Oftalmologie: samenvatting
Anatomie, fysiologie en histologie van het oog 2
Oogonderzoek 8
Refractie afwijkingen 12
Rode oog 16
Trage visusdaling 22
Plotse visusdaling 28
Systeemziekten 33
Medicatie binnen oftalmologie 36
Oogleden 40
Orbita 42
Traanwegen 43
Kleurenzicht 44
Oogtraumata 46
Kinderoftalmologie 49
Kriekemans Kristiaan 1
,Anatomie, fysiologie en histologie van het oog
Oogbol
- Oogbol
- In orbita
- Voor-achterwaartse diameter = 24,2 mm
- Bijziend → langer oor
- Verziend → korter oog
- Ondersteund door: oogleden, conjunctiva, traanapparaat
- Sclera-cornea
- Sclera = buitenste laag oogbol, geringe bloedvoorziening (ciliaire arteriën)
- Cornea = voorste gedeelte van sclera, sterke kromming, glashelder,
- Epitheel: 5-6 cellagen
- Membraan van Bowman: acellulair, helder
- Stroma: 90% collageen
- Membraan van Descemet
- Endotheel: 1 cellaag
- Corneale helderheid
- Lamellen: parallel
- Pompfunctie van endotheelcellen
- Endotheel = dunne laag, verliest cellen doorheen leven
- Endotheel = essentieel voor behoud van helderheid
- Corneale gevoeligheid: rijk aan sensibele vezels
- Corna = avasculair
- Voorste oogsegment = tussen voorzijde cornea - achterzijde lens
- Voorste oogkamer
- Achterste oogkamer
- Begrenzing: achtervlak iris en corpus ciliare, lens en voorste
glasvochtmembraan
- Zonulae ciliaris doorkruisen kamer
- Volume = 0,06 ml
- Lens
- Embryologie
- 2w na conceptie: blaasje ectoderm vormt lensplacode
- Instulping → lensgroeve → lensblaasje afgegrensd, binnenzijde met
epitheel
- Epitheelcellen delen verder
- Kenmerken
- Actieve stofwisseling
- Voeding vanuit voorkamer (diffusie)
- Actief transport door kationenpomp
- Eiwitrijk (35%)
- Structuur
- Biconvex, avasculair
- Lenskapsel
Kriekemans Kristiaan 2
, - Via zonulaire vezels verbonden met corpus ciliare (bij Syndroom van
Marfan → losse vezels en lens kan verschuiven)
- Functie
- Licht doorlaten
- Lichtstralen bundelen
- Accommodatie: beeld scherp stellen
- UV filter
- Lens + cornea: totale brekingsindex van oog = 58D (waarvan 42D door
cornea)
- Accommodatie
- Ontspannen m. ciliaris → maximale diametere corpus ciliare →
lensbandjes strak → lenskapsel maximaal gespannen → platte lens
(normale dioptrische sterkte) → beter zien van ver
- Contractie m. ciliaris → diameter corpus ciliare kleiner → slappe
zonulae → bolle lens → groter brekingsvermogen → beter zien
dichtbij
- Accommodatievermogen lens daalt met leeftijd
- Eerste levensjaren: 18D
- 30j: 7D
- 40J: 4,5D
- 65J: bijna geen accommodatievermogen meer = presbyopie
- Uvea: 3 delen
- Choroidea (vaatvlies)
- Lamina vasculosa: grote bloedvaten buitenkant
- Lamina choriocapillaris: fijne vaatjes binnenkant
- Bruch’s membraan: basaalmembraan van pigmentblad
- Corpus ciliare
- Productie voorkamervocht
- Vocht gaat vanuit achterste oogsegment via pupil naar voorste
oogkamer
- Afgevoerd via hoek in voorste oogkamer (trabeculum)
- Lensophanging
- Accommodatie
- Iris: diafragma rond centrale opening (pupil), twee gladde spieren
- m. sfincter papillae (parasympatisch) → miose
- m. dilatator pupillae (orthosympatisch) → mydriase
- Pupil regelt hoeveelheid licht die binnenkomt → scherp beeld op
retina
- Grootte pupil = familiaal bepaald, baby en ouderen hebben
kleine pupil
- Isocorie
- Anisocorie: fysiologisch/ pathologisch
- Mydriase
- Miose
- Achterste oogsegment
- Vitreum (glasvocht)
- Helder, avasculair gelatineus lichaam
- Vocht = 4,5 ml
Kriekemans Kristiaan 3
, - Fibrillair netwerk: 98% water, 2% collageen + hyaluronzuur
- Retina
- Buitenste pigmentlaag: retina pigment epithelium
