aan
werkelozen belemmerden de mobiliteit van arbeiders en lokten stellig arbeiders naar
Leerdoelen:
1. Wat is sociale zekerheid?
a. Hoe is het socialezekerheidsstelsel ontstaan? (Nederland, Duitsland,
Engeland en Frankrijk) (modellen)
BISMARCK EN BEVERIDGE MODEL
CAUSALITEIT EN … BINNEN BISMARCK MODEL
BEVERDIGE, BELASTINGGELD VERZEKERINGEN FINALITEIT EN SOLIDARITEIT
(ENGELAND)
LET PER LAND OP ONTWIKKELING EN KORTE ACHTERGRONDINFORMATIE, NIET
ZOZEER JAARTALLEN
Duitsland:
Uiterst simpel gesteld, begon de sociale verzekering in Duitsland met een coalitie van
industriëlen en het regime, die aanvankelijk slechts anticipeerde op de voorkeuren van
arbeiders en zich vervolgens verbreedde door de opname van de Arbeiterkassen.
Eerste nationale verplichte verzekering tegen inkomstenverlies werd in Duitsland (Keizer
Wilhelm) tot stand gebracht door regime van Bismarck met ondersteuning van de
Centrale Vereniging voor de Industrie. Legde grondslag voor andere landen en de West-
Duitse verzorgingsstaat.
Bismarcks project: gericht op de opbouw van de staat, een welbewust beleid van
versterking van het nieuwe Duitse staatsapparaat en verbetering van de banden met de
industriële arbeidersklasse. Wilde Duitse Reichstag buiten spel zetten door de vorming van
een corporatistisch stelsel van werknemers- en werkgeverslichamen dat de functies van
de Reichstag op het gebied van sociale en economische wetgeving moest overnemen
GEFAALD bevolking wel betere band met de Duitse staat
Functies in verzekeringsstelsel werden vooral ingenomen door arbeidersactivisten die daar
beschutting vonden in een maatschappij waar stakingsleiders en linkse opruiers gewoonlijk
werden ontslagen/ zelfs opgesloten.
De nationale verzekering slaagde er wel in de banden te versterken tussen de Duitse
arbeiders en de nieuwe staat.
Verplichte verzekeringen werd gezien als iets wat alleen autoritaire regimes konden
aannemen/ in landen waar de industrialisatie nog niet zo ver was Duitsland, Oostenrijk,
Finland, Zweden, Italië.
1880: Duitse arbeiders hadden een grote, verenigde en politiek scherp geprofileerde
beweging ontwikkeld, en ook een uitgebreid netwerk van ziekenfondsen en
vakbondsverzekeringen. Er werd ingespeeld op de klassenstrijd om de
verzekeringsprojecten door te voeren.
Velen ondernemers waren bereid een deel of zelfs al de verzekeringskosten te dragen als ze
maar meester bleven van de werkvloer en de volle zeggenschap over het beheer van de
fondsen behielden (vooral over de ongevallenverzekering).
Jaren 1880 drie belangrijke verplicht verzekeringswetten: ongevallen, invaliditeit en ziekte.
Unfallversicherung (ongevallenverzekering): 1884
1871: werkgevers aansprakelijk gesteld voor ongevallen op het werk tenzij nalatigheid van
de arbeider bewezen kon worden premies lagen bij de werkgever. Slachtoffers van
ongevallen ontvingen 2/3 van hun loon of minder, naargelang de
arbeidsongeschiktheidsgraad.
, Wet op ziekteverzekering, 1883: werd gefinancierd uit bijdragen van werkgevers en
arbeiders voor 2/3 of 1/3 deel, en uitgevoerd door een verscheidenheid aan erkende
ziekenfondsen, reeds bestaand of voor dat doel opgezet. De uitkering bestonden uit
medische hulp en een ziekengeld dat gelijk stond aan de helft van het loonbedrag gedurende
13 weken.
Invaliditeitsverzekering, 1889: werd in een volledig gekapitaliseerd stelsel gefinancierd uit
gelijke bijdragen van werkgevers en arbeiders en door de staat met een vaste jaarlijkse
toeslag op elk uitbetaald pensioen.
Engeland
Beveridge model:
In Engeland begon het met een coalitie van het regime en de arbeidersbeweging, die zich
uitbreidde door de werkgevers tegemoet te komen op het punt van de werkeloosheid, en de
commerciële en onderlinge verzekeraars bij de ziektekostenverzekering te betrekken.
1908 en 1911: aanvaarding van de pensioen- en verzekeringswetten (afkomstig van de
arbeidersorganisaties)
1834: Armenwet stelsel ontwikkeld van lokale armenzorg onder sterk centraal toezicht.
“Nieuwe” Armenwet: het armenhuis werd opgezet als een dreiging om de armen te
weerhouden een beroep op de hulpverlening te doen. Lokale keizers betaalden
armenbelasting.
Charity Organization Society: alle materiele hul gekoppeld werd aan morele heropvoeding.
Het was onder de bevolking onbekend, dat mensen niet vrijwillig arm waren en werkloos
waren. Beleidsvorming en voorlichting door professionals.
Lloyd George en Churchill (activistisch regime) wilde stemmen van de arbeiders winnen en
de integratie van de arbeidersklassen in de hoofdstroom van de Britse samenleving.
Bezuinigingen op de bijstand.
1908, Pensioenswet: resultaat van coalitie van regime en arbeiders bijdrage aan de
industriële harmonie en aan de productiviteit.
Binnen het Britse project (Beveridge??): werd werkgevers elke vorm van zeggenschap
ontzegd: de pensioensregeling kende geen premies, werd uit de algemene belastingen
gefinancierd en op het plaatselijke postkantoor uitbetaald aan elke burger boven de 70 jaar
met een inkomen van minder dan 26 pond per jaar. Het was een pensioen van de zeer
armen, de zeer achtenswaardige en de zeer ouden.
Anti-contributiebeginsel: vanwege de kosten, maar ook omdat het voor velen nog riekte naar
de bedeling onder de Armenwet.
De werkloosheids- en ziektekostenverzekeringen waren in heel het land en sinds jaar en dag
het werkterrein van de vakbonden en de arbeidersonderlinges waren geweest.
- Ziektekostenverzekering ziekengeld en na 26 weken een
arbeidsongeschiktheidsuitkering.
- Ambulante medische zorg en medicijnen werden vergoed.
- Ziekenhuisopname alleen vergoed voor tuberculose
- Alle werknemers werden erdoor gedekt
De lokale autoriteiten waren wel heel machteloos gebleken in het verlichten van de
werkeloosheid: ‘Incidentele plaatselijke pogingen tot bijstand of werkverschaffing aan
werkelozen belemmerden de mobiliteit van arbeiders en lokten stellig arbeiders naar