Taak 6 Leerdoelen
Gezondheidsvoorlichting en gedragsverandering: een planmatige aanpak
Leerdoelen algemeen:
1. Wat zijn risicofactoren van gezondheid?
Factoren die in de populatie een verhoogd risico geven op het ontstaan van
gezondheidsproblemen.
Wat zijn ze (ze staan beide in relatie tot elkaar)?
- Gedrag en leefstijl (gezondheidsgedrag): roken, alcoholconsumptie, eetgewoonten,
lichamelijke activiteit, volgen van hygiënemaatregelen, vaccinatie, therapierouw.
o Ongezond gewoontegedrag, wanneer het aanhoudt op de lange termijn
- Omgevings- en persoonsgebonden factoren, staan in verbinding met
gedragsfactoren. Geluidsoverlast, luchtverontreiniging
o Fysieke omgeving, asbest, fijnstof in buurt van veel verkeer
Of er gaan jarenlange blootstelling vooraf aan de ontwikkeling van de
aandoening
Of factoren hebben snel invloed op de gezondheid
Moet verbeterd worden door beleid en wetgeving
(snelheidsbeperkingen om de stikstofuitstoot te verminderen)
o Sociaal-culturele omgevingsfactoren, sociale steun
o Economische omgevingsfactoren, betaalbaarheid van de zorg, verplichte
basis zorgverzekering
o Persoonsgebonden factoren, erfelijke, biologische en psychologische factoren
Erfelijke factoren, spelen rol in het ontstaan van chronische ziekten
Biologische factoren, niet erfelijk bepaalde ziektes zoals hoge
bloeddruk, verhoogd cholesterol
Psychologische factoren, intrinsieke motivatie, stress, zelfbeheersing,
gebrek aan controle over het leven
2. Hoe kun je het verband tussen gedrag en gezondheid onderzoeken?
Analyse maken van de risico’s die hierbij horen en hoe tegenover elkaar staan.
Er kan epidemiologisch onderzoek uitgevoerd worden. Epidemiologie houdt zich bezig met
onderzoek naar de sterkte van het verband tussen gedrag en gezondheidsproblemen in de
bevolking.
Het bewijs voor een oorzakelijk verband tussen gedrag en gezondheid is sterker als aan een
aantal voorwaarden wordt voldaan.
- Biologische plausibiliteit
- Tijdsrelatie
- Sterkte van het verband
- Dosis-effectrelatie
- Consistentie
- Analogie
Kan in verschillende maten worden uitgedrukt
- RR, relatieve risico
- RV, risicoverschil
- AR, attributieve risico
- PAR, populatieattributieve risico
- B, regressiecoefficiënt
- R, correlatiecoefficiënt
, Komt later een keer terug
3. Welke soorten determinanten van gedrag zijn er?
- Geslacht
- Leeftijd
- Sociaal-economische verschillen
- Verschillen naar migratieachtergrond
- Verschillen tussen gebieden
- Tijd
- Biologische determinanten; genetische aanleg, persoonlijkheid
- Proximale, distale en ultieme determinanten; heirtussen wordt onderscheid gemaakt
in onderzoek.
o Proximale: die heel dicht verbonden zijn met het onderzochte gedrag
o Distale: staan wat verder van het gedrag af en hebben een meer indirecte
invloed op het onderzochte gedrag
o Ultieme: die op nog verdere afstand van het individu staan, maar indirect toch
via allerlei tussenliggende processen het gedrag kunnen beïnvloeden
Ijsberg van McClelland
Top: Je ziet dat iemand iets doet.
Onderkant: waarom doe je iets, normen en waarden, wat wil je doen.
Theorieën van Pavlov, Skinner en Pandora
Duale systemen 1 en 2 Dalenman/ Kaneman
4. Wat zijn persoonlijke determinanten van gedrag?
Omgevingsdeterminanten zijn meer feiten en persoonlijke determinanten is meer de
ervaring.
- Gedragsintentie (een plan, maar geen wil), motivatie (intrinsiek, vanuit jezelf,
extrinsiek, vanuit je omgeving)
- Attitude, uitkomstverwachtingen (goed gevolg, goed gevoel, positieve attitude
tegenover presenteren, vaker willen doen) visa versa. Meten door vragen wat je
ergens van vindt of het meten van uitkomsten
- Subjectieve norm en ervaren sociale invloed
- Eigeneffectiviteitsverwachting of waargenomen gedragscontrole
Gezondheidsvoorlichting en gedragsverandering: een planmatige aanpak
Leerdoelen algemeen:
1. Wat zijn risicofactoren van gezondheid?
Factoren die in de populatie een verhoogd risico geven op het ontstaan van
gezondheidsproblemen.
