Transportmanagement – Examenvoorbereiding:
Uitgewerkte Antwoorden
Module 1 – Introductie & Transportmodaliteiten
Basisbegrippen
1. Wat is transportmanagement? Geef de definitie.
Transportmanagement = plannen, organiseren, coördineren en controleren van
alle transportactiviteiten binnen een onderneming.
Doel = goederen tijdig, kostenefficiënt en duurzaam te verplaatsen, met
maximale klanttevredenheid.
2. Is transport hetzelfde als vervoer? Verklaar je antwoord.
Nee, transport en vervoer zijn niet hetzelfde.
Transport = vervoeren van personen, goederen of informatie van plaats A naar B
met een transportmiddel.
Transportmanagement = breder concept dat niet alleen het vervoeren zelf omvat,
maar ook het plannen, organiseren en controleren van transportactiviteiten.
3. Welke transporttypes onderscheid je? Licht kort toe.
Personentransport: Verplaatsing van mensen (bv. bussen, treinen)
Goederentransport: Verplaatsing van materiële goederen
Datatransport: Overdracht van informatie (bv. internetverkeer)
Bij goederentransport onderscheiden we verder:
Intern transport: Beweging van goederen binnen bedrijfsterrein (heftrucks,
AGV's)
Extern transport: Transport tussen verschillende locaties (vrachtwagens,
schepen)
4. Welke partijen zijn betrokken in een transportproces? Beschrijf hun rol.
Verlader (afzender): Bedrijf dat goederen wil vervoerd krijgen en opdracht
geeft tot transport
Transporteur (vervoerder): Partij die transport fysiek uitvoert met eigen
voertuigen of onderaannemers
Ontvanger: Partij die goederen in ontvangst neemt
Expediteur (freight forwarder): Organiseert transport, verzorgt
administratie en coördinatie
Logistieke dienstverlener (3PL/4PL): Combineert transport met opslag,
orderpicking, verpakking
Transportmodaliteiten
5. Welke vervoersmodaliteiten bestaan er? Geef een overzicht.
, Wegtransport: Flexibel, kort tot middellang, deur-tot-deur, groot netwerk,
beperkt tot 44T
Spoorvervoer: Lange afstanden, bulk, duurzaam, minder flexibel, beperkt
netwerk
Binnenvaart: Bulk, containers, hoge capaciteit, zeer milieuvriendelijk,
langzaam
Zeevaart: Internationaal, intercontinentaal, groot volume, lage kost per
tonkm, traag
Luchtvracht: Kostbare, bederfbare goederen, zeer snel, duur, niet duurzaam
Pijpleidingtransport: Gassen, vloeistoffen, continu transport, hoge
investeringen
6. Wat wordt bedoeld met multimodaal transport?
Multimodaal transport = vervoer van goederen met 2 of meer verschillende
transportmodaliteiten binnen één transportketen, onder één contract en met één
verantwoordelijke (expediteur of operator). Meestal omvat dit: voortransport
(weg) → hoofdtransport (zee/spoor/binnenvaart) → natransport (weg).
7. Wat is synchromodaal transport en waarin verschilt dit van multimodaal
transport?
Synchromodaal transport is een innovatieve, digitaal gestuurde vorm van
multimodaal transport waarbij de keuze van transportmodus niet vooraf vastligt,
maar real-time wordt bepaald op basis van omstandigheden (congestie, weer,
capaciteit, kosten).
Verschil:
Multimodaal = vooraf vastgelegde combinatie
Synchromodaal = dynamische keuze via digitale systemen
8. Welke criteria spelen een rol bij de keuze van een transportmodaliteit?
Twaalf criteria bepalen modaliteitskeuze:
1. Prijs (kostprijs per tonkilometer)
2. Snelheid (tijd tussen verzending en aankomst)
3. Flexibiliteit (vermogen om zich aan te passen)
4. Betrouwbaarheid (op tijd en in goede staat)
5. Geografische spreiding (netwerkdekking)
6. Gemak/Gebruiksvriendelijkheid (eenvoud van inzet)
7. Tracking & Tracing (realtime opvolging)
8. Imago (perceptie klanten en maatschappij)
9. Milieu & Duurzaamheid (CO₂-uitstoot)
10. Zware lading (geschiktheid voor zwaar gewicht)
11. Gevaarlijke goederen (ADR/RID/ADN regelgeving)
12. Temperatuurgevoelige lading (koeling/vriezing nodig)
9. Geef per criterium een concreet voorbeeld.
Uitgewerkte Antwoorden
Module 1 – Introductie & Transportmodaliteiten
Basisbegrippen
1. Wat is transportmanagement? Geef de definitie.
Transportmanagement = plannen, organiseren, coördineren en controleren van
alle transportactiviteiten binnen een onderneming.
