ZSO RECHT 3: EUTHANASIE
De euthanasiewet
Wet van 28 mei 2002 betreffende de euthanasie
Definieert het begrip en stelt dat de arts die euthanasie toepast geen misdrijf pleegt als
deze zich heeft gehouden aan de voorwaarden en procedures die in de wet zijn
omschreven.
Er is ook een federale controle- en evaluatiecommissie die moet toezien op de wettigheid
van het euthanaserend handelen van artsen.
Definitie van euthanasie (Artikel 2)
‘Het opzettelijk levensbeëindigend handelen door een ander dan de betrokkene, maar op diens
verzoek.’
Er moeten 5 bestanddelen aanwezig zijn:
- Handeling gesteld in de zin van actieve daad
- Handeling wordt door een derde gesteld, niet door de betrokkene zelf
- Handeling is opzettelijk
- Handeling leidt ertoe dat de betrokkene overlijdt
- Betrokkene heeft om de handeling verzocht
Euthanasie en andere beslissingen rond het levenseinde
Andere beslissingen rond het levenseinde kunnen zijn:
- Stoppen van medisch zinloze behandeling
Bv: beademingstoestel ontkoppelen
- Niet opstarten van medisch zinloze behandeling
Bv: geen antibiotica toedienen, niet reanimeren
- Pijn- en symptoombestrijding
Bv: morfine
- Hulp bij zelfdoding
Op vraag van patiënt overhandigt de arts medicatie waarmee de patiënt
zelfmoord kan plegen.
- Opzettelijk levensbeëindigend handelen van de arts, zonder verzoek van de patiënt
Deze kunnen niet als euthanasie worden beschouwd omdat ze niet voldoen aan de 5
bestanddelen die aanwezig moeten zijn.
Wet van 14 juni 2002 betreffende de palliatieve zorg
Erkent de palliatieve zorg als wijze van hulpverlening rond het levenseinde van de patiënt.
Deze wet geeft ook aan elke patiënt het recht op palliatieve zorg bij de begeleiding van het
levenseinde.
Strafrechtelijk misdrijf
Euthanasie heeft steeds met opzettelijk levensbeëindigend handelen te maken. Dit geeft het
kenmerk van strafrechtelijk misdrijf.
- Doodslag: iemand doden met het oogmerk om te doden (Artikel 393 SW)
- Moord: wanneer de doodslag met voorbedachten rade werd gepleegd (Artikel 394 SW)
- Vergiftiging: wanneer men doodslag pleegde door stoffen die de dood snel kunnen
teweegbrengen (Artikel 397 SW)
Uitzondering: de arts pleegt die euthanasie toepast, pleegt geen misdrijf als hij de
voorwaarden en procedures naleeft. ENKEL DE ARTS, NIET VERPLEEGKUNDIGE!
De federale controle- en evaluatiecommissie maakt uit of de feiten eventueel aan het
gerecht dienen overgemaakt te worden.
De door de arts na te leven voorwaarden en procedures (Artikel 3-5)
Euthanaserend handelen wordt in 2 gevallen toegelaten:
- Arts wordt geconfronteerd met ongeneeslijk zieke patiënt die ondraaglijk en uitzichtloos
lijdt en meermaals bewust vraagt om euthanasie.
Euthanasie na actueel verzoek
- Arts staat voor een ongeneeslijk zieke patiënt die buiten bewustzijn is, maar vooraf een
wilsverklaring om euthanasie heeft gevraagd.
Euthanasie na wilsverklaring
Voorwaarden en procedure bij euthanasie na actueel verzoek
Voorwaarden:
- Patiënt is meerderjarig, handelingsbekwaam en bewust op ogenblik van verzoek
De euthanasiewet
Wet van 28 mei 2002 betreffende de euthanasie
Definieert het begrip en stelt dat de arts die euthanasie toepast geen misdrijf pleegt als
deze zich heeft gehouden aan de voorwaarden en procedures die in de wet zijn
omschreven.
Er is ook een federale controle- en evaluatiecommissie die moet toezien op de wettigheid
van het euthanaserend handelen van artsen.
Definitie van euthanasie (Artikel 2)
‘Het opzettelijk levensbeëindigend handelen door een ander dan de betrokkene, maar op diens
verzoek.’
Er moeten 5 bestanddelen aanwezig zijn:
- Handeling gesteld in de zin van actieve daad
- Handeling wordt door een derde gesteld, niet door de betrokkene zelf
- Handeling is opzettelijk
- Handeling leidt ertoe dat de betrokkene overlijdt
- Betrokkene heeft om de handeling verzocht
Euthanasie en andere beslissingen rond het levenseinde
Andere beslissingen rond het levenseinde kunnen zijn:
- Stoppen van medisch zinloze behandeling
Bv: beademingstoestel ontkoppelen
- Niet opstarten van medisch zinloze behandeling
Bv: geen antibiotica toedienen, niet reanimeren
- Pijn- en symptoombestrijding
Bv: morfine
- Hulp bij zelfdoding
Op vraag van patiënt overhandigt de arts medicatie waarmee de patiënt
zelfmoord kan plegen.
- Opzettelijk levensbeëindigend handelen van de arts, zonder verzoek van de patiënt
Deze kunnen niet als euthanasie worden beschouwd omdat ze niet voldoen aan de 5
bestanddelen die aanwezig moeten zijn.
Wet van 14 juni 2002 betreffende de palliatieve zorg
Erkent de palliatieve zorg als wijze van hulpverlening rond het levenseinde van de patiënt.
Deze wet geeft ook aan elke patiënt het recht op palliatieve zorg bij de begeleiding van het
levenseinde.
Strafrechtelijk misdrijf
Euthanasie heeft steeds met opzettelijk levensbeëindigend handelen te maken. Dit geeft het
kenmerk van strafrechtelijk misdrijf.
- Doodslag: iemand doden met het oogmerk om te doden (Artikel 393 SW)
- Moord: wanneer de doodslag met voorbedachten rade werd gepleegd (Artikel 394 SW)
- Vergiftiging: wanneer men doodslag pleegde door stoffen die de dood snel kunnen
teweegbrengen (Artikel 397 SW)
Uitzondering: de arts pleegt die euthanasie toepast, pleegt geen misdrijf als hij de
voorwaarden en procedures naleeft. ENKEL DE ARTS, NIET VERPLEEGKUNDIGE!
De federale controle- en evaluatiecommissie maakt uit of de feiten eventueel aan het
gerecht dienen overgemaakt te worden.
De door de arts na te leven voorwaarden en procedures (Artikel 3-5)
Euthanaserend handelen wordt in 2 gevallen toegelaten:
- Arts wordt geconfronteerd met ongeneeslijk zieke patiënt die ondraaglijk en uitzichtloos
lijdt en meermaals bewust vraagt om euthanasie.
Euthanasie na actueel verzoek
- Arts staat voor een ongeneeslijk zieke patiënt die buiten bewustzijn is, maar vooraf een
wilsverklaring om euthanasie heeft gevraagd.
Euthanasie na wilsverklaring
Voorwaarden en procedure bij euthanasie na actueel verzoek
Voorwaarden:
- Patiënt is meerderjarig, handelingsbekwaam en bewust op ogenblik van verzoek