- Tegen binnenzijde choroidea (membraan van Bruch)
- Ligt ook op achterzijde corpus ciliare, iris
- Hechte verbinding tussen pigmentepitheel en
fotoreceptorcellen
- Netvliesloslating = pathologische verbreking tussen
pigmentlaag en fotoreceptorcellen
- Functie
- Licht absorberen → geen weerkaatsing in oogbol
- Vit A metabolisme
- Instandhouden bloed-retina barrière
- Fagocytose van zich vernieuwende fotoreceptoren
- Licht-en warmte uitwisseling
- Binnenste pigmentlaag
- Fotoreceptorcellen: staafjes + kegeltjes
- Interneuronen
- Ganglioncellen
- Gliale cellen: horizontale cellen, amacriene cellen, Müllercellen
- Functie
- Kegeltjes (6 miljoen) in fovea centralis → kleurenzien,
scherp zien
- Staafjes (120 miljoen) in periferie → zien bij lage
intensiteit
- Vascularisatie
- A. centralis retinae (van ophthalmica), doorheen dura mater en
arachnoidea → 4 retinale vertakkingen
- Foveale avasculaire zone + extreme periferie → diffusie
choriocapillaris
- Overblijvende retina
- Buitenste ⅓ → choriocapillaris
- Binnenste ⅔ → retinale circulatie
- Retour: retinale venules, v. centralis retinae, v. ophthalmica,
rechtstreeks in sinus cavernosus
- Retinale circulatie bevloeit ALLE lagen van retina,
UITGEZONDERD fotoreceptoren (= choriocapillaris)
- Topografische organisatie: posterior pole: tussen superior en inferior
temporale vaatbogen
- Macula + centrale fovea (3 mm temporaal van n. opticus)
- Embryologie: migratie binnenste nucleaire laag en
ganglionlaag naar buiten → kegeltjes migreren naar centraal
→ “rod-free zone”
- = enkel kegeltjes (+ Müllercellen): centraal geen retinale
capillairen, bloedvoorziening via choriocapillaris
- Fovea = centrale 0,35 mm depressie = hoogste visus
- Toepassing: fundoscopie: achterste deel oogbol wordt zichtbaar
- Fovea centralis: geen bloedvaten
Kriekemans Kristiaan 4
Anatomie, fysiologie en histologie van het oog 2
Oogonderzoek 8
Refractie afwijkingen 12
Rode oog 16
Trage visusdaling 22
Plotse visusdaling 28
Systeemziekten 33
Medicatie binnen oftalmologie 36
Oogleden 40
Orbita 42
Traanwegen 43
Kleurenzicht 44
Oogtraumata 46
Kinderoftalmologie 49
Kriekemans Kristiaan 1
,Anatomie, fysiologie en histologie van het oog
Oogbol
- Oogbol
- In orbita
- Voor-achterwaartse diameter = 24,2 mm
- Bijziend → langer oor
- Verziend → korter oog
- Ondersteund door: oogleden, conjunctiva, traanapparaat
- Sclera-cornea
- Sclera = buitenste laag oogbol, geringe bloedvoorziening (ciliaire arteriën)
- Cornea = voorste gedeelte van sclera, sterke kromming, glashelder,
- Epitheel: 5-6 cellagen
- Membraan van Bowman: acellulair, helder
- Stroma: 90% collageen
- Membraan van Descemet
- Endotheel: 1 cellaag
- Corneale helderheid
- Lamellen: parallel
- Pompfunctie van endotheelcellen
- Endotheel = dunne laag, verliest cellen doorheen leven
- Endotheel = essentieel voor behoud van helderheid
- Corneale gevoeligheid: rijk aan sensibele vezels
- Corna = avasculair
- Voorste oogsegment = tussen voorzijde cornea - achterzijde lens
- Voorste oogkamer
- Achterste oogkamer
- Begrenzing: achtervlak iris en corpus ciliare, lens en voorste
glasvochtmembraan
- Zonulae ciliaris doorkruisen kamer
- Volume = 0,06 ml
- Lens
- Embryologie
- 2w na conceptie: blaasje ectoderm vormt lensplacode
- Instulping → lensgroeve → lensblaasje afgegrensd, binnenzijde met
epitheel
- Epitheelcellen delen verder
- Kenmerken
- Actieve stofwisseling
- Voeding vanuit voorkamer (diffusie)
- Actief transport door kationenpomp
- Eiwitrijk (35%)
- Structuur
- Biconvex, avasculair
- Lenskapsel
Kriekemans Kristiaan 2
, - Via zonulaire vezels verbonden met corpus ciliare (bij Syndroom van