Wat zijn ze (ze staan beide in relatie tot elkaar)?
- Gedrag en leefstijl (gezondheidsgedrag): roken, alcoholconsumptie, eetgewoonten,
lichamelijke activiteit, volgen van hygiënemaatregelen, vaccinatie, therapierouw.
o Ongezond gewoontegedrag, wanneer het aanhoudt op de lange termijn
- Omgevings- en persoonsgebonden factoren, staan in verbinding met
gedragsfactoren. Geluidsoverlast, luchtverontreiniging
o Fysieke omgeving, asbest, fijnstof in buurt van veel verkeer
Of er gaan jarenlange blootstelling vooraf aan de ontwikkeling van de
aandoening
Of factoren hebben snel invloed op de gezondheid
Moet verbeterd worden door beleid en wetgeving
(snelheidsbeperkingen om de stikstofuitstoot te verminderen)
o Sociaal-culturele omgevingsfactoren, sociale steun
o Economische omgevingsfactoren, betaalbaarheid van de zorg, verplichte
basis zorgverzekering
o Persoonsgebonden factoren, erfelijke, biologische en psychologische factoren
Erfelijke factoren, spelen rol in het ontstaan van chronische ziekten
Biologische factoren, niet erfelijk bepaalde ziektes zoals hoge
bloeddruk, verhoogd cholesterol
Psychologische factoren, intrinsieke motivatie, stress, zelfbeheersing,
gebrek aan controle over het leven
2. Hoe kun je het verband tussen gedrag en gezondheid onderzoeken?
Analyse maken van de risico’s die hierbij horen en hoe tegenover elkaar staan.
Er kan epidemiologisch onderzoek uitgevoerd worden. Epidemiologie houdt zich bezig met
onderzoek naar de sterkte van het verband tussen gedrag en gezondheidsproblemen in de
bevolking.
Het bewijs voor een oorzakelijk verband tussen gedrag en gezondheid is sterker als aan een
aantal voorwaarden wordt voldaan.
- Biologische plausibiliteit
- Tijdsrelatie
- Sterkte van het verband
- Dosis-effectrelatie
- Consistentie
- Analogie
Kan in verschillende maten worden uitgedrukt
- RR, relatieve risico
- RV, risicoverschil
- AR, attributieve risico
- PAR, populatieattributieve risico
- B, regressiecoefficiënt
- R, correlatiecoefficiënt
, Komt later een keer terug
3. Welke soorten determinanten van gedrag zijn er?
- Geslacht
- Leeftijd
- Sociaal-economische verschillen
- Verschillen naar migratieachtergrond
- Verschillen tussen gebieden
- Tijd
- Biologische determinanten; genetische aanleg, persoonlijkheid
- Proximale, distale en ultieme determinanten; heirtussen wordt onderscheid gemaakt
in onderzoek.
o Proximale: die heel dicht verbonden zijn met het onderzochte gedrag
o Distale: staan wat verder van het gedrag af en hebben een meer indirecte
invloed op het onderzochte gedrag
o Ultieme: die op nog verdere afstand van het individu staan, maar indirect toch
via allerlei tussenliggende processen het gedrag kunnen beïnvloeden
Ijsberg van McClelland
Top: Je ziet dat iemand iets doet.
Onderkant: waarom doe je iets, normen en waarden, wat wil je doen.
Theorieën van Pavlov, Skinner en Pandora
Duale systemen 1 en 2 Dalenman/ Kaneman
4. Wat zijn persoonlijke determinanten van gedrag?
Omgevingsdeterminanten zijn meer feiten en persoonlijke determinanten is meer de
ervaring.
- Gedragsintentie (een plan, maar geen wil), motivatie (intrinsiek, vanuit jezelf,
extrinsiek, vanuit je omgeving)
- Attitude, uitkomstverwachtingen (goed gevolg, goed gevoel, positieve attitude
tegenover presenteren, vaker willen doen) visa versa. Meten door vragen wat je
ergens van vindt of het meten van uitkomsten
- Subjectieve norm en ervaren sociale invloed
- Eigeneffectiviteitsverwachting of waargenomen gedragscontrole