Inleiding 1
Depressieve stemmingsstoornissen 4
Bipolaire stoornissen 10
Psychotische stoornissen 13
Verslaving 18
Angst- en dwangstoornissen 22
Persoonlijkheidsstoornissen 26
Trauma en stress 30
Eetstoornissen 34
Psychotherapie 37
Neurocognitieve stoornissen 39
Ouderen- en neuropsychiatrie praktisch 46
Capita selecta 49
Inleiding
Wat is psychiatrie
- = medisch specialisme dat zich bezighoudt met patiëntenzorg, wetenschappelijk
onderzoek en onderwijs op gebied van psychiatrische ziekten
- Psychiatrische ziekten = aandoeningen die zich kenmerken door afwijkingen van
psychische functies en die gepaard gaan met lijdensdruk/ dysfunctioneren
Kriekemans Kristiaan 1
, - Psychische functies: TRIAS PSYCHICA
- Cognitieve: bewustzijn, oriëntatie, aandacht, geheugen, denken, …
- Affectieve: stemming (over lange periode), affect (korte periode)
- Conatieve: motivatie, psychomotoriek, gedrag
- Grens tussen normaal-abnormaal is soms moeilijk, vaak ook maatschappelijk en
cultureel bepaald
- Specifieke van psychiatrie
- Interactief-gelaagd model = biopsychosociaal model
- Alle niveaus van het model beïnvloeden elkaar
- Nood aan multidisciplinaire hulp: alle methodes zijn ook in interactie
- Erklären, verstehen
Psychiatrisch onderzoek
- Observatie
- Uiterlijk: jong, verzorgd, kleding, …
- Contactname: begroeten, wederkerigheid, …
- Houding: vriendelijk, kil, prikkelbaar, …
- Klachtenpresentatie: met gevoel, onverschillig, …
- Gevoelens bij onderzoeker: neutraal, sympathie, machteloos, …
- Anamnese
- Gelijkend op somatische geneeskunde maar soms specifiek
- Accent subjectieve symptomen: ervaring van patiënt
- Observatie en anamnese lopen tegelijk
- Symptoom anamnese + sociale en biografische anamnese
- Interactie = cruciaal: je wil de patiënt begrijpen in zijn verhaal, in zijn eigen
persoon
- 6 secties van anamnese
- Speciële anamnese = hoofdklacht
- Laten vertellen, open vragen, interesse tonen
- Moedig aan om te praten over moeilijke onderwerpen
ZONDER ongezonde nieuwsgierigheid
- NIET de psychische huid doorboren als er nog
onvoldoende vertrouwen is
- Algemeen psychiatrisch → trias psychica
- Cognitief: bewustzijn, geheugen, aandacht, hallucinaties,
wanen (stoornis in inhoud van denken), incoherentie (stoornis
in vorm van denken), dwanggedachten, suïcidaliteit
- Affectief: depressieve stemming, anhedonie, euforie,
prikkelbaarheid, angst, fobie
- Conatief: psychomotore agitatie, katatonie, middelenmisbruik,
eetgedrag, dwanghandelingen
- Voorgeschiedenis + familiaal
- Persoonlijk psychiatrisch
- Familiaal psychiatrisch → vooral eerstegraadsverwanten
- Somatisch + lichamelijk onderzoek
- Lichamelijk onderzoek op bepaalde indicatie: vb. last van GI
stelsel, druk op de borst, …
Kriekemans Kristiaan 2
, - Sociaal
- Eerste milieu: leefsituatie, relatie, gezin, …
- Tweede milieu: werk, collega’s, ambitie
- Derde milieu: gezin van herkomst (band met ouders),
burgerrol, sociale rol (vrienden)
- Ontwikkelingsanamnese
- Factoren die predisponeren/ beschermen tegen psychiatrische
stoornissen
- Biografische context
- Ontwikkeling persoonlijkheidskenmerken tijdens levensloop
→ vb. misbruik, geboortecomplicaties, …
Diagnose en classificatie
- Diagnose
- Onderscheid normaal - abnormaal
- Onderscheid tussen ziekten: etiologie, verloop, behandeling, prognose
- Essentieel deel van de interactie met patiënt
- Noodzakelijk voor communicatie tussen zorgverleners, voor wetenschappelijk
onderzoek
- Wanneer een psychiatrische stoornis?