Doel = goederen tijdig, kostenefficiënt en duurzaam te verplaatsen, met
maximale klanttevredenheid.
2. Is transport hetzelfde als vervoer? Verklaar je antwoord.
Nee, transport en vervoer zijn niet hetzelfde.
Transport = vervoeren van personen, goederen of informatie van plaats A naar B
met een transportmiddel.
Transportmanagement = breder concept dat niet alleen het vervoeren zelf omvat,
maar ook het plannen, organiseren en controleren van transportactiviteiten.
3. Welke transporttypes onderscheid je? Licht kort toe.
Personentransport: Verplaatsing van mensen (bv. bussen, treinen)
Goederentransport: Verplaatsing van materiële goederen
Datatransport: Overdracht van informatie (bv. internetverkeer)
Bij goederentransport onderscheiden we verder:
Intern transport: Beweging van goederen binnen bedrijfsterrein (heftrucks,
AGV's)
Extern transport: Transport tussen verschillende locaties (vrachtwagens,
schepen)
4. Welke partijen zijn betrokken in een transportproces? Beschrijf hun rol.
Verlader (afzender): Bedrijf dat goederen wil vervoerd krijgen en opdracht
geeft tot transport
Transporteur (vervoerder): Partij die transport fysiek uitvoert met eigen
voertuigen of onderaannemers
Ontvanger: Partij die goederen in ontvangst neemt
Expediteur (freight forwarder): Organiseert transport, verzorgt
administratie en coördinatie
Logistieke dienstverlener (3PL/4PL): Combineert transport met opslag,
orderpicking, verpakking
Transportmodaliteiten
5. Welke vervoersmodaliteiten bestaan er? Geef een overzicht.
, Wegtransport: Flexibel, kort tot middellang, deur-tot-deur, groot netwerk,
beperkt tot 44T
Spoorvervoer: Lange afstanden, bulk, duurzaam, minder flexibel, beperkt
netwerk
Binnenvaart: Bulk, containers, hoge capaciteit, zeer milieuvriendelijk,
langzaam
Zeevaart: Internationaal, intercontinentaal, groot volume, lage kost per
tonkm, traag
Luchtvracht: Kostbare, bederfbare goederen, zeer snel, duur, niet duurzaam
Pijpleidingtransport: Gassen, vloeistoffen, continu transport, hoge
investeringen
6. Wat wordt bedoeld met multimodaal transport?
Multimodaal transport = vervoer van goederen met 2 of meer verschillende
transportmodaliteiten binnen één transportketen, onder één contract en met één
verantwoordelijke (expediteur of operator). Meestal omvat dit: voortransport
(weg) → hoofdtransport (zee/spoor/binnenvaart) → natransport (weg).
7. Wat is synchromodaal transport en waarin verschilt dit van multimodaal
transport?
Synchromodaal transport is een innovatieve, digitaal gestuurde vorm van
multimodaal transport waarbij de keuze van transportmodus niet vooraf vastligt,
maar real-time wordt bepaald op basis van omstandigheden (congestie, weer,
capaciteit, kosten).
Verschil:
Multimodaal = vooraf vastgelegde combinatie
Synchromodaal = dynamische keuze via digitale systemen
8. Welke criteria spelen een rol bij de keuze van een transportmodaliteit?
Twaalf criteria bepalen modaliteitskeuze:
1. Prijs (kostprijs per tonkilometer)
2. Snelheid (tijd tussen verzending en aankomst)
3. Flexibiliteit (vermogen om zich aan te passen)
4. Betrouwbaarheid (op tijd en in goede staat)
5. Geografische spreiding (netwerkdekking)
6. Gemak/Gebruiksvriendelijkheid (eenvoud van inzet)
7. Tracking & Tracing (realtime opvolging)
8. Imago (perceptie klanten en maatschappij)
9. Milieu & Duurzaamheid (CO₂-uitstoot)
10. Zware lading (geschiktheid voor zwaar gewicht)
11. Gevaarlijke goederen (ADR/RID/ADN regelgeving)
12. Temperatuurgevoelige lading (koeling/vriezing nodig)
9. Geef per criterium een concreet voorbeeld.