Marfan → losse vezels en lens kan verschuiven)
- Functie
- Licht doorlaten
- Lichtstralen bundelen
- Accommodatie: beeld scherp stellen
- UV filter
- Lens + cornea: totale brekingsindex van oog = 58D (waarvan 42D door
cornea)
- Accommodatie
- Ontspannen m. ciliaris → maximale diametere corpus ciliare →
lensbandjes strak → lenskapsel maximaal gespannen → platte lens
(normale dioptrische sterkte) → beter zien van ver
- Contractie m. ciliaris → diameter corpus ciliare kleiner → slappe
zonulae → bolle lens → groter brekingsvermogen → beter zien
dichtbij
- Accommodatievermogen lens daalt met leeftijd
- Eerste levensjaren: 18D
- 30j: 7D
- 40J: 4,5D
- 65J: bijna geen accommodatievermogen meer = presbyopie
- Uvea: 3 delen
- Choroidea (vaatvlies)
- Lamina vasculosa: grote bloedvaten buitenkant
- Lamina choriocapillaris: fijne vaatjes binnenkant
- Bruch’s membraan: basaalmembraan van pigmentblad
- Corpus ciliare
- Productie voorkamervocht
- Vocht gaat vanuit achterste oogsegment via pupil naar voorste
oogkamer
- Afgevoerd via hoek in voorste oogkamer (trabeculum)
- Lensophanging
- Accommodatie
- Iris: diafragma rond centrale opening (pupil), twee gladde spieren
- m. sfincter papillae (parasympatisch) → miose
- m. dilatator pupillae (orthosympatisch) → mydriase
- Pupil regelt hoeveelheid licht die binnenkomt → scherp beeld op
retina
- Grootte pupil = familiaal bepaald, baby en ouderen hebben
kleine pupil
- Isocorie
- Anisocorie: fysiologisch/ pathologisch
- Mydriase
- Miose
- Achterste oogsegment
- Vitreum (glasvocht)
- Helder, avasculair gelatineus lichaam
- Vocht = 4,5 ml
Kriekemans Kristiaan 3
, - Fibrillair netwerk: 98% water, 2% collageen + hyaluronzuur
- Retina
- Buitenste pigmentlaag: retina pigment epithelium
- Tegen binnenzijde choroidea (membraan van Bruch)
- Ligt ook op achterzijde corpus ciliare, iris
- Hechte verbinding tussen pigmentepitheel en
fotoreceptorcellen
- Netvliesloslating = pathologische verbreking tussen
pigmentlaag en fotoreceptorcellen
- Functie
- Licht absorberen → geen weerkaatsing in oogbol
- Vit A metabolisme
- Instandhouden bloed-retina barrière
- Fagocytose van zich vernieuwende fotoreceptoren
- Licht-en warmte uitwisseling
- Binnenste pigmentlaag
- Fotoreceptorcellen: staafjes + kegeltjes
- Interneuronen
- Ganglioncellen
- Gliale cellen: horizontale cellen, amacriene cellen, Müllercellen
- Functie
- Kegeltjes (6 miljoen) in fovea centralis → kleurenzien,
scherp zien
- Staafjes (120 miljoen) in periferie → zien bij lage
intensiteit
- Vascularisatie
- A. centralis retinae (van ophthalmica), doorheen dura mater en
arachnoidea → 4 retinale vertakkingen
- Foveale avasculaire zone + extreme periferie → diffusie
choriocapillaris
- Overblijvende retina
- Buitenste ⅓ → choriocapillaris
- Binnenste ⅔ → retinale circulatie
- Retour: retinale venules, v. centralis retinae, v. ophthalmica,
rechtstreeks in sinus cavernosus
- Retinale circulatie bevloeit ALLE lagen van retina,
UITGEZONDERD fotoreceptoren (= choriocapillaris)
- Topografische organisatie: posterior pole: tussen superior en inferior
temporale vaatbogen
- Macula + centrale fovea (3 mm temporaal van n. opticus)
- Embryologie: migratie binnenste nucleaire laag en
ganglionlaag naar buiten → kegeltjes migreren naar centraal
→ “rod-free zone”
- = enkel kegeltjes (+ Müllercellen): centraal geen retinale
capillairen, bloedvoorziening via choriocapillaris
- Fovea = centrale 0,35 mm depressie = hoogste visus
- Toepassing: fundoscopie: achterste deel oogbol wordt zichtbaar
- Fovea centralis: geen bloedvaten
Kriekemans Kristiaan 4