- Syndroom = aantal afwijkende kenmerken van psychische functies zijn
aanwezig
- Symptomen blijven een tijdje aanwezig
- Aanwezige lijdensdruk en/ of beperkingen in functioneren
- Geschiedenis: Emil Kraepelin: onderscheid tussen bipolaire stoornis en schizofrenie
→ basis voor beschrijven psychiatrische ziektes
- DSM = diagnostic and statistical manual of mental disorders
- DSM-diagnose = klinische diagnose
- Polythetisch systeem
- Voordeel: flexibiliteit
- Nadeel: stoornissen zijn niet homogeen → moeilijk onderzoek
- DSM-diagnose zegt weinig over oorzaak, hersenfuncties, levensverhaal,
betekenis van aandoening, sociale aspecten, …
- Categorieën
- Neurocognitief: delier, alzheimer, parkinson
- Psychose spectrum: schizofrenie, waanstoornis, …
- Bipolaire stoornissen (met stemmings instabiliteit)
- Depressieve stoornissen
- Angst- en gedragsstoornissen
- Obsessief-compulsieve stoornissen
- Somatisch-symptoom stoornissen: chronische vermoeidheid,
fibromyalgie
- Persoonlijkheidsstoornis: cluster A, B, C
- Neurobiologische ontwikkelingsstoornis: focus kinderpsychiatrie:
autisme, ADHD, …
Kriekemans Kristiaan 3
, Depressieve stemmingsstoornissen
Depressieve stoornis
- Kliniek
- Moeilijk onderscheid tussen normaal - abnormaal: vb. neerslachtige periode
na een relatiebreuk
- Verdriet is normaal, heeft een biologische functie: het laat je nadenken bij
moeilijke periodes → als verdriet blijft duren, kan het een probleem worden
en interageren met het dagelijks functioneren
- DSM: ≥ 5 van volgende symptomen (+ een van eerste twee)
- Depressieve stemming
- Anhedonie: verminderd vermogen om te genieten
- Anticipatorische anhedonie: je kijkt niet meer uit naar dingen
- Consumatorische anhedonie: je haalt geen plezier meer uit de
dingen die het normaal wel zijn
- Gewichtsverlies / -toename
- Insomnie / hypersomnie
- Psychomotore agitatie / retardatie
- Energieverlies
- Gevoelens van waardeloosheid / schuld
- Geheugen- of concentratiestoornis
- Terugkerende gedachten aan de dood / suïcide
- Affectieve symptomen: stemmingsdaling, niet kunnen genieten, angst,
prikkelbaarheid, emotionele labiliteit
- Cognitieve symptomen: aandachts- en concentratiestoornis, schuld,
cognitieve distorties1, Triade van Beck2, psychose3 (armoede, schuld,
nihilisme), suïcidale gedachten (altijd navragen!)
- Conatieve symptomen: energieverlies, moeheid, apathie, isolatie, minder
praten
- Lichamelijke symptomen: slaapstoornis, eetstoornis, seksuele dysfunctie,
vage somatische klachten, dagschommelingen (diurne variatie: ochtend vaak
ergste)
- Subtypes
- Postpartum < 4w → specialist
- Seizoensgebonden → lichttherapie?
- + katatonie (> 2 kenmerken)
- Motorische verstarring, katalepsie, stupor
- Excessieve motorische activiteit (doelloos)
- Extreem negativisme / mutisme
- Bizarre houding, stereotype bewegingen, grimassen
- Echolalie, echopraxie
→ psychiater → ECT overwegen
- + melanchole kenmerken
1
Cognitieve distorties: vertekening van zelfbeeld, de wereld, de toekomst
2
Triade van Beck: negatief denken over zichzelf, de wereld, de toekomst
3
Psychose: vooral schuld en nihilistische wanen (syndroom van Cotard) ikv depressie
Kriekemans Kristiaan 4